15 juni, Rashtish – Virpazar
We ontbijten op het terras. Met de hoteleigenaar hebben we het over de toetreding van Montenegro tot de EU. Hij kan niet wachten, hij noemt de Balkan vuur en de EU het bluswater.

Gisteren zijn we halverwege de helling gestopt, dus we moeten meteen weer aan de bak. We zien de zee langzaam uit beeld verdwijnen.

Als we de hoek omgaan worden we verrast door het turquoise Meer van Skadar in de diepte. Wat een uitzicht!

In het hotel vertelden ze dat er weinig horeca is onderweg, dus zo gauw we koffie zien in Ostros stoppen we. De barkeeper vindt ons een beetje gek om zo ver te fietsen. Hij waarschuwt voor het verkeer de volgende kilometers, omdat de weg erg smal is. Het valt alles mee.

De weg staat vol bloeiende tamme kastanjes met varens. Als ik even stop voor een foto hoor ik de bijen zoemen. Het is mooi fietsen in de schaduw.

We dalen. We klimmen. Er is een uitzichtpunt. We maken een praatje met twee Sloveense motorrijders van tegen de vijftig. Zij verstaan het Montenegrijns. In de Joegoslavische tijd was Servisch-Kroatisch op school verplicht voor hen.

Van hieraf rijden we verder langs het meer. Het weggetje is smal en ligt hoog tegen de berghelling. Fietsend aan de kant van het meer zijn er stukken waar mijn hoogtevrees heel graag een vangrail gehad had. Nu is het wel heel diep en leeg naast me. Maar de panorama’s blijven onbeschrijflijk mooi.

Bij de lunch met zelfgemaakte granaatappellimonade schuift ineens een bekende aan, de Zeeuw die Carry eerder tegenkwam. Hij zag Carry’s fiets staan en stopte. Het is altijd mooi om elkaars ervaringen te horen.

Na een laatste bult, en nog meer goede uitzichten, komen we aan in Virpazar. Met alle bootjes die hier liggen lijkt het een soort Giethoorn. We doen luxe vandaag, met een hotel met zwembad. En natuurlijk heeft het zwembad een waanzinnig uitzicht.













































































