De weersverwachting is pet , dus gisteravond hebben we besloten nog een dagje te blijven. Na een wandelingetje door het dorp vroegen we ons af wat doen op die extra rustdag, maar och, fietsen in de regen is ook niet fijn. Vanochtend worden we gewekt door de eigenaar, une catastrophe. Als we naar buiten kijken zien we wat hij bedoelt. De hele binnenplaats staat onder water. Het wandelpad waar we gisteravond liepen is een snelstromende rivier geworden. De auto’s op de binnenplaats staan tot halverwege hun portier in het water.

Ons appartementje is op de eerste verdieping. De vouwfiets naast de trap staat tot aan zijn zadel in het water. De electriciteit is uitgevallen. Buiten stijgt het water. Eerst staat het halverwege de brievenbus van de overburen, na een uurtje is de brievenbus verdwenen. We zien een auto langzaam langs drijven.
We mogen bij de eigenaar aan de voorkant van het huis kijken. Daar blijkt het allemaal veel heftiger, het riviertje is rivier geworden, het raast en het beukt tegen de brug met alle rommel die hij meegenomen heeft. Het water heeft ramen kapot geslagen en stroomt dwars door woningen heen. Het schijnt dat deze hele vallei onder water staat. We staan met de buurman naar buiten te kijken sls de stroming verandert. Hij constateert dat de deur van de garage het begeven heeft. Zijn koelkast drijft langs, dan wat meubelen die hij had opgeslagen. Met buikpijn denken we aan onze fietsen in de garage. We kunnen niets doen dan afwachten.
We zetten een kopje thee op ons camping gasje. Voor vandaag hebben we genoeg eten, met een noodmaaltijd van Bever. En morgen zien we wel weer.

Ondertussen stijgt het water, op het verkeersbord aan de overkant is het onderste brommertje verdwenen. Het water heeft de voordeur naast de witte brievenbus opengeduwd. En het regent nog steeds.













Nu rijden we echt in Salland. De borden voor de boerderij melden dat Salland bewust boert en eet. Ik vraag me af of ik de enige ben die dit een vreemde uitspraak vindt.
Voor koffie komen we uiteindelijk terecht op een terras bij wat eruit ziet als een grote stal. Misschien is het zo ooit begonnen, nu is het volgens de ANWB een van de leukste uitjes van Nederland. De Flierefluiter is een soort van speelparadijs voor 5 tot 7 jarigen. Ik waag me alleen even naar binnen om koffie voor ons te halen. In mijn fietskleding val ik heerlijk uit de toon.
We fietsen naar het westen. Daar is de lucht blauw. Hier is het nog grijs. We trappen op ons gemak. Het druppelt, maar gelukkig valt de regen mee. We zien geen leuk terras, dus stoppen we bij de bakker. Als we voor de winkel met ons taartje staan te knoeien worden we aangesproken door een oudere man. Als hij hoort wat we gefietst hebben is hij onder de indruk. En eigenlijk vinden we het zelf ook wel bijzonder, als we het zo op een rijtje zetten.
Als we doorfietsen staat er langs het pad ineens een bordje fietspad. Wat een tegenvaller. Geen bord ‘welkom in Nederland’, niets. Gelukkig blijkt dit een soort van illegaal bordje te zijn want iets verder op staat wel een grenspaal. Al sinds 1773 ligt hier de overgang Duitsland-Nederland.
Nu zijn we echt in Nederland en daarmee ook meteen in het werkgebied van Carry. We fietsen van het Witte Veen naar het Haaksbergerveen en het Buurserzand. Wat opvalt is, hoe droog de natuur is aan de ene kant van de weg en hoe hoog de mais staat aan de andere kant. Hiermee is de problematiek van het gebied in één keer helemaal helder. 
We stoppen in Munster. Dit is zo’n stad die bekend klinkt, zonder dat we de historie kennen. Google helpt. Natuurlijk is het een hanzestad. Hier is ook in 1648 de vrede van Munster getekend, het einde van de 80-jarige oorlog. Voor de Groningers onder ons Munster is ook de stad van Bommen Berend – de bisschop van de stad. Wat ons nu vooral opvalt is dat ook deze stad volledig in oude stijl herbouwd is na de vernietiging door geallieerde bombardementen. 
En dan fietsen we door de Vechtestrasse. Hier moet dus ergens het begin van de Vecht zijn. We kronkelen door wat straatjes. Dan staat er een bord met uitleg. Er zijn geen bronnen van de Vecht. Het zijn twee beekjes, de Rokeler Bach en de Burloer Bach, die samen vloeien. Nog steeds is het begin van de Vecht niet meer dan een beek van een meter of 2. Tegen de tijd dat de Vecht bij ons in Zwolle in het Zwarte Water uitmondt is hij bijna 50 meter breed en nog altijd de kleinste rivier van Nederland. Dan zijn we 225 kilometer verder. Dat is niet de route die we gaan volgen, wij kiezen een kortere variant. 
De route kabbelt door. We rijden door stadjes, door bos en af en toe een stukje langs de grote weg. Ik vind het moeilijk afwisseling te zien. Ik vraag me af of dat aan Duitsland ligt of aan de route? Is deze route zo gericht op hanzesteden dat de auteur de rest van het landschap vergeet? Of is dit zen en de kunst van het lange afstandsfietsen? Het is comfortabel allemaal, maar niet verrassend.
Toch zien we in de loop van de middag verschil. De bouwstijl van de boerderijen verandert. We zien tussen alle mais aspergevelden. We maken weer eens een mooi verhaal over de groeiwijze van asperges.
We rijden Noordrijn-Westfalen binnen. Op het bordje van de grens profileren ze zich als fietsvriendelijk. Prompt loopt er een mooi fietspad langs de Ems. We komen in Warendorf. De terrassen op het kerkplein zitten vol. De kerkklok maant ‘Nütz die Zeit’. Dat doen we, we landen op een trekkersveldje en blijven nog een dagje. 


Op maandag, Ruhetag, is alles dicht in het nabije dorp. Dus Carry zet de tent op en ik ga op zoek naar een Aldi. Google knows, maar stuurt me naar het Aldi-distributiecentrum. Voor de echte winkel moet ik door. Zo kom ik vandaag toch ruim aan mijn kilometers.