Rechtdoor

6 augustus, Masaka – Lyantonde

Het is mistig als we weg rijden. We hebben allebei een vest aan. En dit is meteen de interne tegenstelling tussen de fietser en de toerist. De een vindt het prima weer, de ander wil een blauwe lucht voor betere plaatjes.

Onze route is simpel, we volgen de hele dag de weg Masaka-Mbarara. Er is een soort geasfalteerde berm die een optimist een fietspad zou kunnen noemen. In Nederland is het een redigeerstrook. De werkelijkheid is dat deze strook duidelijk minder onderhouden is dan de weg. Het is dan ook verleidelijk op de weg te rijden. Dit gaat goed tot je een vrachtwagen hoort komen en de berm weer in moet duiken.

Ook al is de route eenvoudig, er is genoeg te zien. Ik zie op zoveel auto’s Ebenezer staan dat ik het op zoek. ‘Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen’. Ik vrees dat mijn eerste associatie het liedje van Robert Long is. Geen toelichting behoeft ‘the healing Jesus supports the hurting children of Africa’. Ik word er iebel van.

De straat is schoon, de berm waar we over fietsen ook, maar verder ligt overal afval. Plastic zakjes, plastic flesjes, iedereen laat alles gewoon op de grond vallen. Erven bij huizen worden geveegd en zien er goed uit. Maar er omheen ligt rommel.

Een brommer die voorbij rijdt grijnst naar me en maait met zijn benen alsof hij op een fiets zit. Anderen steken hun duim op. Een jochie met een gammele fiets haalt me lachend in.

Vandaag kijken we uit naar een ATM. Gisteren zijn we dat in Masaka vergeten. Maar banken onderweg zijn zeldzaam. Of er is wel een bank maar de ATM doet het niet. Of niet-klanten kunnen geen geld wisselen. We hopen dat Google misschien kan helpen. Die stuurt ons de bush in. We vragen het een voorbijgangster. Ze kijkt ons niet begrijpend aan en wijst dan de straat uit. We hebben er niet veel vertrouwen in. Maar het is raak en we kunnen weer even vooruit.

Masaka

5 augustus, Lukaya – Masaka

We trappen wat later af dan gisteren, vandaag gaan we niet zo ver. Mijn benen vinden dat niet erg en eerlijk gezegd verheug ik me op het hotel van straks. De plaatjes bij Booking zien er prima uit en ze hebben zelfs een zwembad. De hotels van de afgelopen nachten waren prima, maar basic, niveau van douchen doe je boven de wc.

Het eerste deel vandaag is onverhard. We zien wat minder kinderen langs de weg. We hopen dat de rest op school zit. Maar natuurlijk zijn er genoeg kinderen die wel bij Carry op de foto willen, als hij op me staat te wachten. En zoals de tekst op een busje zegt ‘patience pains but it pays’. Gaat vast ook op voor wachten.

We hebben een grote fotolens bij ons, voor het wild dat we hopen te zien. Met 500 gram is dat een echte last. Nu stoppen we bij een paar kraanvogels in de verte en probeert Carry zijn lens. Het resultaat mag er zijn. Deze kan zo op de nationale vlag.

We passeren veel koffievelden. We stoppen om even te kijken. Er komt wat roestige kennis tropische plantenteelt naar boven als ik aan een en dezelfde tak bloesem en besjes zie. Nu heb ik vooral zin in koffie. Maar geen tentjes langs de weg. En als ze dan al iets hebben dat lijkt op koffie is het Nescafé. Langs de weg zien we wel veel kleedjes waar koffiebessen gedroogd worden.

Het laatste stuk rijden we over een regionale verharde weg. Het is niet druk. We passeren allerlei dorpjes. Het is gaaf alle bedrijvigheid te zien. Maar het grote verschil met onverhard is de afstand, je kijkt vanaf het talud van de weg, je rijdt er niet tussendoor.

Het laatste stukje rijden we door Masaka, een flinke provinciestad. Het is een leuk spel met brommers waar we tussendoor slingeren. We klimmen de laatste honderd meter voor vandaag. De rest van de dag doen we rustig aan – en wachten we tot de douche vanavond warm water geeft.

