D696

17 mei, Konya – Seydisehir

We laten ons het eerste stuk wegbrengen door een busje. Ergens in the middle of nowhere stappen we uit. De chauffeur vindt het wat vreemd, hij geeft ons nog een flesje water mee voor onderweg. De plek lijkt wat willekeurig, maar op 1570 meter is dit het hoogste punt van vandaag. Als we dan toch vals spelen, doen we het goed. 

We rijden de hele dag langs de D696, een vierbaanssnelweg. Het is verrassend rustig. Misschien komt dat omdat het zondag is, dat gaan we morgen merken.

Op deze hoogte is het landschap kaal met weinig begroeiing, een steppelandschap. Regelmatig staan er borden voor sneeuwkettingen. 

We dalen. Met een flinke tegenwind moeten we toch trappen. We hebben weidse uitzichten. Vanaf de snelweg blijf je toch een beetje toeschouwer. Als we even stoppen komt een oudere vrouw naar ons toe. We krijgen een heel verhaal maar we hebben geen idee waarover. Als ze weg loopt vragen we ons af of we leeftijdgenoten zijn.

Langzaamaan wordt het groener om ons heen. Het graan op de velden heeft hier al aren. We horen krekels. Voor ons is dat een voorbode van de Middellandse Zee. Dat is wat vroeg, we zitten nog op de rand van het Anatolisch plateau, we moeten morgen het Taurusgebergte nog over. We overnachten in Seydisehir. Tussen de bebouwing door zien we de toppen met sneeuw. 

Derwisjes

16 mei, Konja

We doen lekker rustig aan vandaag. We willen een route maken voor de komende dagen en we willen naar de Derwisjdansers. Tussendoor gaan we naar Sille, een oud Grieks dorpje.

Het verhaal wil dat de Grieken hier eeuwenlang door een belofte van Rumi beschermd zijn. Er is een 4e eeuws kerkje en grotwoningen. We trappen er op het gemak heen, zelfs over speciaal aangegeven fietspaden. En dan is er ergens wat mis gegaan in dit dorp.

Het weggetje naar de kerk is een aaneenschakeling van terrassen en souvenirwinkels langs een stroompje dat in beton gegoten wordt. Het ziet er allemaal spiksplinternieuw uit en er is nog veel meer in aanbouw. Het oude kerkje is er nog, maar het is als een suikertaart gerestaureerd. Al met al worden wij hier niet blij van. De bussen toeristen die worden uitgeladen zien dat blijkbaar anders.

Het maken van een goede route naar Antalya gaat niet vanzelf. Carry is er al even druk mee. Steeds weer komt hij uit op doodlopende weggetjes, lange klimmen of grote stukken langs de snelweg. Daar komt bij dat we nog wel enige schroom hebben om wild te kamperen, dus we hebben graag beeld waar we kunnen slapen. Zelfs Komoot, toch bekend om zijn creativiteit, komt hier niet verder als een route over de snelweg. Dus veranderen we ons uitgangspunt, we gaan een busje regelen om de stad uit te komen.

Vanavond gaan we naar het cultureel centrum om naar de semaceremonie van de wervelende derwisjes te kijken. Derwisjes maken deel uit van een orde van islamfilosofen, ooit gestart door Rumi. Ze dansen in trance om hun eigen as. In alle bewegingen zit symboliek. Veertig jaar geleden was Carry in Konya zonder de derwisjes te zien. Nu zijn we hier speciaal om die reden.

De zaal is groot en modern, de muziek traditioneel, op het eentonige af. Een groep van 35 derwisjes wervelt door de zaal. Het ritueel herhaalt zich een paar maal.

Elke keer is de belichting anders en het ritme opzwepender. Dan doen ze hun zwarte mantel weer om en verlaten in een lange rij de zaal.

Konya

15 mei, Konya

Het eindpunt van de Sufitrail die we de afgelopen weken gefietst hebben, is het mausoleum van soefi Mevlana Jalal ad-Din Rumi, het Mevlana museum.

Rumi is een middeleeuwse Islamfilosoof, die voor veel moslims heilig is. Tegelijk zijn zijn lessen over liefde en tolerantie nog steeds actueel. Af en toe een beetje meer Rumi zou goed zijn voor de wereld. Het is beslist de moeite waard meer van hem te lezen. Van hem is bijvoorbeeld de tekst ‘Gisteren was ik slim, daarom wilde ik de wereld veranderen. Vandaag ben ik wijs, daarom verander ik mezelf’.

