16 juni, Virpazar – Cetinje

Als we het dorp uitrijden rijden we meteen omhoog. Het is nog niet warm en het klimmen gaat soepel. Langzaam verdwijnt het meer van Shkodër, ofwel het Skadarsko Jezero, in de diepte.

Carry rijdt voor me. Hij appt dat hij aan de koffie zit. Ik rij een rommelig erf op. Ze maken allerlei drinkbaars van fruit en het kan allemaal geproefd worden. De grootvader probeert ons een fles grappa aan te praten. Als dat niet lukt, neemt hij zelf maar een slok.

We rijden door het bos. Soms is net de weg in de verte te zien. Ook hier geurt de Toscaanse Jasmijn. Al sinds Turkije staat deze overal langs de weg.

En dan rijden we de hoek om en ligt daar in de diepte weer het meer. Het is zo bijzonder. Hebben we ooit met zo’n mooi uitzicht gefietst?

We eten een vroege lunch op een terras aan het water. Vanaf hier wordt het serieus klimmen. 13,5 kilometer met bijna 700 hoogtemeters. Het is ploeteren. In de zon zie ik temperaturen van rond de 45 graden. Er is geen uitzicht meer, er zijn alleen maar bomen.

We volgen de EV8 en komen op de snelweg terecht, inclusief tunnel. Dus zo gauw het kan, gaan we er weer af. Bij mij gaat het licht compleet uit. Ik heb last van de warmte en mijn benen willen niet meer.

Carry rijdt voor me. Hij laat een banaan achter aan een boom. Dat helpt de motor weer op gang.