Wetland

4 augustus, Kayabwe – Lukaya

Als we de stad uitrijden hangt de ochtendmist laag boven de velden. Het is een mooie start. Het is nog rustig. Ik ben wat terughoudend over de 75 kilometer stuiteren van vandaag. Het geluid van de zaterdagavonddisco zal hier ook wel een rol bij spelen. Carry grijnst me toe en heeft het over de ‘derde dag blues’. We gaan het zien.

Regelmatig wordt de weg geblokkeerd door grote hopen rode grond. Het is do-it-yourself- wegonderhoud. Passerend verkeer drukt de grond aan en vult zo de gaten. Op de brommers die ons passeren zitten passagiers in zondagse kleding. Als we een kerkje passeren barst het bijna uit zijn voegen van een enthousiaste gospel. We sturen foto’s naar huis als we verrast worden door een smal stroompje waar we de fiets doorheen moeten sleuren.

We rijden vandaag met een grote lus door de wetlands van de Katonga rivier. Het is nu droge tijd, in de natte tijd is het voor fietsers onbegaanbaar. Op dit moment staan er enkel nog plassen van een onverwachte bui van afgelopen week. Soms zijn ze onpasseerbaar. Gelukkig ligt er dan een wankel houten bruggetje. Daar gaan wij over en dan moet de fiets maar door het water. Ineens staan er allemaal jongetjes die ons helpen. Iemand neemt me bij de hand over het bruggetje, een ander duwt mijn fiets door het water. Hij stapt prompt op en rijdt door. Er blijken nog wat van deze plassen te liggen. Dan gaan de schoenen uit en gaan wij ook door het water.

Wat verderop is het weer raak. Het eerste slootje komen we over, maar dan is er nog meer water en veel grijze modder. En geen weg er omheen. We staan nog moed te verzamelen, als we hulp krijgen van wat kinderen die onze fietsen duwen. Onder het water zakken mijn voeten tot ruim over de enkels in de modder. Mijn witte sokken hebben definitief een Afrikaans kleurtje. Vlakbij de laatste modderpoel staat een waterpomp. Met veel handen wordt alles gepoetst.

Om de Katonga te kruisen lag er tot voor kort een brug. Die is er niet meer. Nu ligt er een houten motorbootje. Hier kunnen zes motoren in en een boel mensen. Het is mooi kijken terwijl we op onze beurt wachten.

We zijn bezig aan het laatste stuk als een motor me inhaalt en een heel verhaal in het Luganda vertelt. De Engelse samenvattig is simpel, ‘road closed’. Carry staat al ter plaatse. De afsluiting bestaat uit een aantal grote plassen. Daar weten we inmiddels weg mee. De schoenen gaan uit en we zoeken voorzichtig onze weg. We volgen de passagiers van de brommer want de plassen zijn diep. Zelfs nu hangt de bodem van mijn tassen in het water.

We stoppen nog één keer, voor verse ananas. Schoongemaakt langs de weg en heerlijk sappig. Langs de rest van de route zien we schillen waar zijn andere klanten waren. Tot slot een toetje met koeien op de hoofdweg. En die blues, die zijn vergeten.

Evenaar

3 augustus, Mpigi – Kayabwe

Iedereen loopt met dikke truien aan als we om 7 uur ontbijten, het is 22 graden. Wij beleven het als heerlijk weer, zeker om te fietsen. Het eerste stuk vanochtend is verhard. Het is nog niet druk op de weg en we kunnen heerlijk doortrappen. Het is alleen uitkijken voor de verkeersdrempels. Ze zijn amper te zien, maar heftig aanwezig.

Langs de weg melden borden van allerlei ontwikkelingsorganisaties hun projecten. Wat scholen betreft bespeuren we een competitie tussen het christelijke World Vision en koranscholen. Dan rijdt ineens een brommertje naast me, de jongen wil mijn telefoonnummer weten. We passeren wat stalletjes langs de weg. Er is van alles te koop. Wat blijft hangen is de weëe geur van vlees bij een groepje slagers.

Bij de volgende rotonde draaien we de grote weg af. Vanaf hier rijden we onverhard. Meteen verandert het beeld, er is alleen nog het groen van de velden, het rood van de weg en het blauw van de lucht. Plus natuurlijk het gejoel van kinderen, steeds weer duiken van alle kanten kleintjes op. Het aantal borden langs de weg neemt enorm af, blijkbaar hoeven mensen langs de onverharde weg niet bekeerd te worden.

