Novigrad

28 juni, Rovinjsko Selo – Novigrad

Na een klein stukje klimmen mogen we dalen. We rijden nog over de grote weg, achter me vormt zich een file. Ze blijven geduldig achter me, tot ik stop in een parkeerhaven om hen voorbij te laten. 

We rijden door het bos. Aan de kraampjes langs de weg te zien moeten hier de truffels voor het oprapen zijn. In de diepte ligt de fjord Limskog. In mijn beleving heeft alleen Noorwegen fjorden, maar dit schijnt er ook een te zijn. Het bos eromheen ligt vol onverharde fietspaden. En eerlijk is eerlijk, het is prima fietsen in de schaduw op deze paden. 

We rijden verder langs de kust. Het is een aaneenschakeling van campings, hotels en parken. Uiteindelijk hebben we het wel gezien en vluchten we naar de grote weg.

Het is snoeiheet, maar het vrijliggend fietspad rijdt gemakkelijk. En leve de bureaucratie, precies op de gemeentegrens houdt het op. 

Eindpunt van vandaag is Novigrad. Dit klinkt alsof Tito zelf dit dorp gesticht heeft, maar niets is minder waar. Ook hier loopt de geschiedenis meer dan 2000 jaar terug tot de Illyriërs. Een paar honderd jaar later waren het de Grieken die het Neapolis, nieuwe stad, noemden en dat is het gebleven. De sfeer op de boulevard is al bijna Italiaans. 

Istrië

27 juni, Pula – Rovinjsko Selo

Halverwege de nacht werden we wakker omdat de airco het niet deed. In een kamer direct onder het dak viel dat niet mee. Dus we stappen een beetje brak op de fiets. We willen nu gewoon weg uit de stad, we laten de lokale Romeinse geschiedenis voor wat het is. Gisteravond hebben we een rondje rond het kolossale amfitheater gedaan, ruim tweeduizend jaar geschiedenis mooi uitgelicht. De rest geloven we wel, al is het jammer van dat vloermozaïek. 

Het fietsen gaat onverwacht soepel. De route is een bekende afwisseling van binnenwegen, kiezelstrandjes, het onvermijdelijke onverhard en wat corvé op de grote weg.

Langs het strand is het druk, iedereen wandelt op het fietspad op zoek naar een plekje. De geur van zonnebrand walmt je tegemoet. Het verwondert me hoeveel mensen uitgebreid liggen te zonnebaden. De kust van Istrië is toeristischer dan wat we tot nu toe gezien hebben. We rijden langs gigantische campings en de campers en caravans die ons passeren hebben nationaliteiten uit de hele EU.
We stoppen voor koffie. De ober heeft geen taart voor ons, maar brengt wel een extra glas limonade. Steeds weer zijn mensen hier in Kroatië aardig en behulpzaam. 

Een groot deel van de route van vandaag is onverhard. Het gravel van Istrië is beduidend fijner dan dat van Dalmatië. Het is een soort champagne-gravel, iets grover dan dat wat je op de tennisbaan vindt. Dit is wel te doen. Dan kunnen we ook een beetje doorrijden en is het niet zo warm.

Al voor de lunch komen we aan bij ons apartement. Het is genoeg voor vandaag. Zo lang het zo heet is blijven we bij een aangepast programma. Dat geeft tijd voor andere dingen.

Ferries

26 juni, Biograd na Moru – Pula

We nemen drie keer de ferry vandaag. We beginnen met de oversteek naar Pasman. Dit is een van de 48 bewoonde Kroatische eilanden en het enige dat we deze vakantie aandoen. Onze route heeft er meer, maar daar hebben we met deze warmte geen zin in. Dat komt nog wel een keer.

Pasman is 21 kilometer lang en we fietsen de hele lengte. De weg glooit een beetje en we passeren kleine dorpjes. Aan de overkant zien we het vaste land.

De EV8 staat overal met bordjes aangegeven. Het is warm maar zo aan zee valt de temperatuur mee. Of is dat de bonus van mijn nieuwe Kroatische kapsel?

Overal wordt al gezwommen. Het is grappig dat het in het ene dorp veel drukker is dan in het andere. Dat zal wel liggen aan de kwaliteit van de plaatselijke horeca. Als we stoppen voor koffie zijn we tot onze verbazing de enigen op het volle terras die geen bier drinken.

De volgende ferry brengt ons terug naar het vaste land. We rijden langs de stadsmuren van Zadar van de ene haven naar de andere. We gaan even de stad in, vlakbij het oude Forum Romanum met uitzicht op de kathedraal vinden we een bankje in de schaduw. Het is te warm om meer te doen dan wachten op de ferry naar Pula.

