Kort

26 augustus, Kakumiro – Mubende

We ontbijten op de eerste verdieping. De verlichting van de lobby is aan en de ambitie van het hotel spat er af. Wij zien vooral hoeveel er nog moet gebeuren. Van sommige dingen vragen we ons af hoe ze het ooit gaan oplossen. Zo zijn de ramen smerig maar overal zijn stalen tralies/decoratie voorgezet. De man uit de keuken is helder, ‘we are speeding up’. Met kerstmis is alles klaar’.

We fietsen op het gemak. Ook vandaag is het overal groen, al lijkt het groen hier voller van kleur. Hier zien we weer koffie, bananen en cassave. De verharde weg glooit tussen de velden door.

We stoppen bij een marktje voor koffie. Die is er niet, wel cola. Het valt me op dat er niet meer op drie stenen gekookt wordt, maar dat alle pannen op kooktoestelletjes staan. We hebben een gemoedelijk gesprek met de jongen aan ons tafeltje. Hij vertelt dat er te weinig werk is. We hebben het over Europa. Het lijkt hem leuk, maar hij ziet er voor zichzelf weinig kansen.

Het is niet ver naar Mubende. Hier pakken we morgen de route van AWOL weer op. Het hotel is simpel, alles doet het maar is zeer gedateerd. De mensen zijn aardig. De fietsen hebben hun eigen slaapkamer.

Natuurlijk doen we nog even een rondje door de stad. We eten een ananas op de hoek van de straat. We kijken op de markt naar alle verse groenten en fruit. Tot slot scoor ik een zakje bongo, verse karnemelk. Eindelijk weer eens zuivel.

Kakumiro

25 augustus, Hoima – Kakumiro

We rijden naar Kakumiro vandaag. De vraag is of de hele route verhard is. Robert en het meisje van het hotel zeggen van wel. Onze kaarten zeggen van niet. Maar we vinden ook verhalen over wegenprojecten, dus misschien valt het mee. We gaan het zien.

We zijn mooi op tijd weg. Op straat zien we gezinnen op weg naar de kerk. Ze lopen er echt op zijn zondags bij. Ik heb er ontzag voor dat het lukt met alle stof hier om alles, zelfs de witte kinderjurkjes, zo mooi schoon te houden.

Na 8 kilometer zien we een splinternieuw verkeersbord dat aangeeft dat Kakumiro 92 km is. Dit is niet wat we verwacht hadden. We rijden door. Er zijn wat klimmetjes,. Er tussen, in de dalen, liggen moerassen. Ze zijn herkenbaar aan de grote bossen papyrus.

In Nelwayo, na 37 kilometer is uur U. Bij een colaatje overleggen we. De dame van het winkeltje geeft aan dat het wegdek van de shortcut geen asfalt is, maar zo goed dat auto’s de route gebruiken om af te snijden. Carry heeft geen twijfel, ik aarzel. We hakken de knoop door en halen nog een rolex voor onderweg.

Natuurlijk is de route fantastisch. Alles is mooi groen en we rijden er op zo’n rode weg midden tussen. Mensen zijn verbaasd twee mzungus te zien passeren, al zijn ze in deze streek wat terughoudend in hun reacties.

Maar eerlijk gezegd, het fietsen valt me niet mee. Het gaat moeizaam. Wat eten helpt, maar onvoldoende. Ik zet de blik op oneindig en ploeter verder. Ik heb niet veel oog voor wat er om me heen gebeurt en word compleet verrast door een groep mensen die uitgebreid staat te badderen in een poel.

De laatste paar kilometer zijn verhard. Het hotel staat aan het eind van het dorp. Het ziet er niet uit zoals je bij de naam Kakumiro resort hotel zou verwachten. De hal is een rommeltje met een kalender van parlementslid Nabbanja uit 2019. De kamers zijn aftands en klein. Ik vraag me af of we na een cola toch door moeten rijden. Maar er is een alternatief. Aan de overkant wordt een nieuw hotel gebouwd. Het is nog lang niet klaar. In de lobby zwerven wat plastic stoelen. In de eetzaal zit zo’n vijftig man te juichen voor het Engels voetbal. Er zijn al wel een paar slaapkamers in gebruik. Daar krijgen wij er eentje van.

