Giraffe

9 augustus, National Park Lake Mburo

We gaan op fietssafari. Dit is waar we ons al in Nederland op verheugden, fietsen door een wildpark. Dit kan alleen in NP Lake Mburo omdat hier geen olifanten en leeuwen zijn. Toch is het niet de bedoeling dat je in je eentje gaat, je krijgt een ranger mee. Met een oude mountainbike en een AK47 op de schouder.

We voelen ons een beetje verwend. We stoppen nog amper voor zebra’s, al zijn overstekende zebra’s natuurlijk altijd gaaf. Het geeft zebrapad weer een nieuwe betekenis. We volgen vooral de hoofdweg. En eigenlijk besluipt ons wat twijfel, zien we vandaag vooral beesten die we gisteren al wandelend ook gezien hebben?

We nemen een afslag en stoppen bij een waterpunt. We zijn niet de enige om te kijken naar de twee hippo’s die in het water verkoeling zoeken.

Aan de overkant staat een schoolreisje dat zojuist uit de bus ‘God is good’ gestapt is. Ze staan keurig opgesteld langs het water en antwoorden in koor op de vragen die de ranger hen stelt.

We passeren drie buffels, verstoten mannetjes die steun bij elkaar zoeken. We passeren waterbok. We zien impala. Dan zien we in de struiken een giraffe staan. We laten de fiets achter en gaan kijken. Het is de kinderopvang van vandaag, een vrouwtje dat namens de groep voor twee babygirafjes zorgt. Bij de jongste van de twee is de navelstreng nog niet verdwenen. We staan erbij en we kijken ernaar.

We fietsen verder. David, de ranger, wijst ons op een giraffe op een helling. Ook nu laten we de fiets gewoon achter en wandelen naar boven. Het voelt wel gek om zo te lopen in ons fietskloffie. Die ene giraffe is deel van een groep van zo’n vijftien dieren. We wandelen ertussen. De beesten zijn wat onrustig en lopen door het struikgewas naar beneden. We lopen mee en stappen weer op de fiets.

Dan zegt David ons door het platgetrapte gras te fietsen. We rijden op de fiets met de giraffen mee. Het is onbeschrijflijk. We rijden een stukje, we kijken, ze lopen door, we volgen. Dan hebben ze een plek die hen bevalt. Ze beginnen op het gemak te eten. Het geluid van de kauwende beesten. En wij staan er midden tussen. Het is fantastisch.

Wandeling

8 augustus, Mburo National Park

Vanochtend wandelen we met een ranger een rondje vanaf het camp. Het schijnt dat je niet eens het park in hoeft om van alles te zien. En dat klopt. We zien zo veel, het is fantastisch. Heel veel verschillende vogels, met de meest fantastische kleuren. We zien zoveel zebra’s dat het bijna gewoon wordt. We zien een jakhals.

We zien een heleboel pumba’s. Niemand noemt het beest nog warthog of wrattenzwijn, pumba zegt genoeg. Ze schijnen overigens echt zo’n geheugen te hebben als in de film. Als ze ergens voor vluchten, vergeten ze onderweg waarom.

Er lopen mangoesten. Dit zijn heel sociale beestjes. Als ze met zijn zessen een slang gedood hebben wordt die alleen gegeten als ze het beest werkelijk in zes stukken kunnen delen. Niets geen recht van de sterkste hier.

We lopen een heuveltje op als we de bodem voelen resoneren. Een groep langhoordkoeien passeert ons. Ze denderen door. Aan de brandmerken is te zien dat ze van de president zijn. Feitje over deze koeien, ze geven niet zo veel melk maar zijn heel resistent tegen lokale plagen. Nog voor we uitgepraat zijn volgt een tweede groep. Indrukwekkend.

We zien heel veel antilopen. Ons geheugen wordt weer eens opgefrist, antilope is de verzamelnaam, er zit veel verschillende soorten onder. We zien een groep elandantilopen, de grootste soort van allemaal.

We zien waterbokken, die net een maatje kleiner zijn en een grote groep impala’s. De bok is druk zijn hindes bij elkaar te houden. Ze springen zo hoog en elegant, het is fantastisch om te zien.

