4 mei Iznik – Osmaneli
Het weer is nog steeds prut. Er ligt een depressie boven Turkije die pas halverwege de week weg trekt. Tot die tijd doen wij veel kleren over elkaar aan. Het motto bij het inpakken ‘alles wat je thuis laat is meegenomen’ voorziet niet in regenbroeken, dikke truien en handschoenen. Gisteren heb ik me gewonnen gegeven en een warme broek gekocht.

Als we wegrijden is het droog. We rijden langs de Groene moskee en de Lefkepoort de stad uit. Gezien het weer hebben we de route aangepast en rijden we vooral langs de grote weg. Desondanks is het rustig fietsen. We rijden door olijfboomgaarden. Er staan wat kraampjes langs de weg met blikken olijfolie en zwarte olijven. Met dit weer ziet het er triest uit.

Blijkbaar is het geld op, want de weg versmalt tot een tweebaansweg. Het asfalt is een lappendeken vol geulen en bulten. Inmiddels regent het. Vrachtwagens passeren ons voorzichtig. Opspattend water doorweekt ons en ik voel het water in mijn schoenen.

Dan is daar de afslag, een onverharde weg. Met dit weer is het een opgave, vooral omdat er toch een flinke klim in zit.

Bovenop staat Carry me op te wachten. Net als we onszelf weer bij elkaar geraapt hebben voor het laatste stukje en verder rijden in de regen, komt ons een man tegemoet. Hij biedt ons thee aan. We hebben de moed niet om af te stappen en bedanken voor het aanbod.

Vanaf hier rijden we naar beneden over een mooie asfaltweg met schitterende uitzichten. We zien hoe mooi we het hier zouden kunnen vinden. Nu is het vooral koud. Met 9 graden geeft dalen met 30 km/uur zulke koude vingers dat ik het liefst mijn remmen los zou laten.

Kleumend en nat komen we bij ons hotel. We zijn weer onderweg en morgen wordt het vast beter weer.




























