De weg is pittig. Er zijn stukken bij dat het zoeken is naar dat ene kleine richeltje waar je makkelijk kan fietsen. De enkele auto die passeert neemt alle ruimte. Langs de weg zien we cassave, bananen en koffie in alle combinaties door elkaar. En het stoft, alles krijgt een rode zweem en ik voel het rode stof plakken op mijn bezwete gezicht.

Het eindpunt van vandaag ligt vlakbij de evenaar. We rijden om voor een foto. We stoppen meteen ook om te lunchen. Tijdens het eten zien we auto’s stoppen en toeristen hun beurt afwachten voor hun eigen fotomomentje.

Victoria

2 augustus Entebbe – Mpigi

Gisteravond hebben we de route nog eens bekeken, het wordt een maand met flink wat hoogtemeters. Oeganda heet dan niet het land van de duizend heuvels te zijn, maar vlak is het zeker niet. We laten dus de laatste overbodige spullen achter in Entebbe. Met ieder zo’n 13 kilo bagage trappen we af. Het is niet ver vandaag, een mooi traject om te starten.

We rijden op het gemak de stad uit. Een bus passeert, het spatbord meldt ‘martyrs’, ik vraag me af wat dit zegt over de chauffeur. Dan zien we het Victoriameer. Hier willen we oversteken. Een mannetje meldt de prijs van de overtocht. De prijs wordt meteen verhoogd als hij Carry ziet. Als ik meld dat de prijs voor mij oké is, maar dat ik alleen ga als mijn man gratis mee mag, lacht hij en is het akkoord.

Vanaf hier is de weg rood en onverhard, het klassieke beeld van een Afrikaanse weg. Het is niet druk, we worden vooral ingehaald door brommers. Ze zoeken net als wij de weg tussen de kuilen door. Kindjes langs de weg zwaaien. We passeren een kudde koeien, ze lopen onverstoorbaar verder.

We zitten allebei met een brede lach op de fiets. Het is zo gaaf om hier te rijden. We laten ons verrassen door de planten langs de weg. De papyrus die thuis staat te verpieteren, staat hier metershoog. Het landschap is mooi. Het is wat bewolkt en prettig warm. Mensen lachen en groeten. En wij rijden lekker door.

In Mpigi is het laatste stukje van de route verhard. Hier is het druk op de weg. Veel kleine witte busjes in diverse staten van onderhoud. Het is een kwestie van ze op het juiste moment ontwijken, want ze stoppen overal om passagiers in en uit te laten. We slaan links af. We moeten nog een laatste stukje naar het hotel met 14% omhoog.

Entebbe

1 augustus Entebbe

Het is 4 uur in de ochtend als we eindelijk landen in Entebbe. Het is zo’n echt Afrikaans vliegveld. Het ziet eruit als de kruising tussen een ziekenhuis en een gevangenis, met tl-balken en rijen loketten. De affiches prijzen Oeganda aan als de parel van Afrika. Een afwijkend affiche doet ons de nekharen overeind staan, hier meldt een Amerikaanse kerk kamerbreed dat haar missie in Oeganda nog lang niet klaar is. De wachtrij duurt lang, ondanks het al eerder geregelde visum. Maar dan heb je ook wat, een stickervisum met een ter plaatse gemaakte pasfoto.

Het is nog donker als we eindelijk buiten staan. Een klein tropisch liggend maantje verwelkomt ons. De taxichauffeur heeft een grote auto. De fietsdozen passen er precies in. Voor ons blijft alleen de voorstoel over. Gelukkig vinden we elkaar aardig, want alleen op Carry’s schoot pas ik erbij. En we willen alleen maar naar bed en slapen.

Na een korte nacht en een extra dutje is het tijd voor praktische zaken. Het is verbazingwekkend makkelijk om een lokale simkaart aan te schaffen en ook de geldautomaat functioneert gewoon. De rest van de middag wandelen we door de botanische tuin. Het verhaal wil dat de eerste Tarzanfilm hier in het stukje jungle is opgenomen. We passeren wat apen, we zien veel groen en we horen over allerlei medische toepassingen, maar het is toch vooral een mooie plek met fantastische uitzichten over het Victoriameer.

