Tarsiers

16 februari Cebu – Loboc

Eindelijk zijn we onderweg, mét alle bagage. Door het maandagochtendverkeer rijden we naar de haven. Inchecken voor de boot is één groot bureaucratisch feest. De tickets die we online gereserveerd hadden zijn niet binnen gekomen. Dat betekent in de rij staan. Als bejaarde mag ik in de priority lane. Conclusie van achter het loket is, wachten of een nieuw ticket kopen. Ik kies voor het laatste. Dan hebben we toegang tot de vertrekhal.

Natuurlijk moeten we daarvoor ook een kaartje kopen én havenbelasting betalen. Dan moet de bagage door de scan. Tot slot wordt de fiets gewogen en betalen we per kilo fiets. Van alles krijgen we een bonnetje en houdt de administratie een doorslagje.

In Tagbiliran bepalen tuktuks en motoren met zijspan het beeld van het verkeer. Ze zijn veel breder dan gewone brommers maar gedragen zich hetzelfde. De taxi’s zijn overigens gemakkelijk te herkennen aan een groot nummer achterop en een bijbeltekst eronder. 

We rijden langs de eerste rijstvelden. De rijst staat donkergroen en geel op het veld. In de berm ligt rijst te drogen. Een kip pikt haar graantje mee. 

We maken nog even vaart om vóór sluiting bij de tarsiers te zijn. Het zijn de kleinste primaten ter wereld met ogen die groter zijn dan hun hersenen. Deze nachtdieren slapen op een vaste plek. Met een gids zien we drie aapjes, zo klein als mijn hand. In mijn gedachten is er een roulatieschema en zijn deze aapjes op maandag aan de beurt.  

We rijden verder en na een laatste klim zijn we bij de afslag naar ons hotel. Tja, dit ligt aan de rivier, 275 treden lager. Het heet niet voor niets Nuts Huts. Carry loopt al met zijn fiets op de trap. De tranen springen me in de ogen. Hier ga ik mijn fiets niet omlaag zeulen -en erger nog, morgen weer omhoog. Gelukkig is er een oplossing, mijn fiets mag in de garage. Dan hoef ik nu alleen nog maar naar beneden met mijn tassen. 

Afwachten

15 februari, Cebu

In afwachting van onze bagage blijven we vandaag nog in Cebu. Langzaamaan raken we gewend aan het tijdsverschil en de warmte. Vanochtend rijden we op het gemak een rondje door de stad. Het is verbazingwekkend dat we steeds stroom hebben, de electriciteitsdraden hangen in dikke warrige kluwens langs de weg.

We rijden naar een taoist tempel. Tenminste, dat is de bedoeling. Bij een militaire basis is de weg geblokkeerd en we moeten omrijden. De contrasten zijn gigantisch. Het ene moment rijden we over een brug waar de rivier onzichtbaar is door de zelf gebouwde huisjes met golfplaten daken. Even later fietsen we over een brede laan met hoge spegelende flats aan beide zijden. 

Het laatste stukje naar de tempel moeten we wandelen. Blijkbaar passeren we een gated community waar fietsen niet is toegestaan: ‘You cannot bike, you must walk. It is a great exercise’. 

In de tempel zijn foto’s niet toegestaan, maar het beeld is universeel, alles draait om een oude man met een baard. Op het dak staan draken die zo weg gelopen zijn uit Mulan. 

Van hier rijden we naar de basiliek. Gesticht in 1565, maar herbouwd in 1735. Spaanser dan dit worden ze niet gemaakt. We doen een snel rondje, want de kerk zit al vol in afwachting van de volgende mis.

Terug in het hotel horen we dat de bagage op het vliegveld is aangekomen. Nu is de vraag of China Airlines in staat is het vandaag te bezorgen. Misschien hadden we het toch in de tempel moeten vragen.

Proefrit

Zaterdag 14 februari Cebu

Het goede antwoord op de vraag waar je fietstassen kunt vinden is natuurlijk Decathlon. In Cebu zijn er zelfs twee. Daar gaan we vanmiddag heen. We gaan nu eerst een rondje fietsen. Het boekje heeft een leuke route naar een uitzichtpunt. En inderdaad dat betekent klimmen. Gelukkig had ik me niet voorbereid want ik weet niet of ik er dan aan begonnen was. 

Screenshot

We rijden soepel de stad uit en nemen dan een afslag een klein weggetje in. Langs de kant staan kleine zelfgebouwde huisjes. Er lopen wat honden, ze hebben geen aandacht voor ons. Het wegdek is rampzalig. Ooit was het asfalt, nu zijn er wat resten asfalt met veel kuilen. De helling is steil. Dit wordt lopen.

Na een kilometer of 4 draaien we een wat grotere weg op. Hier is het meteen drukker en wat minder steil. We kruipen omhoog, ingehaald door brommers en auto’s. Af en toe komt ons een wielrenner tegemoet. De uitzichten worden steeds beter. 

Bij de koffie wordt ons ‘Happy Valentine’ gewenst. Het hele terras is al gedekt met rode tafelkleden en servetjes in hartvorm. Ook langs de weg zien we veel verkopers van bloemen en hartjes, alles voor Valentijn.

Het laatste stuk valt me zwaar. Carry rijdt alvast door. Hij belt om te zeggen dat hij boven is maar dat er geen goede plek om te eten is. Die top hou ik dan maar voor gezien. 

Naar beneden rijden we een mooi smal weggetje. Het daalt flink, mijn handen doen pijn van het remmen. Hier voelen we de tropen, flink veel begroeiing en af en toe een groepje huizen. 

Bij terugkomst in het hotel blijkt onze bagage opgedoken. Deze was achter gebleven in Amsterdam en is meegegeven met de vlucht van vandaag. We blijven toch maar een extra dag in Cebu om daar op te wachten. 

