Periyar

6 februari Thattekad – Muthuvankudy

Om 7 uur is het kamp nog uitgestorven. We verbazen ons dat op een plek waar het zo warm wordt de dag niet eerder begint. Als we aan het ontbijt zitten komt de Indiase fietser nog even dag zeggen en bij vertrek wil de eigenaar nog een filmpje waarin we vertellen hoe fantastisch deze plek is. Wat mij betreft scoort hoog dat het vannacht heerlijk fris was. 

We rijden over de hellingen langs de Periyar rivier. De uitzichten zijn fantastisch. We klimmen wat, we dalen wat. Het gaat allemaal heel soepel. 

We stoppen voor een kop thee. De man legt ons uit dat de rivier vol waterkrachtcentrales ligt. Hij geeft aan dat we nog een kilometer of tien door het bos rijden en dan over een dam gaan. Een gesprek als dit is niet vanzelfsprekend want lang niet iedereen spreekt goed Engels. De officiële taal in Kerala is Malayalam, in heel India is het Hindi. Op school wordt wel Engels geleerd, maar bij veel mensen is dat erg roestig.

Na veertig kilometer steken we de rivier over. Nu rijden we in de zon. Het fietsen wordt meteen anders, harder werken. En dan moet straks het échte klimmen nog beginnen. Veel van het tegemoet komend verkeer is getooid met rode vlaggen met hamer en sikkel. Hier bestaat de communistische partij nog en is zelfs de grootste. Vandaag hebben ze een congres, maar onderweg willen de partijgangers beslist even op de foto.

En als we bij het hotel zijn heeft Strava 1367 hoogtemeters geregisteerd.

Glamping

5 februari Athirapilly – Thattekad
Het eerste stuk van vandaag rijden we terug. Nu voelen we hoe we gistermiddag in de hitte zijn geklommen. We kruisen de Periyar rivier.

De weg gaat door palmolie-plantages. Bij een slagboom zit een ranger op zijn telefoon te kijken. Hij roept dat we moeten uitkijken voor olifanten. Prompt zien we er een. Met de auto zouden we gestopt zijn voor een foto, op de fiets voelt het toch anders.

We rijden weer door rubberplantages. Her en der staan groepjes brommers en zijn mensen aan het werk. Een vrouw houdt me aan voor een selfie. De weg is bij vlagen erg slecht, we stuiteren door de kuilen en over stenen. Op het wegdek wordt gewaarschuwd voor vuur en no-smoking. We slingeren door groepjes koeien. De honden die we zien houden afstand. 

We passeren de afslag naar het eeuwenoude kerkje van Mayalattoor, dat gesticht zou zijn door de apostel Thomas, Er is zelfs een voetafdruk van de apostel bewaard. Op deze woensdagochtend is alles uitgestorven. Bijkomend voordeel van deze publiekstrekker is dat vanaf hier de weg goed is. 

We passeren regelmatig irrigatiekanalen. We rijden een mooi stuk door het groen langs een kanaal. De aansluitende weg is slecht. Gelukkig wordt er aan gewerkt. Het nieuwe asfalt wordt houtgestookt. 

Even een statistiek tussendoor, Kerala is een van de kleinere deelstaten van India. Het is bijna net zo groot als Nederland en heeft 36 miljoen inwoners. 

Vanavond slapen we in een tent, met airco, aan de rivier. We hebben uitzicht op de bergen en het vogelreservaat aan de overkant. 


Rubber

4 februari Thrissur – Athirapilly

Het hotelontbijt is om 8 uur. Wat ons betreft is dat aan de late kant. Carry probeerde gisteravond roomservice te regelen om half 8 en kreeg wiebelende hoofden en vage toezeggingen. Vanochtend is het duidelijk, vóór achten is er niets te krijgen. Dus klokslag 8 zitten wij in onze fietsoutfit aan de curry. De receptionist snapt ons probleem niet, ‘over de highway ben je er makkelijk in 2,5 uur’.