Gravel

24 juni, Sibenik – Biograd na Moru

We stappen op tijd op. Het is nog even zoeken om de stad uit te komen. Mijn Garmin heeft het moeilijk in deze straatjes en prompt raak ik Carry kwijt. En daar begint voor hem het wachten van vandaag. 

Ook vandaag rijden we een halve etappe, het is nog steeds te warm voor meer – in elk geval in mijn tempo.

Zo onderweg gaat er van alles door mijn hoofd. Vandaag spook ik over gravel rijden en onverhard fietsen. Van de verhalen die ik ken is de een nog enthousiaster dan het ander. Nou, laat ik maar eerlijk zijn, het is niet aan mij besteed. Ik ken de theorie, die wordt me ook meermaals uitgelegd, leg je handen losjes op het stuur, laat alles gewoon gaan, je fiets doet al het werk. Dat kan wel zo zijn. Ik vind het gedoe. Doe mij maar gewoon een verhard pad. Ik hou niet van los grind en van gestuiter over stenen.

Maar zo gaat het vandaag niet. We rijden grote stukken onverhard, of beter gezegd, een van ons rijdt lang en de ander wacht. Maar eerlijk is eerlijk, als het me lukt mijn blik van de weg los te rukken, zijn de uitzichten mooi. Maar wat een verademing als we weer terug zijn op de verharde weg, zeker als die klein en rustig is. 

En dan arriveren we in Biograd, een klein kustplaatsje. We blijven een dagje voor we oversteken naar Pasman en in Zadar de boot pakken naar Pula. 

Hittegolf

23 juni, Seget Vranjica – Sebenik

Ik moet echt moed verzamelen om vandaag weer op de fiets te stappen. Het is om 8 uur al 30 graden. Gisteren had ik veel last van de warmte en ik kijk niet uit naar nog zo’n dag.

Binnen een paar kilometer loop ik mijn fiets naar boven te zeulen terwijl het zweet op de grond drupt. Het voelt alsof al mijn energie nodig is om te koelen en er voor het fietsen weinig over is. Met deze hitte voelt zelfs een halve etappe als amper haalbaar.

We volgen de EV8. Op dit traject van de route is het een mooie rustige weg langs de olijven. De vlinders fladderen om ons heen, vooral geelzwarte koningspages. Carry staat ergens zo lang op me te wachten dat een slang tevoorschijn durft te komen. De bidons raken leeg. We vragen een mevouw bij een huis ze te vullen.

En dan langzaamaan wordt het klimmen minder, wordt het wat bewolkt en gaat het allemaal wat minder stroef. We dalen naar de kust. De blauwgroene zee ziet er heerlijk uit. 

We rijden steeds weer langs kleine strandjes. Het is nog steeds heet. We stappen af om even te gaan zwemmen. Carry duikt de zee in. Als hij zich aankleedt zoekt hij zijn bril, hij heeft geen idee waar die is. Ik vraag of hij zijn bril wel heeft afgezet bij het zwemmen. Dat geeft even stress. Dan loopt hij de zee in en vindt hem feilloos terug op de plek waar hij erin is gedoken.

Eindpunt vandaag is Sibenik, ook al zo’n mooi Kroatisch stadje. Het is ons gelukt dat ene appartementje te vinden dat alleen maar via trappen te bereiken is. 

We maken nog een rondje door de stad. We bezoeken de kathedraal. Deze heeft een bijzondere bouwstijl. Wat ons raakt is dat er nog kogelgaten in de deur zitten van de laatste oorlog. De kaartverkoopster vertelt vol afkeer hoe ook de koepel gebombardeerd was, maar inmiddels gerestaureerd is. De geschiedenis is hier heel dichtbij.

Kust

22 juni, Split – Seget Vranjica

De keizer had een paleis, ik heb een park. En wat is het fijn fietsen door het park in de schaduw. Maar zo mooi blijft het niet. We rijden een aantal kilometers door buitenwijken en langs industrieterreinen voor we Split echt uit zijn. 

We rijden verder langs de kust. Op de smalle kiezelstrandjes is het druk. Iedereen heeft een vrije dag. Vandaag wordt het begin van de Kroatische antifascistische verzetsbeweging in de Tweede Wereldoorlog herdacht. Dat is een nationale feestdag. Voor ons is het feest dat er geen vrachtverkeer is. 

