Igoumenitsa

2 juni, Prevesa – Igoumenitsa

We rijden Preveza uit. Het was een verrassend leuk stadje. Op de boulevard was meer reuring dan we tot nu toe gezien hebben. Zo gauw we de stad uit rijden komen we langs een indrukwekkende muur, resten van Nicopolis.

We worden ingefluisterd (dank Niels) dat dit de stad van de overwinning is en aanleiding voor de dood van Cleopatra. Als we dit nazoeken vinden we politieke intriges en mooie verhalen. 

We beginnen de dag met kleine weggetjes en even zo veel klimmetjes. Het geploeter leidt tot levenswijsheid.

Screenshot

Binnen de kortste keren lopen we onze fiets te duwen. Een voorbijganger vraagt of hij me een handje kan helpen. Graag!

Het valt op dat de stadjes waar we doorkomen allemaal zo hun eigen kwaliteit hebben. De een is wat meer jaren ‘80, de ander heeft een groot strand.

We stoppen voor koffie met uitzicht op zee. Dan fietsen we de baai uit, haarspeldbochten en 200 meter omhoog. Voor dit soort kunstjes begint het warm te worden. Het is heerlijk om daarna met een fris windje zachtjes te dalen. Een berm vol bloeiende brem en bougainville maakt het helemaal mooi.

Er zit nog één lange klim in vandaag, met 5 à 6 % niet echt steil, maar het is warm. In de volle zon gutst het zweet eruit. Het is een vicieuse cirkel, naarmate het warmer is ga je langzamer en naarmate je langzamer gaat mis je de rijwind. Maar goed, ook hier komen we boven. Het leed is snel geleden als we in de schaduw van olijfboomgaarden naar beneden rijden.

Igoumenitsa is de laatste Griekse stad voor de grens. Bijzonder vind ik dat het tot 1913 Turks was. Verder is het niet zo speciaal, maar er zit wel een fietsenmaker. We hebben al contact gehad. Hopelijk heeft hij een oplossing voor Carry’s achterwiel. En dit weekend is hier de jaarlijkse world run van de hell’s angels, dus de stad wordt overspoeld met bijzondere types met allemaal hetzelfde zwarte hesje. 

Uitzicht

1 juni, Astakos – Preveza

Astakos ligt mooi verscholen in een baai. Dat betekent automatisch klimmen om weg te komen. Dus zo starten we.

Het is heerlijk rustig op de weg. Het zal wel zijn omdat het vandaag Agios Pnevmatos is, de dag van de Heilige Geest, ofwel tweede pinksterdag. Het is net als bij ons een vrije dag.

We volgen nog steeds de EV8. Vandaag komen we zelfs richtingbordjes tegen. Maar eigenlijk is dat bijzaak, het gaat om de uitzichten.

Bij elke bocht, bij elk klimmetje is het uitzicht weer anders. Steeds is het mooi, de zee, de rotsen, de begroeiing. En af en toe horen we de bellen van de geiten klingelen. 

We doen boodschappen om ergens op een strandje te lunchen. Maar juist tegen lunchtijd passeren we een dorpje met wat terrassen aan het water en laten we ons verleiden tot een warme hap. Volgens de eigenaar heeft hij de beste moussaka van Griekenland. Dat weet ik niet, maar lekker is het wel.

We rijden verder, het binnenland in. We moeten een stukje over een drukke grote weg. Bij de afslag staat een bordje ‘road closed’. Ik twijfel, Carry zet door. Het is een mooie afdaling, maar ik zit toch wat ongemakkelijk, ik hoop vooral dat we dadelijk niet weer terug moeten.

Om in Preveza te komen moeten we door een onderzeese tunnel. Dat mag niet met de fiets. Het idee is dat je naar de tolpoort gaat en over gezet wordt door iemand van wegbeheer. Alleen zijn vandaag de ambtenaren vrij. Dus komt er een taxibusje. Daar past alles net niet in. De achterklep blijft op een kier en de schuifdeur houden we vast zodat die niet open glijdt. Gelukkig is de tunnel maar 1,6 kilometer lang ofwel twee minuten rijden. Vijfentwintig euro lichter staan we aan de overkant.