Om half 9 storten we ons in de ochtendspits. Het is één groot spel onder het motto ‘go with the flow’: je rijdt zonder aarzelen in de door jou gewenste richting en het verkeer past zich aan. Zo gauw je twijfelt, bijvoorbeeld als er ineens een bus van links komt, snappen anderen niet meer wat je wil en wordt het moeilijk. Het gaat Carry wat soepeler af dan mij en hij wacht me op in de schaduw van een viaduct. Het wordt meteen een oploopje.

Buiten de stad hebben we even een klein onverhard paadje tussen de bananen door, voor we over smalle weggetjes door rubberplantages rijden. Vandaag begint het klimmen en we rijden heerlijk in de schaduw met een fris tegenwindje uit de bergen.

We stoppen bij een hotel om wat te drinken. Dit is India logica, een hotel is niet een plek om te slapen maar om wat te eten of te drinken. Het limoensap is gezouten en niet gezoet. Op zo’n hete dag is dit een prima idee.

We fietsen op het gemak door. Er zitten steile klimmetjes in, die gelukkig nooit lang duren. Maar als je zo langzaam omhoog gaat voel je de hitte. Naar beneden rijden koelt weer lekker af. We zien de eerste vergezichten met heuvels.

Van gisteren hebben we geleerd dat we echt voldoende moeten eten en drinken. Dat doen we. Als we ergens stoppen trekken de fietsen, en vooral de riem, altijd bekijks. Het mannetje waar we lunchen met wat gefrituurde happen en thee met melk en suiker is ook 63. Hij vertelt meteen dat het komt door niet roken en geen alcohol.

We rijden door een natuurpark. Het lijkt erop dat de borden waarschuwen voor olifanten, maar zeker weten doen we het niet. Geen olifant gezien, wel grote antilopen en wat apen. 

Athirapilly, onze bestemming van vandaag, is beroemd om de waterval, het Niagara van India. Na een middagdutje gaan we erheen. Helaas is het park om 5 uur dicht, dus we zien de watervallen alleen vanaf het uitzichtpunt. Ze zijn indrukwekkend, ook nu in de droge tijd. Het schijnt dat in de natte tijd de rotsen helemaal overspoeld worden en de vallei vol waterdamp staat.

We gaan op tijd terug naar ons hotel, want vanavond zijn we uitgenodigd voor de verjaardag van de dochter van de manager.

Thrissur

3 februari Munambam – Thrissur

Vandaag rijden we naar Thrissur. We buigen vrij snel af van de kust en fietsen door het binnenland. Het is één uitgestrekt woongebied met veel winkeltjes. We rijden over smalle verharde weggetjes langs huizen met veel groen. Niet dat iedereen een grote tuin heeft, maar er staan veel bomen en struiken rond de huizen. Veel mensen hebben een halfhoge muur om de tuin dus de weg is heerlijk onoverzichtelijk. Bij elke bocht is het de vraag hoeveel tuktuks en brommers ons tegemoet komen. 

We stoppen bij een bakkerij om wat te eten. Het wordt vers limoensap en een chapatti, met een scherpe vulling. Ik voel de kip gloeien in mijn maag. Verderop spelen ze cricket, het deelstaatkampioenschap onder 13. In de brandende zon ziet er vooral heet uit.

Nog steeds pak ik bij bochten regelmatig de verkeerde afslag. MapOut als navigatie is mijn vriend nog niet. We hebben wel echt een navigatiesysteem nodig, want de borden zijn onleesbaar. Wat je ziet is overigens geen Hindi maar Malayalam, de taal van deze deelstaat. 

In de buurt van Thrissur rijden we nog een stuk door de rijstvelden. De rijst is bijna rijp. Hier komt de wind van ver en het is minder heet. Het laatste deel is ploeteren. Er moet eerst veel koude cola in voor ik me waag aan het laatste stuk.

Aan het eind van de middag lopen we Thrissur nog even in. De duizendjaar oude Vadakkumnathan tempel, komen we niet in zonder Hindoelidmaatschapskaart.

