12 mei, Çur – Aksehir

Met uitzicht op een paar besneeuwde toppen rijden we Çay uit. Vandaag rijden we langs de voet van de bergen, steeds zien ze aan onze rechterhand. We rijden een mooie route, die meteen al versperd wordt door een kudde schapen.

We stoppen even bij een brugje om naar het uitzicht te kijken.

Juist op dat moment komt de muhtar, het dorpshoofd, langs. Hij stopt en laat zijn ID zien. Van een echt praatje komt het niet, er is geen taal gemeenschappelijk.

In het weiland zien we een mooi vijfhoekig torentje staan. Het blijkt een begraafplaats, met oude en nieuwe graven door elkaar. Het is een mooie, verstilde plek, vol bloeiend onkruid, waar de insecten zoemen.

We komen door wat kleine dorpjes. De huizen zien er wat beter uit dan gisteren, maar de geur van mest hangt overal. Het is duidelijk voorjaar, iedereen is aan het werk. Een imker inspecteert zijn korven. Er passeren kleine trekkers en in de boomgaarden wordt druk gemaaid. Iedereen groet.

Ons pad wordt een smal onverhard karrespoor. We fietsen langs geurende bermen. En de plassen die er liggen, die kunnen we hebben.

In het volgende dorpje stoppen we voor thee. Er zit iemand op een terras, maar er komt niemand naar buiten. Een voorbijganger die wat Engels spreekt haalt binnen thee voor ons. Als we weg gaan laten we wat geld achter op een tafeltje.

In Sultandaghi lunchen we onder een plataan, onder toeziend oog van Atatürk. We kijken uit over het plein, met een terras vol theedrinkende mannen en een caravanserai. Vanmiddag fietsen we verder door de boomgaarden naar Aksehir.

