13 mei, Askeshir – Derbent
De vraag van vandaag is waar we vanavond slapen. In Derbent schijnt een hotel te zijn, maar contactgegevens ontbreken. De receptionist kijkt mee tijdens het ontbijt. Hij vindt wat en is blij. Wij niet, want de regio Derbent waar hij mee komt is echt iets anders als de stad Derbent. We gaan gewoon, maar met licht onbehagen, want het is een lange pittige rit en we hebben geen terugvaloptie.

Gisteren reden we aan de voet van de berg, vandaag rijden we over de tenen. Het is een aaneenschakeling van korte steile klimmetjes.

Voor ons als buitenstaanders ziet het leven er hier traditioneel uit, vrouwen met hoofddoek en lange broek die wegkijken als ze Carry zien. Ik word wel begroet en toegelachen, maar niet door allemaal.

Er komen ons regelmatig trekkers tegemoet, vaak met echtparen erop, pa aan het stuur en ma op de wielkast. En soms stopt een auto omdat mensen nieuwsgierig zijn.

We lunchen in Doganhisar, een klein stadje. Hier is het straatbeeld compleet anders, hier zie je jonge meiden op brommers. Menu van de dag is mousaka met parelgort, een prima hap. Bekertje karnemelk erbij en baklava toe.

Het is alsof hier een knip ligt in de route. In de middag rijden we over een vlakte met de wind in de rug. Bij een afslag nemen we niet de weg naar Konya, maar gaan we de andere kant op. Zo vermijden we de snelweg. De uitzichten langs de route die we nu volgen kunnen zo op een ansicht. Rode klei, mooie bossen en een strak blauwe lucht.

En overal staan fonteintjes, de een wat mooier dan de ander.


Met een klein wegje rijden we door Çigil. De eerste huizen van het dorp zijn kleurrijk en traditioneel. Hier zitten vrouwen in donkere kleding op de grond met elkaar te kletsen. In het centrum is het wat westerser en lopen kinderen met jeans en schoolrugzakjes.

De heuvels glooien, het zonnetje schijnt en we rijden op ons gemak verder. Ineens schiet er van rechts een grote hond blaffend de weg op. In een flits springt Carry links van zijn fiets en gebruikt zijn fiets als scherm. Tegelijkertijd komt het baasje al aanrennen en neemt de hond mee.

Als we door het volgende dorpje rijden zie ik hoog boven me een fonteintje. Op het scherm van mijn Garmin herken ik die. Dit is de start van het toetje van vandaag, 7 kilometer klimmen, grotendeels onverhard en met stukken van boven 10%. Het is even doorbijten. Het hoogste punt van vandaag is 1556 meter.

We dalen wat naar Derbent. Als we het stadje binnen rijden bellen we met iemand van de Sufitrail. Die heeft in zijn huis een kamer beschikbaar. Dus we zijn onder de pannen.
