Dubrovnik

19 juni, Stoliv – Dubrovnik

Gisteren hadden we een campingdagje. We hebben een wasje gedraaid, een beetje gezwommen en gekletst met andere fietsers. En we hebben ons verwonderd over de gigantische cruiseschepen in de baai. Wat is de lol van vakantie in een drijvende galerijflat?

Nu rijden we op het gemak verder. We worden ingehaald door golfkarretjes met toeristen. Dat is ook een manier om de omgeving te bekijken.

Met een pontje steken we de baai over. Van hier rijden we naar de grens. Onze route is wat rommelig, we rijden over de grote weg. Als we uitwijken naar een kleinere raken we verzeild tussen de badgasten. Al met al duurt het tot na de koffie voor we een lekker fietsritme te pakken hebben. Dat is weer duidelijk hoe fijn een goede route is.

We gaan klimmend Montenegro uit. Ergens op de helling staat in de struiken een welkomstbord voor Kroatië, we zijn het voorbij voor we het door hebben. Dat wat leek op een nieuw-landritueel is bij deze mislukt. Of is het ritueel inmiddels dat we op de fiets de rij voorbij rijden?

Eerste indruk van Kroatië is dat het rijker en aangeharkter is dan Montenegro. We zijn ook weer terug in de EU, dat is echt duidelijk als we een Natura2000 gebied inrijden. Wat opvalt zijn de cipressen en de krekels. Sinds de grens zijn die er ineens weer. Horen die bij elkaar?

We hebben bedacht dat we in Cavtat de ferry naar Dubrovnik nemen. We rijden met 12% naar beneden naar de haven. Op zo’n moment duim ik dat de ferry ook echt gaat. 

Cavtat heeft een mooi haventje en er gaan bootjes naar Dubrovnik. Het is nog even zoeken naar een die onze fietsen mee wil nemen. De kaartverkoper verzekert ons dat er geen probleem is. De kapitein kijkt bedenkelijk, maar als hij hoort dat we uit Istanboel komen is het ijs gebroken. Carry mag voorop zitten bij de fietsen. 

We leggen aan bij de oude stadsmuren van Dubrovnik. Wat een fantastische manier om de oude stad binnen te komen.

We doen een klein rondje binnenstad met de fiets aan de hand. De drukte valt mee.

De stad is waanzinnig goed opgeknapt, alles klopt precies. Maar misschien juist daardoor voelt het als een openluchtmuseum.

Top

17 juni, Cetinje – Stoliv

Het heet niet voor niets in Montenegro, ook vanochtend klimmen we weer. Het is nog niet zo warm, de klim gaat geleidelijk. Dat is fijn, want het zijn 15 kilometer omhoog en we hebben gisteren nog niet helemaal verteerd. Carry rijdt makkelijk van me weg. Hij koopt alvast de kaartjes voor het Nationaal Park Lovcen. Als ik aan kom rijden staat de bewaker midden op de weg en reikt me het kaartje aan.

We klimmen door. Langzaamaan maken de bomen plaats voor rotsen. We zitten boven de 1000 meter. Het landschap is totaal anders dan dat van de laatste dagen. In de verte zien we nog één keer het meer van Skodër. Volgens de routebeschrijving is dit het hoogste punt, 1421 meter. Ik had een pas verwacht maar het enige dat er staat is een bordje dat waarschuwt voor de afdaling.

En dan zijn we aan de andere kant. In de diepte liggen de baai van Tivat en de baai van Kotor. Wat een uitzicht!

We dalen. Het is 1400 meter naar beneden. Ik zou bij elke bocht kunnen stoppen om te kijken, wat is het mooi hier.

En eigenlijk wil ik ook stoppen bij elke bocht om moed te verzamelen om door te fietsen. Want naast me is het heel diep en op veel stukken ontbreekt een muurtje. 

De weg is smal. Soms wil er een bus langs dan staat alles stil en wordt er flink gemanoeuvreerd. Het is niet druk. Met alle haarspeldbochten rijdt het verkeer niet al te hard. Ergens halverwege de helling valt me op dat de bochten genummerd zijn, we passeren nummer 19. 

Tegen de tijd dat we beneden zijn heb ik kramp in mijn handen van het remmen. Op zeeniveau valt op hoe omsloten de baai is en hoog de bergen zijn. 

Het is druk op straat, maar alle verkeer gaat rechts af naar Kotor, aangeprezen als Dubrovnik-light zonder drukte. Wij gaan links, op weg naar de camping.

Het weggetje loopt vlak langs het water. Het slingert tussen keienstrandjes en huizen met rode daken. Het is alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Hier zetten we ons tentje op en blijven we een dagje genieten van het uitzicht.

Meer

16 juni, Virpazar – Cetinje

Als we het dorp uitrijden rijden we meteen omhoog. Het is nog niet warm en het klimmen gaat soepel. Langzaam verdwijnt het meer van Shkodër, ofwel het Skadarsko Jezero, in de diepte.

Carry rijdt voor me. Hij appt dat hij aan de koffie zit. Ik rij een rommelig erf op. Ze maken allerlei drinkbaars van fruit en het kan allemaal geproefd worden. De grootvader probeert ons een fles grappa aan te praten. Als dat niet lukt, neemt hij zelf maar een slok. 