Het is een groot complex, voorheen het klooster van de derwisj-orde. Iedereen komt hierheen, schoolreisjes, gelovigen en alle soorten toeristen. 

De zaal met de tombe is indrukwekkend. Er staan mensen vol aandacht te bidden, terwijl meiden om hen heen druk zijn met filmpjes op hun telefoon.

De naastliggende moskee is dicht voor restauratie, net als diverse andere musea en moskeeën. Stiekum vragen we ons af of dit betekent dat er verkiezingen op komst zijn.

Als we verder de stad in lopen worden we aangesproken door een tapijtverkoper. Zijn verkooptalent is overtuigend, voor we het weten zitten we binnen met thee en vraagt hij wat we over hebben voor een kleed. Helaas voor hem blijven we erbij dat we al genoeg kleden hebben.

Uit alles wat we lezen over Konya komt het beeld naar voren van een traditionele stad, plek waar Erdogan het beste scoorde. We herkennen dit op straat, veel vrouwen met hoofddoek, maar zeker niet allemaal. Ons gevoel is wel dat het aantal nikabs toeneemt met de afstand tot het centrum.

We lopen door het Alaaddinspark en kijken nog even binnen bij de moskee uit 1235. Het blijft even wennen als je op je sokken zo’n grote lege zaal binnen komt, maar dan is er genoeg te zien.

Eindpunt vandaag is de Karatay Medresesi, een dertiende eeuwse Islamschool. De hoge hal met betegelde koepel is overrompelend.

Het is nu een tegelmuseum met wondermooie Seltsjoekse tegels. 

Theehuis

14 mei, Derbent – Konja

We logeren bij Fevdi, eigenaar van een theehuis en zijn Kyrgisische vrouw. We zijn niet de enigen, er logeert ook een wandelende Fransman. Hem zien we niet bij het ontbijt.

Het ontbijt is fantastisch met een grote vers gebakken groentepannekoek waar iedereen stukjes van af plukt. Er is omelet, komkommer, drie soorten kaas en olijven. Alleen voor die olijven bij het ontbijt ben ik nog niet voldoende aangepast.

De mannen uit het dorp lopen binnen voor een praatje. Er wordt al druk gerookt. Bezoekers pakken zelf thee of het wordt voor hen ingeschonken. De economie van deze plek ontgaat ons totaal. Hoeveel kopjes thee van 15 cent zijn nodig voor een beetje reëele omzet?

Het ontbijt is een prima bodem om te fietsen en dat is maar goed ook, want we moeten meteen aan de bak. De eerste vijf kilometer klimmen we tot een nieuw hoogste punt, 1643 meter. Net voor we gaan dalen zien we een richtingbordje naar een skigebied. 

Nu dalen we serieus, 20 kilometer lang rijden we glooiend naar beneden. De witte bloesems springen eruit in het prille groen. We ruiken de kersenbloesem als we er langs rijden. De vallei staat vol lichtgroen graan. De hellingen zijn kaal en rotsig. We passeren wat turquoise stuwmeren. Het is heerlijk zonnig en we hebben de wind in de rug. Zo mooi kan fietsen zijn. 

Dan komt de vraag hoe we het laatste stuk doen. Gisteravond leek het een goed idee om een stuk onverhard mee te pakken, nu voelen we het klimmen van gisteren en hebben we geen zin in 3,5 kilometer steiler dan 10%. Dan maar de grote weg. Hier is de klim beperkt tot 8% en heeft de top zelfs een naam. 

We rijden naar beneden naar Konya. In de verte zien we de stad liggen, groot en uitgestrekt. Vanaf de stadsgrens is het nog 11 kilometer naar ons hotel. Het verkeer is een uitdaging. Er zijn fietspaden maar we zien amper fietsers. Een teller naast een fietspad geeft aan dat ik, om half 4 in de middag, de 256e gebruiker van vandaag ben. Toch is Konya de Europese fietshoofdstad, o.a. omdat er 700 kilometer fietsinfrastructuur is. Ter vergelijking, het veel kleinere Zwolle heeft 871 kilometer fietspad. Dus iemand in deze Aziatische stad heeft heel goed aquisitie gedaan voor deze Europese titel.

Voorlopig zetten wij de fiets even binnen en gaan we te voet de stad in. Er is genoeg te zien en Carry wil in elk geval de deswisjen zien dansen. 

