30 juni, Lucija – Monfalcone

We rijden verder over de Parenzana. Het is echt een fantastisch fietspad, mooi onderhouden, met goede uitzichten over de wijngaarden en af en toe een tunneltje.

Het fietspad voert ons langs Koper, waar gigantische containerschepen liggen. We rijden er in een mooie boog omheen.

Langs de kust ligt maar een smal stuk Slovenië, want nog voor de koffie zijn we er doorheen. Op dat moment bedenk ik me dat we in dit land alleen over fietspaden gereden hebben. Fietsen in Italië is meteen heel Italiaans, met onlogische bochten en smalle fietspaadjes. Zelfs het landenbord ontbreekt bij de grens, of beter het grensje.

Dat we nu in Italie zijn voelt als een kantelpunt van onze reis. Tot nu toe waren we onderweg, nu beginnen we echt aan de terugweg.

In Muggia nemen we de boot naar Triëst. Onze fietsen kunnen makkelijk mee. Onze schoenen is een ander verhaal, alle fietsers moeten hun schoenen uit vanwege krassen op de houten vloer. Midden in Triëst worden we afgezet. Wat een mooie, statige, warme stad.

We doen een rondje over de Piazza dell’Unità d’Italia, een gigantisch plein, aan een kant open naar zee. We lunchen met uitzicht op het Canal Grande. Dan kijken we elkaar aan, blijven we hangen in de stad? Nee, het laatste stukje, over de SS14 langs de Adriatische zee naar Monfalcone, doen we ook.

Carry had berichten gelezen dat de SS14 een drukke weg zou zijn. Dat ervaren wij anders, of hebben we al te vaak drukke wegen gehad? Het is bijna vlak, het is bewolkt en we kunnen heerlijk doorrijden. En met maar 35 graden vinden we zelfs dat de temperatuur prima te doen is.
