2 maart Baïs – Siquijor
We hebben nog niet besloten wat we gaan doen vandaag, op Negros blijven of met de boot naar Sequijor. Om de boot te halen moeten we om 12 uur in Dumaguete zijn. Als het ontbijt lang op zich laat wachten constateren we dat het hotel de keuze voor ons heeft gemaakt.

We stappen op. Ons boekje heeft heeft het over verkeersdrukte maar het valt alles mee. Het is bewolkt. Het straatbeeld wordt bepaald door de suikerrietoogst. Er staan lange rijen wachtende vrachtauto’s vol suikerriet en de weg ligt vol modder en afgevallen stukken riet.

En dan ineens is het suikerriet klaar en zien we weer rijst. We passeren een stadje. Op de kruising staan verkeersregelaars om de stroom tuktuks uit de zijstraten te laten passeren. Ze hebben buffs voor hun gezicht tegen de smog.

Inmiddels is de zon doorgebroken. Met de wind in de rug schieten we lekker op. In dit tempo gaan we de boot halen. Klokslag 12 zijn we in de haven. Zonder gedoe halen we twee tickets. Ook binnen schiet het op. Ik word uit de rij gehaald en moet mee naar een achterafkantoor om te betalen voor de fietsen. Het is duurder dan ons eigen ticket en ik krijg geen briefje. Dat komt nog wordt me verzekerd. Als het na enen wordt, twijfelen we. Gaat dit goed? Maar er komt iemand met een briefje, en dan wordt er wat vaags omgeroepen. Het gaat goed.

Het is een korte oversteek. Binnen drie kwartier staan we op Siquijor. Dit eiland is veel kleiner dan Negros, ongeveer zo groot als de provincie Utrecht (of om in eilandtermen te blijven, twee keer Texel).

Na een heuse kikkererwtenburger rijden we naar de rustige oostkant van het eiland.

We fietsen nog wat steile stukken en dan landen we aan het einde van de wereld. Een mooi klein stenen huisje, met een trapje waar bij vloed de golven tegenaan klotsen.
