Hallertau

9 juli, München – Au in der Hallertau

De zon schijnt weer. We passeren München via parken en buitenwijken. Bezoek aan het centrum bewaren we voor een andere keer, nu fietsen we lekker verder. Het is mooi groen. We hebben geen idee van de ochtendspits in deze grote stad.

We rijden de hele ochtend langs de Isar. Het is mooi, onverhard trappen zonder nadenken.

Onze enige zorg is koffie, daarvoor moeten we ergens van het pad af. Google helpt, maar het aangegeven Gästhaus is gesloten. We behelpen ons bij een tankstation.

Wat verder op lijkt de route afgesloten. Toch loopt een klein paadje langs. We zien wat er gebeurd is, het oorspronkelijke pad is in de rivier gestort. Dat levert mooie plaatjes.

Na de lunch is het beeld van de route anders. We rijden niet meer langs een rivier maar gewoon door het binnenland, glooiende heuvels vol graan, afgewisseld met mais. Elk dorpje heeft een wit kerkje en als het even kan ook een meiboom.

Het treintje dat vroeger de hopplukkers naar deze streek bracht rijdt niet meer. Er ligt een fietspad op het oude tracé. Het voert ons langs velden vol hoge stellages waar de hop langs geleid wordt. 

We eindigen de dag in Au in der Hallertau, een gehucht met een bijzondere naam. Een Au schijnt een waterrijk weidegebied te zijn en Hallertau het grootste aaneengesloten hopteeltgebied van de wereld. In het dorp zit een brouwerij met Biergarten. Daar gaan we morgen zeker heen. 

D11

8 juli, Prien am Chiemsee – München

Als we wakker worden tikt de regen op de tent. Hier hadden we niet op gerekend. We ontbijten in de tent. En tegen de tijd dat we de natte tent in pakken is de regen gestopt. De buren komen nog even langs voor een praatje, dus opschieten doen we niet.

Het eerste stuk is pittig door het bos. Carry wordt tegengehouden door een mevrouw met paarse jas ‘halt’. Bij sommige mensen werkt autoriteit averechts, dus Carry wil weten waarom. Op het moment dat zij zegt dat ze bomen aan het kappen zijn, gaat er een boom met een geweldige klap neer. 

Tot München fietsen we de D11, een langeafstandfietspad dwars door Duitsland. We rijden langs de Mangfall. Het is aardig te zien hoe het water met grote stenen gereguleerd wordt. Het ziet er bijna natuurlijk uit. En als mensen groeten, is het ‘servus’. 

Het gaat niet vanzelf vandaag. Met dit weer zijn de uitzichten niet zo spannend. Het is zo veel frisser dan de afgelopen dagen dat ik het af en toe koud heb en het schiet niet op. Uiteindelijk komen we aan in een buitenwijk van een buitenwijk van München. We betalen €12,50 om de fiets te mogen parkeren in de Tiefgarage. We hangen de tent te drogen in de hotelkamer en het grondzeil in de douche. Morgen zijn we er weer klaar voor. 

Beieren

7 juli, Ainring – Prien am Chiemsee

Als we het dorp uit rijden is onze route afgesloten. Een wielrenner rijdt door, dus wij ook. Helaas worden we terug gestuurd en moeten we over de grote weg. Achter ons verdwijnen de toppen van de Alpen langzaam uit het zicht.

Hier zijn de heuvels glooiend en liggen de huizen verspreid. Aan de balkons hangen bakken felgekleurde geraniums en petunia’s. Tegen de huizen staan grote stapels brandhout. Er staan hoge meibomen met mooi geschilderde figuren. Regelmatig hangt er in de berm een Jezus aan het kruis. Hier lijkt de tijd te hebben stil gestaan. 

We hebben flinke wind tegen. Dat is hard werken. Voor de temperatuur is die wind wel prettig. Het is rustig onderweg, we komen wat andere fietsers tegen. Het contrast met de Alpe-Adria is groot. 

We rijden over een mooi vlak pad, om een steil paadje in het bos te vermijden. We zijn verbaasd dat het niet in een route is opgenomen. Maar dan is de weg afgesloten en moeten we terug. Het blijkt een gevangeniscomplex te zijn. De geschiedenis gaat lang terug, in de tweede wereldoorlog was het een werkkamp. 

