11 juni, Elbasan – Tiranë
Vandaag rijden we naar Tirana. Op de borden wordt Tirana in het Shqip, het Albanees, aangeduid als Tiranë. De grote weg gaat door een tunnel. Wij volgen de oude weg, die over de Qafa e Krrabës, de Krrabë-pas, gaat. Deze ligt op 830 meter. Vanuit Elbasan is het een klim van 13,5 kilometer, niet heel steil, wel heel lang.

Langzaamaan verdwijnt Elbasan uit beeld. Of beter, eerst krijgen we Elbasan met een groot bedrijventerrein helemaal in beeld en dan laten we het langzaam achter ons. En voor de toeristische diehards, de berg in de verte is de heilige berg Tomorr.

Het is klimmen zoals klimmen gaat. Ik zie in de verte boven me een brug of een huis en bedenk dat dat hoog is. Maar na een tijdje ploeteren passeer ik het vanzelf.

De bermen bloeien. Brem staat overal verspreid en ruikt heerlijk. Er komen ons meerdere keren herders met een kudde tegemoet. Gelukkig zonder hond.

Er loopt een schildpad aan de kant van de weg. In mijn verbeelding schat hij mijn tempo in en bedenkt hij dat hij makkelijk nog kan oversteken. Maar dan trekt hij zich toch terug in zijn schild.

Er komen me een paar Franse fietsers tegemoet. Met een charmant accent roepen ze ‘You are almost there. Your man is waiting for you at the top’. En dat doet hij, met koffie.

Van hier af rijden we samen naar beneden. Het Krrabë-gebergte is dan wel niet zo hoog, maar we zitten op het hoogste punt. Aan deze kant is alles veel groener. De uitzichten zijn spectaculair en te groots, te weids om in foto’s te vangen.

We kletsen even met drie fietsers op weg naar Istanboel en even later met een Amerikaans stel dat bike-packend in de Balkan hun huwelijksreis doorbrengt.

Langzaamaan rollen we weer terug de bewoonde wereld in. Het is warm. Het laatste stuk Tirana in is doorbijten maar dan wacht ons een siësta in een hotelkamer met airco.