En wat het telefoonnummer van de Prime Minister Nabbanja betreft, daar kun je hier niet omheen.

Terug

24 augustus, Masindi – Hoima

Vandaag rijden we terug naar Hoima. Op de heenweg had ik het gevoel dat we alleen maar daalden, ik ben benieuwd hoe dit nu wordt. We rijden de stad uit en waar we gisteren antilopen langs de weg zagen, is het nu een kudde schapen.

Het is fantastisch fietsweer met een klein zonnetje en een fris windje. We zijn bijna de enigen op de weg, het is verbazingwekkend rustig. Om ons heen is alles groen. De weg glooit. Het fietsen gaat vanzelf. We zijn weer onderweg en we genieten. Geluk op de fiets.

We stoppen om wat te drinken. Daar gaat het gesprek als volgt: ‘Can we please have two coca cola?’ ‘There is no coca cola’. Ik kijk om me heen, ik bedenk dat ze misschien alleen bier hebben. We vragen wat er wel is. ‘Pepsi cola, sprite, fanta’. ‘O, can we have two pepsi please?’ ‘Do you want it cold or warm?’

Het laatste stuk is hectisch. Er wordt een nieuwe weg aangelegd en vrachtwagens vol grond rijden af en aan. Het stof plakt op mijn gezicht. We rijden Hoima in. Zo’n twintig jaar geleden is in de buurt olie gevonden. De stad bruist en groeit. De energie spat er af. En alles speelt zich af op straat. Het is een grote chaos waar wij met onze fietsen tussendoor manoeuvreren.

We rijden nog steeds onze eigen route. Het vinden van hotels hier is het ingewikkeldst. Robert, onze gids uit Queen Elizabeth NP heeft hiermee geholpen. Hij had ook het hotel van morgen al gebeld. We kregen bericht van hem dat hij de Prime Minister aan de lijn gehad had. Zij komt uit de regio en is eigenaar van het hotel. Roberts advies, ga maar op de bonnefooi.

Wij houden niet van bonnefooi na een lange fietsdag. Dus we zoeken het hotel op google. Er staat een knop ‘bellen’. Carry belt. Een vrouw antwoordt. Alles wordt geregeld. We twijfelen, was ze het? Dan wordt Carry terug gebeld door een meneer. Hij belt in opdracht van zijn boss om de reservering te bevestigen. Nu denken we echt dat ze het was. Ik app Robert. Prompt krijg ik een huilen-van-het-lachen-appje terug. Het was inderdaad Robinah Nabbanja, prime minister van Oeganda.

Murchison

23 augustus Murchison Falls – Masindi

Vannacht werden we wakker en hoorden we grazen. Toen we uit het raam twee nijlpaarden zagen zijn we naar buiten gegaan. En daar stonden we, in het maanlicht, grazende nijlpaarden te fotograferen.

Om 6 uur zitten we in de auto met een meeneemontbijt. We gaan een laatste gamedrive doen. Het schemert nog als we de grote weg af rijden. We zien de eerste olifanten, wat buffels en giraffen. De antilopen slapen nog. Er zitten gieren in een boom en twee grondneushoornvogels draaien om elkaar heen.

Met mijn slaperige hoofd vraag ik me af wat ik nu nog zo nodig moet zien. Even later heb ik het antwoord op die vraag. Er staat een leeuwin in de struiken langs de weg. Ze lijkt zich op te maken voor haar dutje. Aan de overkant van de weg loopt een grote groep giraffen. Het is zo mooi.

De rest van de ochtend zien we nog zo veel giraffen. Hun tekening wordt donkerder naarmate ze ouder worden, we zien giraffen die bijna zwart lijken.

