Het ochtendritme is vertrouwd. Slaapzakken inpakken, matjes oprollen, thee zetten, tent afbreken, alle spullen aan de fiets en gaan. Iets meer dan een uur hebben nodig voor het hele ritueel. We kletsen nog even met die andere vakantiefietsers en dan rijden we via Bourtange naar de grens. 
Nog altijd verbaast het dat zo’n streep op de kaart zoveel verschil maakt in het landschap. Aan de Duitse kant zijn de huizen net anders, staat er een crucefix in de tuin en is het allemaal wat ruimer, wat uitgestrekter. Het is heerlijk rustig onderweg, tot we bij de Ems komen. Hier loopt de Ems-Radweg en er rijdt ons een zwerm vakantiefietsers tegemoet. De rest van de dag hoeven we het fietspad met niemand te delen. 
We passeren een militair oefenterrein. Op zaterdag wordt blijkbaar niet geoefend, dus we kunnen door rijden. De militairen hebben het goed voor elkaar, direct grenzend aan het oefenterrein liggen wat hennepvelden. De geur hangt zwaar in de lucht.
Onderlangs een magneetbaan komen we in Börger. Deze Borger heeft wel hunebedden, maar voelt zich beslist geen hunebedhoofdstad. Het is uitgestorven. We stoppen bij een pizzeria. We twijfelen over mondkapjes, de pubers naast ons niet, die lopen alle vier met een hip printje voor hun gezicht. En wel weer bijzonder, we kunnen alleen cash betalen. 
We fietsen over een fiets/wandelpad de stad uit. Een oudere man laat ons passeren. Hij kijkt blij tevreden als hij meldt ‘die Frau fahrt immer hinterher’. 
Het waait hard. De lucht is al de hele dag betrokken. We zien vooral mais. Net als we constateren dat het eigenlijk wel saai is draait de route het bos in. Het volgende uur rijden we over gravelpaden en is onze aandacht bij de weg. Klokslag 15 uur, Duitse pünktlichkeit en de voorspelling van buienradar, begint het te gieten. Flink nat komen we aan bij het hotel. Hier wachten we de buien van vandaag en morgen af. 









Het eindpunt van deze reis, Luang Prabang, staat op de lijst werelderfgoed van Unesco en ligt fantastisch in de oksel van Pak Khan en Mehkong. Toch is dat niet het eerste waar wij belangstelling voor hebben. Wij zijn vooral op zoek naar een fietsenhandel en dan met name één die ons fietsdozen kan leveren. Ons eerste uitstapje is dan ook naar de fietswinkel om de hoek. Met wat handen- en voetenwerk begrijpt hij ons wel, maar hij heeft geen dozen. De vraag is of we later meer kans hebben of dat de aanvoer van fietsen uit China stagneert vanwege het coronavirus. Een nachtje slapen geeft ons het stevige voornemen vóór alles de fietsen in een doos te stoppen. We fietsen een paar kilometer verderop naar een andere fietshandel. Hier zijn gelukkig wel fietsdozen beschikbaar. Weliswaar hebben ze geen Europese maat, maar het is een begin. We mogen ze gratis meenemen. We kopen nog een reparatiesetje van het Reumofands, met schrijffouten en laten de dozen per tuktuk bij het hotel bezorgen. Dan begint het echte knutselen om de dozen om de fietsen te krijgen. Twee uur later en twee rollen tape verder is het gelukt. Nu maar hopen dat de douane niet in de dozen wil kijken.

En dan zijn er de tempels, meer, mooier en ouder dan we tot nu toe in Laos gezien hebben. Ze hebben daken met verdiepingen en lange trappen met draken. Ze staan vol beelden en alles is versierd, tot het dak aan toe. Het goud glanst, het wit schittert en overal staan offerandes van bananenbladeren met oranje afrikaantjes en wierook.
Luang Prabang is de zetel van het hoofd van het Laotiaans boeddhisme en is daarmee het Vaticaan van Laos. En overal wonen er monniken. Hun oranje wasjes steken af tegen de witte muren. Elke ochtend om half 6, net voor het krieken van de dag doen zij in lange rijen hun ronde voor aalmoezen. Het schijnt een mooi schouwspel te zijn. Misschien lukt het nog om voor vertrek te gaan kijken.
Als we tijdens het ontbijt naar buiten kijken, zien we dat de rivier een meter of wat lager staat dan gisteren. Het ziet ernaar uit dat vannacht de deuren van de dam gesloten waren. Als we onderweg zijn horen we flink geraas achter ons. Mooi verhaal natuurlijk, als we zeggen dat we hoorden dat de deuren open gingen en dat ze alleen tijdens kantoortijd open staan.



Het lijkt erop dat ook in Laos het advies van Studiosport gevolgd wordt: zondagavond eten met het bord op schoot. We zien op meerdere plekken tafels met eten buiten staan. Automobilisten en brommertjes stoppen, zoeken wat te eten uit en vertrekken weer met een bundel plastic zakjes. Wij eten liever in het restaurant en dat kan gelukkig ook. We kiezen uit de bakken langs de weg. Er staat een water cooler waar we zelf water uit kunnen pakken, met glaasjes er naast. Bier is niet voorhanden. Dat lossen we zelf op bij de Chinese buurtsuper.



Het voordeel van een toeristische plek als Nong Khiaw is dat je er uitgebreid kan ontbijten. Zo starten we deze zondag buiten op een terrasje, met fruitsalade, stokbrood en müsli. We fietsen niet zo ver vandaag, dus tijd genoeg. Het is na negenen als we opstappen en gelijk uit moeten wijken voor een bruidegom. 