Derbent

13 mei, Askeshir – Derbent

De vraag van vandaag is waar we vanavond slapen. In Derbent schijnt een hotel te zijn, maar contactgegevens ontbreken. De receptionist kijkt mee tijdens het ontbijt. Hij vindt wat en is blij. Wij niet, want de regio Derbent waar hij mee komt is echt iets anders als de stad Derbent. We gaan gewoon, maar met licht onbehagen, want het is een lange pittige rit en we hebben geen terugvaloptie.

Gisteren reden we aan de voet van de berg, vandaag rijden we over de tenen. Het is een aaneenschakeling van korte steile klimmetjes.

Voor ons als buitenstaanders ziet het leven er hier traditioneel uit, vrouwen met hoofddoek en lange broek die wegkijken als ze Carry zien. Ik word wel begroet en toegelachen, maar niet door allemaal.

Er komen ons regelmatig trekkers tegemoet, vaak met echtparen erop, pa aan het stuur en ma op de wielkast. En soms stopt een auto omdat mensen nieuwsgierig zijn.

We lunchen in Doganhisar, een klein stadje. Hier is het straatbeeld compleet anders, hier zie je jonge meiden op brommers. Menu van de dag is mousaka met parelgort, een prima hap. Bekertje karnemelk erbij en baklava toe.

Het is alsof hier een knip ligt in de route. In de middag rijden we over een vlakte met de wind in de rug. Bij een afslag nemen we niet de weg naar Konya, maar gaan we de andere kant op. Zo vermijden we de snelweg. De uitzichten langs de route die we nu volgen kunnen zo op een ansicht. Rode klei, mooie bossen en een strak blauwe lucht.

En overal staan fonteintjes, de een wat mooier dan de ander.

Met een klein wegje rijden we door Çigil. De eerste huizen van het dorp zijn kleurrijk en traditioneel. Hier zitten vrouwen in donkere kleding op de grond met elkaar te kletsen. In het centrum is het wat westerser en lopen kinderen met jeans en schoolrugzakjes.

De heuvels glooien, het zonnetje schijnt en we rijden op ons gemak verder. Ineens schiet er van rechts een grote hond blaffend de weg op. In een flits springt Carry links van zijn fiets en gebruikt zijn fiets als scherm. Tegelijkertijd komt het baasje al aanrennen en neemt de hond mee. 

Als we door het volgende dorpje rijden zie ik hoog boven me een fonteintje. Op het scherm van mijn Garmin herken ik die. Dit is de start van het toetje van vandaag, 7 kilometer klimmen, grotendeels onverhard en met stukken van boven 10%. Het is even doorbijten. Het hoogste punt van vandaag is 1556 meter. 

We dalen wat naar Derbent. Als we het stadje binnen rijden bellen we met iemand van de Sufitrail. Die heeft in zijn huis een kamer beschikbaar. Dus we zijn onder de pannen. 

Boomgaard

12 mei, Çur – Aksehir

Met uitzicht op een paar besneeuwde toppen rijden we Çay uit. Vandaag rijden we langs de voet van de bergen, steeds zien ze aan onze rechterhand. We rijden een mooie route, die meteen al versperd wordt door een kudde schapen.

We stoppen even bij een brugje om naar het uitzicht te kijken.

Juist op dat moment komt de muhtar, het dorpshoofd, langs. Hij stopt en laat zijn ID zien. Van een echt praatje komt het niet, er is geen taal gemeenschappelijk.

In het weiland zien we een mooi vijfhoekig torentje staan. Het blijkt een begraafplaats, met oude en nieuwe graven door elkaar. Het is een mooie, verstilde plek, vol bloeiend onkruid, waar de insecten zoemen. 

We komen door wat kleine dorpjes. De huizen zien er wat beter uit dan gisteren, maar de geur van mest hangt overal. Het is duidelijk voorjaar, iedereen is aan het werk. Een imker inspecteert zijn korven. Er passeren kleine trekkers en in de boomgaarden wordt druk gemaaid. Iedereen groet. 

Ons pad wordt een smal onverhard karrespoor. We fietsen langs geurende bermen. En de plassen die er liggen, die kunnen we hebben. 

In het volgende dorpje stoppen we voor thee. Er zit iemand op een terras, maar er komt niemand naar buiten. Een voorbijganger die wat Engels spreekt haalt binnen thee voor ons. Als we weg gaan laten we wat geld achter op een tafeltje. 

In Sultandaghi lunchen we onder een plataan, onder toeziend oog van Atatürk. We kijken uit over het plein, met een terras vol theedrinkende mannen en een caravanserai. Vanmiddag fietsen we verder door de boomgaarden naar Aksehir.

