21 juli, Schöning – Gimbte
De zon schijnt weer vandaag, dat maakt het fietsen veel mooier. We rijden weg over een route naar een basisschool. Ineens valt op dat we al dagen niet meer over verkeersdrempels gestuiterd zijn. Bestaan die niet in Duitsland? Dat is moeilijk voor te stellen.

De hele dag rijden we in de buurt van de Eems. Het is hier een mooie kleine beek, tegen de tijd dat het water in de Waddenzee terecht komt is het een serieuze rivier.

Natuurlijk passeren we vandaag ook weer kleine stadjes met vakwerkhuizen. Het ene is nog mooier en nog ouder dan het ander. In Rietberg, Warendorf en Telgte stoppen we voor foto’s.

Het gesprek met een paar vrouwen in Warendorf voelt langzaamaan als een soort elevatorpitch. ‘Waar gaan jullie heen?’ ‘Naar huis’ ‘Waar zijn jullie dan gestart?’ ‘In Istanboel’ en dan staan we zo weer een tijdje te kletsen.

Als we bij wat bankjes willen lunchen staat er een fiets op zijn kop. We vragen of er hulp nodig is. Dat hoeft niet, hun vriend is al naar het dorp om een nieuwe band te halen. We eten ons broodje en we kletsen wat. Het is aardig wat kilometers geleden dat we zo’n gesprek in het Nederlands hadden. En onderwijl vraagt tenminste de helft van de passanten of ze kunnen helpen.

Wat opvalt zijn de beschilderde electriciteitshuisjes langs de weg. Het is alsof die de plaats van de heiligenbeelden hebben ingenomen.

We komen in de buurt van Nederland. Het landschap wordt bekender, het ziet er steeds meer uit als Twente. Het is vooral vlak. In de ruim 85 kilometer van vandaag zaten nog geen 100 hoogtemeters.
























