We zien twee leeuwen in de verte. Verderop loopt een andere leeuwin in het veld. We zien hoe de antilopen in de buurt niet weg lopen maar haar in de gaten houden. Ik vraag me af wat toch zo fascineert in deze beesten, waarom ik ze allemaal wil vastleggen. Ik weet het niet.

Als we bijna weer op de grote weg zijn worden we door de mensen van een ander busje gewezen op een boom in de verte. Daar zou een luipaard liggen. Het is zo ver weg dat zelfs de 400mm lens van Carry geen uitsluitsel geeft.

Omderweg terug rijden we langs de watervallen. Voorheen werd je door de boot beneden afgezet en klom je zelf naar boven. Hoogwater heeft dat aanlandingspunt weggespoeld. We wandelen boven langs. We horen het water bulderen. We zien de smalle Murchison fall en de bredere Uhuruwaterval.

De Murchison is de krachtigste waterval ter wereld. Het water is wit, het bruist en openspattende druppels vormen nevelwolken. Tegen de zon in zien we de regenbogen. De kracht is onwaarschijnlijk.

We moeten ons haasten richting uitgang. We hebben een deadline om 12.22. Dan verloopt onze permit en moeten we het park uit zijn. Dus Julius, onze chauffeur, houdt de vaart erin. Keurig om 12.15 rijden we onder de boog door, terug het gewone Oegandese leven in.

Vanmiddag regelen we wat praktische zaken en lopen we even over de markt. Een vrouw wil wel mee naar Nederland. Ze lacht als ik zeg dat ze niet in mijn tas past. Bij de bananen word ik op een stoeltje gezet met een kind op schoot. Ineens komen de smartphones te voorschijn en maakt iedereen foto’s.

Nijl

22 augustus Masindi – Murchison Falls

Om half 7 rijden we weg voor een chimpanseetracking. We pikken een gids op en rijden dan door de suikerrietvelden naar een bos. Het is duidelijk dat aan alle kanten het suikerriet oprukt en dat het bos onder druk staat. We lopen achter de gids aan over een smal paadje het bos in. Binnen de kortste keren ben ik mijn oriëntatie helemaal kwijt. Ineens wijst hij naast ons. Geruisloos loopt een chimpansee voorbij.

Er moet een groep chimpansees zijn. We horen hen roepen in het bos. We ploeteren achter de gids aan door de jungle. We zien al lang geen paadje meer. Onze schoenen zijn onherkenbaar door de blubber. Dan wijst hij omhoog. In eerste instantie zien we alleen takken schudden, dan zien we de chimpansees. Er zit een jonge aap vruchten te eten, de resten vallen om ons heen naar beneden. Een volwassen man zit verderop in een boom. Een kleintje oefent aan de lianen. Uiteindelijk bestaat de groep uit zeven chimpansees en we kijken onze ogen uit.

We drinken koffie in de stad en vervolgen onze weg naar Murchison Falls. Het grootste park van Oeganda is ruim groter dan de provincie Overijssel. Het is 70 kilometer rijden naar onze accomodatie. Regelmatig zitten er bavianen op de weg. Die horen er inmiddels zo bij dat we niet stoppen voor foto’s maar er met een bocht omheen rijden.

Vanmiddag doen we een Nijlcruise. Onderweg zien we natuurlijk nijlpaarden, een olifant, veel wevervogels, zeearenden en een gigantische nijlkrokodil. Op de oever steekt een giraffe haar nek boven de struiken uit.

Aan boord stijgt de stemming. Het Nijlbier vloeit rijkelijk en niet alleen bij de aanwezige Russen. Het bier is op voordat de waterval in zicht is. Er wordt een ander bootje geënterd om de biervoorraad aan te vullen.

In de verte zien we de nevel boven de waterval hangen. Hier perst de Victorianijl zich met 300 m3 per seconde door een opening van 6 meter. Het is indrukwekkend. Op de Amerikaan naast me maakt het meer indruk dan de Niagarawatervallen.