Een huis wordt gebouwd. Het is er druk. Tegen de gevel staat een soort brede ladder vol mensen om de emmers cement naar boven door te geven.
Er wordt gewassen in een klein stroompje. Kinderen zwaaien en springen haast voor de fiets om ons een high five te geven. Voor een sanitaire stop weten we inmiddels dat de benzinepomp een goede plek is. We maken foto’s bij een rijstveld. Het is allemaal heel relaxt.
We overnachten in Nam Thouan. Dit moet wel een echte stad zijn, niet alleen zijn er veel telefoonwinkels, er is een supermarkt met karretjes. Er is ook een gewone markt, en die vinden we veel interessanter. 
Vandaag geven we het stuur uit handen. We gaan en stuk met de boot en dat betekent dat we ons moeten aanpassen aan de dienstregeling. Tenminste dat denken we. Er hangt een duidelijk briefje, tussen 9 uur en half 10 kaartjes, 10 uur weg. Nederlands als wij zijn, zijn we er op tijd. We krijgen ruim tijd om rond te kijken. Er komt een vrouw op de brommer aan, met een wasmand. Naast de boten doet ze haar wasje. Een oude vrouw vult haar gieter en loopt naar haar tuin. Lamgzaamaan komen er wat mannetjes die bij de boot lijken te horen. De fietsen worden opgeladen. Wat mensen stappen mensen. We wachten nog op twee toeristen die komen aanrennen. Zo tegen half 11 vertrekken we. Na een minuut of 10 draaien we om. Er zijn wat nagekomen passagiers.
Bij de volgende stroomversnelling is het raak. Hier is het water zo ondiep dat alle ballast over boord gaat, lees: de zes toeristen moeten lopen. Het is klauteren over de rotsen langs het water op schoenen die daarvoor niet geschikt zijn. Voordeel is wel dat dit gelegenheid biedt voor een sanitaire stop. En het landschap waar we doorheen varen is mooi en groen. 



Ook vandaag is de route simpel. Na 1 kilometer gaan we rechtsaf de 2E op. Garmin geeft aan dat we na 99 kilometer linksaf moeten. Dat is helder. Overigens, als we niet linksaf gaan en nog een kilometer of vijftig zouden doorfietsen, dan zitten we in Vietnam. Dat is (nu) niet de bedoeling.
We hebben het gisteren gevraagd aan de gids van die drie Australische fietsers, aan de baas van het hotel en aan de fietser die net aan kwam. Iedereen was het er over eens, die 100 kilometer naar Muang Khua zijn prima te doen. De eerste 20 kilometer zijn pittig met wat fikse hellingen, daarna is het overwegend bergaf, met wat kleine golfjes. Dat zal vast je idee zijn als je hier woont, maar wij komen uit Nederland. Bij ons is vlak vlak. Niks geen stiekeme steile stukjes omhoog voor je weer omlaag mag, vlak is vlak en omlaag gaat omlaag. Nou vandaag dus niet. Het verslag van Garmin ziet eruit als een speldenkussen.

Het is uitkijken geblazen. Stukken van de rijbaan zijn opgebroken, soms de hele weg. Er staan geen waarschuwingen. Wat verderop is een graafmachine aan het werk, hij sloopt het volgende stuk. We vragen ons af wanneer de herstelploeg gepland is.
Er is weer veel te zien langs de weg. We stoppen bij een klein marktje om bananen te kopen. Tegelijkertijd stopt een geblindeerd busje, twee Franse toeristen met video en fototoestel en een gids rollen naar buiten. Het is een wereld van verschil. We fietsen door, we passeren een pickup vol vrouwen in traditionele kleding. Er komen ons vier waterbuffels tegemoet. Zeker van zo dichtbij zijn het imposante beesten. Verderop worden de pluimen van bamboe langs de weg te drogen gelegd. In de stad hebben we de bezempjes gezien die hiervan gemaakt worden.
Het laatste stuk is even doorbijten. Zo in de middag komt de warmte niet alleen van de zon, maar ook van het asfalt. Bij kilometer 99 slaan we af. Hier vinden we een hotel en de boot voor morgen. 
Het guesthouse is prima, zeker voor de somma van 8 euro, maar ontbijt zit er niet in. De buitenkeuken is alleen voor eigen gebruik. Dat betekent dat we de weg oversteken, naar het restaurant waar we gisteravond fried noodles gegeten hebben. Gelukkig hebben ze voor de ochtend hetzelfde menu. Dat heeft nog even voeten in aarde. De jongen die er nu loopt spreekt geen Engels dus ik krijg een telefoon in handen gedrukt waar een slaperige meisjesstem good morning zegt. Na mijn good morning zeg ik fried noodles en geef de telefoon weer aan de jongen. Hij krijgt telefonisch zijn instructies en wij krijgen ontbijt. En ter aanvulling, het restaurant is volledig open aan de kant van de straat. Dat betekent dat we veel bekijks hebben van alle schoolkinderen die op de fiets langs komen. 
In het dal is veel landbouw. De velden liggen droog. Dat past bij de tijd van het jaar. Elders zien we boontjes, knoflook, rijst en mais. Naarmate we verder stroomopwaarts komen zijn de velden groener. De laatste kilometers bergop fietsen we door de jungle. Aan beide kanten van de weg is het groen en mooi. De weg is ploeteren maar het uitzicht maakt veel goed. 
Het stadje waar we vannacht slapen heeft het enige grote kruispunt van vandaag. De afslag naar links leidt naar China.