Drau

3 juli, Malborghetto Valbruna – Olsach

Gisteren beviel wel, dus eigenlijk ga ik ervanuit dat vandaag gewoon hetzelfde zal zijn. De eerste kilometers is dat ook zo, want het treintraject loopt tot Treviso. Vanaf hier rijden we over kleine wegen door het bos. En we rijden naar beneden. Nog steeds rijden ons veel mensen tegemoet, na gisteren is het leuk nu hen te zien ploeteren bergop. 

De richtingbordjes langs de weg geven Austria aan. Geruisloos rijden we Oostenrijk in. Er is meer aandacht voor de provincie dan voor de landsgrens.

Het fietspad langs de weg leidt ons naar de rivier de Gail. Tot Villach rijden we er langs, over een mooi onverhard fietspad door het bos. Het is heerlijk fietsweer, lekker zonnig, mooi windje en niet te warm.

Vanaf Villach volgen we de Drau, een brede turquoise rivier. We zijn ondertussen al zo ver de Alpen over dat deze rivier naar de Donau stroomt en niet meer naar de Adriatische zee. Hier lijken de bergen lager, maar we zien in de verte sneeuwtoppen. 

Carry heeft voor vanavond een camping gevonden, net twee maanden open. Met dit weer is het heerlijk om eindelijk weer eens te kamperen. 

Tegenliggers

2 juni Buja – Malborghetto Valbruna

Gisteravond heeft het geonweerd. Nu is de lucht blauw en de ergste hitte verdwenen. We rijden verder over de Alpe-Adria. De Alpen komen steeds dichter bij. 

We stoppen voor koffie in Venzone, een klein ommuurd stadje. Vanaf het pleintje torenen de bergen hoog om ons heen. Ik vraag me af wat het met je wereldbeeld doet als dit je horizon is. 

Vanaf hier volgt de Alpe-Adria een oud spoortraject, inmiddels met mooi asfalt. We stijgen de hele dag, maar zo geleidelijk dat we het amper merken. We passeren wat spoorbruggen en een heleboel tunneltjes, de meeste zijn verlicht. Het is lekker, zo koel als ze zijn. 

We lunchen bij een oud station. Het is druk met fietsers. Het zijn er zo veel dat je niet eens een praatje begint. En er is van alles wat, van de lichtste racefietsen tot de dikste ebikes. En allemaal rijden ze naar het zuiden.

Eigenlijk is het wel een beetje een fietspad voor watjes. We fietsen zonder nadenken, het pad wijst zichzelf en we stijgen zonder dat het zeer doet, het is een soort vals plat. En ondertussen schieten we lekker op. 

We volgen de rivier de Fella. Het rivierdal wordt smaller naarmate de dag vordert. Behalve het fietspad lopen er een regionale weg en een snelweg. Het verbaast hoe de snelweg dorpen mag doorsnijden en met geluid overal aanwezig is. In het smalle dal liggen de diverse wegen als spaghetti door elkaar.

Als we uiteindelijk het fietspad afrijden en in Malborghetto aankomen zien we grote bakken geraniums aan de houten balkons. Het ziet er al uit als Oostenrijk. Dat past bij die grenspaal die we eerder vandaag zagen, tot 1918 wás dit Oostenrijk.

Italiaans

1 juli, Monfalcone – Buja

Italiaanser dan dit wordt het niet. De wegen zijn een lappendeken van stukjes asfalt en de fietspaden lijken willekeurig te starten en op te houden. Zo heeft het ene dorp op elke straathoek een richtingbordje en lijkt het andere zich niet bewust van het bestaan van fietsers.

Italiaanser wordt het ook niet als je kijkt naar de kleine kerkjes, de piazza’s, de cipressen, de wijngaarden en de koffie op de terrassen. En alles begeleid door oorverdovende krekels. Wat is dat toch met dit land, dat het zo bijzonder maakt? 

Ook de binnenstad van Udine voldoet aan alle voorwaarden, met een mooie piazza en een klokkentoren met de Venitiaanse leeuw.

Vanaf Udine volgen we de Alpe-Adria, de fietsroute van Salzburg naar de Adriatische zee, al rijden wij ‘m natuurlijk de andere kant uit. Het blijkt een populaire route. Er rijden ons in een halve dag meer vakantiefietsers tegemoet dan in de hele vakantie tot nu toe. Hier past overigens wel enige aanvulling, de meesten rijden op een grote elektrische MTB, zonder bagage maar met buik. En eerlijk gezegd mogen ze ook wel wat vaker glimlachen.