Eindpunt van vandaag is een camping bij de Chiemsee. Onze Nederlandse buren zijn hier ook met de fiets. Dat is leuk kletsen bij de tent. Minder gezellig zijn de naaktslakken die ik overal terug vind.

Wolken

6 juli, Bischofshofen – Ainring

Het regent als we wakker worden en het is flink afgekoeld. We hebben de lange broeken weer tevoorschijn gehaald. Als we beneden komen zit de hele ontbijtzaal vol fietsers. Per ongeluk zitten we aan het eind van de eerste etappe vanuit Salzburg. In de parkeergarage zoekt iedereen zijn fiets. Er hangt een schoolreisjessfeer. 

Buiten hangen de wolken laag. Het lijkt alsof het in een dag herfst geworden is. Het geeft ineens een heel ander beeld van het landschap. 

Burg Hohenwerfen ligt mooi tussen de wolken. Voor de cinefielen onder ons, hier is ‘Where eagles dare’ opgenomen en voor de fietsers, de helling ernaar toe is 9%.

Terwijl ik mijn vest weer eens verwissel voor mijn regenjas bedenk ik me wat ik van de Alpe-Adria route vind. De landschappen zijn prachtig, de route is grotendeels over rustige paden en we kunnen lekker doorfietsen. Maar tegelijkertijd is het wel erg toeristisch en druk en een beetje te aangeharkt. 

De regenjas kan weer uit als we verder rijden langs de Salzach. Langzaamaan wordt het warmer. We rijden Salzburg binnen. Het is hartstikke druk, gedachtenloos rijden we verder en zijn we zo maar de stad uit.

Net buiten Salzburg kruisen we de Saalach en zijn we in Duitsland. Dat lijkt dichtbij huis, maar we hebben nog zo’n 1200 kilometer te gaan. 

Alpen

5 juli Obervellach – Bisschofshofen

Met alle verhalen zijn we flink bang gemaakt voor de klim van vanochtend. Gelukkig is het bewolkt en niet zo warm. De eerste tegemoet komende fietser roept ‘respect’, dus moet het echt wel erg worden. Uiteindelijk is het vooral een kwestie van doorzetten en geduldig doortrappen.

Het laatste stuk is donkerrood bij Garmin, dat zijn de stevige hellingen. Het blijken gewoon een paar haarspeldbochten. Die gaan zeker lukken. En dan is de klim klaar, zo moeilijk was het niet. Al waren het ruim 500 hoogtemeters binnen zeven kilometer.

In Mallnitz houdt de weg op. Hier gaan we met een trein door de Alpen. Het grootste probleem is om de fietskaartjes te kopen bij de automaat. Dat wil niet lukken. Rondvragen op het terras maakt duidelijk dat de paar andere fietsers het ook zonder doen. We zien wel.

Voor onze fietsen is er een speciale ‘veewagon’. Het is niet druk, maar we mogen hier niet blijven. We moeten helemaal voorin naar de personenwagons. In 11 minuten zijn we door de tunnel. 

Aan de andere kant is het echt bewolkt. Het is jammer, want met zon is het landschap waarschijnlijk nog veel mooier. We doen zelfs een vestje aan voor de afdaling.

In Bad Gastein stoppen we even bij de waterval. Het plaatsje is zo’n echt Kurort met grote hotels. De fietsers die ons tegemoet komen hebben het moeilijk, dit is het traject dat zij moeten klimmen.

De route is bijna vlak, het fietst gemakkelijk. Dan rijden we op een fietspad langs de provinciale weg en moeten we een tunnel van 1680 meter door. Dit keer is de tunnel geen probleem, er ligt een breed fietspad met een hek er langs. Zo’n luxe hebben we niet eerder gehad. 

Van hieraf rijden we hoog langs het dal met fantastische uitzichten. Diep onder ons stroomt de Salzach. Blijkbaar zijn er dit weekend veel fietsers in Salzburg aan de Alpe-Adria begonnen want er blijven ons mensen tegemoet komen. Hier wordt wel gegroet. Het pad is vrij gelijkmatig maar heeft nog wat venijnige klimmetjes.

Het laatste stuk schiet lekker op in het dal langs de rivier. Dat is mooi, want de donkere luchten voorspellen weinig goeds. Als we aankomen bij het hotel begint het te regenen. 