En natuurlijk is een van deze soorten specifiek voor hier, en kun je dat zien aan het achterwerk. Zoek zelf maar op welke dat is, wij zijn de pumba’s die het vergeten zijn.

Zebra

7 augustus, Lyankonde – Nshara gate Lake Mburo

Gisteren werd het landschap al wat meer savanneachtig. Vanochtend rijden we echt de savanne in. Het landschap wordt grootschaliger. Uitgestrekte vlaktes met her en der wat bomen. Langs de kant van de weg staan zakken houtskool voor de verkoop.

We passeren Akageti. Het dorp ziet er blinkend nieuw uit, met golfplaten daken in allerlei kleuren. Aan de andere kant van de weg staat een hek rond de savanne. Er lopen koeien, maar dan zien we onze eerste zebra’s.

We draaien af van de grote weg, een rode weg op langs het National Park Lake Mburo. In de struiken zien we de antilopen gluren. We passeren koeien met gigantische horens. Een verdwaalde zebra. Vervetapen.

En dan staat daar een groepje zebra’s langs de kant van de weg. We zetten de fietsen stil en genieten.

We rijden verder. De rode weg past naadloos bij alle beelden die je hebt van Afrika. We rijden nog door een groep koeien. Zo van dichtbij zijn die horens wel heel indrukwekkend. Het duurt even voor we zien dat er herders bij lopen.

Vannacht slapen we in een bushtent. We krijgen opdracht alles goed dicht te houden want het is droge tijd en dan willen de bavianen eten zoeken.

Rechtdoor

6 augustus, Masaka – Lyantonde

Het is mistig als we weg rijden. We hebben allebei een vest aan. En dit is meteen de interne tegenstelling tussen de fietser en de toerist. De een vindt het prima weer, de ander wil een blauwe lucht voor betere plaatjes.

Onze route is simpel, we volgen de hele dag de weg Masaka-Mbarara. Er is een soort geasfalteerde berm die een optimist een fietspad zou kunnen noemen. In Nederland is het een redigeerstrook. De werkelijkheid is dat deze strook duidelijk minder onderhouden is dan de weg. Het is dan ook verleidelijk op de weg te rijden. Dit gaat goed tot je een vrachtwagen hoort komen en de berm weer in moet duiken.

Ook al is de route eenvoudig, er is genoeg te zien. Ik zie op zoveel auto’s Ebenezer staan dat ik het op zoek. ‘Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen’. Ik vrees dat mijn eerste associatie het liedje van Robert Long is. Geen toelichting behoeft ‘the healing Jesus supports the hurting children of Africa’. Ik word er iebel van.

De straat is schoon, de berm waar we over fietsen ook, maar verder ligt overal afval. Plastic zakjes, plastic flesjes, iedereen laat alles gewoon op de grond vallen. Erven bij huizen worden geveegd en zien er goed uit. Maar er omheen ligt rommel.

Een brommer die voorbij rijdt grijnst naar me en maait met zijn benen alsof hij op een fiets zit. Anderen steken hun duim op. Een jochie met een gammele fiets haalt me lachend in.

Vandaag kijken we uit naar een ATM. Gisteren zijn we dat in Masaka vergeten. Maar banken onderweg zijn zeldzaam. Of er is wel een bank maar de ATM doet het niet. Of niet-klanten kunnen geen geld wisselen. We hopen dat Google misschien kan helpen. Die stuurt ons de bush in. We vragen het een voorbijgangster. Ze kijkt ons niet begrijpend aan en wijst dan de straat uit. We hebben er niet veel vertrouwen in. Maar het is raak en we kunnen weer even vooruit.

Masaka

5 augustus, Lukaya – Masaka

We trappen wat later af dan gisteren, vandaag gaan we niet zo ver. Mijn benen vinden dat niet erg en eerlijk gezegd verheug ik me op het hotel van straks. De plaatjes bij Booking zien er prima uit en ze hebben zelfs een zwembad. De hotels van de afgelopen nachten waren prima, maar basic, niveau van douchen doe je boven de wc.