Steeds duidelijker zien we ze in de verte, bergen. Ik heb geen idee of het de Alpen zijn, de Dolomieten of de Karawanken, maar ze komen er aan, en wij gaan er over heen.

Monfalcone

30 juni, Lucija – Monfalcone

We rijden verder over de Parenzana. Het is echt een fantastisch fietspad, mooi onderhouden, met goede uitzichten over de wijngaarden en af en toe een tunneltje.

Het fietspad voert ons langs Koper, waar gigantische containerschepen liggen. We rijden er in een mooie boog omheen. 

Langs de kust ligt maar een smal stuk Slovenië, want nog voor de koffie zijn we er doorheen. Op dat moment bedenk ik me dat we in dit land alleen over fietspaden gereden hebben. Fietsen in Italië is meteen heel Italiaans, met onlogische bochten en smalle fietspaadjes. Zelfs het landenbord ontbreekt bij de grens, of beter het grensje. 

Dat we nu in Italie zijn voelt als een kantelpunt van onze reis. Tot nu toe waren we onderweg, nu beginnen we echt aan de terugweg.

In Muggia nemen we de boot naar Triëst. Onze fietsen kunnen makkelijk mee. Onze schoenen is een ander verhaal, alle fietsers moeten hun schoenen uit vanwege krassen op de houten vloer. Midden in Triëst worden we afgezet. Wat een mooie, statige, warme stad. 

We doen een rondje over de Piazza dell’Unità d’Italia, een gigantisch plein, aan een kant open naar zee. We lunchen met uitzicht  op het Canal Grande. Dan kijken we elkaar aan, blijven we hangen in de stad? Nee, het laatste stukje, over de SS14 langs de Adriatische zee naar Monfalcone, doen we ook.

Carry had berichten gelezen dat de SS14 een drukke weg zou zijn. Dat ervaren wij anders, of hebben we al te vaak drukke wegen gehad? Het is bijna vlak, het is bewolkt en we kunnen heerlijk doorrijden. En met maar 35 graden vinden we zelfs dat de temperatuur prima te doen is. 

Simplon

5 augustus Varzo – Brig

Gisteravond hebben we nog eens naar de weg over de Simplonpas gekeken. Garmin maakt de klimmetjes diepdonkerrood, de zwaarste categorie. Het boekje van Benjaminse lijkt wat optimistischer en heeft het over 6 tot 8 procent. Chatgpt vindt het een zware klim maar belooft ons op de top een epische beloning. Al met al zijn we er niet helemaal gerust op.

We starten vanuit Varzo op 539 meter. We rijden van de start af omhoog. Het is bewolkt en aan de frisse kant. Het maakt niet uit, al na een paar kilometer zijn onze shirts doorweekt. 

Ooit is deze weg door Napoleon aangelegd. Sindsdien zijn er veel tunnels bijgekomen. Die zijn tijdens het klimmen geen feest. We gaan zo langzaam dat al het andere verkeer ons inhaalt. Door de galm in de tunnel is het geluid verschrikkelijk. Het is elke keer een verrassing door wie of wat we nu weer ingehaald worden.

We passeren de Zwitserse grens. We merken het meteen aan de kwaliteit van de koffie. En waar we bij de lunch hadden gehoopt op een groot bord pasta, komen we nu niet verder dan een broodje ei. En ondertussen klimmen we door. 

In een aantal tunnels wordt gewerkt. Dat betekent stoplichten en filerijden. Soms is rekening gehouden met fietsers, dan krijgen we bij het stoplicht een paar minuten voorsprong. Helaas is dat met mijn tempo niet genoeg om de file voor te blijven.

En dan uit de laatste tunnel is de weg ineens vlakker. Nu voelen de toppen met sneeuw dichtbij. De weg heeft nog een laatste hobbel en dan zijn we op de pas, op 2005 meter hoogte. Al met al hebben we 1468 meter geklommen. De uitzichten zijn fantastisch en wij euforisch.

We maken wat foto’s en dalen in een uur naar Brig in het Rhonedal op 716 meter. We hebben bijna kramp in de handen van het remmen. En al rijdend verwonderen we ons dat we dit helemaal naar boven gereden hebben.

Opmaat

4 augustus Verbania – Varzo

We kunnen er niet meer omheen. Zo gauw we het hotel uitrijden zien we de Alpen voor ons. We menen zelfs sneeuw te zien. We doen nog een stukje fietspad en een mooi dorpje aan het water. Dan draaien we de via Sempione op, de weg naar de Simplon. 

Het is allemaal nog redelijk vlak. We trappen lekker door. In Vogogna zien een mooie burcht liggen. Terwijl we het erover hebben om te stoppen voor een foto trappen we door. En dan is het moment voorbij. En voor wie nieuwsgierig is, check Google.