Wachten

31 juli Zwolle – Amsterdam – Istanboel

Gisteravond zijn we op het gemak naar Schiphol gegaan. Een overnachting in het hotel naast de luchthaven zorgt ervoor dat we vanochtend zonder stress bij de vertrekbalie aankomen. We stappen in een vertrouwde routine, Carry haalt de fietsen uit elkaar en ik ga in de kelder op zoek naar fietsdozen bij de tijdelijk bagageopslag. De wachtrij is lang, blijkbaar wil iedereen met een overstap zijn spullen even kwijt. Met de dozen overdwars op een karretje hotseknots ik terug naar de vertrekhal.

We verbazen ons over de grote hoeveelheden bagage die iedereen mee sleept. Twee, drie grote koffers per persoon is niet uitzonderlijk. En de rij stagneert. We doen een poging met onze fietsdozen een uitzondering te zijn, maar we moeten gewoon wachten. Het schiet niet op. De tijd wel. We beginnen langzaamaan ongerust te worden. Het schijnt dat de bagagebanden niet werken. Onze onrust neemt toe. Niet nodig, wordt gezegd. Dat klopt, maar het is toch krap. Als we eindelijk zijn ingecheckt is er een rij bij de bagage controle en een lange rij voor de douane. We worden nog even besnuffeld door een geldhond, maar we hebben te weinig cash om op te vallen. Uiteindelijk zijn we precies op tijd bij de gate. Het is alleen jammer dat ons ontbijt er bij in geschoten is.

Onze eerste stop is Istanboel. Het vliegveld hangt vol borden dat ‘magical journeys start here’. Voor ons bestaat de magie uit een wandeling diagonaal over het vliegveld. We zijn dertig minuten onderweg van de ene kant van het vliegveld naar de andere, langs een verbazingwekkende hoeveelheid glim en glamour winkels. Bij de toiletten hangt een bordje dat je je voeten niet in de wastafel mag wassen, maar dat in de gebedsruimte moet doen. Hier komen Azië en Europa bij elkaar, met hijab en volgespoten botoxlippen. Dan zoeken we een goede stoel en wachten tot we kunnen aansluiten in de rij voor de vlucht naar Entebbe.

Varadero

14 maart

We ontbijten in de stad. Zoals altijd hebben we hebben na een paar dagen op dezelfde plek, onze gewoontes. Eerlijk gezegd hadden we de eerste dag een beter koffietentje maar dat kunnen we niet meer vinden. Het wordt vandaag een ontbijt zonder koffie of thee want er is geen stroom. Dat verklaart meteen waarom het ook bij de omliggende koffietentjes zo rustig is. We zitten langs de doorgaande weg. We genieten nog even van alles wat er langs komt, de paardentaxi’s, de fietstaxi’s, de toeristenbussen op weg naar een dagje Havanna, de hippe meisjes met hun telefoon in de hand. Mijn eigen telefoon is al simkaart-loos. Mijn gehuurde simkaart heb ik gisteren ingeleverd, want op Cuba zijn overal creatieve oplossingen voor, ook voor simkaarten.

Het blijft ons verbazen hoe we ons op de fiets deel van deze wereld voelen en hoe anders het is als we gewoon toerist zijn. We hebben geen armbandje zoals de toeristen van de all-inclusive hotels, we wandelen overal heen zonder een taxi te nemen, maar toch missen we onze fietsen. Ze staan al ingepakt bij Arnaldo in de garage. Ook het fietsen op Cuba hebben ze prima overleefd. Onze riem riep veel reacties op, dit was helemaal nieuw hier.

Nu is het een kwestie van wachten op de taxi, dan zit de vakantie er op. Al met al hebben we zo’n 950 kilometer gefietst in een verbazingwekkend land. Het barst van de problemen, maar het gaat beter dan op de omliggende eilanden. Het voelt veilig, in alle opzichten, zelfs toen we op de snelweg fietsten. De mensen zijn open en aardig. De zon schijnt. We hebben genoten.

Ramilito

We zitten in de taxi die ons terug brengt naar Santa Marta. Het is een mooi moment om met chauffeur Ramilito te praten over hoe we Cuba niet begrijpen. Het eerste dat hij zegt is dat hij het met zijn 52 jaar ook niet snapt. Maar hij vertelt. Langs de snelweg liggen verwaarloosde velden. Hier werd voorheen rietsuiker verbouwd. Toen was Cuba wereldleider, nu importeren ze suiker uit Colombia. Dat doet hem zeer. De neergang van de USSR speelt een rol, maar ook het feit dat boeren weinig en laat betaald krijgen door de staat.