Het eerste deel vandaag is onverhard. We zien wat minder kinderen langs de weg. We hopen dat de rest op school zit. Maar natuurlijk zijn er genoeg kinderen die wel bij Carry op de foto willen, als hij op me staat te wachten. En zoals de tekst op een busje zegt ‘patience pains but it pays’. Gaat vast ook op voor wachten.

We hebben een grote fotolens bij ons, voor het wild dat we hopen te zien. Met 500 gram is dat een echte last. Nu stoppen we bij een paar kraanvogels in de verte en probeert Carry zijn lens. Het resultaat mag er zijn. Deze kan zo op de nationale vlag.

We passeren veel koffievelden. We stoppen om even te kijken. Er komt wat roestige kennis tropische plantenteelt naar boven als ik aan een en dezelfde tak bloesem en besjes zie. Nu heb ik vooral zin in koffie. Maar geen tentjes langs de weg. En als ze dan al iets hebben dat lijkt op koffie is het Nescafé. Langs de weg zien we wel veel kleedjes waar koffiebessen gedroogd worden.

Het laatste stuk rijden we over een regionale verharde weg. Het is niet druk. We passeren allerlei dorpjes. Het is gaaf alle bedrijvigheid te zien. Maar het grote verschil met onverhard is de afstand, je kijkt vanaf het talud van de weg, je rijdt er niet tussendoor.

Het laatste stukje rijden we door Masaka, een flinke provinciestad. Het is een leuk spel met brommers waar we tussendoor slingeren. We klimmen de laatste honderd meter voor vandaag. De rest van de dag doen we rustig aan – en wachten we tot de douche vanavond warm water geeft.

Wetland

4 augustus, Kayabwe – Lukaya

Als we de stad uitrijden hangt de ochtendmist laag boven de velden. Het is een mooie start. Het is nog rustig. Ik ben wat terughoudend over de 75 kilometer stuiteren van vandaag. Het geluid van de zaterdagavonddisco zal hier ook wel een rol bij spelen. Carry grijnst me toe en heeft het over de ‘derde dag blues’. We gaan het zien.

Regelmatig wordt de weg geblokkeerd door grote hopen rode grond. Het is do-it-yourself- wegonderhoud. Passerend verkeer drukt de grond aan en vult zo de gaten. Op de brommers die ons passeren zitten passagiers in zondagse kleding. Als we een kerkje passeren barst het bijna uit zijn voegen van een enthousiaste gospel. We sturen foto’s naar huis als we verrast worden door een smal stroompje waar we de fiets doorheen moeten sleuren.

We rijden vandaag met een grote lus door de wetlands van de Katonga rivier. Het is nu droge tijd, in de natte tijd is het voor fietsers onbegaanbaar. Op dit moment staan er enkel nog plassen van een onverwachte bui van afgelopen week. Soms zijn ze onpasseerbaar. Gelukkig ligt er dan een wankel houten bruggetje. Daar gaan wij over en dan moet de fiets maar door het water. Ineens staan er allemaal jongetjes die ons helpen. Iemand neemt me bij de hand over het bruggetje, een ander duwt mijn fiets door het water. Hij stapt prompt op en rijdt door. Er blijken nog wat van deze plassen te liggen. Dan gaan de schoenen uit en gaan wij ook door het water.

Wat verderop is het weer raak. Het eerste slootje komen we over, maar dan is er nog meer water en veel grijze modder. En geen weg er omheen. We staan nog moed te verzamelen, als we hulp krijgen van wat kinderen die onze fietsen duwen. Onder het water zakken mijn voeten tot ruim over de enkels in de modder. Mijn witte sokken hebben definitief een Afrikaans kleurtje. Vlakbij de laatste modderpoel staat een waterpomp. Met veel handen wordt alles gepoetst.

Om de Katonga te kruisen lag er tot voor kort een brug. Die is er niet meer. Nu ligt er een houten motorbootje. Hier kunnen zes motoren in en een boel mensen. Het is mooi kijken terwijl we op onze beurt wachten.