Trein

4 juli, Olsach – Obervellach

Gisteravond hebben we uitgezocht wat we vandaag gaan fietsen. Het ging met name hoeveel we willen klimmen, want we kunnen de Tauernpas alleen per trein over. Conclusie was dat we al in Spittal de trein nemen, dat scheelt een stevige klim voor mijn beurse billen.

Spittal ligt op 11 kilometer, dus vanochtend doen we op het gemak. Dat komt ook mooi uit, want de tent staat in de schaduw en is kletsnat. 

Maar dan is het toch mis. De trein rijdt wel, maar alle fietsplekken, 8 per trein, zijn tot ver in de middag gereserveerd. Er rest ons niets anders dan een nieuw plan te maken. We strijken neer op het terras van de stationsrestauratie. Sinds januari is een Tukker de eigenaar. Hij zegt ook weer hoe mooi de route is en hoe steil het laatste stuk, zelfs met de auto.

En inderdaad de route is fantastisch. Het is heerlijk om door het dal te fietsen met aan twee kanten hoge bergen. Blauwe luchten, groen beboste bergen, gele akkers, witte kerkjes, kleine riviertjes, Oostenrijk op zijn mooist. 

Het restaurant waar we lunchen heeft een gutbürgerliche Küche met vooral schnitsels. De sfeer in de eetzaal ligt tussen die van een sanatorium en een crematorium. Maar er moet gegeten worden, want met een lege maag kun je niet klimmen. En onderwijl zie ik hoog boven ons een goederentrein langs rijden, als een plaatje uit een speelgoedfolder. 

We beginnen de klim, eerst richting  Obervellach. Inmiddels hebben we de wind flink op kop. Het is mooi en het is ploeteren. Dan komt Carry met het idee om de laatste 500 meter omhoog morgenochtend te doen, als het koeler is. Een prima plan. Er is nog plaats in een oud familiehotel. Als we binnen komen zitten er zes mannen en vrouwen in een blauwgebloemde outfit. We horen hen zingen en het voelt als een familiereünie van Sound of Music. 

Drau

3 juli, Malborghetto Valbruna – Olsach

Gisteren beviel wel, dus eigenlijk ga ik ervanuit dat vandaag gewoon hetzelfde zal zijn. De eerste kilometers is dat ook zo, want het treintraject loopt tot Treviso. Vanaf hier rijden we over kleine wegen door het bos. En we rijden naar beneden. Nog steeds rijden ons veel mensen tegemoet, na gisteren is het leuk nu hen te zien ploeteren bergop. 

De richtingbordjes langs de weg geven Austria aan. Geruisloos rijden we Oostenrijk in. Er is meer aandacht voor de provincie dan voor de landsgrens.

Het fietspad langs de weg leidt ons naar de rivier de Gail. Tot Villach rijden we er langs, over een mooi onverhard fietspad door het bos. Het is heerlijk fietsweer, lekker zonnig, mooi windje en niet te warm.

Vanaf Villach volgen we de Drau, een brede turquoise rivier. We zijn ondertussen al zo ver de Alpen over dat deze rivier naar de Donau stroomt en niet meer naar de Adriatische zee. Hier lijken de bergen lager, maar we zien in de verte sneeuwtoppen. 

Carry heeft voor vanavond een camping gevonden, net twee maanden open. Met dit weer is het heerlijk om eindelijk weer eens te kamperen. 

Tegenliggers

2 juni Buja – Malborghetto Valbruna

Gisteravond heeft het geonweerd. Nu is de lucht blauw en de ergste hitte verdwenen. We rijden verder over de Alpe-Adria. De Alpen komen steeds dichter bij. 

We stoppen voor koffie in Venzone, een klein ommuurd stadje. Vanaf het pleintje torenen de bergen hoog om ons heen. Ik vraag me af wat het met je wereldbeeld doet als dit je horizon is. 

Vanaf hier volgt de Alpe-Adria een oud spoortraject, inmiddels met mooi asfalt. We stijgen de hele dag, maar zo geleidelijk dat we het amper merken. We passeren wat spoorbruggen en een heleboel tunneltjes, de meeste zijn verlicht. Het is lekker, zo koel als ze zijn. 

We lunchen bij een oud station. Het is druk met fietsers. Het zijn er zo veel dat je niet eens een praatje begint. En er is van alles wat, van de lichtste racefietsen tot de dikste ebikes. En allemaal rijden ze naar het zuiden.