Tot slot van vandaag maken we een rondje door het park. Het is veel groener dan eerder in Queen Elizabeth NP. Er zit zo veel wild. Er zijn weer andere soorten antilopen: oribi, de kleinste en Jackson hartebeest waarvan beide sexen hoorns hebben. En natuurlijk waterbock en Ugandan cob.

We zien giraffen, olifanten en waterbuffels. En allerlei vogels, de zwarte piapia op de rug van de olifant, grote grondneushoornvogels en van alles meer. Het is genoeg om je ogen uit te kijken. Onze chauffeur had nog gehoopt op een grote kat, maar die zijn onvindbaar. Voor ons is het prima zo. We drinken een Nijlbiertje en kijken naar de waanzinnige sterrenhemel.

Suikerriet

21 augustus Hoima – Masindi

Vandaag vertrekken we op heerlijk schone fietsen. Na de modder van gisteren heeft Carry de fietsen mee onder de douche genomen. De route is simpel, we volgen de grote weg, zevenenveertig kilometer lang. Het is bewolkt.

Het begint te regenen. Dikke druppels. Gelukkig zet het niet door. Overal is het groen. De bermen staan vol bloeiend onkruid. De akkers staan vol jonge planten. Tot aan de rand van de erven is alles ingeplant met bonen en yams.

Op veel plekken zijn de huizen dicht en zien we mensen met de hak aan het werk. We passeren wat hutten met rieten daken. Dat valt op, meestal liggen er golfplaten op het dak.

Langs de weg hangen aankondigingen van evangelisten met het motto ‘faith, love, miracles’ en ‘Uganda shall be saved’. Het landschap hier is wat grootschaliger. We passeren grote velden suikerriet.

Langs de weg liggen bladeren en stengels. Regelmatig zien we trekkers op de weg. Er passeren vrachtwagens vol suikerriet. De plotjes bij de huizen zijn kleiner hier. Het lijkt de ruimte die overschiet van het suikerriet.

In Masindi staat een weegbrug voor de suikerrietvrachtwagens. Borden geven de route naar de Kinyara suikerfabriek, de tweede grootste van het land. De volgeladen vrachtwagens denderen door de stad. We zien ze langs komen terwijl we tandpasta, gewoon Sensodyne, kopen bij een apotheek.

Kiziramfumbi

20 augustus, Boguma – Hoima

Er is altijd vers fruit bij het ontbijt. In het gemiddelde Oegandese hotel krijg je een halve ananas en kwart watermeloen. De kok van dit hotel is geschoold in Italië. Hier krijg je zeven stukjes fruit, geserveerd als een kunstwerkje.

Vannacht hebben we het horen regenen. Als we wakker worden is het nog niet droog. Tegen de tijd dat we op de fiets stappen gelukkig wel. Alleen de weg is nog lang niet droog.

Na een paar kilometer zijn we terug op de verharde weg. Het fietst prettig. Inhalend verkeer geeft voldoende ruimte en het landschap is prachtig. We passeren dorpen met tongbrekende namen als Kiziramfumbi. Er passeert een toeristenauto met allemaal slapende mensen. Ik realiseer me dat voor ons de weg de attractie is en geen corvé tussen twee attracties.

Het voelt al haast gewoon, het roepen van de kinderen, een fietser die een wedstrijdje doet, mensen die ons lachend bekijken. Heftig is een tentenkamp langs de weg, rieten krotten bedekt met plastic. Een bord waarschuwt dat we de snelheid moeten aanpassen. Hier is een camp met displaced people, eufemisme voor vluchtelingen.

Na 30 kilometer zegt Garmin dat we moeten afslaan. We overleggen even, we kunnen gewoon doorfietsen of de onverharde afslag nemen. Het wordt het laatste. 11 kilometer, dat moet wel lukken. Ook als het geregend heeft.

