22 juli, Gimbt – Lattrop-Breklenkamp
Gimbt verbaast. Het dorpje dateert uit de 8e eeuw, maar daar is weinig van te zien. Er wonen 1000 mensen, maar er zijn twee hotels en gisteravond zat het terras vol. Voor ons was het een tussenstop, maar wat doen al die andere mensen hier?

Vanochtend is het grijs weer, koud en miezerig. Het is van die regen waar je niets aan hebt. Het is te weinig tegen de droogte maar je hebt wel een regenjas nodig.

Het schiet niet op. We hebben tegenwind, de benen hebben het moeilijk en de route is niet bijzonder. De dorpen zijn doods. Het monumentje voor de verdwenen linnenindustrie suggereert dat het vroeger beter was.

Het duurt tijden voor we een plek vinden met koffie. Pas na de koffie gaat het wat soepeler. Helemaal als Carry mijn achterrem onder handen genomen heeft. Langzaamaan piept ook de zon wat meer te voorschijn.

We kruisen de Vecht. We hoeven hier niets in het water te gooien, wij zijn sowieso eerder in Zwolle.

Langzaamaan wordt het mooier fietsen. De tegenwind lijkt ons in Duitsland te willen houden. Uiteindelijk passeren we toch de grens, de laatste van deze vakantie. Het is een gek idee dat we bijna thuis zijn.

Meteen over de grens zien we een grote groep ooievaars. Het lijkt een bataljon, klaar om hun pakketjes af te leveren.

We logeren op een Twents erf. Het is een mooi boerenbedrijf met 200 stuks rundvee en een aantal hotelkamers. We hadden gedacht hier leuk te eten, maar het is all-you-can-eat-pizza-avond.
