5 juni, Igoumenitsa – Ksamil

Na drie nachten laten we Igoumenitsa met haar Hell’s Angels achter ons. We zagen hoe de stad langzaamaan overspoeld werd door 5000 Hells Angels voor hun World Run 2026. Het voelt als een soort carnaval.

We ontbijten met uitzicht op zee. We raken in gesprek met een Belgische fietser, Serge. Hij vreesde het zwarte gat na zijn pensioen en is daarom naar de Zwarte Zee gefietst. De komende weken rijdt hij, net als wij, de Balkanroute.

We rijden over een fietspad de stad uit. Juist als we tegen elkaar zeggen dat het vinden van zo’n fietspad het voordeel van een goede route is, komt Serge ons tegemoet. We kunnen er niet langs vanwege het feestje van de Angels.

We passen de route aan en rijden een mooi binnenwegje langs sinaasappelboomgaarden in het binnenland. We stoppen voor koffie en het verbaast toch elke keer weer als we zien hoeveel sterke drank er op dit moment van de dag al doorheen gaat.

We passeren de eerste hellingen en Carry’s nieuwe velg houdt het prima. Dat was het extra dagje Igoumenitsa zeker waard. Bij de grens staan lange rijen. Als ik kijk of ik tussen de auto’s door kan maant de douanier me tot geduld. Vanwege het tijdsverschil tussen Griekenland en Albanië krijgen we wel een uurtje extra.

We laten ons meteen een nieuwe simkaart voor de westelijke Balkan aanpraten en we maken nog een foto van het bord Albanië. Tot zover het wij-komen-in-een-nieuw-land-ritueel. Als dit bord overigens maatgevend is voor de toestand van het land, dan geeft dat te denken.

De eerste indruk van Albanië is dat het weidser, armer en ruiger is dan Griekenland. We gaan het zien. We lunchen langs de weg. Nadat we in Griekenland gemakkelijk met Engels terecht konden, zijn we nu weer terug bij Google translate. Dat resulteert overigens in een prima lunch.

Met een wel heel authentiek pontje steken we het Kanali Vivarit over. Meteen aan de overkant is de ingang van het Butrint nationale park. We hebben dat extra uurtje en gaan naar binnen, ruïnes kijken.

Volgens de legende is de stad gesticht door Trojaanse vluchtelingen. Er zijn overblijfselen uit de Griekse, Romeinse, Byzantijnse en Venetiaanse tijd. Nu is alles half overgroeid, zodat je prima in de schaduw kunt wandelen. Onder alle begroeiing ligt vast nog veel meer.


Eindpunt vandaag is een camping in Ksamil. Ksamil blijkt een zeer toeristisch stadje. De camping valt tegen, de campers staan hutje mutje op de kiezels. Gelukkig zijn er hotels genoeg.





































































