8 mei, Eskisehir – Çukurca

De receptionist van het hotel heeft gezegd dat we beslist bij de moskee op de hoek moeten kijken, en dat dat ook in onze fietskleren kan. Dus dat doen we.

Vanaf hier rijden we via de begraafplaats de stad uit. Het is een mooie rustige plek, waar de moezzin zingt terwijl wij omhoog fietsen.

We starten de dag op de grote weg. Niet omdat we zo van grote wegen houden, maar omdat het anders te ver fietsen is. Het is bewolkt. Dat maakt de uitzichten wat vlak. De weg is zeker niet vlak, die is echt vals plat. Met de nadruk op vals, we rijden constant zo’n 3, 4% omhoog. Het is fijn te merken dat het lijf dat steeds makkelijker aan kan.

Bij een Shell station stoppen we om wat te drinken. De inrichting van het winkeltje ziet er zo uit dat ik de zakken drop in het schap verwacht. Die zijn er niet, wel ayran, karnemelk, een prima dorstlesser.

We fietsen op het gemak door. Na 35 kilometer stoppen we voor lunch. Het duurt even voor ze onze bestelling begrijpen, maar dan wordt de pide vers gebakken.

De laatste dertig kilometer rijden we over een prima weg door het grote niets. Er staat een verkeersbord dat sneeuwkettingen aanraadt. Dat lijkt onvoorstelbaar. Het uitzicht is weids. We zien jonge graanakkertjes, we passeren een kudde koeien met een herder en dan is het verder grasland, rotsen en wat bomen.

In de jaren ‘80 was er een boekenserie over de stam van de holenbeer, een prehistorische groep mensen. In dit landschap kan ik me voorstellen dat ze van achter de rotsen tevoorschijn komen. We vragen ons af of we ooit door zo’n afgelegen gebied gefietst hebben.

Dit zijn de Phrygische hooglanden. Ondertussen rijden we boven de 1300 meter. Als ik een gehuchtje binnen fiets ligt er nog wat sneeuw. Er is er geen ontkomen aan als Carry me met een sneeuwbal staat op te wachten.

Tegen vijven bereiken we het eindpunt van vandaag. In een klein gehucht ligt hotel Midas Han, een herberg van een Nederlandse professor archeologie.
