Trein

4 juli, Olsach – Obervellach

Gisteravond hebben we uitgezocht wat we vandaag gaan fietsen. Het ging met name hoeveel we willen klimmen, want we kunnen de Tauernpas alleen per trein over. Conclusie was dat we al in Spittal de trein nemen, dat scheelt een stevige klim voor mijn beurse billen.

Spittal ligt op 11 kilometer, dus vanochtend doen we op het gemak. Dat komt ook mooi uit, want de tent staat in de schaduw en is kletsnat. 

Maar dan is het toch mis. De trein rijdt wel, maar alle fietsplekken, 8 per trein, zijn tot ver in de middag gereserveerd. Er rest ons niets anders dan een nieuw plan te maken. We strijken neer op het terras van de stationsrestauratie. Sinds januari is een Tukker de eigenaar. Hij zegt ook weer hoe mooi de route is en hoe steil het laatste stuk, zelfs met de auto.

En inderdaad de route is fantastisch. Het is heerlijk om door het dal te fietsen met aan twee kanten hoge bergen. Blauwe luchten, groen beboste bergen, gele akkers, witte kerkjes, kleine riviertjes, Oostenrijk op zijn mooist. 

Het restaurant waar we lunchen heeft een gutbürgerliche Küche met vooral schnitsels. De sfeer in de eetzaal ligt tussen die van een sanatorium en een crematorium. Maar er moet gegeten worden, want met een lege maag kun je niet klimmen. En onderwijl zie ik hoog boven ons een goederentrein langs rijden, als een plaatje uit een speelgoedfolder. 

We beginnen de klim, eerst richting  Obervellach. Inmiddels hebben we de wind flink op kop. Het is mooi en het is ploeteren. Dan komt Carry met het idee om de laatste 500 meter omhoog morgenochtend te doen, als het koeler is. Een prima plan. Er is nog plaats in een oud familiehotel. Als we binnen komen zitten er zes mannen en vrouwen in een blauwgebloemde outfit. We horen hen zingen en het voelt als een familiereünie van Sound of Music. 

Drau

3 juli, Malborghetto Valbruna – Olsach

Gisteren beviel wel, dus eigenlijk ga ik ervanuit dat vandaag gewoon hetzelfde zal zijn. De eerste kilometers is dat ook zo, want het treintraject loopt tot Treviso. Vanaf hier rijden we over kleine wegen door het bos. En we rijden naar beneden. Nog steeds rijden ons veel mensen tegemoet, na gisteren is het leuk nu hen te zien ploeteren bergop. 

De richtingbordjes langs de weg geven Austria aan. Geruisloos rijden we Oostenrijk in. Er is meer aandacht voor de provincie dan voor de landsgrens.

Het fietspad langs de weg leidt ons naar de rivier de Gail. Tot Villach rijden we er langs, over een mooi onverhard fietspad door het bos. Het is heerlijk fietsweer, lekker zonnig, mooi windje en niet te warm.

Vanaf Villach volgen we de Drau, een brede turquoise rivier. We zijn ondertussen al zo ver de Alpen over dat deze rivier naar de Donau stroomt en niet meer naar de Adriatische zee. Hier lijken de bergen lager, maar we zien in de verte sneeuwtoppen. 

Carry heeft voor vanavond een camping gevonden, net twee maanden open. Met dit weer is het heerlijk om eindelijk weer eens te kamperen. 

Tegenliggers

2 juni Buja – Malborghetto Valbruna

Gisteravond heeft het geonweerd. Nu is de lucht blauw en de ergste hitte verdwenen. We rijden verder over de Alpe-Adria. De Alpen komen steeds dichter bij. 

We stoppen voor koffie in Venzone, een klein ommuurd stadje. Vanaf het pleintje torenen de bergen hoog om ons heen. Ik vraag me af wat het met je wereldbeeld doet als dit je horizon is. 

Vanaf hier volgt de Alpe-Adria een oud spoortraject, inmiddels met mooi asfalt. We stijgen de hele dag, maar zo geleidelijk dat we het amper merken. We passeren wat spoorbruggen en een heleboel tunneltjes, de meeste zijn verlicht. Het is lekker, zo koel als ze zijn. 

