1 maart Kabankalan – Bais
We rijden de stad uit. Gisteravond reden de vrachtwagens vol suikerriet nog laat langs het hotel. Nu is het rustig. Langs de weg worden de velden kaal gebrand. Het is warm en stoffig als we langs rijden.

Het is echt zondag. Er komen ons wat racefietsers tegemoet. Mannen koesteren hun haan. Uit de kerken klinkt gezang. Kinderen spelen er buiten in hun zondagse kleren.

We rijden over een regionale weg het binnenland in. Het lijkt alsof iedereen hier ons groet. Het is al warm. Tussen het suikerriet is amper schaduw. We stoppen voor een gebakken banaan. Aan de overkant staat een groot bord bike lane, er is nauwelijks onderscheid met de rest van de weg.

Het fietsen valt tegen, het is te warm. Het voelt alsof de lucht te dik is. We passeren een megalomaan gemeentehuis en stoppen bij een oploop met brommers bij een supermarkt. We vinden een plukje schaduw. Het is niet genoeg, er moet wind bij. We weten dat het vanaf hier klimmen wordt en we vragen ons af of we niet beter een auto kunnen zoeken.

We stoppen bij een pompstation met winkel. Ze hebben geen auto’s beschikbaar. Na enig overleg verwijzen ze ons naar Jeanine, in de derde winkel rechts van de eerste zijstraat links. We doen een halfslachtige poging haar te vinden. We hebben het alleen maar warm. We geven het op. We gaan eerst eten en dan zien we wel verder.

We eten bami bij een tentje langs de weg. We kunnen aan een tafeltje in de schaduw zitten. De eigenaresse is nieuwsgierig en stelt allemaal vragen. Onze antwoorden worden meteen vertaald en besproken met de vriendinnen die er zitten. We scoren met foto’s van kinderen en kleinkinderen. Het is gezellig. En we stappen vol goede moed weer op de fiets.

Vandaag steken we Negros dwars over. Dus moeten we de bergen, die dwars over het eiland liggen, over. Het valt alles mee. Het klimmen gaat soepel, er is bos dus we rijden veel in de schaduw. En dan het landschap, zo mooi, het blijft fantastisch om hier te fietsen.

Vanaf het hoogste punt zien we in de verte de zee. We rijden in grote slingerende bochten naar beneden. Het is zo mooi groen om ons heen. Het uitzicht verandert met elke bocht. In de verte zien we de zee, de velden en de schoorstenen van de grote suikerfabriek.

















