We rijden nog steeds door het dal langs een rivier. Er zijn bordjes die in vier talen waarschuwen voor hoog water en vloedgolven. Op dit moment ziet de rivier er heel onschuldig uit. Als we om ons heen kijken zien we aan alle kanten bergen. Het is onontkoombaar, we moeten er echt overheen.

Net voorbij het kerkje in de weg van Masera stoppen we voor een dagmenu. Hier eten we in de tuin, met alle werklui van het dorp. Het zijn nog steeds Italiaanse prijzen. Nu hebben we voldoende basis voor wat komen gaat.

Het eerste stukje is meteen 12%. Dat is echt aanpoten. Gelukkig komen er wat haarspeldbochten achter aan en voor we het weten zijn we het dal uit. 

Vanaf nu is het gestaag klimmen. Het is zonnig en niet zo steil en de uitzichten zijn fantastisch. De bergen zijn waanzinnig mooi, hier fietsen is om kippenvel van te krijgen. 

Het is warm in de zon. We stoppen in Varzo, het laatste dorp voor de Simplonpas. Morgenochtend gaan we verder omhoog.

Lugano

3 augustus Porlezza – Verbania

Op zaterdagavond had onze camping livemuziek. De buurcamping ook. Wij lagen in ons tentje en voelden ons alsof we midden op het bevrijdingsfestival lagen. Na de muziek hebben de buurjongens nog wat nagekletst. Ofwel het wakker worden valt niet mee vanochtend.

We rijden langs het meer van Lugano, op de smalle weg tussen water en bergen. Gelukkig is het op zondagochtend niet druk, al lijkt het of iemand in Duitsland een blik Ferrari’s heeft open getrokken. We moeten een paar tunnels door. Gelukkig kunnen we ook een paar keer buitenom. Rond het meer zijn de bergen mooi en groot aanwezig. 

Dan passeren we de Zwitserse grens. We zijn inmiddels zo’n 1000 kilometer onderweg. Als Carry de douanier passeert zegt hij dat hij op me wacht. De man reageert door zijn tong uit te steken en te doen alsof hij de boter van een boterham likt.

We rijden door Lugano. Het boekje meldt meermaals hoe duur deze stad is. We vinden het vooral ingewikkeld fietsen. We moeten bij het station een flink stuk omhoog. Het kan alleen door de fiets te duwen. Als we halverwege zijn houdt een mevrouw me aan om in het Frans te vertellen dat het ook met een trammetje kan. We duwen gewoon door. Het lukt me om hier ergens zowel Carry als de route kwijt te raken. 

Als we elkaar weer gevonden hebben rijden we over het fietspad verder. We rijden Italië weer in. Hier is geen douanier te bekennen. 

De rest van de dag volgen we vooral fietspaden. Er is een mooi stuk over een oude trambaan. We vermijden een klimmetje van 100 meter door over de grote weg te gaan. Uiteindelijk komen we aan in Laveno aan het Lago Maggiore. Hiermee hebben we de Italiaanse grote meren gehad. We kruisen met een pontje. Hier hoeft niet gewacht te worden, deze vaart elke 20 minuten.

Aan de overkant fietsen we langs de boulevard van Verbania en vinden een overjarig hotel aan de rand van het meer.

Traag

2 augustus Valmadrera – Porlezza

Het heeft flink geregend vannacht. Als we wakker worden hangt de mist over de bergen aan de overkant van het meer. De weersverwachting voor vandaag is niet ideaal, maar in het hotel is vannacht geen plaats. Dus we starten langzaam in de hoop dat het weer beter wordt. 

Tegen de tijd dat het droog is stappen we op. We mogen meteen aan de bak met mijn favoriete spelletje, tunnels rijden. Van de eerste vijf kilometer is drie kilometer tunnel. Het is vooral het geluid dat het heftig maakt, het komt van alle kanten, je hebt geen idee of de auto’s van voor of achter komen.

Achter de tunnels schijnt de zon. We rijden over de weg tussen de bergen en het meer. Het is fantastisch. Op de smalle stukken rijden we aan de kop van een file.  De meeste auto’s wachten zonder toeteren op hun beurt. Tegemoetkomend zijn het de Nederlandse campers die aan kop rijden. 

In Bellagio willen we met het pontje naar de overkant. We moeten ruim een uur wachten. Vanaf het bankje waar we zitten hebben we mooi uitzicht op de overkant. We amuseren ons over de toeristen en de foto’s die hier achter elkaar gemaakt worden.