We lunchen bij een oud station. Het is druk met fietsers. Het zijn er zo veel dat je niet eens een praatje begint. En er is van alles wat, van de lichtste racefietsen tot de dikste ebikes. En allemaal rijden ze naar het zuiden.

Eigenlijk is het wel een beetje een fietspad voor watjes. We fietsen zonder nadenken, het pad wijst zichzelf en we stijgen zonder dat het zeer doet, het is een soort vals plat. En ondertussen schieten we lekker op. 

We volgen de rivier de Fella. Het rivierdal wordt smaller naarmate de dag vordert. Behalve het fietspad lopen er een regionale weg en een snelweg. Het verbaast hoe de snelweg dorpen mag doorsnijden en met geluid overal aanwezig is. In het smalle dal liggen de diverse wegen als spaghetti door elkaar.

Als we uiteindelijk het fietspad afrijden en in Malborghetto aankomen zien we grote bakken geraniums aan de houten balkons. Het ziet er al uit als Oostenrijk. Dat past bij die grenspaal die we eerder vandaag zagen, tot 1918 wás dit Oostenrijk.

Italiaans

1 juli, Monfalcone – Buja

Italiaanser dan dit wordt het niet. De wegen zijn een lappendeken van stukjes asfalt en de fietspaden lijken willekeurig te starten en op te houden. Zo heeft het ene dorp op elke straathoek een richtingbordje en lijkt het andere zich niet bewust van het bestaan van fietsers.

Italiaanser wordt het ook niet als je kijkt naar de kleine kerkjes, de piazza’s, de cipressen, de wijngaarden en de koffie op de terrassen. En alles begeleid door oorverdovende krekels. Wat is dat toch met dit land, dat het zo bijzonder maakt? 

Ook de binnenstad van Udine voldoet aan alle voorwaarden, met een mooie piazza en een klokkentoren met de Venitiaanse leeuw.

Vanaf Udine volgen we de Alpe-Adria, de fietsroute van Salzburg naar de Adriatische zee, al rijden wij ‘m natuurlijk de andere kant uit. Het blijkt een populaire route. Er rijden ons in een halve dag meer vakantiefietsers tegemoet dan in de hele vakantie tot nu toe. Hier past overigens wel enige aanvulling, de meesten rijden op een grote elektrische MTB, zonder bagage maar met buik. En eerlijk gezegd mogen ze ook wel wat vaker glimlachen.

Steeds duidelijker zien we ze in de verte, bergen. Ik heb geen idee of het de Alpen zijn, de Dolomieten of de Karawanken, maar ze komen er aan, en wij gaan er over heen.

Monfalcone

30 juni, Lucija – Monfalcone

We rijden verder over de Parenzana. Het is echt een fantastisch fietspad, mooi onderhouden, met goede uitzichten over de wijngaarden en af en toe een tunneltje.

Het fietspad voert ons langs Koper, waar gigantische containerschepen liggen. We rijden er in een mooie boog omheen. 

Langs de kust ligt maar een smal stuk Slovenië, want nog voor de koffie zijn we er doorheen. Op dat moment bedenk ik me dat we in dit land alleen over fietspaden gereden hebben. Fietsen in Italië is meteen heel Italiaans, met onlogische bochten en smalle fietspaadjes. Zelfs het landenbord ontbreekt bij de grens, of beter het grensje. 

Dat we nu in Italie zijn voelt als een kantelpunt van onze reis. Tot nu toe waren we onderweg, nu beginnen we echt aan de terugweg.

In Muggia nemen we de boot naar Triëst. Onze fietsen kunnen makkelijk mee. Onze schoenen is een ander verhaal, alle fietsers moeten hun schoenen uit vanwege krassen op de houten vloer. Midden in Triëst worden we afgezet. Wat een mooie, statige, warme stad. 

