5 mei, Osmaneli – Bilecik
Het plan voor vandaag is naar Bilecik te rijden, met 40 kilometer niet zo ver, maar met 1000 hoogtemeters ver genoeg. Het is droog als we vertrekken. We beginnen op de snelweg.

We snijden af over een klein weggetje. Dat had best wat langer mogen zijn, want voor we het weten zitten we weer op de snelweg.

Na een kilometer of 20 mogen we er definitief af. We rijden een mooi regionaal weggetje op. We verwachtten dat het verhard zou zijn, dat is niet zo. Het is mooi fietsen en we zien de eerste strook blauwe lucht.

Dan volgt een lange geleidelijke klim. We hebben een klein windje in de rug. We passeren een kudde koeien die midden op de weg staat. Er wordt sloom naar ons gekeken, maar niets meer dan dat. Een stukje verderop zit de herder, in de luwte van een bosje.

Het is stroef fietsen door het natte zand. Het geeft het beeld van fietsen door een bord pap. Dan is de kleffe donkere modder verderop automatisch chocopasta. Juist als mijn gedachten richting pindakaas gaan, ligt er een heel grote plas. Carry wil dat ik er doorheen fiets, ik ga erom heen, waar het droog lijkt. Dat is het niet. Nu weet ik meteen wat pindakaasmodder is. Wat een bende. Binnen een paar meter blokkeert mijn fiets volledig. Er plakt zo’n dik pak klei tussen band en spatbord, dat elke beweging onmogelijk is. Met een stokje proberen we het weg te krijgen, maar het zuigt en plakt en smeert op een onwaarschijnlijke manier. Het duurt even voor ik weer een beetje normaal kan fietsen. Gelukkig kan mijn riem dit aan.

De schaapskudde die we passeren wordt bewaakt door twee honden en een herder. Wij krijgen een heftige begroeting van beide honden. Ook als de herder roept blijven ze om ons heen draaien en blaffen. Pas als we allebei helemaal stil staan is het klaar.

Langs een afgraving rijden we verder. Dit is niet de enige plek die we passeren waar cement en marmer uit het landschap gesloopt worden. Deze hele regio ligt vol met dit soort plekken.

Het plan is van hier nog vijf kilometer regionale weg te rijden. Dat is nog niet zo gemakkelijk. Het blijkt een onverhard modderig pad, met diepe plassen over de volle breedte van het pad. Op de kaart zien we voldoende alternatieve routes. In de praktijk valt dat tegen. Eindresultaat is dat we de fiets bergop duwen door een grijze wijk vol flats en het laatste stukje toch weer op de snelweg belanden.