Kalydon

31 mei, Macynia – Astokos

De snelweg gaat door een tunnel, maar daar mogen wij fietsers niet door. Ik weet niet of ik er rouwig om ben. Onze route voert met een klim de baai uit. Als we terug kijken zien we in de verte de brug. 

Ook vandaag passeren we veel bermmonumentjes. Vaak zijn het miniatuurkerkjes, versierd met bloemen en kaarsen. Het zijn er zo veel dat het onvoorstelbaar lijkt dat ze allemaal verkeersdoden herinneren. Dat is ook niet zo, sommige zijn van een dankbare overlevende van een ongeluk, andere ter ere van een doop of huwelijk. 

Het is tijd voor koffie. Ook hier, net als overal, zitten de oude mannen op zondagochtend de wereld te bespreken, behalve dat het toch eigenlijk gewoon leeftijdgenoten zijn. De eigenaresse schenkt koffie en heeft een kerkdienst aan staan.

We rijden het binnenland in. De bermen staan vol bloemen. Het landschap is ruig. In deze streek speelt de mythe van het Calydonisch zwijn. Artemis stuurde dit verwoestende zwijn om koning Oineus te straffen, hij had vergeten aan haar te offeren. Het zwijn werd verslagen, maar de verdeling van de buit leidde tot fikse familieruzies. 

Vanaf de fiets zien we ineens tussen de struiken door het theater van Kalydon liggen. Of beter de resten van dit 2500 jaar oude theater. Bijzonder is dat het rechthoekig is, als een van de enige antieke theaters.

In Messolonghi rijden we door de Tuin van de helden, een stukje hedendaagse Griekse geschiedenis. Deze stad speelde een cruciale rol in de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Ottomanen. Ik moet bekennen dat ik geen idee had dat dat pas 200 jaar geleden is.

Na een lunch onder een lindeboom op het eiland Etoliko rijden we verder over de vlaktes. We passeren moerassen en geirrigeerde landbouw. Het meeste indruk maakt de flinke wind tegen, totdat we aan het eind van een klim waanzinnig ver kunnen kijken.

In verte is het heiig, er liggen wat eilanden, water en lucht zijn niet van elkaar te onderscheiden. Dit is het land waar de goden landen om zich met mensen te mengen. 

Peloponnesos

30 mei, Akrate – Macynia

Na een rustdag laten we de camping achter ons. Bij het inpakken is er altijd zo’n moment van verbazing, gaat het lukken deze chaos op de fiets te laden? Maar dan is alles gevouwen, gerold en gepropt en past het weer prima. Het is alleen jammer als iemand zijn horloge kwijt is en alles er weer uit moet. 

We waren op de camping niet de enige fietsers. Er was Fransman op weg naar Athene, een Nederlander op weg naar Italië en een Engelsman op weg naar Singapore. De eigenaar van de camping vindt het allemaal best, hij vindt het dorp al te ver om te fietsen. 

Tot Patra fietsen we over de Peloponnesos naar het westen, ofwel met de zee aan de rechterhand. Dat is fijn, we fietsen zo dicht langs de zee dat we haar ruiken. 

De Fransman tipte ons gisteren over een te volgen pad. Juist als we er op draaien komt ons een Frans gezin tegemoet, met twee kinderen van 10 en 14. De ouders hadden het gehad met hun werk en de stad waar ze woonden. Nu zijn ze sinds februari onderweg, via Athene naar Istanboel. Van daar vliegen ze naar Mongolië om verder te fietsen. Dan is naar huis fietsen toch een beetje gewoontjes.

Het pad van de Fransman is inderdaad prima, al moeten we even door een riviertje. Met frisse pootjes rijden we verder. 

Als we even stil staan spreekt een vrouw ons aan, ze vraagt waar we heen fietsen. Zoiets lijkt haar ook wel wat, ooit, na haar pensioen. Nu heeft ze eerst nog twee kinderen waar ze achter aan holt en een man met overgewicht.

Al van verre zien we de pylonen van de brug bij Patras. Met 2880 meter is dit de langste tuibrug ter wereld. Er is geen fietspad. Of ze het vergeten zijn of dat het vanwege de wind te gevaarlijk is, we weten het niet. Er vaart wel een gratis veerboot, met prachtig uitzicht op de brug.