Hond

11 mei, Emirdag – Çay

Voor de eerste keer deze vakantie rijden we in kort/kort de stad uit. Het is prettig warm.

We steken de grote weg over en rijden het binnenland in. De uitzichten zijn weer fantastisch.

Natuurlijk moeten we klimmen. Als ik boven kom staat Carry te praten met een herder. Of eigenlijk beter, ze zoeken een manier om te communiceren.

We rijden door een klein dorpje. Het laatste huis wordt bewaakt door een grote hond met een stalen halsband met centimeters lange pinnen. Hij blaft, hij springt en hij is het er duidelijk niet mee eens dat ik er langs wil. Schreeuwen helpt niet. Pas als ik mijn fiets stil zet en de hond door iemand geroepen wordt durf ik verder.

Met een paar stevige haarspeldbochten komen we op de snelweg terecht. De weg is heerlijk rustig en schoon. De berm ligt vol troep. Wat opvalt zijn de flessen pis. Blijkbaar hebben chauffeurs geen zin om te stoppen en lossen ze het zo op.

We passeren een soort paddenstoel met een gouden hoed. Bij de kranen zitten mensen grote hoeveelheden flessen te vullen. Een bord meldt dat deze fontein in 1923 gesticht werd door Baci Sultan, een dame die iets nuttigs wilde doen. ‘Moge Allah (verheven is Hij) tevreden zijn met hen die hebben bijgedragen en gediend, en moge zij die drinken uit de bron genezing vinden, inshallah…’

Wij vullen onze bidons en praten nog even met een Waalse gastarbeider, een leuk gesprek in het Frans. Wat me bij blijft is zijn vraag, ‘kan ik jullie helpen, hebben jullie alles wat je nodig hebt?’

Aan de overkant van de grote weg liggen de resten van een ondergrondse stad. We zien de ingang en de weg ernaar toe. We besluiten dat we dat een andere keer gaan zien.

Bij de volgende afslag van de snelweg slaan we af en gaan op het gemak voor de lunch. Ons uitzicht is kaal. Zijn alle bomen in de kachel verdwenen en niet herplant?

De weg voert door wat kleine dorpjes. We rijden weer over weidse vlaktes. In de verte zien we serieuse sneeuwtoppen, uitlopers van het Taurusgebergte. De wind komt van ver. En het is zo fantastisch om hier te fietsen door dit uitgestrekte, kale landschap.

In Bolvadin stoppen we voor thee met een taartje. Het is een serieuse bakkerij, met vitrines vol baklava en taartjes. Het is zo bijzonder dat er buitenlanders komen, dat ze een filmpje voor Instagram van ons maken.

Het laatste stuk rijden we, met de wind vol op kop, langs de snelweg naar de bergen toe.

Emirdag

10 mei, Çukurca – Emirdag

De zon schijnt. Met een tas vol schone was rijden we weer langs het Midas monument. In de dorpjes die we passeren staan veel huizen er verlaten bij. Gisteravond hoorden we dat in een aantal dorpjes het dorpsgezicht beschermd is. Een mooi idee, maar het betekent dat er niets mag veranderen. Gevolg is dat mensen huizen laten instorten.

Het landschap blijft weids en fantastisch om door heen te fietsen. We zien amper ander verkeer.

Voor een dorp staat een kudde schapen op de weg. Als ze me zien aankomen, beginnen ze te rennen. Ze stoppen, maar als ik dichterbij kom rennen ze weer. Pas bij de t-splitsing zien ze een uitweg. Ik vraag me af of ze vanavond zure melk geven.

We komen nog een paar keer boven 1300 meter vandaag, een beetje vergelijkbaar met de Vogezen. Maar langzaamaan gaan we toch omlaag. We rijden Han binnen.

Op een veldje ligt een aantal oude stenen. Geen idee uit welke periode, maar het ziet er imposant uit. We stoppen bij de supermarkt voor boodschappen, want dit is de enige plek in de verre omtrek waar wat te krijgen is.

We fietsen nog wat verder voor we stoppen om in de berm te lunchen. Met de dennen om ons heen lijkt het een beetje op een rotsige Hoge Veluwe, maar dan uitgestorven. In de tijd dat wij er zitten komt er welgeteld één auto langs.

We doen nog een lange klim en komen dan opnieuw op een uitgestrekte vlakte. Je kunt je gemakkelijk voorstellen hoe hier vroeger groepen nomaden rond trokken. Nu wonen mensen in kleine gehuchtjes. Er staat graan maar veel velden liggen ook nog braak.