We duiken het binnenland in. Het voelt ongerept. We zien de verbazing dat er een muzungu langs fietst. Als we even stoppen willen kinderen op de foto. Ze giechelen als ze de plaatjes zien.

Overal werken mensen op de velden. Hier zien we geen trekkers, maar wordt alles met de hak gedaan. De weg golft door het landschap. Op het diepste punt zien we waterpoelen. Het is confronterend dat kinderen daar jerrycans water voor het huishouden halen. De klimmen omhoog zijn uitdagend, 10% omhoog is geen uitzondering. En toch, het is zó gaaf.

Na 11 kilometer komen we niet op de grote weg. Dit is even slikken. Twee kilometer verder kruisen we de asfaltweg. Genoeg klei, we passen de route aan. We draaien de grote weg op en rijden dwars door de verkeerschaos van Hoima naar ons hotel.

Eigen

19 augustus, Kagadi – Bugoma

Vandaag rijden we naar het noorden. De route van AWOL gaat terug naar Entebbe, daar hebben we nog geen zin in. We hebben zelf een route gemaakt naar Murchison Falls, het grootste nationale park.

Het is zonnig als we weg rijden. Het is mooi groen. Overal werken mensen op de velden. Van de weg is geen meter vlak. De hellingen zijn pittig. We passeren een fietsenmaker. Tot onze verbazing wordt er net een OVfiets onder handen genomen. Recycling ten top.

Het is maandag vandaag. Op de weg is het wat drukker dan in het weekend en in de dorpen is meer reuring. Met het zonnetje erbij is het fantastisch fietsen. Als we langs een groep toeristen fietsen roept een van hen ‘wauw’ als hij ons ziet. En zo voelt het.

We stoppen voor cola. Er zit een groepje mannen onder een parasol. Ze kijken wat nors. Carry begint een praatje en meteen is het ijs gebroken.

Langs de weg wordt mais gedroogd. We stoppen. Meteen komt iemand ons de mais laten zien, de gedroogde mais voor de posho (maispap) en de kiemen voor het lokale bier.

We passeren een riviertje. Beneden ons wordt een brommer gepoetst. We rijden door. Na veertig kilometer slaan we af. Er staat geen aankondiging van het hotel. We twijfelen even. Meteen komen omstanders uitleg geven. Dat is niet nodig, we volgen MapOut. En als het niet klopt kunnen we altijd nog terug.

Het is een mooie onverharde route langs suikerriet en bananen. We staan nog even te praten met de chauffeur van een pickup vol bananen. De route van Carry klopt perfect. We zijn mooi op tijd bij de luxe lodge met huisjes in het bos. Dat geeft ons de kans vanmiddag te wandelen in het Bugoma Forest.

Onderweg

18 augustus, Kyenjojo – Kagadi

De eerste zorg is de achterband van Carry. Gisteren stond hij voor de deur van het hotel met een lekke band. Niet de slechtste plek. Hij plakte het gaatje, vond de ijzeren splinter en dronk een cola. Band weer plat. Nóg een splinter. Band geplakt, en opnieuw plat. Niets te vinden. Nieuwe binnen- en buitenband erop. Alles uit de voorraad in de fietstas. Vanochtend geen problemen. En wat bleek, de binnenband was boven en onder doorgeprikt door dezelfde splinter.

Onze routeomschrijving is niet positief over het traject van vandaag. Het was altijd al een arm gebied, maar met corona en een ebola-uitbraak is het er niet beter op geworden. Er schijnt veel gezopen te worden, met alle gevolgen van dien voor het sociale verkeer, vooral voor vrouwen. Misschien is de waarschuwing terecht, maar ik merk dat ik wat minder onbevangen op de fiets stap. We gaan zien wat het wordt.

Het is zondag vandaag. Dat betekent dat er in de kerk gezeten wordt. Afhankelijk van het kerkgenootschap horen we meerstemmige psalmen, donderpreken of swingende gospel. Zondag betekent ook dat veel winkeltjes dicht zijn. Dorpen zien er meteen minder levendig uit. En zondag is natuurlijk ook voetbal. De Premier League is hier in elk willekeurig dorp live te volgen.

