We hebben de route voor vandaag klaar staan. Alleen heeft mijn matje vannacht de geest gegeven. Het had een mooi regelmatig banenpatroon, nu heeft het een dikke bobbel in het midden. Hier is niet meer op te slapen. Dus passen we de route aan. We gaan naar Braunsweig, naar de Decathlon.
Als we zitten te ontbijten komt de buurman langs, of we een fietspomp hebben. Er blijkt meer aan de hand te zijn dan een lekke band. Gisteren brak zijn voorvork en dook hij over de kop. De schade is beperkt tot een klein wondje op zijn elleboog, plus een ander frame als fiets. Hij heeft ongelooflijk geluk gehad.
We rijden de stad uit via een mooi achterafweggetje. Een man laat zijn grote herder uit. Hij monstert mij en mijn fietstassen en vraagt me of voorop de tassen voor de sixpacks bier zijn.

Na een slechte nacht schiet het fietsen niet op. We besluiten na het volgende dorp het fietspad langs de grote weg te nemen. Het fietst aardig door en het uitzicht is prima, maar het is niet leuk. Tijdens de koffie goochelt Carry wat met MapsMe, MapsOut en Garmin en we vertrekken met een aangepaste route door het bos. 
Bij het stoplicht sta ik achter een politieauto. Zijn bumpersticker meldt: Schnell, schneller… Tot. Dagegen haben wir etwas! Het blijkt een campagne voor politiecontroles.

Ook Braunsweig is een hanzestad. Het is veel groter en mooier dan we verwacht hadden. Met onze aangepaste route zijn we vroeg bij het hotel. We kunnen nog niet in de kamer. Wel kunnen we ons omkleden, zonder douchen, en onze spullen achterlaten. Als we voor de deur van het hotel in onze tassen staan te rommelen naar schone kleren, voel ik me een soort van zwerver.
Dan wandelen we omgekleed de stad in. We vinden de verwachte Decathlon en prima horeca. 




We trappen mooi op tijd af. In de zon is het al warm. De eerste stop is een klein pontje over de Havel. We staan er met zijn vieren op. De dame naast ons begint te kletsen over haar zoon die in Nederland werkt en het daar veel relaxter vindt dan werken hier. 



Langs de Reichstag en de Brandenburger Tor rijden we in een rechte streep de stad uit. 10 kilometer langs de Bismarckstrasse met veel stoplichten en een fietsstrook. Aan het eind buigen we af. Aan onze rechterhand ligt een meer. Hier begint de weg wat te glooien. Dit is de plek waar Berlijnse wielrenners hun hellingen rijden. We sluiten ons bij hen aan. Ik heb gisteren wat overbodige bagage bij DHL afgegeven, dat maakt het fietsen soepeler.
Het is een mooi traject naar Potzdam. Het is wel duidelijk waarom de diverse keizers hier hun zomeroptrekje hadden. Wij stoppen voor koffie en een appeltaartje. Zó’n lekker taartje dat ik niet de enige ben die dat laatste hapje wil. Ik mis de wesp die mee eet, hij mist mij niet en steekt in mijn tong. Wat een feest. De rest van de dag fiets ik met mijn tong op mijn schoenen.





De kanoër kijkt ons verschrikt aan, gaan jullie 80 kilometer fietsen met déze hitte? Ja, dat gaan we doen en we vertrekken op tijd. Vandaag laten we de Hanzeroute links liggen, we stappen over op de Usedom-Berlin route. Deze is echt anders dan de Hanzeroute. Waar de samensteller van de Hanzeroute niet veel op lijkt te hebben met fietspaden en er grote stukken onverhard in gooit, fietsen we vandaag vooral over goede fietspaden. Her en der staan bordjes dat het pad is aangelegd met Europese subsidie. Het lijkt me een goede besteding, kom maar door met de poen.
Het eerste stuk fietsen we langs de Unterückersee. De eerste mensen installeren zich met hun handdoekje. We rijden door, het is nog niet heel warm. Dan rijden we het bos in, schaduw en een paar graden koeler. Het trapt heerlijk. Er staat een bord dat een omleiding aan geeft. Het is even zoeken wat bedoeld wordt, dan rijden we verder. Regelmatig komen ons fietsers tegemoet, de meesten met bepakking. Blijkbaar zijn er genoeg om een kerk voor te openen. Of zou het speciaal voor onze Santos zijn?
Bij alle meren waar we langs komen vandaag is het druk. We vragen ons af of we een camping kunnen vinden. Bij twee campings hebben we al bot gevangen. De kanoër van vanochtend adviseerde ons te kijken bij Wasserwanderrastpflatzen. We vinden er een op 20 kilometer. We bellen. We hoeven ons geen zorgen te maken, zeggen ze, plaats genoeg. Dat is mooi, dan gaan we eerst op ons gemak lunchen.
We hebben ons juist geinstalleerd voor onze siesta, languit in het park, als een dame naar ons toe komt. Ze vraagt ons of we wat kunnen opschuiven, want zij hadden deze plek gedacht voor een familiefeestje. We verplaatsen ons en bekijken hoe de auto uitgeladen wordt. Er komt een ladder om de slingers op te hangen en er zijn dozen vol feestspullen. Het blijkt een Einschulungsparty te worden, een feestje dat hun kind maandag naar de basisschool gaat.








Tegenover ons staan drie fietsers. Ze zien eruit als bikers. Zo ziet ook hun fiets eruit, met een wijd stuur en alles breed bepakt. De reden dat ze fietsen en niet brommen zit achterop de fiets, een klein blond fluffy keffertje in een rieten mandje. Een van de drie heeft het moeilijk. We zien zijn tent schudden en rommelen en steeds maar weer horen we Verdammt en Scheise. Theater bij het ontbijt.