Ineens zien we in de verte besneeuwde toppen. Ik merk dat ik weinig idee heb van de topografie hier, dit verrast me volledig. Inmiddels heb ik het opgezocht, het is het Emirgebergte met toppen boven 2000 meter. 

Als we de laatste klim van vandaag doen staat een gezin in de berm. Ze vragen ons even te stoppen. We krijgen honingoliebolletjes. Met hulp van Google translate hebben we een kort gesprek. Hun familie woont verspreid in Europa.

Midas

9 mei, Midas Han

Er is niet aan te ontkomen dat de eigenaren van het hotel archeologen zijn, alle kamers zijn vernoemd naar archeologen die in deze regio gewerkt hebben. Na het eten kregen we gisteravond uitgebreide uitleg, aangevuld met wat eigen theoriën. Vanaf de bronstijd zijn in dit gebied sporen van bewoning te vinden. We kregen ook twee collegedictaten te leen aangeboden.

Vandaag fietsen we naar het Midas monument. Het dateert uit de 8e eeuw voor Christus. Volgens onze gastheer heeft het monument niets te maken met de mythische koning Midas. Die Midas is trouwens wel een mooi verhaal. Hij kreeg een gift van de goden en wenste dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. Deze wens werd vervuld. Dat werd honger lijden voor hem en zelfs zijn dochter werd een gouden standbeeld.

We hebben gisteren gehoord dat hier sporen van Frygische, Persische, Romeinse, Byzantijnse en nomadische samenlevingen te vinden zijn. Voor ons is dat wel heel veel detail, maar het is waanzinnig dat deze plek al zo lang in gebruik is.

Het monument is alleen een façade, er zit geen gebouw achter. Zo lijkt het direct uit het landschap te groeien. Dit geeft het gevoel alsof het landschap zelf heilig was voor de bouwers. We genieten van de plek en van de uitzichten.

Bij het Midas monument hebben de Grieken geen sporen achter gelaten. Dichter bij het hotel ligt het Gerdek Kaya complex. Dit zijn de resten van een Griekse grafkamer. Daarna zetten de Romeinen er hun urnen in, gevolgd door de Byzantijnen. Nu kun je met een stalen trapje naar boven om binnen te kijken. 

Uitgestrekt

8 mei, Eskisehir – Çukurca

De receptionist van het hotel heeft gezegd dat we beslist bij de moskee op de hoek moeten kijken, en dat dat ook in onze fietskleren kan. Dus dat doen we.

Vanaf hier rijden we via de begraafplaats de stad uit. Het is een mooie rustige plek, waar de moezzin zingt terwijl wij omhoog fietsen. 

We starten de dag op de grote weg. Niet omdat we zo van grote wegen houden, maar omdat het anders te ver fietsen is. Het is bewolkt. Dat maakt de uitzichten wat vlak. De weg is zeker niet vlak, die is echt vals plat. Met de nadruk op vals, we rijden constant zo’n 3, 4% omhoog. Het is fijn te merken dat het lijf dat steeds makkelijker aan kan. 

Bij een Shell station stoppen we om wat te drinken. De inrichting van het winkeltje ziet er zo uit dat ik de zakken drop in het schap verwacht. Die zijn er niet, wel ayran, karnemelk, een prima dorstlesser. 

We fietsen op het gemak door. Na 35 kilometer stoppen we voor lunch. Het duurt even voor ze onze bestelling begrijpen, maar dan wordt de pide vers gebakken.

De laatste dertig kilometer rijden we over een prima weg door het grote niets. Er staat een verkeersbord dat sneeuwkettingen aanraadt. Dat lijkt onvoorstelbaar. Het uitzicht is weids. We zien jonge graanakkertjes, we passeren een kudde koeien met een herder en dan is het verder grasland, rotsen en wat bomen.

In de jaren ‘80 was er een boekenserie over de stam van de holenbeer, een prehistorische groep mensen. In dit landschap kan ik me voorstellen dat ze van achter de rotsen tevoorschijn komen. We vragen ons af of we ooit door zo’n afgelegen gebied gefietst hebben. 

Dit zijn de Phrygische hooglanden. Ondertussen rijden we boven de 1300 meter. Als ik een gehuchtje binnen fiets ligt er nog wat sneeuw. Er is er geen ontkomen aan als Carry me met een sneeuwbal staat op te wachten. 

Tegen vijven bereiken we het eindpunt van vandaag. In een klein gehucht ligt hotel Midas Han, een herberg van een Nederlandse professor archeologie.