We rijden door het bos. Soms is net de weg in de verte te zien. Ook hier geurt de Toscaanse Jasmijn. Al sinds Turkije staat deze overal langs de weg. 

En dan rijden we de hoek om en ligt daar in de diepte weer het meer. Het is zo bijzonder. Hebben we ooit met zo’n mooi uitzicht gefietst?

We eten een vroege lunch op een terras aan het water. Vanaf hier wordt het serieus klimmen. 13,5 kilometer met bijna 700 hoogtemeters. Het is ploeteren. In de zon zie ik temperaturen van rond de 45 graden. Er is geen uitzicht meer, er zijn alleen maar bomen.

We volgen de EV8 en komen op de snelweg terecht, inclusief tunnel. Dus zo gauw het kan, gaan we er weer af. Bij mij gaat het licht compleet uit. Ik heb last van de warmte en mijn benen willen niet meer.

Carry rijdt voor me. Hij laat een banaan achter aan een boom. Dat helpt de motor weer op gang.

Panorama

15 juni, Rashtish – Virpazar

We ontbijten op het terras. Met de hoteleigenaar hebben we het over de toetreding van Montenegro tot de EU. Hij kan niet wachten, hij noemt de Balkan vuur en de EU het bluswater.

Gisteren zijn we halverwege de helling gestopt, dus we moeten meteen weer aan de bak. We zien de zee langzaam uit beeld verdwijnen. 

Als we de hoek omgaan worden we verrast door het turquoise Meer van Skadar in de diepte. Wat een uitzicht!

In het hotel vertelden ze dat er weinig horeca is onderweg, dus zo gauw we koffie zien in Ostros stoppen we. De barkeeper vindt ons een beetje gek om zo ver te fietsen. Hij waarschuwt voor het verkeer de volgende kilometers, omdat de weg erg smal is. Het valt alles mee.

De weg staat vol bloeiende tamme kastanjes met varens. Als ik even stop voor een foto hoor ik de bijen zoemen. Het is mooi fietsen in de schaduw.

We dalen. We klimmen. Er is een uitzichtpunt. We maken een praatje met twee Sloveense motorrijders van tegen de vijftig. Zij verstaan het Montenegrijns. In de Joegoslavische tijd was Servisch-Kroatisch op school verplicht voor hen.

Van hieraf rijden we verder langs het meer. Het weggetje is smal en ligt hoog tegen de berghelling. Fietsend aan de kant van het meer zijn er stukken waar mijn hoogtevrees heel graag een vangrail gehad had. Nu is het wel heel diep en leeg naast me. Maar de panorama’s blijven onbeschrijflijk mooi.

Bij de lunch met zelfgemaakte granaatappellimonade schuift ineens een bekende aan, de Zeeuw die Carry eerder tegenkwam. Hij zag Carry’s fiets staan en stopte. Het is altijd mooi om elkaars ervaringen te horen.

Na een laatste bult, en nog meer goede uitzichten, komen we aan in Virpazar. Met alle bootjes die hier liggen lijkt het een soort Giethoorn. We doen luxe vandaag, met een hotel met zwembad. En natuurlijk heeft het zwembad een waanzinnig uitzicht.

Montenegro

14 juni, Lezhë – Rashtish

We rijden Lezhë uit via rustige achterafweggetjes. We passeren wat kleine dorpjes. In de verte zien we de eerste bergen met sneeuw. Zijn dat witte bergen in Montenegro? Of is het toch een uithoek van Albanië? 

We stoppen voor een praatje met een Engels stel dat ons tegemoet rijdt. Hij denkt even dat we Engels zijn want ‘Dutch sounds like English being drunk’. Zij zijn onderweg naar Istanboel. Het is leuk om ervaringen uit te wisselen. En als wij aan de koffie zitten, vinden we onszelf terug op hun website als ‘a lovely Dutch cycling couple in their 60’s’.

Net voor we de grens over gaan, nog een vermelding van het parkeren in Albanië, dat is uiterst simpel. Je stopt de auto en doet de alarmlichten aan. Dit kan op elke willekeurige plek op de weg.

De populariteit van Albanië laat zich zien aan de file richting Sköder. Dit is de enige weg vanaf de grens en een lange rij auto’s en campers wurmt zich over de brug richting stad.

Net voor de grens met Montenegro halen we met onze laatste Leks een ijsje. Dan rijden we iedereen voorbij tot we vooraan in de schaduw staan. 

Met een stempel in ons paspoort rijden we Montenegro in. Het is een miniatuurlandje, zo groot als de provincies Overijssel, Gelderland en Utrecht bij elkaar, met minder inwoners dan Rotterdam. Ze gebruiken de Euro, maar zonder lid te zijn van de EU. 

We logeren vanavond in restaurant Panorama. Er zijn nog kamers van toen het ooit een hotel was. Aan de inrichting te zien is dat enige tijd geleden. 
Het panorama is fantastisch, groene heuvels met in de verte de zee. En nu in de avond zien we de lichten van de Albanese steden Dürrer en Lezhë.