6 mei, Bilecik – Sögüt
Om 4.48 roept de muezzin op tot gebed. Ik schrik wakker van hem en van de honden die mee janken. Gelukkig hoeven we er nog niet uit. We hebben tijd genoeg want we gaan vandaag niet ver. De keuze was tussen 30 kilometer of 85. Ertussen in zijn geen hotels aan de route en voor ons tentje vinden we het echt nog te koud.

Vandaag schijnt eindelijk de zon. Mijn kort/kort is misschien wat overmoedig, maar ik ben er aan toe. Als we de stad uit rijden is de eerste stop bij een benzinestation. We willen met onze fietsen in de wasstraat. Dit uitleggen is moeilijk. De pompbediende, ja die bestaan hier nog, belt met een vriend. Via hem wordt het gesprek gevoerd. En dan is het simpel, er is vandaag geen water.

We rijden over een brede regionale weg. Het is misschien niet zo spannend, maar met dit licht genieten we van de uitzichten. Het is echt voorjaar, de bomen staan amper in blad. We passeren bloeiende boomgaarden. We hebben geen idee of het kersen of amandelen zijn.

Aan de weg staat een kraantje. Die zie je hier vaker. Waarschijnlijk zijn ze speciaal voor woedoe, het rituele wassen voor het gebed. Wij stoppen voor ons eigen ritueel, het wassen van de fiets.

Rond het middaguur komen we aan in Sögüt. Ook dit is een plaats met een lange geschiedenis. Dit was de basis van Ertugul, vader van Osman I, de eerste Ottomaanse sultan. Het was ooit de eerst hoofdstad van het Ottomaanse rijk. Nu is het een klein stadje van 14.000 inwoners.

Met dit mooie weer zit het terras bij de moskee vol mannen in winterjassen. We schuiven aan voor een kopje thee in de zon, voor een kwartje per kopje.




























































