7 juni, Qeparo – Vlorë
Op deze zondagochtend is het rustig op de weg. Dat is prettig want we starten met een flinke klim, 9 kilometer klimmen met 540 hoogtemeters.

Meteen als we beginnen met klimmen valt de bloeiende oleander op. Niet alleen langs de weg, maar ook in plukken op de hellingen. Het is al meteen warm in de zon. We hebben de wind op kop. Ik hou mezelf voor dat die wind prettig is, dat het anders te warm zou zijn.

Gemiddeld is de helling 6%, maar ja, dat is gemiddeld. Er zijn stukken bij van 15%. Ik wil het fietsend doen, want als ik af stap is het op zo’n helling akelig moeilijk om weer op te stappen. Eigenlijk kan ik dat alleen met hulp.

Soms vraag ik me onderweg af waar ik mee bezig ben. Het gaat niet vanzelf en toch denk ik er niet over om ermee te stoppen. Het is wel gek dat we amper vrouwen op de fiets tegen komen, en leeftijdsgenotes al helemaal niet. Of is dat een kwestie van gezond verstand van mijn sexegenotes? Ze missen een boel moois, maar misschien is het belangrijkste wel dat Carry met geduld aan het eind van de klim op me wacht.

En dan het eind van de klim, twee uur onderweg, 14 kilometer gedaan (630 hoogtemeters). En hier is een restaurant met koffie en een uitzichtspunt waar je heel in de verte de zee nog kan zien.

We dalen door het dal. Er loopt een turquoise riviertje dat alle ruimte heeft om te meanderen. Leve de zondag, we hoeven de weg niet te delen met vrachtwagens. En de bergen om ons heen zijn indrukwekkend groot. Geen idee hoe hoog ze zijn, of hoe ze heten, maar ze zijn zo kolossaal mooi.

Waar eerder de wind een prettige verkoeling was, valt nu bij het dalen op hoe hard het waait. Ook bergafwaarts moeten we blijven trappen.

Ondertussen worden de bergen lager, wordt het landschap geler en zijn we er nog steeds niet. We moeten door naar Vlorë, eerder zijn geen overnachtingsmogelijkheden.

Het is warm. We stoppen nog een keer voor cola en een extra fles water. We kijken naar het dorpsleven, een kudde schapen met een hetder, een man voorbij zittend op een ezel. We moeten nog zo’n 20 kilometer. We snijden een stuk af. Dit klonk als een goed plan, maar een onverharde weg valt niet mee aan het eind van de dag.

En dan is daar toch weer de zee en vinden we een hotel in Vlorë.







































































