26 februari Bayawan – Sipalay
We rijden op het gemak. In deze warmte kan het ook niet anders. Het is rustig op de weg. We worden ingehaald door brommers, die op allerlei manieren zijn omgebouwd voor passagierstransport. Er passen zo maar 10 kinderen in schooluniform op. En wat die uniformen betreft, die hebben altijd een smetteloos wit bloesje.

We stoppen om wat te drinken. Er staan wat Duitse nummerborden. En inderdaad, de eigenaar is een 74-jarige Duitser. Hij schuift bij ons aan en wat volgt is een waterval aan verhalen. Alsof hij zijn Duits weer even mag loslaten.

Er zijn wat dingen uit zijn verhalen die blijven hangen, het lokale dagloon van 150 peso (€2,25) en de omschrijving van westerse echtgenoten als moneytrees. En als we weg gaan ‘der Chef akzeptiert kein Trinkgeld’.

We fietsen langs de zee. Overal zien we vissersboten, op het water en op het strand. In de dorpen ruiken we de vis. De verse vis wordt verkocht, maar wordt ook gedroogd. We stoppen om even te kijken naar het drogen van sardientjes. Er wordt ons meteen een zak aangeboden. Dat is heel lief, maar dat aanbod slaan we af.

We lunchen in een tentje langs de weg. Ook hier veel schalen waar we uit kunnen kiezen. Het eten wordt op een plastic bordje afgepast. Voor schoolkinderen gaat het daarna in een plastic zakje om mee te nemen.

Wij eten ter plekke. Inclusief twee cola betalen we €3,50. Het contrast met het resort waar we vanavond slapen kan niet groter zijn. Vooral omdat we ons vergisten in de mail, de prijs was per nacht en niet voor 2 nachten. We blijven, het is te warm om verder te fietsen.