Blauw

28 mei, Korinthe – Akrata

Onze route vandaag voert langs de zee. Maar voor we zo ver zijn rijden we eerst nog het binnenland in naar Oud Korinthe. Het idee is om onze fiets te parkeren bij de resten van de Apollotempel, gebouwd rond 550 v.Chr. Het blijft bij kijken op afstand, want er staat een groot hek. Natuurlijk kunnen we in de rij voor een kaartje, maar dat doen we een andere keer. 

We rijden door de citrusboomgaarden naar beneden. In de verte zien we de Golf van Korinthe en de bergen aan de overkant.

We stoppen voor koffie. Na Turkije is het nog schakelen. Daar stond altijd een pot thee klaar. In Griekenland draait alles om koffie.

We rijden langs zee. De weg is bijna vlak. Het is zonnig en we hebben een lekker fris windje op kop. Het fietst zo gemakkelijk en zo fijn. Misschien zijn de dorpen niet altijd idyllisch, de route is het wel.  

Blauwe lucht, blauwe zee, blauw zo ver we kijken kunnen. We picknicken onder een boom op ons kleedje. 

We trappen op het gemak verder. We drinken wat in Sarandapikhiótika. Een plekje dat alleen om de onuitspreekbare naam vermeldingswaardig is. Ondertussen trekt de lucht dicht en we horen onweer in de verte. We voelen de eerste druppels.

Gelukkig is dat alles en kunnen we ons op het gemak installeren op de camping van Akrata. Eindelijk een camping en goed kampeerweer.

Hier blijven we twee dagen om ons weer eens onder te dompelen in camping life, gluren naar de buren en kijken naar de campers. Enig minpuntje is dat het ons weer gelukt is onze tent precies bij de straatverlichting te zetten.

Korinthe

27 mei Piraeus – Korinthe

We worden gewekt door de omroepinstallatie, die meldt dat we Piraeus naderen. We pakken onze spullen en kunnen bijna meteen doorlopen naar onze fietsen. Als we de kade opfietsen hebben we geen twijfel, een paar dagen Athene komt nog wel een keer, nu fietsen we door. 

We rijden naar de andere kant van de haven en nemen het bootje naar Salamina. Hier stappen we weer op. Zo gauw we het dorp uitrijden rijden we langs de zee. Een passerende auto verrast ons, hij stopt en reikt ons een flesje ijswater aan.

Bij de eerste de beste helling merkt Carry dat zijn achterwiel nog niet 100% is. Hij doet zijn achterband er opnieuw in, maar dat is jammer genoeg niet de oorzaak. Wat wel prettig is, we hebben tegenwoordig een elektrisch fietspompje. Dat scheelt een boel gedoe!

De natuur is hier verder in het seizoen dan in Turkije, het gras langs de weg is al kurkdroog. Het onkruid ertussen bloeit nog volop. We rijden langs muren van bloeiende oleander. De kleuren van de bloeiende bougainville knallen eruit. En altijd is de zee wel ergens te zien. 

We zijn niet de enigen die hier fietsen. In één dag zien we meer vakantiefietsers dan in de afgelopen maand bij elkaar. Bijzonder zijn de twee Noren, vlakbij Athene. Vier jaar geleden startten ze hun route vanuit Oslo naar Athene met het traject naar Kopenhagen. In de tussenliggende jaren deden ze elke jaar een stukje en dan nu dus bijna eindpunt Athene. Hun uitgangspunt was bijzonder, elke tien kilometer een biertje. Ik weet niet of dat letterlijk was of een gemiddelde, maar sowieso drinkt 60 kilometer per dag lekker door.

De route die we volgen is de Eurovélo 8. Onze eerste indruk vandaag is dat dit prima provinciale wegen zijn, die niet al te druk zijn. Al kan het je natuurlijk altijd gebeuren dat de weg is afgesloten. Zo vlak langs de zee passeren we ook de olieraffinaderijen en andere industrieel spul. Het zijn niet de mooiste stukken van de route. 

