Zuur

9 maart Moalboal – Toledo

Het centrum van Moalboal is een lokale versie van Lloret de Mar. Onder water, meteen grenzend aan het centrum, is Moalboal fantastisch. Er zwemmen gigantische scholen sardientjes. Ik heb er midden in gesnorkeld, langs ‘muren’ van sardientjes en omcirkeld door sardientjes. Tot zo’n school opensplijt omdat er een schildpad aan komt. Zo ongelooflijk gaaf (en voor plaatjes, kijk op Google).

Gisteravond goot het van de regen, het kwam met bakken uit de lucht. Het stroomde binnen letterlijk langs de muren. Met recht een tropische bui. Bij het ontbijt ziet het weer er prima uit, beetje bewolkt en niet te warm. De voorspellingen zeggen alleen wat anders. De mensen om ons heen ook. Het wordt niet een beetje regen, maar dikke heftige buien. De twijfel hangt boven ons ontbijt. We balen maar kiezen toch voor een busje. Nu wachten we tot het gaat regenen, liefst hozen.

En dat doet het. In het busje is het eerste uur een aangesloten tropische bui. En het is grijs, bij de doorkijkjes naar zee is Negros niet te zien. Het water gutst over de weg. We zien hoe mooi de route is, maar met dit weer willen we niet fietsen. Er liggen diepe plassen over de hele breedte van de weg en we krijgen wat onweer toe.

We bedenken dat de Filipijnen met een busje voor ons niet hoeft. Zo’n busje heeft een tempo waarin je alles net niet ziet en net niet tot je door kan laten dringen. Dan is onderweg zijn niet meer leuk, dan gaat het alleen nog om de plek van bestemming.

De bestemming van vandaag is Toledo. Het is inmiddels droog, maar nog steeds winderig, frisjes en grijs. En hier komen we zo maar een collega van Vitens tegen.

Kustweg

7 maart Santander – Moalboal

We fietsen langs de kust naar het noorden. Dorpjes en zee wisselen elkaar af. Hadden we al gezegd hoe mooi de uitzichten over het water zijn? De zee is turquoise. In de verte zien we Negros. We hebben een flinke wind op kop.

Het zijn kleine rommelige dorpjes waar we doorheen rijden. Er wordt wat vis verkocht langs de weg. Er hangt een geur van houtskoolvuurtjes. Bij kleine winkeltjes hangt een wifi-automaat. Voor 5 peso krijg je toegang tot de hotspot.

Er zijn velden met vol hanen, met allemaal hun eigen schaduwplekje. En als we stoppen om wat te drinken hangt er een poster met ‘doping’ voor hanen, iets met cafeïne en ginseng. Hanengevechten zijn een serieuse zaak. Een paar dagen geleden vertelde een ober dat zijn moeder klaagt dat zijn vader haar minder knuffelt dan zijn hanen. 

In Ginitilan is het feest. We hebben geen idee wat er gevierd wordt, maar het ziet er leuk uit met veel vlaggetjes. Het is nog zo rustig dat we langs de kraampjes van de braderie kunnen fietsen. 

We passeren Beach Resort Amsterdam met een roodwitblauwe poort. We stoppen bij wat jochies die geeloranje vruchten verkopen. Het is cacao. Niet om zo te eten, maar gaaf voor een foto. 

In Badiyan kun je canyoneeren. Langs de weg is het druk met mensen met fel gekleurde zwemvesten en helmen. Wij fietsen lekker door. Eindpunt vandaag is Maolboal. De hoofdstraat is een aaneengepakte streep mensen, restaurantjes en winkeltjes. We rijden nog even door, ons hotel is verderop, aan het strand. 

Ferry

6 maart San Juan – Santander

We ontbijten bij het café aan de overkant van de weg. Het is voor de hip en de happening, maar lieve help, wat moeten we lang wachten tot we wat te eten krijgen.

En steeds weer, wat is het fijn om op de fiets te zitten. Gewoon kijken, langs fietsen en niets te hoeven. We rijden dwars door San Juan, nog veel meer winkeltjes met prullaria dan in het deel van het dorp waar wij zaten. Het is lekker trappen me fantastische uitzichten over zee.