We slenteren wat rond. We steken de drukke weg onderdoor met voetgangerstunnels en doen een rondje over de markt. De verschillende kruiden zijn fantastisch. We proeven een onduidelijk vruchtje voor de viscurry en bittere mango. 

Er is een oploopje bij iemand die 102 uur gevast heeft om zijn doel kracht bij te zetten. Hilarisch is dat Carry begrepen heeft dat hij strijdt tegen de vervuiling en dat hij volgens mij alcohol wil uitbannen. En in beide gevallen zijn ze hier aardig op weg, in het restaurant is geen bier te krijgen en de stad is opvallend schoon.

Start

2 februari Cochin – Munambam

Eindelijk stappen we op de fiets. We houden het nog bij een bescheiden afstand want mijn verkoudheid is nog niet weg. Al na 800 meter mogen we van de fiets af en met een grote pont de rivier over. Als we aan de overkant weer opstappen voelt het alsof de vakantie echt begonnen is. Het eerste stuk rijden we langs een bedrijventerrein. Op deze zondag staan de vrachtwagens langs de kant van weg en is het heerlijk rustig.

Het rijden met MapOut in plaats van het vertrouwde Garmin is even wennen. Gebruik van een Garmin op je stuur is in India verboden op basis van een wet uit 1933, de Indian Wireless Telegraphy Act. Er zijn berichten van mensen die om deze reden zijn opgepakt, dus we houden het bij onze telefoon. Onze route gaat over rustige achterafweggetjes. Het is fantastisch groen overal. Mensen groeten en lachen. 

We rijden langs de kust, maar de Arabische Golf is niet te zien. Overal zijn granieten blokken gestapeld als kustbescherming. Op het moment dat er een opgang zit, zetten we de fiets stil om even naar de zee te kijken. Prompt worden we verrast door een school passerende dolfijnen. 

We rijden door. De omgeving is misschien het beste te omschrijven als een visserijlandschap. Overal zijn waterpartijen die met elkaar on verbinding staan. We fietsen er via smalle paadjes tussendoor.

Net als ik me in een dorpje afvraag of er olifantenpoep langs de weg ligt, zien we aan de overkant een groot festival. Omringd door een menigte mensen lopen vijf versierde olifanten een rondje. Carry gaat foto’s maken, ik blijf in de buurt van de fietsen. Prompt wordt ik aangesproken door een groepje giechelende meisjes dat graag samen op de foto wil.

Het is warm als we weer op de fiets stappen. Het zeebriesje is prettig. We fietsen op het gemak de laatste paar kilometer naar ons hotel aan zee.

Slowly

Cochin, 1 februari

Na een dag in bed met een Hollandse griep gaat het vandaag gelukkig beter, dus gaan we weer samen op stap. We halen een simkaart. Dat gaat ongelooflijk soepel, binnen 10 minuten staan we buiten met 1,5GB per dag.

We wandelen richting rivier, heerlijk in de schaduw van grote, oude bomen. De stoep is een avontuur van hekjes en losliggende stenen. Op straat rijden vooral tuktuks en brommers en af en toe wat auto’s. 

Er wordt gevist. De hoge netten worden naar beneden gelaten. Een kluit dikke stenen vormt het contragewicht. Per keer is de vangst karig. Maar ze blijven herhalen. Langs het pad staat een kraam waar de vis verkocht wordt.

Dit is een toeristisch stukje stad met veel koloniale huizen. We drinken wat bij het VOCgate café. Kleine herinnering aan de Nederlanders die hier ooit 100 jaar gezeten hebben. Er schijnt zelfs nog een Dutch cementary te zijn, maar zo ver gaat mijn energie nog niet. 

Na een middagdutje gaan we naar Nalavharitham, een Kathakali dansvoorstelling ofwel een klassieke dansvorm uit Kerala. Ook bij het schminken kunnen we kijken. Het is bijzonder te zien hoe een logge man transformeert in een elegante prinses, met verbazingwekkend subtiele bewegingen. We hebben een papier met uitleg van het verhaal gekregen, maar eerlijk gezegd vragen we ons af of dit is wat we zien. Het neemt niet weg dat het intrigerend mooi is. 