Uiteindelijk passeren we het kanaal van Korinthe. Eind 19e eeuw is zo de vaarweg tussen Piraeus en de Ionische zee met 350 kilometer verkort. Je zou ook kunnen zeggen dat toen de Peloponnesos een eiland geworden is. De eerste plannen voor dit kanaal dateren overigens al uit de 7e eeuw vC. maar werden toen door het orakel van Delphi afgeraden. Als we eroverheen rijden maakt het niet zo veel indruk, het is een smalle, diepe bak water, waar op dit moment geen schip te zien is.

En in het hotel zeggen ze dat het uitzonderlijk warm is voor de tijd van het jaar. Wij vonden het wel lekker.

Veerboot

26 mei, Fethiye – Rhodos (- Piraeus)

We zijn ruim op tijd in de haven, met ingepakt ontbijt in de tas. Het is al druk. Het is even zoeken wat we moeten doen. Er gaan twee veerboten tegelijk naar Rhodos, dus inchecken moet in de juiste rij. Daarna moeten we voor de paspoortcontrole opnieuw achteraan sluiten. Bij deze neem ik al mijn commentaar op het Filipijnse systeem terug, dit hier is pas gedoe.

Op Rhodos is het simpel. Bij de douane worden we doorgewuifd en onze bagage hoeft niet door de scan. Buiten rijden we een stukje langs de stadsmuur naar het kantoor om kaartjes voor de boot naar Athene te kopen. Dit gaat zo soepel dat het ons verbaast.

We hebben een paar uur voor de boot vertrekt. We fietsen een rondje langs de middeleeuwse stadsmuur. 

De straatjes van de oude binnenstad zijn mooi, warm en druk. Hier is het al hoogseizoen. Met de fiets aan de hand wandelen we langs de winkeltjes.

Langs de 7 verdiepingenhoge cruiseboot Mein Schiff 5 rijden we naar onze veerboot. We laten onze fietsen achter op het benedendek. In de hoop op een goede nachtrust hebben we een hut genomen. Deze is zo verscholen in het binnenste van het schip dat zelfs de stewardess drie keer verkeerd loopt.

Aanpassen

25 mei, Kas – Fethiye

Een nachtje slapen maakt de wereld anders. Met die velg van Carry gaan we niet doorfietsen. We gaan doorpakken en op zoek naar een goede fietsenmaker.

Maar eerst ontbijten we op het dakterras. Het uitzicht is zonnig en weids. De Griekse eilanden blakeren in de zon. De receptionist vertelt dat de zomer dit jaar laat is. 

Toevallig zit er een groep fietsers in het hotel. Hun begeleider heeft het adres van een goede fietsmaker in Fethiye. We appen foto’s van het wiel. Ze kunnen het repareren, zeggen ze. Dus we regelen een busje. 

Ook vanuit een busje zijn de uitzichten vanaf de kustweg fantastisch. Het verschil is wel dat alles voorbij is voor je er weet van hebt. Het spijt ons dat we dit niet kunnen fietsen, ook al ziet het er vanaf de achterbank vrij heftig uit. 

Als we aankomen in Fethiye gaat Carry meteen door naar de fietsenmaker. Het zou mooi zijn als repareren vandaag lukt want later deze week is het bayram, het offerfeest, en is alles dicht. En het lukt! Er wordt ergens een nieuwe velg gehaald en terwijl wij aan het zwembad liggen wordt het wiel opnieuw gespaakt. 

Met al dit gedoe hebben we ook opnieuw naar onze route gekeken, vooral de hoogtemeters en de onregelmatige veerdiensten. Resultaat is dat we fietsen op Kreta nog even uitstellen tot we een elektrische fiets hebben, net als de schrijver van de route. Voor nu is het plan om vanaf Rhodos de boot naar Athene te nemen en van daaruit verder te fietsen.

Verder

24 mei, Demre – Kas

We zijn druk bezig met de route, waar nemen we de boot naar Rhodos en hoe gaan we vandaar verder? Conclusie is dat het allemaal niet uit maakt, want de boot naar Kreta gaat pas op donderdagavond. Dat geeft ons genoeg tijd voor de komende 150 kilometer naar Fethiye met de bijbekomende hoogtemeters.