Natuurlijk is het havenkantoor één groot feest. Ik ga naar loket 1, ‘passagiers met bagage’, om de fietsen aan te melden. Ik moet wachten tot het 11 uur is. Ik ga opnieuw naar loket 1. Nee, ik moet eerst een ander kaartje halen. Dat doe ik. Ik ga terug naar loket 1. Nee, voor de fietsen moet je niet hier zijn, daarvoor moet je naar het volgende loket. Het wordt steeds duidelijker waarom ze adviseren ruim op tijd te zijn voor de ferry. 

Vanaf de haven in Dumaguete fietsen we een klein stukje naar de haven in Sibulan. Hier is reizen met de boot een stuk eenvoudiger. Je koopt in een keer een kaartje voor jezelf en je fiets en dat is het. Ook de boot is eenvoudiger, eerlijk gezegd ziet het er wat aftands uit. De fietsen gaan op het dak en wij schuiven binnen aan op een van de volle banken.

We zien Cebu al liggen. Het is het eiland waar we gestart zijn, een van de 7000 Filipijnse eilanden. We rijden nog een klein stukje naar ons hotel. Eigenaar Eduardo heeft jaren in het buitenland gewerkt en is nu, na zijn pensioen, terug op de Filipijnen. Ook de eigenaar van het hotel in San Juan was zo’n terugkeerder. Zo wordt wat te doen na je pensioen wel een thema deze vakantie. En wat Eduardo betreft, hij deelt zijn visie graag.  

Bibingka

4 maart Larena – San Juan

Hoe mooi het hier ook is, we stappen op en rijden verder. We maken een rondje om het eiland om dan aan de andere kant te landen. We doen op ons gemak want zo ver is het niet. 

Als steeds is de weg rustig en groen en fijn. Het is lekker om weer onderweg te zijn. Veel kokospalmen en bananen. We rijden vlak langs de zee. 

De kerk in Maria valt op, zomaar een oud gebouw. Het nieuwe golfplaten dak is geen aanwinst. We rijden verder. Ik kijk of de naam van het dorp ergens in grote letters staat. Maar juist in Maria, waar deze Maria een foto gedacht had, zien we ze niet. 

We stoppen bij een winkeltje. De dame haalt vers gebakken bibingka uit bakvormen met bananenblad. Dat willen we wel proeven. Het is een heerlijk zoet broodje op basis van rijstmeel en verse kokosmelk. Beslist een aanrader om thuis te proberen. En natuurlijk gaan we samen op de foto.

Het grootste deel van de route gaat over de circumferential road, de rondweg rond het eiland. Een klein stukje gaan we eraf. Hier wordt meteen duidelijk welk gehucht slechte relaties heeft (of onvoldoende belasting betaalt) daar is de weg beroerd. En voor de brommerrijders wordt de benzine hier per liter verkocht.

Eindpunt van vandaag is San Juan, het toeristische deel van het eiland. Hier staan de hostels schouder aan schouder, afgewisseld met winkeltjes voor scooterverhuur en boottripjes. Wij vinden het druk hier, het is hoogseizoen. 

Strand

3 maart Larena (Siquijor)

We hebben een rustig dagje in ons huisje aan het strand. We snorkelen een beetje en zien het mooiste koraal tot nu toe. We moeten voorzichtig het water uit, om zee-egels en zeesterren te vermijden. Alles zonder foto’s. Als je rustig zit aan de rand van het water lukken foto’s wel.

We lunchen bij de buren en zien een informatiesessie van de kustwacht. Het geheel is het best samen te vatten als kort en bondig.

We lezen nog een boekje en genieten van het uitzicht. En we zien de vuurvliegjes waar de Spanjaarden het eiland ooit naar vernoemden.

Siquijor

2 maart Baïs – Siquijor

We hebben nog niet besloten wat we gaan doen vandaag, op Negros blijven of met de boot naar Sequijor. Om de boot te halen moeten we om 12 uur in Dumaguete zijn. Als het ontbijt lang op zich laat wachten constateren we dat het hotel de keuze voor ons heeft gemaakt. 

