11 mei, Emirdag – Çay
Voor de eerste keer deze vakantie rijden we in kort/kort de stad uit. Het is prettig warm.

We steken de grote weg over en rijden het binnenland in. De uitzichten zijn weer fantastisch.

Natuurlijk moeten we klimmen. Als ik boven kom staat Carry te praten met een herder. Of eigenlijk beter, ze zoeken een manier om te communiceren.

We rijden door een klein dorpje. Het laatste huis wordt bewaakt door een grote hond met een stalen halsband met centimeters lange pinnen. Hij blaft, hij springt en hij is het er duidelijk niet mee eens dat ik er langs wil. Schreeuwen helpt niet. Pas als ik mijn fiets stil zet en de hond door iemand geroepen wordt durf ik verder.

Met een paar stevige haarspeldbochten komen we op de snelweg terecht. De weg is heerlijk rustig en schoon. De berm ligt vol troep. Wat opvalt zijn de flessen pis. Blijkbaar hebben chauffeurs geen zin om te stoppen en lossen ze het zo op.

We passeren een soort paddenstoel met een gouden hoed. Bij de kranen zitten mensen grote hoeveelheden flessen te vullen. Een bord meldt dat deze fontein in 1923 gesticht werd door Baci Sultan, een dame die iets nuttigs wilde doen. ‘Moge Allah (verheven is Hij) tevreden zijn met hen die hebben bijgedragen en gediend, en moge zij die drinken uit de bron genezing vinden, inshallah…’

Wij vullen onze bidons en praten nog even met een Waalse gastarbeider, een leuk gesprek in het Frans. Wat me bij blijft is zijn vraag, ‘kan ik jullie helpen, hebben jullie alles wat je nodig hebt?’

Aan de overkant van de grote weg liggen de resten van een ondergrondse stad. We zien de ingang en de weg ernaar toe. We besluiten dat we dat een andere keer gaan zien.

Bij de volgende afslag van de snelweg slaan we af en gaan op het gemak voor de lunch. Ons uitzicht is kaal. Zijn alle bomen in de kachel verdwenen en niet herplant?

De weg voert door wat kleine dorpjes. We rijden weer over weidse vlaktes. In de verte zien we serieuse sneeuwtoppen, uitlopers van het Taurusgebergte. De wind komt van ver. En het is zo fantastisch om hier te fietsen door dit uitgestrekte, kale landschap.

In Bolvadin stoppen we voor thee met een taartje. Het is een serieuse bakkerij, met vitrines vol baklava en taartjes. Het is zo bijzonder dat er buitenlanders komen, dat ze een filmpje voor Instagram van ons maken.

Het laatste stuk rijden we, met de wind vol op kop, langs de snelweg naar de bergen toe.