Als we uiteindelijk weg rijden maken we een lusje langs de ruïnes van Myra. Dit is inderdaad het dorp van Sint Nicolaas, maar de ruïnes zijn al van ver voor die tijd. De in de berg uitgehakte grafkamers zijn van de Lyciërs, het naastliggende theater is Romeins. We parkeren onze fiets bij het hek en doen een rondje.

Als we de stad uit rijden is het nog even de vraag of we over de D400 gaan of over een binnenweg. Ondanks de verwachte steilere klimmen kiezen we voor de binnenweg.

Het is een weg om blij van te worden. Over de beboste heuvels is de zee te zien. De uitzichten zijn fantastisch en er is weinig verkeer. 

We stoppen voor lunch. Een recensie op Google omschrijft deze plek als ‘het gevoel van een weekendje thuis bij je ouders’. En zo voelt het. Het eten laat wel even op zich wachten, want de kokkin moet nog met de brommer gehaald worden. Als we weg rijden krijgen we sinaasappels uit de tuin mee.

Van hier af begint het echte stijgen. Het is een kwestie van doorbijten, niet te veel nadenken en om je heen kijken naar de heuvels en de bloemen in de berm. 

Langzaam trekt het dicht. Als we de snelweg oprijden voor het laatste deel begint het te regenen. Na ruim duizend hoogtemeters is het beste er wel af. Ik word ingehaald door een Russische bikepacker. Bij de kruising wacht hij op me en maken we een praatje. Hij kijkt wat meewarig naar het gewicht van onze fietsen, zijn fiets is veel lichter. In de afdaling rijdt hij me met een bloedgang voorbij. 

We rijden nog in de wolken van de regen. In de verte zien we eilanden in de zon. De zee glanst eromheen. Het contrast is amper te vangen in een foto. Ik realiseer het me nog niet, maar dat is Griekenland.

Een stukje verderop ligt de Rus in de berm, na een schuiver over het asfalt. Gelukkig lijkt de schade mee te vallen. Iedereen is beduusd. Er is granaatappelsap voor we weer verder rijden. 

Het laatste stukje in Kas gaat steil naar beneden. Alle met moeite bedwongen hoogtemeters gaan verloren als we met knijpende remmen naar ons hotel op zeeniveau rijden.

En wat onze plannen betreft, Carry heeft sinds vanmiddag een serieus probleem met zijn fiets. Na jarenlang remmen zit er een scheurtje in zijn velg. Dat moet eerst gefixt worden.

Bewolkt

23 mei, Ulupinar – Demre

We rijden terug naar de D400 en mogen meteen aan de bak. Onze klim van gisteren was nog niet klaar. In de eerste acht kilometer hebben we meteen al 300 hoogtemeters te pakken. Onderweg krijgen we gezelschap van een hondje. We staan doodsangsten uit dat hij overreden wordt, maar het verkeer past zich gelukkig aan. En dan is hij na een paar kilometer ineens verdwenen.

Wij rijden door en aan het einde van de klim stoppen we om wat te drinken. We bestellen twee thee, krijgen een onbegrijpelijk verhaal, maar geen thee. Dus halen we ayran (karnemelk). Nu krijgen we wel thee, als service van het huis.

De weg is vrij rustig. Er rijden ons wat wielrenners tegemoet. We passeren wandelaars met grote rugzakken. Waarschijnlijk lopen zij de Lycische weg, de historische wandelroute van Fethye naar Antalya. 

We kunnen weer van de grote weg af en rijden met een mooi pad naar beneden. Langzaamaan rijden we een kassengebied binnen. Het weer is grijs en bewolkt. Dat sluit aan bij het grijs ondoorzichtig plastic van de kassen. Het is niet mooi hier.

Natuurlijk leidt ook deze route weer naar de D400 en die is wél mooi. We rijden over een fietspad en hebben vrij uitzicht over zee. Er is geen resort meer te bekennen. Het voelt alsof we weer in Turks Turkije zijn. 

We lunchen in Fineke. Vanaf hier is de D400 een tweebaans-kustweg. De zon is doorgebroken en langs het water is het fantastisch fietsen.

We kronkelen met de kust mee, we horen de golven en we passeren baaitjes waar de zee turqouise is. Eindpunt vandaag is Demre. Met een vest aan kunnen we zelfs aan zee eten.