We stappen op. Ons boekje heeft heeft het over verkeersdrukte maar het valt alles mee. Het is bewolkt. Het straatbeeld wordt bepaald door de suikerrietoogst. Er staan lange rijen wachtende vrachtauto’s vol suikerriet en de weg ligt vol modder en afgevallen stukken riet. 

En dan ineens is het suikerriet klaar en zien we weer rijst. We passeren een stadje. Op de kruising staan verkeersregelaars om de stroom tuktuks uit de zijstraten te laten passeren. Ze hebben buffs voor hun gezicht tegen de smog.

Inmiddels is de zon doorgebroken. Met de wind in de rug schieten we lekker op. In dit tempo gaan we de boot halen. Klokslag 12 zijn we in de haven. Zonder gedoe halen we twee tickets. Ook binnen schiet het op. Ik word uit de rij gehaald en moet mee naar een achterafkantoor om te betalen voor de fietsen. Het is duurder dan ons eigen ticket en ik krijg geen briefje. Dat komt nog wordt me verzekerd. Als het na enen wordt, twijfelen we. Gaat dit goed? Maar er komt iemand met een briefje, en dan wordt er wat vaags omgeroepen. Het gaat goed. 

Het is een korte oversteek. Binnen drie kwartier staan we op Siquijor. Dit eiland is veel kleiner dan Negros, ongeveer zo groot als de provincie Utrecht (of om in eilandtermen te blijven, twee keer Texel).

Na een heuse kikkererwtenburger rijden we naar de rustige oostkant van het eiland.

We fietsen nog wat steile stukken en dan landen we aan het einde van de wereld. Een mooi klein stenen huisje, met een trapje waar bij vloed de golven tegenaan klotsen. 

Overdwars

1 maart Kabankalan – Bais

We rijden de stad uit. Gisteravond reden de vrachtwagens vol suikerriet nog laat langs het hotel. Nu is het rustig. Langs de weg worden de velden kaal gebrand. Het is warm en stoffig als we langs rijden.

Het is echt zondag. Er komen ons wat racefietsers tegemoet. Mannen koesteren hun haan. Uit de kerken klinkt gezang. Kinderen spelen er buiten in hun zondagse kleren.

We rijden over een regionale weg het binnenland in. Het lijkt alsof iedereen hier ons groet. Het is al warm. Tussen het suikerriet is amper schaduw. We stoppen voor een gebakken banaan. Aan de overkant staat een groot bord bike lane, er is nauwelijks onderscheid met de rest van de weg. 

Het fietsen valt tegen, het is te warm. Het voelt alsof de lucht te dik is. We passeren een megalomaan gemeentehuis en stoppen bij een oploop met brommers bij een supermarkt. We vinden een plukje schaduw. Het is niet genoeg, er moet wind bij. We weten dat het vanaf hier klimmen wordt en we vragen ons af of we niet beter een auto kunnen zoeken.

We stoppen bij een pompstation met winkel. Ze hebben geen auto’s beschikbaar. Na enig overleg verwijzen ze ons naar Jainine, in de derde winkel rechts van de eerste zijstraat links. We doen een halfslachtige poging haar te vinden. We hebben het alleen maar warm. We geven het op. We gaan eerst eten en dan zien we wel verder.

We eten bami bij een tentje langs de weg. We kunnen aan een tafeltje in de schaduw zitten. De eigenaresse is nieuwsgierig en stelt allemaal vragen. Onze antwoorden worden meteen vertaald en besproken met de vriendinnen die er zitten. We scoren met foto’s van kinderen en kleinkinderen. Het is gezellig. En we stappen vol goede moed weer op de fiets. 

Vandaag steken we Negros dwars over. Dus moeten we de bergen, die dwars over het eiland liggen, over. Het valt alles mee. Het klimmen gaat soepel, er is bos dus we rijden veel in de schaduw. En dan het landschap, zo mooi, het blijft fantastisch om hier te fietsen. 

Vanaf het hoogste punt zien we in de verte de zee. We rijden in grote slingerende bochten naar beneden. Het is zo mooi groen om ons heen. Het uitzicht verandert met elke bocht. In de verte zien we de zee, de velden en de schoorstenen van de grote suikerfabriek. 