We doen een rondje over de Piazza dell’Unità d’Italia, een gigantisch plein, aan een kant open naar zee. We lunchen met uitzicht  op het Canal Grande. Dan kijken we elkaar aan, blijven we hangen in de stad? Nee, het laatste stukje, over de SS14 langs de Adriatische zee naar Monfalcone, doen we ook.

Carry had berichten gelezen dat de SS14 een drukke weg zou zijn. Dat ervaren wij anders, of hebben we al te vaak drukke wegen gehad? Het is bijna vlak, het is bewolkt en we kunnen heerlijk doorrijden. En met maar 35 graden vinden we zelfs dat de temperatuur prima te doen is. 

Parenzana

29 juni, Novigrad – Lucija

Langzaamaan fietsen we Kroatië uit. We rijden door Umag, dat zich de deur van Istrië noemt. Die deur is dan bij deze dicht. Het is vrij vlak hier en we zien veel (elektrische) fietsen. Vakantiefietsers hebben we al een tijdje niet meer gezien.

Het mooiste van vandaag zijn de laatste twintig kilometer langs de Parenzana trail, een oud smalspoorlijntje, dat nu als fietspad in gebruik is. Het is mooi grind, en het pad loopt is als voor een trein naar beneden, met een mooi flauwe helling.

Het uitzicht over de zoutpannen van Piran is weids. De begroeiing geeft schaduw, er is niemand. Op deze manier kunnen we zelfs met deze temperatuur wel een dagje doorfietsen. 

De grens met Slovenië is een kleine onderbreking van het pad. De gebouwen zijn nog uit de tijd van de grenscontroles. Nu is er niemand en kunnen we gewoon doorrijden. 

Morgen rijden we naar Triest, we vinden het te warm om dat in één keer te doen. Dus als we een aardig hotel zien houden we het voor gezien voor vandaag. De tweede helft van de week wordt het minder warm, we kijken ernaar uit.  

Novigrad

28 juni, Rovinjsko Selo – Novigrad

Na een klein stukje klimmen mogen we dalen. We rijden nog over de grote weg, achter me vormt zich een file. Ze blijven geduldig achter me, tot ik stop in een parkeerhaven om hen voorbij te laten. 

We rijden door het bos. Aan de kraampjes langs de weg te zien moeten hier de truffels voor het oprapen zijn. In de diepte ligt de fjord Limskog. In mijn beleving heeft alleen Noorwegen fjorden, maar dit schijnt er ook een te zijn. Het bos eromheen ligt vol onverharde fietspaden. En eerlijk is eerlijk, het is prima fietsen in de schaduw op deze paden. 

We rijden verder langs de kust. Het is een aaneenschakeling van campings, hotels en parken. Uiteindelijk hebben we het wel gezien en vluchten we naar de grote weg.

Het is snoeiheet, maar het vrijliggend fietspad rijdt gemakkelijk. En leve de bureaucratie, precies op de gemeentegrens houdt het op. 

Eindpunt van vandaag is Novigrad. Dit klinkt alsof Tito zelf dit dorp gesticht heeft, maar niets is minder waar. Ook hier loopt de geschiedenis meer dan 2000 jaar terug tot de Illyriërs. Een paar honderd jaar later waren het de Grieken die het Neapolis, nieuwe stad, noemden en dat is het gebleven. De sfeer op de boulevard is al bijna Italiaans. 

Istrië

27 juni, Pula – Rovinjsko Selo

Halverwege de nacht werden we wakker omdat de airco het niet deed. In een kamer direct onder het dak viel dat niet mee. Dus we stappen een beetje brak op de fiets. We willen nu gewoon weg uit de stad, we laten de lokale Romeinse geschiedenis voor wat het is. Gisteravond hebben we een rondje rond het kolossale amfitheater gedaan, ruim tweeduizend jaar geschiedenis mooi uitgelicht. De rest geloven we wel, al is het jammer van dat vloermozaïek. 

Het fietsen gaat onverwacht soepel. De route is een bekende afwisseling van binnenwegen, kiezelstrandjes, het onvermijdelijke onverhard en wat corvé op de grote weg.

