17 mei, Konya – Seydisehir
We laten ons het eerste stuk wegbrengen door een busje. Ergens in the middle of nowhere stappen we uit. De chauffeur vindt het wat vreemd, hij geeft ons nog een flesje water mee voor onderweg. De plek lijkt wat willekeurig, maar op 1570 meter is dit het hoogste punt van vandaag. Als we dan toch vals spelen, doen we het goed.

We rijden de hele dag langs de D696, een vierbaanssnelweg. Het is verrassend rustig. Misschien komt dat omdat het zondag is, dat gaan we morgen merken.

Op deze hoogte is het landschap kaal met weinig begroeiing, een steppelandschap. Regelmatig staan er borden voor sneeuwkettingen.

We dalen. Met een flinke tegenwind moeten we toch trappen. We hebben weidse uitzichten. Vanaf de snelweg blijf je toch een beetje toeschouwer. Als we even stoppen komt een oudere vrouw naar ons toe. We krijgen een heel verhaal maar we hebben geen idee waarover. Als ze weg loopt vragen we ons af of we leeftijdgenoten zijn.

Langzaamaan wordt het groener om ons heen. Het graan op de velden heeft hier al aren. We horen krekels. Voor ons is dat een voorbode van de Middellandse Zee. Dat is wat vroeg, we zitten nog op de rand van het Anatolisch plateau, we moeten morgen het Taurusgebergte nog over. We overnachten in Seydisehir. Tussen de bebouwing door zien we de toppen met sneeuw.