Occidental

28 februari Sipalay – Kabankalan

Ons plan was het eerste stuk met de boot te gaan en zo wat klimmetjes te omzeilen. Maar het waait te hard, dus de boot gaat  niet. We proberen op tijd te ontbijten en te vertrekken, maar in zo’n groot hotel is dat ingewikkeld. 

Het is weer zo mooi fietsen. Er zitten wat gemene klimmetjes in, maar vanaf de top is er altijd ergens, diep donkerblauw, de zee. Zoveel stukken zijn gewoon bos, nog niet in gebruik. En altijd rijst en palmen.

En we zien steeds meer suikerriet. Langzaamaan wordt het landschap overgenomen. We passeren weegstations waar kolossale vrachtwagens worden volgeladen met suikerriet. Niet voor niets hebben ze het over Negros Occidental als de suikerpot van de Filipijnen.

We volgen de hele dag de N712 langs de kust. Halverwege, na zo’n 45 kilometer, buigt de weg met de kust mee naar rechts. Precies hier zit Wouda refreshments, met een terras met fantastisch uitzicht. De zaak is neergezet door een Nederlander (74). Zijn vrouw doet het bedrijf, ‘ze is een prinsesje in de keuken’. Wat is dat toch met die bejaarde mannen, dat ze hierheen komen om te (her)trouwen?

Van hieraf is de route vlak. En wordt eigenlijk ook steeds minder spannend, steeds meer suikerriet en wat rommeliger. We stoppen voor wat boodschappen bij een supermarkt die al 45 kilometer lang is aangekondigd. De hoeveelheid vakkenvullers is verbazingwekkend, en allemaal groeten ze. Je zou amper aan je boodschappen toekomen.

Na nog een stop voor een kokosnoot gaat de blik op oneindig voor de laatste kilometers.

Resort

26 februari Sipalay

In de baai ligt een groot roestig schip. Wat verderop hangt een touw. Daar duiken we onderdoor naar de ingang van het resort. Bij de balie staan vijf mensen om ons te ontvangen. Iedereen heeft een eigen klusje. Maar als we willen betalen weigert het pinapparaat.

We hebben een debiel grote kamer. Met uitzicht en privéterras.

Het terras delen we met een pad, zo ongeveer schoenmaatje 38. 

We doen een dagje helemaal niets. We hangen een beetje, zwemmen een beetje en laten ons masseren. We genieten van het uitzicht en van het overdadig groen. En van de gekko’s, hoe zulke kleine beestjes zoveel herrie kunnen maken. 

Zweet

26 februari Bayawan – Sipalay

We rijden op het gemak. In deze warmte kan het ook niet anders. Het is rustig op de weg. We worden ingehaald door brommers, die op allerlei manieren zijn omgebouwd voor passagierstransport. Er passen zo maar 10 kinderen in schooluniform op. En wat die uniformen betreft, die hebben altijd een smetteloos wit bloesje.

We stoppen om wat te drinken. Er staan wat Duitse nummerborden. En inderdaad, de eigenaar is een 74-jarige Duitser. Hij schuift bij ons aan en wat volgt is een waterval aan verhalen. Alsof hij zijn Duits weer even mag loslaten.

Er zijn wat dingen uit zijn verhalen die blijven hangen, het lokale dagloon van 150 peso (€2,25) en de omschrijving van westerse echtgenoten als moneytrees. En als we weg gaan ‘der Chef akzeptiert kein Trinkgeld’.

We fietsen langs de zee. Overal zien we vissersboten, op het water en op het strand. In de dorpen ruiken we de vis. De verse vis wordt verkocht, maar wordt ook gedroogd. We stoppen om even te kijken naar het drogen van sardientjes. Er wordt ons meteen een zak aangeboden. Dat is heel lief, maar dat aanbod slaan we af. 

We lunchen in een tentje langs de weg. Ook hier veel schalen waar we uit kunnen kiezen. Het eten wordt op een plastic bordje afgepast. Voor schoolkinderen gaat het daarna in een plastic zakje om mee te nemen.

Wij eten ter plekke. Inclusief twee cola betalen we €3,50. Het contrast met het resort waar we vanavond slapen kan niet groter zijn. Vooral omdat we ons vergisten in de mail, de prijs was per nacht en niet voor 2 nachten. We blijven, het is te warm om verder te fietsen.