Eigenlijk is het wel een beetje een fietspad voor watjes. We fietsen zonder nadenken, het pad wijst zichzelf en we stijgen zonder dat het zeer doet, het is een soort vals plat. En ondertussen schieten we lekker op. 

We volgen de rivier de Fella. Het rivierdal wordt smaller naarmate de dag vordert. Behalve het fietspad lopen er een regionale weg en een snelweg. Het verbaast hoe de snelweg dorpen mag doorsnijden en met geluid overal aanwezig is. In het smalle dal liggen de diverse wegen als spaghetti door elkaar.

Als we uiteindelijk het fietspad afrijden en in Malborghetto aankomen zien we grote bakken geraniums aan de houten balkons. Het ziet er al uit als Oostenrijk. Dat past bij die grenspaal die we eerder vandaag zagen, tot 1918 wás dit Oostenrijk.

Italiaans

1 juli, Monfalcone – Buja

Italiaanser dan dit wordt het niet. De wegen zijn een lappendeken van stukjes asfalt en de fietspaden lijken willekeurig te starten en op te houden. Zo heeft het ene dorp op elke straathoek een richtingbordje en lijkt het andere zich niet bewust van het bestaan van fietsers.

Italiaanser wordt het ook niet als je kijkt naar de kleine kerkjes, de piazza’s, de cipressen, de wijngaarden en de koffie op de terrassen. En alles begeleid door oorverdovende krekels. Wat is dat toch met dit land, dat het zo bijzonder maakt? 

Ook de binnenstad van Udine voldoet aan alle voorwaarden, met een mooie piazza en een klokkentoren met de Venitiaanse leeuw.

Vanaf Udine volgen we de Alpe-Adria, de fietsroute van Salzburg naar de Adriatische zee, al rijden wij ‘m natuurlijk de andere kant uit. Het blijkt een populaire route. Er rijden ons in een halve dag meer vakantiefietsers tegemoet dan in de hele vakantie tot nu toe. Hier past overigens wel enige aanvulling, de meesten rijden op een grote elektrische MTB, zonder bagage maar met buik. En eerlijk gezegd mogen ze ook wel wat vaker glimlachen.

Steeds duidelijker zien we ze in de verte, bergen. Ik heb geen idee of het de Alpen zijn, de Dolomieten of de Karawanken, maar ze komen er aan, en wij gaan er over heen.

Monfalcone

30 juni, Lucija – Monfalcone

We rijden verder over de Parenzana. Het is echt een fantastisch fietspad, mooi onderhouden, met goede uitzichten over de wijngaarden en af en toe een tunneltje.

Het fietspad voert ons langs Koper, waar gigantische containerschepen liggen. We rijden er in een mooie boog omheen. 

Langs de kust ligt maar een smal stuk Slovenië, want nog voor de koffie zijn we er doorheen. Op dat moment bedenk ik me dat we in dit land alleen over fietspaden gereden hebben. Fietsen in Italië is meteen heel Italiaans, met onlogische bochten en smalle fietspaadjes. Zelfs het landenbord ontbreekt bij de grens, of beter het grensje. 

Dat we nu in Italie zijn voelt als een kantelpunt van onze reis. Tot nu toe waren we onderweg, nu beginnen we echt aan de terugweg.

In Muggia nemen we de boot naar Triëst. Onze fietsen kunnen makkelijk mee. Onze schoenen is een ander verhaal, alle fietsers moeten hun schoenen uit vanwege krassen op de houten vloer. Midden in Triëst worden we afgezet. Wat een mooie, statige, warme stad. 

We doen een rondje over de Piazza dell’Unità d’Italia, een gigantisch plein, aan een kant open naar zee. We lunchen met uitzicht  op het Canal Grande. Dan kijken we elkaar aan, blijven we hangen in de stad? Nee, het laatste stukje, over de SS14 langs de Adriatische zee naar Monfalcone, doen we ook.

Carry had berichten gelezen dat de SS14 een drukke weg zou zijn. Dat ervaren wij anders, of hebben we al te vaak drukke wegen gehad? Het is bijna vlak, het is bewolkt en we kunnen heerlijk doorrijden. En met maar 35 graden vinden we zelfs dat de temperatuur prima te doen is.