Langs het strand is het druk, iedereen wandelt op het fietspad op zoek naar een plekje. De geur van zonnebrand walmt je tegemoet. Het verwondert me hoeveel mensen uitgebreid liggen te zonnebaden. De kust van Istrië is toeristischer dan wat we tot nu toe gezien hebben. We rijden langs gigantische campings en de campers en caravans die ons passeren hebben nationaliteiten uit de hele EU.
We stoppen voor koffie. De ober heeft geen taart voor ons, maar brengt wel een extra glas limonade. Steeds weer zijn mensen hier in Kroatië aardig en behulpzaam. 

Een groot deel van de route van vandaag is onverhard. Het gravel van Istrië is beduidend fijner dan dat van Dalmatië. Het is een soort champagne-gravel, iets grover dan dat wat je op de tennisbaan vindt. Dit is wel te doen. Dan kunnen we ook een beetje doorrijden en is het niet zo warm.

Al voor de lunch komen we aan bij ons apartement. Het is genoeg voor vandaag. Zo lang het zo heet is blijven we bij een aangepast programma. Dat geeft tijd voor andere dingen.

Ferries

26 juni, Biograd na Moru – Pula

We nemen drie keer de ferry vandaag. We beginnen met de oversteek naar Pasman. Dit is een van de 48 bewoonde Kroatische eilanden en het enige dat we deze vakantie aandoen. Onze route heeft er meer, maar daar hebben we met deze warmte geen zin in. Dat komt nog wel een keer.

Pasman is 21 kilometer lang en we fietsen de hele lengte. De weg glooit een beetje en we passeren kleine dorpjes. Aan de overkant zien we het vaste land.

De EV8 staat overal met bordjes aangegeven. Het is warm maar zo aan zee valt de temperatuur mee. Of is dat de bonus van mijn nieuwe Kroatische kapsel?

Overal wordt al gezwommen. Het is grappig dat het in het ene dorp veel drukker is dan in het andere. Dat zal wel liggen aan de kwaliteit van de plaatselijke horeca. Als we stoppen voor koffie zijn we tot onze verbazing de enigen op het volle terras die geen bier drinken.

De volgende ferry brengt ons terug naar het vaste land. We rijden langs de stadsmuren van Zadar van de ene haven naar de andere. We gaan even de stad in, vlakbij het oude Forum Romanum met uitzicht op de kathedraal vinden we een bankje in de schaduw. Het is te warm om meer te doen dan wachten op de ferry naar Pula.

Gravel

24 juni, Sibenik – Biograd na Moru

We stappen op tijd op. Het is nog even zoeken om de stad uit te komen. Mijn Garmin heeft het moeilijk in deze straatjes en prompt raak ik Carry kwijt. En daar begint voor hem het wachten van vandaag. 

Ook vandaag rijden we een halve etappe, het is nog steeds te warm voor meer – in elk geval in mijn tempo.

Zo onderweg gaat er van alles door mijn hoofd. Vandaag spook ik over gravel rijden en onverhard fietsen. Van de verhalen die ik ken is de een nog enthousiaster dan het ander. Nou, laat ik maar eerlijk zijn, het is niet aan mij besteed. Ik ken de theorie, die wordt me ook meermaals uitgelegd, leg je handen losjes op het stuur, laat alles gewoon gaan, je fiets doet al het werk. Dat kan wel zo zijn. Ik vind het gedoe. Doe mij maar gewoon een verhard pad. Ik hou niet van los grind en van gestuiter over stenen.

Maar zo gaat het vandaag niet. We rijden grote stukken onverhard, of beter gezegd, een van ons rijdt lang en de ander wacht. Maar eerlijk is eerlijk, als het me lukt mijn blik van de weg los te rukken, zijn de uitzichten mooi. Maar wat een verademing als we weer terug zijn op de verharde weg, zeker als die klein en rustig is. 

En dan arriveren we in Biograd, een klein kustplaatsje. We blijven een dagje voor we oversteken naar Pasman en in Zadar de boot pakken naar Pula.