18 februari Carmen – Jagna
Uiterlijk half 2 willen we in Jagna zijn voor de boot naar het volgende eiland. Tussen ons en de haven liggen zo veel hoogtemeters dat we het eerste stuk met een busje doen. Het is een mooi stuk, met inderdaad twee flinke klimmen. Het is luxe om ons even zo te laten vervoeren.

Vanaf 790 meter rijden we naar beneden. Het is een beetje bewolkt maar de uitzichten zijn prachtig. We rijden door oerwoud en langs rijst. Hier is de rijst nog niet helemaal rijp en zó helder groen. Het geeft haast licht. In de verte is de zee al te zien. We krijgen er geen genoeg van en stoppen regelmatig voor foto’s.

We zijn ruim op tijd in de haven, maar er gaat vandaag geen boot ’due to strong wind and rough seas’. Kijkend naar de weersverwachting betwijfelen we of er morgen wel gevaren wordt. De dame achter het loket geeft het wel een kans – of is het de Filipijnse gewoonte liever geen nee te zeggen? Morgen gaan we het zien.

We strijken neer op een terrasje. Bij een verse smoothie overwegen we onze opties. Conclusie is dat we een nacht hier in Jagna blijven.

Overigens, het is misschien al opgevallen, de meeste plaatsnamen komen uit de koloniale tijd en zijn Spaans. Wij spraken het dus uit als Gagna, maar we werden toegelachen, het is Hagna.

Vanuit Jagna fietsen we naar Kinahugan falls, een waterval een paar kilometer verderop. Die 400 hoogtemeters in tien kilometer nemen we graag voor lief.