We zijn bezig aan het laatste stuk als een motor me inhaalt en een heel verhaal in het Luganda vertelt. De Engelse samenvattig is simpel, ‘road closed’. Carry staat al ter plaatse. De afsluiting bestaat uit een aantal grote plassen. Daar weten we inmiddels weg mee. De schoenen gaan uit en we zoeken voorzichtig onze weg. We volgen de passagiers van de brommer want de plassen zijn diep. Zelfs nu hangt de bodem van mijn tassen in het water.

We stoppen nog één keer, voor verse ananas. Schoongemaakt langs de weg en heerlijk sappig. Langs de rest van de route zien we schillen waar zijn andere klanten waren. Tot slot een toetje met koeien op de hoofdweg. En die blues, die zijn vergeten.

Victoria

2 augustus Entebbe – Mpigi

Gisteravond hebben we de route nog eens bekeken, het wordt een maand met flink wat hoogtemeters. Oeganda heet dan niet het land van de duizend heuvels te zijn, maar vlak is het zeker niet. We laten dus de laatste overbodige spullen achter in Entebbe. Met ieder zo’n 13 kilo bagage trappen we af. Het is niet ver vandaag, een mooi traject om te starten.

We rijden op het gemak de stad uit. Een bus passeert, het spatbord meldt ‘martyrs’, ik vraag me af wat dit zegt over de chauffeur. Dan zien we het Victoriameer. Hier willen we oversteken. Een mannetje meldt de prijs van de overtocht. De prijs wordt meteen verhoogd als hij Carry ziet. Als ik meld dat de prijs voor mij oké is, maar dat ik alleen ga als mijn man gratis mee mag, lacht hij en is het akkoord.

Vanaf hier is de weg rood en onverhard, het klassieke beeld van een Afrikaanse weg. Het is niet druk, we worden vooral ingehaald door brommers. Ze zoeken net als wij de weg tussen de kuilen door. Kindjes langs de weg zwaaien. We passeren een kudde koeien, ze lopen onverstoorbaar verder.

We zitten allebei met een brede lach op de fiets. Het is zo gaaf om hier te rijden. We laten ons verrassen door de planten langs de weg. De papyrus die thuis staat te verpieteren, staat hier metershoog. Het landschap is mooi. Het is wat bewolkt en prettig warm. Mensen lachen en groeten. En wij rijden lekker door.

In Mpigi is het laatste stukje van de route verhard. Hier is het druk op de weg. Veel kleine witte busjes in diverse staten van onderhoud. Het is een kwestie van ze op het juiste moment ontwijken, want ze stoppen overal om passagiers in en uit te laten. We slaan links af. We moeten nog een laatste stukje naar het hotel met 14% omhoog.

Entebbe

1 augustus Entebbe

Het is 4 uur in de ochtend als we eindelijk landen in Entebbe. Het is zo’n echt Afrikaans vliegveld. Het ziet eruit als de kruising tussen een ziekenhuis en een gevangenis, met tl-balken en rijen loketten. De affiches prijzen Oeganda aan als de parel van Afrika. Een afwijkend affiche doet ons de nekharen overeind staan, hier meldt een Amerikaanse kerk kamerbreed dat haar missie in Oeganda nog lang niet klaar is. De wachtrij duurt lang, ondanks het al eerder geregelde visum. Maar dan heb je ook wat, een stickervisum met een ter plaatse gemaakte pasfoto.

Het is nog donker als we eindelijk buiten staan. Een klein tropisch liggend maantje verwelkomt ons. De taxichauffeur heeft een grote auto. De fietsdozen passen er precies in. Voor ons blijft alleen de voorstoel over. Gelukkig vinden we elkaar aardig, want alleen op Carry’s schoot pas ik erbij. En we willen alleen maar naar bed en slapen.

Na een korte nacht en een extra dutje is het tijd voor praktische zaken. Het is verbazingwekkend makkelijk om een lokale simkaart aan te schaffen en ook de geldautomaat functioneert gewoon. De rest van de middag wandelen we door de botanische tuin. Het verhaal wil dat de eerste Tarzanfilm hier in het stukje jungle is opgenomen. We passeren wat apen, we zien veel groen en we horen over allerlei medische toepassingen, maar het is toch vooral een mooie plek met fantastische uitzichten over het Victoriameer.