Het is bewolkt. Met 19 graden bij vertrek is het fris. Er dreigt regen, maar het zet gelukkig niet door. Aan de begroeiing zien we dat de regentijd hier al begonnen is. Om te fietsen is het prima weer, voor foto’s is het wat minder.

Als ik stop om een foto te maken hoor ik een groepje metselaars achter me lachen. Ik kijk om en roep ‘good morning’. Meer gelach, een van hen roept ‘I love you’. Nu lachen we allemaal.

Er zitten wat vrouwen langs de weg. Ze verkopen aardappels en pinda’s. Ik stop en vraag naar de prijs van de pinda’s. Dat is een taalprobleem, is het 500 of 5000? Als Carry zijn portemonnaie pakt is dat snel opgelost, 500 is beslist niet genoeg.

De weg is rustig. Bij tegemoetkomend verkeer zien we relatief veel toeristenauto’s op weg naar Queen Elizabethpark. Vanuit diverse auto’s wordt gezwaaid. Ik vraag me af wat ze denken van die twee fietsers. We hebben wat stevige klimmetjes. Onze etappe is niet zo lang, de afstand wordt vooral bepaald door beschikbare hotels.

En wat de reacties langs de route betreft, er wordt meer gejoeld, om geld gevraagd en naar me gefloten. Maar eerlijk gezegd weet ik niet of het me opgevallen zou zijn als er tevoren niets over gezegd was.

Thee

17 augustus, Nkuruba – Kyenjojo

We stuiteren als twee blije eieren over de onverharde weg. Na drie autodagen spelen we weer buiten. We worden achteropgereden door een brommer van de lodge, Carry had de sleutel meegenomen.

We stoppen bij een telefoonwinkel in een klein dorp. Hier koopt Carry wat extra MB’s. Ik sta buiten bij de fietsen. Een klein meisje durft nog net naar me te lachen, maar rent hard weg als ze door haar broertje mijn richting uit getrokken wordt.

We passeren Fort Portal, een wat grotere stad. Het verkeer is een heerlijke chaos. We rijden een rondje langs de markt, maar daar is op zaterdag niet veel handel. Carry maakt een foto. Een militair protesteert, hij wil niet op de foto. Carry laat hem een andere foto zien. Conclusie, you may go now.

We slaan af en rijden verder over een onverharde weg. De kwaliteit van het wegdek is zo goed dat die paar automobilisten, als debielen rijden. Er is gelukkig ruimte genoeg om uit te wijken. We passeren de eerste thee.

Vanaf de volgende afslag wordt het pad heel smal. De keuze is of om over de keiharde bobbelige klei te rijden of door de modder ernaast. Het is pittig. Hier en daar lopen we een stukje. Maar het is zo leuk. Er wordt in de thee gewerkt, maar er is best tijd voor een praatje. Kinderen staan letterlijk te springen van enthousiasme als ze de mzungu’s zien aan komen, om dan volledig stil te vallen op het moment dat we hen passeren. Pas als we op veilige afstand zijn horen we ze weer joelen.

De hellingen glooien. De theevelden strekken zich uit. Het is fantastisch fietsen hier. Het ommuurde gebouw met prikkeldraad op de muur ziet er uit als een gevangenis. Het is een theefabriek. We ruiken de verse thee die gedroogd wordt.

Het laatste stuk rijden we langs de grote weg. We hebben de indruk dat deze regio wat armer is. Vraag niet waar we het op baseren. Uiteindelijk vinden we een restaurantje. We kletsen met de mannen naast ons over voetbal. Iedereen volgt hier het Engelse voetbal. Erik ten Hag is bekend, Arne Slot nog niet. We eten een prima lokale lunch met bananenpuré, rijst, yam, verse avocado en wat niet door ons herkende producten.