Het zijn mooie dorpjes waar we doorheen rijden. Er staat een kerktoren met een rood puntdakje, een strandje met wat restaurantjes en heel veel verkeersdrempels. Dat stuitert flink op mijn beurse billen. Die zijn niet optimaal nadat ik in Dubrovnik een uitglijer gemaakt heb. 

We rijden de brug over om te lunchen in Trogir. Volgens de routeomschrijving zou je hier een halve dag kunnen blijven om alles te zien. Daar vinden we het echt veel te warm voor. We houden het bij klein rondje door het oude centrum en een bord risotto.

Het is fijn rijden langs het strand. Het is hartstikke warm, maar er is een windje. En dan is er het laatste stukje, er is geen weg meer maar alleen een smal onverhard steil paadje naar het volgende dorp.

Ons hotel ligt aan het water. Natuurlijk gaan we ook nog even zwemmen.

Pensioen

21 juni, Split

Toen Keizer Diocletianus, als enige Romeinse keizer ooit, met pensioen wilde gaan liet hij een paleis bouwen. Het werd een optrekje van 38.000 m2, met plaats voor ruim 1000 slaven en evenzoveel militaire ondersteuning. Het voorplein, het Peristyle, werd gedecoreerd met 12, toen al eeuwenoude, sfinxen die hij had meegebracht uit Egypte. Er is er nog een over.

Volgens de overlevering sloeg hij hier na zijn pensioen aan het tuinieren. In de eeuwen na zijn dood werd het paleis een toevluchtsoord voor burgers uit Salona bij aanvallen van Slavische stammen. Langzaamaan werd het paleis een ommuurde stad. En dat is het nog steeds.

Mooi verhaal is het mausoleum voor Diocletianus, dit was 17 eeuwen geleden deel van zijn pensioenvoorziening. Het bestaat nog steeds. Alleen is het nu deel van de St. Domniuskathedraal. En dat had Diocletianus, aanjager van de christenvervolgingen, en degene die bisschop Domnius heeft laten vermoorden, vast nooit bedacht.

Dit bejaardenhuis voor Diocletianus is nu een mooie binnenstad. Het is wat rommeliger dan Dubrovnik. Dat is na een aardbeving eind 17e eeuw herbouwd, daarmee is de stijl behoorlijk eenduidig. Split is het wat minder gepolijst en spreekt ons meer aan.  

We hebben een heerlijk dagje stad gehad met mooie straatjes, oude tempels en koele kelders. Ook hier in Split is Game of Thrones opgenomen, met uitleg achteraf herkenden we het. 

En voor wie zich verbaast over de sprong van Dubrovnik naar Split, we hebben gisteren wat eilanden overgeslagen en een directe boot naar Split genomen. Zo blijven we, met deze onverwachte warmte, toch een beetje op schema. 

Dubrovnik

19 juni, Stoliv – Dubrovnik

Gisteren hadden we een campingdagje. We hebben een wasje gedraaid, een beetje gezwommen en gekletst met andere fietsers. En we hebben ons verwonderd over de gigantische cruiseschepen in de baai. Wat is de lol van vakantie in een drijvende galerijflat?

Nu rijden we op het gemak verder. We worden ingehaald door golfkarretjes met toeristen. Dat is ook een manier om de omgeving te bekijken.

Met een pontje steken we de baai over. Van hier rijden we naar de grens. Onze route is wat rommelig, we rijden over de grote weg. Als we uitwijken naar een kleinere raken we verzeild tussen de badgasten. Al met al duurt het tot na de koffie voor we een lekker fietsritme te pakken hebben. Dat is weer duidelijk hoe fijn een goede route is.

We gaan klimmend Montenegro uit. Ergens op de helling staat in de struiken een welkomstbord voor Kroatië, we zijn het voorbij voor we het door hebben. Dat wat leek op een nieuw-landritueel is bij deze mislukt. Of is het ritueel inmiddels dat we op de fiets de rij voorbij rijden?

Eerste indruk van Kroatië is dat het rijker en aangeharkter is dan Montenegro. We zijn ook weer terug in de EU, dat is echt duidelijk als we een Natura2000 gebied inrijden. Wat opvalt zijn de cipressen en de krekels. Sinds de grens zijn die er ineens weer. Horen die bij elkaar?

We hebben bedacht dat we in Cavtat de ferry naar Dubrovnik nemen. We rijden met 12% naar beneden naar de haven. Op zo’n moment duim ik dat de ferry ook echt gaat. 