Het is een korte overtocht. We worden aangesproken door een Amerikaan, hij vindt het heel bijzonder wat we doen. Dat gaat hij zeker aan zijn vrienden thuis vertellen. Het mooiste is dat hij zich serieus afvraagt hoe we weer uit de vallei komen. 

Het traject Menaggio – Porlezza loopt over een oude treinbaan. We klimmen gestaag. Het is een mooi stuk door het bos met zelfs een oude treintunnel. Helaas is bij het voormalige station niets te happen. Dat wordt dus een late lunch met broodjes in het weiland. Het loopt inmiddels tegen vieren. We zijn er klaar mee voor vandaag.

We stoppen bij een camping aan het meer van Lugano. De camping is vol, maar er wordt een plekje gevonden naast een stacaravan. En dat past zelfs als de eigenaar van de stacaravan onverwacht toch komt. 

Nat

1 augustus Palosco – Valmadrera
Optimistisch als we zijn hadden we amper naar de weersapp gekeken. Die zag er prima uit voor vandaag. Dat pakt anders uit. Binnen vijf kilometer vallen de eerste druppels. We rijden door een mooi natuurpark langs de Serio. We zien wat konijnen oversteken, een mooi klein Italiaans maatje. Net als we onze regenjas aantrekken landt er een vliegtuig.

We moeten nog even langs de Decathlon, iemand heeft iets doms gedaan met een campinggasje. Als we weer buiten komen hoost het. Er rest ons niets anders dan wachten. Op het moment dat de regen even minder wordt stappen we op om naar een koffietent te rijden.

We wachten tot het onweer voorbij is en  we passen de route aan. Met dit weer gaan we niet steil omhoog naar de bovenstad van Bergamo. We houden het bij de oude benedenstad. Navigeren in de regen is overigens nog een verhaal op zich. Mijn schermpjes denken dat de dikke druppels mijn vingers zijn en vliegen alle kanten op. Er rest me niets anders dan strak bij Carry in het wiel zitten.

Het trekt langzaam open. Carry vindt het enige restaurant in de omgeving. Aan het bordje op de deur te zien hebben de inspecteurs van Michelin het al eerder gevonden. Ook in onze natte fietskleren is het een bijzondere lunch. Het is dat we nog moeten fietsen vandaag anders hadden we ook een wijnarrangement gedaan.

Van nu af rijden we echt de bergen tegemoet. De kerktorentjes zijn weer anders, niet meer zo vierkant en niet meer zo hoog. We kruisen de Adda met het pontje van Leonardo. Het schijnt dat die ooit bedacht heeft hoe je met een roer de waterstroom zo kan gebruiken dat je zonder extra kracht de rivier kan oversteken. 

Vanaf hier fietsen we langs de Adda. We fietsen het dal in. De bergen zijn steeds nadrukkelijker aanwezig, de zon schijnt en wij fietsen er midden in. Wat een feest om dit samen te doen.

Iseo

31 juli San Felice de Benaco – Palosco

Vanaf de camping moeten we meteen aan de bak. In de eerste paar kilometer stijgen we ruim 200 meter. Het is zo steil dat we niet harder dan stapvoets rijden. Natuurlijk worden de uitzichten over het Gardameer ook steeds mooier. 

Na een kilometer of 15 rijden we weer langs een riviertje. Op dit traject heeft niet alleen het water weinig ruimte, ook het fietspad is behoorlijk ingeklemd tussen water en grote weg.

Langs een lelijke cementfabriek, waar we al eens eerder over geschreven hebben, rijden we Brescia in. Het is een mooi provinciestadje en we stoppen aan een van de pleinen voor koffie. Twee vakantiefietsers willen de kerk aan de overkant bekijken, ze parkeren hun fiets naast de onze en vragen of we een oogje in het zeil willen houden. Fietsers onder elkaar?

Vanaf hier rijden we op de Ciclovia della cultura naar Bergamo. Een prima, redelijk vlak fietspad met steeds weer uitzicht op de bergen. We vragen een voorbijganger naar een plek voor de lunch. Die is net om de hoek. We zouden er zo voorbij gefietst zijn, met een in het groen verscholen entree. De uitstraling is enorm luxe, maar ook in onze fietskleding zijn we welkom. Voor 20 euro is er een prima menu van de dag.

Het is zonnig vandaag en niet te warm. Goed weer voor een siësta in de schaduw. En lekker weer om te fietsen.

Tot aan het meer van Iseo loopt het fietspad door. We worden er blij van. Het is vrij vlak met goede verharding. Het loopt door wijngaarden en achterafhoekjes en de uitzichten op de bergen zijn fantastisch. Langzaam dalen we weer tot aan het meer. We draaien een bocht om en ineens staan we aan de oever.