De bui om half 3 begint heel voorzichtig. Gelukkig zijn we meteen wakker. Nu hebben we voldoende tijd om de buitentent op te zetten en de bagage droog te leggen. Dit hadden we gisteravond met onze zongestoofde hoofden niet gedaan, het voelde of de hitte eindeloos was.

Als we weer wakker worden is het bewolkt. Dit is jammer voor de foto’s, maar voor het fietsen is het heerlijk. We starten op het fietspad langs de Elbe. We herkennen dat de dijk hier recent verbeterd is. We zien de nieuwe bermen en de aangepaste taluds. Voor ons is vooral het strak nieuwe fietspad op de kruin van belang. We trappen lekker door en het voelt als thuis.
Bij een groot sluiscomplex draaien we af van de Elbe. Prompt fietsen we via een gigantisch aquaduct weer over de Elbe. Dit is het Wasserstraßenkreuz Magdeburg, een waterbrug van 918 meter. Het is het laatste stuk van het Mittellandkanal dat Berlijn met het Ruhrgebied verbindt. De werkzaamheden voor het kanaal zijn in 1905 gestart, maar dit laatste stuk is pas recent, na de Duitse eenwording, gerealiseerd.

We blijven op de dijk langs het kanaal fietsen. De kruin ligt een meter of twaalf boven het land ernaast. Naarmate we verder fietsen wordt de dijk lager. Met het kanaal kruisen we nog een snelweg en een spoorlijn. Het is imposant. En het waanzinnige is dat we kilometerslang maar één vrachtschip tegenkomen, de Dubio.

Het motregentje aan het begin van de middag is lekker fris. De temperatuur vandaag is meer dan 10 graden lager dan gisteren. Het uitzicht hier, waar het wat glooit, zou met zon mooier zijn, maar de hellingen zouden meer geploeter vragen. De dorpen waar we door komen beginnen langzaam te veranderen, wat meer vakwerkhuizen, minder Kopfsteinpflaster, alles wat welvarender. Net als we ons beginnen af te vragen waar de grens met de DDR lag, staat er een bord langs de weg. 
We trappen mooi op tijd af. In de zon is het al warm. De eerste stop is een klein pontje over de Havel. We staan er met zijn vieren op. De dame naast ons begint te kletsen over haar zoon die in Nederland werkt en het daar veel relaxter vindt dan werken hier. 



Langs de Reichstag en de Brandenburger Tor rijden we in een rechte streep de stad uit. 10 kilometer langs de Bismarckstrasse met veel stoplichten en een fietsstrook. Aan het eind buigen we af. Aan onze rechterhand ligt een meer. Hier begint de weg wat te glooien. Dit is de plek waar Berlijnse wielrenners hun hellingen rijden. We sluiten ons bij hen aan. Ik heb gisteren wat overbodige bagage bij DHL afgegeven, dat maakt het fietsen soepeler.
Het is een mooi traject naar Potzdam. Het is wel duidelijk waarom de diverse keizers hier hun zomeroptrekje hadden. Wij stoppen voor koffie en een appeltaartje. Zó’n lekker taartje dat ik niet de enige ben die dat laatste hapje wil. Ik mis de wesp die mee eet, hij mist mij niet en steekt in mijn tong. Wat een feest. De rest van de dag fiets ik met mijn tong op mijn schoenen.





De kanoër kijkt ons verschrikt aan, gaan jullie 80 kilometer fietsen met déze hitte? Ja, dat gaan we doen en we vertrekken op tijd. Vandaag laten we de Hanzeroute links liggen, we stappen over op de Usedom-Berlin route. Deze is echt anders dan de Hanzeroute. Waar de samensteller van de Hanzeroute niet veel op lijkt te hebben met fietspaden en er grote stukken onverhard in gooit, fietsen we vandaag vooral over goede fietspaden. Her en der staan bordjes dat het pad is aangelegd met Europese subsidie. Het lijkt me een goede besteding, kom maar door met de poen.
Het eerste stuk fietsen we langs de Unterückersee. De eerste mensen installeren zich met hun handdoekje. We rijden door, het is nog niet heel warm. Dan rijden we het bos in, schaduw en een paar graden koeler. Het trapt heerlijk. Er staat een bord dat een omleiding aan geeft. Het is even zoeken wat bedoeld wordt, dan rijden we verder. Regelmatig komen ons fietsers tegemoet, de meesten met bepakking. Blijkbaar zijn er genoeg om een kerk voor te openen. Of zou het speciaal voor onze Santos zijn?
Bij alle meren waar we langs komen vandaag is het druk. We vragen ons af of we een camping kunnen vinden. Bij twee campings hebben we al bot gevangen. De kanoër van vanochtend adviseerde ons te kijken bij Wasserwanderrastpflatzen. We vinden er een op 20 kilometer. We bellen. We hoeven ons geen zorgen te maken, zeggen ze, plaats genoeg. Dat is mooi, dan gaan we eerst op ons gemak lunchen.
We hebben ons juist geinstalleerd voor onze siesta, languit in het park, als een dame naar ons toe komt. Ze vraagt ons of we wat kunnen opschuiven, want zij hadden deze plek gedacht voor een familiefeestje. We verplaatsen ons en bekijken hoe de auto uitgeladen wordt. Er komt een ladder om de slingers op te hangen en er zijn dozen vol feestspullen. Het blijkt een Einschulungsparty te worden, een feestje dat hun kind maandag naar de basisschool gaat.








Tegenover ons staan drie fietsers. Ze zien eruit als bikers. Zo ziet ook hun fiets eruit, met een wijd stuur en alles breed bepakt. De reden dat ze fietsen en niet brommen zit achterop de fiets, een klein blond fluffy keffertje in een rieten mandje. Een van de drie heeft het moeilijk. We zien zijn tent schudden en rommelen en steeds maar weer horen we Verdammt en Scheise. Theater bij het ontbijt.






Onze camping heeft een heel bijzondere anti-corona maatregel: In de nacht wordt het toiletgebouw gesloten. Ik betwijfel of het helpt tegen corona, ik verwacht eerder een golf van blaasontstekingen.