Cavtat heeft een mooi haventje en er gaan bootjes naar Dubrovnik. Het is nog even zoeken naar een die onze fietsen mee wil nemen. De kaartverkoper verzekert ons dat er geen probleem is. De kapitein kijkt bedenkelijk, maar als hij hoort dat we uit Istanboel komen is het ijs gebroken. Carry mag voorop zitten bij de fietsen. 

We leggen aan bij de oude stadsmuren van Dubrovnik. Wat een fantastische manier om de oude stad binnen te komen.

We doen een klein rondje binnenstad met de fiets aan de hand. De drukte valt mee.

De stad is waanzinnig goed opgeknapt, alles klopt precies. Maar misschien juist daardoor voelt het als een openluchtmuseum.

Top

17 juni, Cetinje – Stoliv

Het heet niet voor niets in Montenegro, ook vanochtend klimmen we weer. Het is nog niet zo warm, de klim gaat geleidelijk. Dat is fijn, want het zijn 15 kilometer omhoog en we hebben gisteren nog niet helemaal verteerd. Carry rijdt makkelijk van me weg. Hij koopt alvast de kaartjes voor het Nationaal Park Lovcen. Als ik aan kom rijden staat de bewaker midden op de weg en reikt me het kaartje aan.

We klimmen door. Langzaamaan maken de bomen plaats voor rotsen. We zitten boven de 1000 meter. Het landschap is totaal anders dan dat van de laatste dagen. In de verte zien we nog één keer het meer van Skodër. Volgens de routebeschrijving is dit het hoogste punt, 1421 meter. Ik had een pas verwacht maar het enige dat er staat is een bordje dat waarschuwt voor de afdaling.

En dan zijn we aan de andere kant. In de diepte liggen de baai van Tivat en de baai van Kotor. Wat een uitzicht!

We dalen. Het is 1400 meter naar beneden. Ik zou bij elke bocht kunnen stoppen om te kijken, wat is het mooi hier.

En eigenlijk wil ik ook stoppen bij elke bocht om moed te verzamelen om door te fietsen. Want naast me is het heel diep en op veel stukken ontbreekt een muurtje. 

De weg is smal. Soms wil er een bus langs dan staat alles stil en wordt er flink gemanoeuvreerd. Het is niet druk. Met alle haarspeldbochten rijdt het verkeer niet al te hard. Ergens halverwege de helling valt me op dat de bochten genummerd zijn, we passeren nummer 19. 

Tegen de tijd dat we beneden zijn heb ik kramp in mijn handen van het remmen. Op zeeniveau valt op hoe omsloten de baai is en hoog de bergen zijn. 

Het is druk op straat, maar alle verkeer gaat rechts af naar Kotor, aangeprezen als Dubrovnik-light zonder drukte. Wij gaan links, op weg naar de camping.

Het weggetje loopt vlak langs het water. Het slingert tussen keienstrandjes en huizen met rode daken. Het is alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Hier zetten we ons tentje op en blijven we een dagje genieten van het uitzicht.

Meer

16 juni, Virpazar – Cetinje

Als we het dorp uitrijden rijden we meteen omhoog. Het is nog niet warm en het klimmen gaat soepel. Langzaam verdwijnt het meer van Shkodër, ofwel het Skadarsko Jezero, in de diepte.

Carry rijdt voor me. Hij appt dat hij aan de koffie zit. Ik rij een rommelig erf op. Ze maken allerlei drinkbaars van fruit en het kan allemaal geproefd worden. De grootvader probeert ons een fles grappa aan te praten. Als dat niet lukt, neemt hij zelf maar een slok. 

We rijden door het bos. Soms is net de weg in de verte te zien. Ook hier geurt de Toscaanse Jasmijn. Al sinds Turkije staat deze overal langs de weg. 

En dan rijden we de hoek om en ligt daar in de diepte weer het meer. Het is zo bijzonder. Hebben we ooit met zo’n mooi uitzicht gefietst?

We eten een vroege lunch op een terras aan het water. Vanaf hier wordt het serieus klimmen. 13,5 kilometer met bijna 700 hoogtemeters. Het is ploeteren. In de zon zie ik temperaturen van rond de 45 graden. Er is geen uitzicht meer, er zijn alleen maar bomen.

We volgen de EV8 en komen op de snelweg terecht, inclusief tunnel. Dus zo gauw het kan, gaan we er weer af. Bij mij gaat het licht compleet uit. Ik heb last van de warmte en mijn benen willen niet meer.

Carry rijdt voor me. Hij laat een banaan achter aan een boom. Dat helpt de motor weer op gang.