Parel

31 augustus, Entebbe

In 1908 noemde Churchill Oeganda de Parel van Afrika. Hij had het over de ‘pracht, variëteit aan vormen en kleur, een overvloed aan schitterend leven – vogels, insecten, reptielen en dieren’. Nu nog heet Oeganda op alle websites de parel van Afrika. Heel terecht wat ons betreft, al vergat Churchill de essentie, de Oegandezen! Mensen zijn zo aardig en vriendelijk. Iedereen wil wel een praatje maken of gewoon even kijken.

Wat opvalt onderweg is het groot aantal kinderen, meer dan 50% van de bevolking is jonger dan 20. Dat is ingewikkeld. Want nu al zie je het tekort aan banen. Zo staan er overal groepjes bodabodarijders te wachten op klanten en is er veel straatverkoop met kleine handeltjes.

Qua statistieken, wij hebben in totaal een kleine 1200 kilometer gefietst, vooral in het westen van Oeganda. Ter vergelijking, Oeganda is bijna 6 keer Nederland. Meer dan de helft van de tijd, niet van de afstand, waren de wegen onverhard. Dat viel niet altijd mee, maar het was erg gaaf.

We hebben, afhankelijk van welke app je het vraagt, ruim 13.000 hoogtemeter getrapt (en een paar gelopen). Het waren veel kleine klimmetjes, nergens echt lange hellingen. Het laagste punt lag op 1060 meter, het hoogste op 1594. We waren wel in de tropen maar het was niet extreem heet.

De paar toeristen die we gesproken hebben kwamen hier vooral voor de chimpansees en gorilla’s. Ze waren verrast dat Oeganda zo veel meer te bieden heeft. Voor ons waren de beesten de kers op de taart. Het was gaaf om tussen het fietsen door zoveel beesten te zien. En eerlijk gezegd maakte fietsen tussen zebra’s en giraffen minstens zo veel indruk als de leeuwen.

Ondertussen heeft Carry al een andere fietsroute door Oeganda gevonden, 1500 kilometer onverhard in het oosten van het land. Voor nu is het ‘weebale njoo’, dank je wel. Maar wie weet, misschien wordt het ‘toelabaganee’, tot ziens!

Wasbord

30 augustus, Mityana – Entebbe

We worden uitgezwaaid door twee Noorse voorgangers van de pinkstergemeente. Dit zijn van die types die worden aangekondigd op borden langs de weg. We zien hun filmpjes van een bijeenkomst in Addis Abeba in een stadion met 25.000 dansende mensen. Hier werd de geplande bijeenkomst in Hoima afgelast vanwege onrust over de oliepijplijn. Nu in Mitanya kost het hen moeite om wat georganiseerd te krijgen.

Met een van hen hadden we gisteren een mooi gesprek over religie en living faith. Het gesprek sloeg dood toen zijn collega erbij kwam en met bijbelcitaten begon te strooien. Zij bedankten God voor het mooie gesprek, wij hen.

We steken de grote weg over en meteen is de weg onverhard. Het is fris en er hangt regen in de lucht. Het wasbord van de weg valt mee vandaag, net als de hellingen. Ook vandaag genieten we weer van het uitzicht. We kijken elkaar aan, wat is het fantastisch om hier samen te zijn.

Na 25 kilometer stoppen we voor een cola. Een groepje bodabodarijders komt kijken naar onze fietsen, vooral de riem trekt bekijks. Ze willen ook wel op de foto. Vanaf hier rijden we op de grote weg. Het schijnt dat we dit traject op de heenweg in tegengestelde richting gereden hebben. We herkennen het niet.

Mpigi herkennen we wel. Ondertussen regent het een beetje en we hebben het koud. We stoppen bij een restaurantje voor de lunch. We weten inmiddels hoe het werkt en binnen de kortste keren staat er een prima hap op tafel.

