30 mei, Akrate – Macynia
Na een rustdag laten we de camping achter ons. Bij het inpakken is er altijd zo’n moment van verbazing, gaat het lukken deze chaos op de fiets te laden? Maar dan is alles gevouwen, gerold en gepropt en past het weer prima. Het is alleen jammer als iemand zijn horloge kwijt is en alles er weer uit moet.

We waren op de camping niet de enige fietsers. Er was Fransman op weg naar Athene, een Nederlander op weg naar Italië en een Engelsman op weg naar Singapore. De eigenaar van de camping vindt het allemaal best, hij vindt het dorp al te ver om te fietsen.

Tot Patra fietsen we over de Peloponnesos naar het westen, ofwel met de zee aan de rechterhand. Dat is fijn, we fietsen zo dicht langs de zee dat we haar ruiken.

De Fransman tipte ons gisteren over een te volgen pad. Juist als we er op draaien komt ons een Frans gezin tegemoet, met twee kinderen van 10 en 14. De ouders hadden het gehad met hun werk en de stad waar ze woonden. Nu zijn ze sinds februari onderweg, via Athene naar Istanboel. Van daar vliegen ze naar Mongolië om verder te fietsen. Dan is naar huis fietsen toch een beetje gewoontjes.

Het pad van de Fransman is inderdaad prima, al moeten we even door een riviertje. Met frisse pootjes rijden we verder.

Als we even stil staan spreekt een vrouw ons aan, ze vraagt waar we heen fietsen. Zoiets lijkt haar ook wel wat, ooit, na haar pensioen. Nu heeft ze eerst nog twee kinderen waar ze achter aan holt en een man met overgewicht.

Al van verre zien we de pylonen van de brug bij Patras. Met 2880 meter is dit de langste tuibrug ter wereld. Er is geen fietspad. Of ze het vergeten zijn of dat het vanwege de wind te gevaarlijk is, we weten het niet. Er vaart wel een gratis veerboot, met prachtig uitzicht op de brug.
