Gisteren zijn we de denkbeeldige grens van de voormalige DDR overgestoken. Prompt liet internet ons in de steek. We vragen ons af of het toevallig is of dat hier voorzieningen tóch achterlopen. Met het fietsen in oost is de wind overigens gedraaid, die waait nu ook oost. Zo langs de kust valt dat niet mee.
Onze eerste stop is Wismar. Ook dit is een mooi onderhouden hanzestad. De bouwstijl en de indeling van de straten lijkt op thuis, in Zwolle. Van hieraf buigt onze route af van de Ost-Seeküsten-Radweg. Reden hiervoor is dat deze route erg druk is. Dat hebben we gisteren gezien, veel electrische fietsen en mountainbikes en af en toe een vakantiefietser.
Dus we slaan af, het binnenland in. De route is mooi, maar pittig. Flinke stukken zijn onverhard, met dikke gravel en af en toe rul zand. Tijd voor een tegeltjeswijsheid. Ik twijfel nog tussen ‘niet alles wat je kunt fietsen is een fietsroute’ en ‘de slechtse wegen geven de mooiste uitzichten’. 
Ondertussen doen we haasje-over met twee andere Santosfietsers. Als wij uiteindelijk op een terras zitten schuiven zij aan. Het is erg gezellig, met verhalen over fietsen in Duitsland. Hun opmerking dat de R1 nog veel langer en heftiger onverhard is dan deze route echoot nog een tijdje na. 
Het laatste stuk langs de kust is druk. Ook de camping is druk. De receptioniste geeft aan dat het vol is, maar dat ze voor fietsers nog wel plaats heeft.
Het is een fantastisch fietspad, met rechts golvende gele graanakkers en links steeds tussen de bomen de zee. En de zon schijnt. Het landschap glooit en het fietspad glooit mee, met af en toe uitschieters naar 13%.
Het plan voor vandaag is een camping en de stad Wismar. Die combinatie bestaat niet. Ondanks alle toerisme langs de kust zijn er niet veel campings. We landen uiteindelijk op een door de ANWB goedgekeurde, veel te grote camping, maar wel met zon en zee.

Als we weer buiten komen is het weer omgeslagen. De lucht is blauw, het is zonnig en de jasjes kunnen weer uit. We fietsen langs de Trave. Op de app wordt die vergeleken met ons Almeloos kanaal, maar onze beleving is anders.
Het landschap begint wat te glooien, het graan glanst in de zon, hier wordt een mens blij van. We passeren wat dorpjes. Zo rond een uur of een zien we vanuit een ooghoek twee tandems bij een speeltuin, onze campingburen hebben lunchpauze met speeltijd voor de kinderen.
Het laatste stuk rijden we langs het kanaal Elbe-Lübeck. Het is een mooi smal onverhard fietspad. Bij elke brug is het weer de verrassing hoe het er om de bocht eruit ziet. Zo rijden we Lübeck binnen. Ooit was dit een belangrijke hanzestad. Voor ons is het het eind van het eerste fietsboekje, en daarmee een memorabel punt. 
We beginnen vandaag met een ritje door de uiterwaarden van de Elbe. De zon schijnt en we hebben windkracht 4 in de rug. Het is klassiek rivierenlandschap, met links van ons de Elbe en rechts achter de dijk appelboomgaarden. 
Het duurt even voor we weer een goed fietsritme hebben. De route is kruip-door-sluip-door en even lekker doortrappen zit er niet in. Deze deelstaat houdt bovendien van karrespoor-fietspaden, bestaande uit twee smalle streepjes beton. Dit betekent goed opletten waar je rijdt.
Het waait flink, we hebben de wind aardig in de rug, maar het is echt fris. Na de boodschappen twijfelen we even, maar we gaan toch lekker kamperen. Onze buren op de camping zijn ook fietsers, maar iets anders dan wij. Zij fietsen op twee tandems met twee jongetjes van 6 en 4 voorop. Als we aankomen zijn zij aan het koken. Ze hebben zoveel te veel dat we mee mogen eten. Een gezellig alternatief voor vijf kilometer fietsen naar het dichtstbijzijnde restaurant of ons noodrantsoen van Bever. 
Met de regenjas aan fietsen we door het Schnoor en langs het stadspark Bremen uit. Het eerste stuk van de route gaat langs de Wörpe, een klein riviertje. We rijden over de dijk, of beter gezegd het dijkje, dat er naast ligt. De zon schijnt, alles is mooi groen, zo hoort een fietsdag er uit te zien. 






Het ochtendritme is vertrouwd. Slaapzakken inpakken, matjes oprollen, thee zetten, tent afbreken, alle spullen aan de fiets en gaan. Iets meer dan een uur hebben nodig voor het hele ritueel. We kletsen nog even met die andere vakantiefietsers en dan rijden we via Bourtange naar de grens. 

Onderlangs een magneetbaan komen we in Börger. Deze Borger heeft wel hunebedden, maar voelt zich beslist geen hunebedhoofdstad. Het is uitgestorven. We stoppen bij een pizzeria. We twijfelen over mondkapjes, de pubers naast ons niet, die lopen alle vier met een hip printje voor hun gezicht. En wel weer bijzonder, we kunnen alleen cash betalen. 











Het eindpunt van deze reis, Luang Prabang, staat op de lijst werelderfgoed van Unesco en ligt fantastisch in de oksel van Pak Khan en Mehkong. Toch is dat niet het eerste waar wij belangstelling voor hebben. Wij zijn vooral op zoek naar een fietsenhandel en dan met name één die ons fietsdozen kan leveren. Ons eerste uitstapje is dan ook naar de fietswinkel om de hoek. Met wat handen- en voetenwerk begrijpt hij ons wel, maar hij heeft geen dozen. De vraag is of we later meer kans hebben of dat de aanvoer van fietsen uit China stagneert vanwege het coronavirus. Een nachtje slapen geeft ons het stevige voornemen vóór alles de fietsen in een doos te stoppen. We fietsen een paar kilometer verderop naar een andere fietshandel. Hier zijn gelukkig wel fietsdozen beschikbaar. Weliswaar hebben ze geen Europese maat, maar het is een begin. We mogen ze gratis meenemen. We kopen nog een reparatiesetje van het Reumofands, met schrijffouten en laten de dozen per tuktuk bij het hotel bezorgen. Dan begint het echte knutselen om de dozen om de fietsen te krijgen. Twee uur later en twee rollen tape verder is het gelukt. Nu maar hopen dat de douane niet in de dozen wil kijken.

En dan zijn er de tempels, meer, mooier en ouder dan we tot nu toe in Laos gezien hebben. Ze hebben daken met verdiepingen en lange trappen met draken. Ze staan vol beelden en alles is versierd, tot het dak aan toe. Het goud glanst, het wit schittert en overal staan offerandes van bananenbladeren met oranje afrikaantjes en wierook.
Luang Prabang is de zetel van het hoofd van het Laotiaans boeddhisme en is daarmee het Vaticaan van Laos. En overal wonen er monniken. Hun oranje wasjes steken af tegen de witte muren. Elke ochtend om half 6, net voor het krieken van de dag doen zij in lange rijen hun ronde voor aalmoezen. Het schijnt een mooi schouwspel te zijn. Misschien lukt het nog om voor vertrek te gaan kijken.