2 juni Buja – Malborghetto Valbruna

Gisteravond heeft het geonweerd. Nu is de lucht blauw en de ergste hitte verdwenen. We rijden verder over de Alpe-Adria. De Alpen komen steeds dichter bij.

We stoppen voor koffie in Venzone, een klein ommuurd stadje. Vanaf het pleintje torenen de bergen hoog om ons heen. Ik vraag me af wat het met je wereldbeeld doet als dit je horizon is.

Vanaf hier volgt de Alpe-Adria een oud spoortraject, inmiddels met mooi asfalt. We stijgen de hele dag, maar zo geleidelijk dat we het amper merken. We passeren wat spoorbruggen en een heleboel tunneltjes, de meeste zijn verlicht. Het is lekker, zo koel als ze zijn.

We lunchen bij een oud station. Het is druk met fietsers. Het zijn er zo veel dat je niet eens een praatje begint. En er is van alles wat, van de lichtste racefietsen tot de dikste ebikes. En allemaal rijden ze naar het zuiden.

Eigenlijk is het wel een beetje een fietspad voor watjes. We fietsen zonder nadenken, het pad wijst zichzelf en we stijgen zonder dat het zeer doet, het is een soort vals plat. En ondertussen schieten we lekker op.

We volgen de rivier de Fella. Het rivierdal wordt smaller naarmate de dag vordert. Behalve het fietspad lopen er een regionale weg en een snelweg. Het verbaast hoe de snelweg dorpen mag doorsnijden en met geluid overal aanwezig is. In het smalle dal liggen de diverse wegen als spaghetti door elkaar.

Als we uiteindelijk het fietspad afrijden en in Malborghetto aankomen zien we grote bakken geraniums aan de houten balkons. Het ziet er al uit als Oostenrijk. Dat past bij die grenspaal die we eerder vandaag zagen, tot 1918 wás dit Oostenrijk.