We rijden door een dorp waar mensen met aardappels langs de weg staan. Deze worden verbouwd op velden van de staat. Ze worden ‘illegaal geoogst’ en verkocht. Een vrachtwagenchauffeur krijgt een vastgestelde hoeveelheid benzine per kilometer. Als hij zuinig rijdt houdt hij diesel voor eigen gebruik over. Zo vertelt Ramilito het ene verhaal na het andere. Hij zegt dat hij voor de staat werkt en dat de rit van vandaag zwart is. Het is duidelijk, iedereen heeft zijn eigen creatieve manier om het hoofd boven water te houden.

Creativiteit is nodig, want officiële lonen en pensioenen zijn onvoorstelbaar laag. Ramilito’s vader heeft na 40 dienstjaren een pensioen van 1500 peso per maand ofwel 5 euro en zijn vrouw verdient 2500 pesos. En wat inflatie betreft, toen we het land binnen kwamen kregen we 295 pesos voor een euro. Nu is dat al minstens 320. Dat is een inflatie van 8% in drie weken.

Maar als je kijkt op straat, het schemert door alles heen hoe mooi het zou kunnen zijn en ook hoe het geweest is. En mensen zien er goed verzorgd uit, met goede kleding. Uiteindelijk is de uitstraling ondanks alles overal prettig. Wat Ramilito betreft is belangrijkste dat de zon schijnt. Dat maakt het leven goed.

Lente

11 maart Sancti Spiritus – Santa Clara

Onze gastheer Hector maakt een tobberige indruk. Gisteren lachte hij ons uit toen we vertelden dat het druk was in Trinidad. Hij vertelde dat het na Covid nog bij lange na niet zo druk is als ervoor. Tel daarbij de constante stroomonderbrekingen en het verbaast dat niet alle Cubanen tobberig zijn.

Als we de stad uitrijden zien we de rijen wachtenden bij de bakkers. Ook banken zijn te herkennen aan de groepen mensen die staan te wachten. De contrasten in dit land verrassen steeds weer. We rijden langs paardentrams, maar worden ingehaald door elektrische brommers. Het schijnt dat deze geimporteerd mogen worden, maar nieuwe auto’s niet. Die oude Amerikaanse bakken hebben daarom vaak een nieuwe motor.

Er hangt een bord dat Varadero 300 kilometer is. De tijd om dat helemaal te fietsen ontbreekt ons. Daarom hebben we voor het laatste stuk een taxi geregeld. Vandaag is onze laatste fietsdag en de volgende 80 kilometer gaan we deze weg volgen. Er is veel verkeer en er wordt hard gereden. Er hangen zelfs bordjes die aanmoedigen tot veilig rijden. En wat het volgen van de weg betreft, in het eerst beste stadje lukt het me toch om nét niet de hoofdroute te volgen en vind ik mezelf terug in een achterafwijk.

Dan kruisen we de autopista naar Havana en wordt onze weg rustig. Het fietsen schiet niet op. De benen willen niet. Gelukkig is het bewolkt. Een muziekje helpt en een kaaspizza ook. Stel je overigens niet te veel voor van zo’n pizza, de bijbehorende frisdrank is duurder. En als Nederlander zeg ik het niet snel, maar zelfs de regen helpt.

We schuilen in een bushokje. We zijn niet de enigen. Van een brommerrijder krijgen we uitleg over het weer. We komen nu aan de noordkant van het eiland. De golfstroom daar zorgt voor meer ‘kou’ en meer regen. En nee, daar hebben de Amerikanen niets mee te maken. Het heeft tot gevolg dat het al een tijdje regelmatig regent. Het is ons ook al opgevallen dat hier alles al uitloopt alsof de lente begonnen is.

We krijgen nog een buitje. Het landschap is groen, we hebben wat hellingen naat beneden. Ik zit als een blij ei op de fiets. We rijden een stadje binnen. De berm ligt vol vuilnis. Schokkend is het dat mensen er zoeken naar bruikbare zaken.

We logeren in Santa Clara. Hier begon de revolutie toen Che de troepen van Batista versloeg. In hotel Santa Clara Libre aan het Parque Vidal zijn de kogelgaten van de gevechten nog te zien.