Het laatste stuk is onverhard. Het verrast niet meer, zoals de eerste dag. Het voelt bekend, de papyrus in het moeras, de bananen, de joelende kindjes, de rommelige winkeltjes. Het lijf is moe, we zijn voor nu even klaar met fietsen. Maar om hier te zijn, in dit land, dat zou best nog even mogen duren.

Stof

28 augustus, Kassanda – Mityana

De weg is nog veel stoffiger dan gisteren. Al voor we Kassanda uit zijn voel ik het stof knarsen tussen mijn kiezen. Gisteren heeft het onweer dat in de lucht hing niet doorgezet. Elke passerende auto zorgt dat we in complete mist rijden. De begroeiing langs de weg is rood van het stof en wij ondertussen ook.

Verder op de route heeft het wel wat geregend. Het stoft minder, maar de weg is een ongelooflijk wasbord met flinke gaten. Er is een 10 centimeter breed strookje wat goed begaanbaar is. Het zijn goede stuurlui die hier gebruik van maken. Ik stuiter van links naar rechts over de weg.

We rijden de grote weg op. Op dit kruispunt stoppen ook alle minibusjes, dus het is een drukte van belang met straatverkopers. Ze verkopen van alles, vleesspiesjes, maiskolven en koude frisdrank. We stoppen voor een koude cola en een praatje.

We rijden langs de grote weg Mityana-Mubende. Die is verrassend rustig. Het laatste stuk is een prima asfaltweg binnendoor. We rijden langzaamaan de stad binnen. We merken dat de rek er wat uit is en dat we moe zijn. Als dit hotel wat is, blijven we twee nachten en doen we morgen lekker niks.

Onverhard

27 augustus, Mubende – Kassanda

De eerste 20 kilometer over de grote weg voldoen aan alle vooroordelen over wegen in Afrika. De weg zit vol bobbels en gaten. Het is de eerste keer dat we zo’n slechte weg hebben. Iedereen slingert van links naar rechts over de weg op zoek naar het beste wegdek. Tegemoetkomend verkeer houdt daarbij lang niet altijd rekening met fietsers.

We slaan bananen in voor onderweg. Het wordt 40 kilometer onverhard. Dan kun je je koolhydraten maar beter bij je hebben.

We slaan af, vanaf hier is het onverhard. Het boekje waarschuwt hier bij regen voor kleefmodder. De bodemkundige onder ons ergert zich aan deze term, wat hem betreft is het klei die kleeft. Geen van beiden zien we het onderscheid met de klei van eerdere delen van de route. Het maakt allemaal niet uit, het is stralend zonnig vandaag. En het is droog.

Overal zien we weer bananen, cassave en koffie. Het lijkt beduidend droger dan het gebied waar we de laatste dagen door heen fietsten. In de zon is het heet, het zweet gutst eruit. We stoppen voor cola, in een dorpje dat uit één straat bestaat. Maar ook hier hebben ze koude cola.

Natuurlijk zitten er flink wat steile hellingen in de route. Op zo’n weg als deze durf ik alleen remmend naar beneden. Naar boven is pittig. Als ik langs kruip zie ik mensen denken, ‘wat doet die mzungu in ‘s hemelsnaam?’

Net na een bocht staat Carry te wachten met zijn camera. Ik ben blij dat ik boven ben, er kan wel een lachje af. Dat is maar goed ook, want de jongen naast hem filmt mee. Mij wordt gezegd dat hij het op TikTok zet. Dus als je me tegenkomt, ik hou me aanbevolen.

In Kikandwa Town stoppen we om te lunchen. Stel je hier niet te veel bij voor, het stadje bestaat uit drie onverharde straten.

We kijken waar we kunnen eten. Het wordt de markt. We gluren in de aanwezige pannen en kiezen rijst en een bonenstoof. Het smaakt prima en is prettiger te eten dan een stoof met dubieuse stukken vlees.

Het laatste stuk is de onverharde weg breed en glooiend. Er ligt een laag gruizig grind op de weg. Het voelt alsof je op een strandweg fietst en slippen is gemakkelijk. Auto’s scheuren langs en hullen ons in grote stofwolken. In Kassanda vinden we ons hotel aan deze onverharde weg.