Shopping

13 februari Cebu

We beginnen de dag goed met het in elkaar zetten van de fietsen. Gelukkig hebben ze de reis goed doorstaan. Net als we hiermee bezig zijn komt de Italiaanse eigenaar van het hotel voorbij. Hij verwondert zich over het weer, deze miezer en kou zijn niet gebruikelijk in februari.

Onze volgende stap is een nieuwe simkaart. Door het drukke autoverkeer wandelen we naar de dichtsbijzijnde mall. Voor 15 euro hebben we allebei 30GB en een lokaal nummer. 

Wat verderop zit een warenhuis, een soort lokale V&D. We gaan helemaal los, van zonnebrand tot slippers en badpak, tandpasta, korte broek en tshirts. Alles wat in onze verloren tassen zit vervangen we. Het wordt duidelijk dat wij echt andere afmetingen hebben als de gemiddelde Filipino. Alleen de heel grote maten passen. Eerlijk gezegd denk ik dat ik ben uitgekomen bij herenslippers. De grootste uitdaging krijgen we nog, hoe nemen we alles mee op de fiets?

Weg

11/12 februari Haarlemmermeer – Cebu

Na een nachtje hotel in de Haarlemmermeer starten we de dag op de fiets. Tussen alle parkeerplaatsen en autowegen ligt een prima fietspad. Het is miezerig en koud. Carry heeft zelfs een regenbroek aan. We zijn mooi op tijd. Het inchecken gaat vlot en tegen 11 uur vliegen we. 

Het tijdsverschil met overstap Taipei is 7 uur. Daarom gaat bijna de hele vlucht het licht uit. We hebben geen idee meer van de tijd. In het donker zien we de lichtjes van Delhi onder ons. We zien andere grote steden met namen waar we nog nooit van gehoord hebben. Het is te donker om de Mount Everest te zien. We dommelen wat, we kijken een film en we zitten onze tijd uit. 

In Taipé is de dag net begonnen. We dwalen wat rond op het vliegveld. Tijdens onze sanitaire stop zit ik op een verwarmde bril. We eten een prima soepje, maar hebben amper idee wat we besteld hebben.

Een stukje vliegen, een laatste dutje en dan zijn we eindelijk in Cebu. De rij voor de douane is eindeloos. Als we een foto maken worden we door een official terecht gewezen, foto’s zijn absoluut niet toegestaan. Tegen de tijd dat we onze stempels binnen hebben staan de fietsdozen al te wachten. Jammer genoeg zijn onze fietstassen ergens onderweg achtergebleven.

Salsa

27 februari Havana – Cabañas

We zijn op tijd weg. Het lukt me bijna om zonder mijn bidons te vertrekken maar gelukkig brengt de man van de casa ze ons achterna. We rijden door wolken diesel. De weg is breed en er best plaats voor ons.

Na een kilometer of 15 zijn we de stad uit. We verwonderen ons over plekken waar we langs komen, zoals Havana Libre, een gehucht van een paar straten bij een fabriek met een groot blok sovjetflats. En Sandino, met langs de weg een roestige afbeelding van de man zelf.

Het is warm. Boven ons cirkelen zwarte gieren. De kwaliteit van het wegdek neemt af. We dansen van links naar rechts over het wegdek om de kuilen te ontwijken. Wat er over is aan asfalt lijkt heeft veel weg van een wasbord. Wat we hier nodig hebben is salsa, sturen vanuit de heupen en meegaan op het ritme van de weg. Helaas ontbreekt me dat gevoel en valt de weg me niet echt mee.

Een paar kilometer stuiteren verderop passeren we een kiosk, zo’n klein stoffig hokje met wat vage producten. We stoppen om wat te drinken. We worden bekeken. Onze fietsen worden becommentarieerd. Maar belangrijker is nog de vraag waarom er vandaag geen sigaren te koop zijn.

Tegen het middaguur zijn we terug op de provinciale weg. We stoppen bij een cafetaria. Het ziet er niet uit of er wat te eten is, maar ze hebben lunch. We worden in een donker zaaltje gezet, waar speciaal voor ons de airco aan gaat. We krijgen een plastic vorkje, een bord rijst, met wat restjes vlees erdoor en een onduidelijke hamburger. Gelukkig hebben we voldoende trek.

We rijden door naar Cabañas. Ergens in dit dorp is onze casa. Als we verkeerd rijden begint iemand te roepen en rijdt ons voor naar de juiste plek.

Havana

26 februari

We zijn een dagje in Havana, een stad vol contrasten. Ooit was het hier zo mooi. Het schijnt overal nog doorheen.

We passeren straten die zo mooi opgeknapt zijn dat het voelt als een filmdecor. We zien huizen waar achter de gevel alles is ingestort. We drinken koffie voor 20 cent. We missen het museum van de revolutie, dat wordt gerenoveerd. We zien de jeep met gaten waarin Fidel zelf gezeten heeft. We lunchen uitgebreid, begeleid door een bandje dat merengue speelt. We wandelen. We kijken. We slenteren. En natuurlijk gaan we met een taxi terug naar de casa.

Kust

25 februari Jibacoa – La Habana

In het restaurant gisteravond kregen we een kaart met prijzen in dollars en een bijpassend prijsniveau. Alles was in één keer drie keer zo duur als in Santa Marta. We hadden hier al verhalen over gehoord. We reageerden verbaasd naar de ober. Toen kregen we een andere kaart, met normale prijzen in pesos. Maar in de keuken werd gemopperd ‘voor deze prijzen serveren we geen garnalen’.

We starten vandaag met een mooi klein weggetje langs de kust. De oceaan is diepdonkerblauw. We rijden in de schaduw van de begroeiing en we hebben wind in de rug.

Met niemand hoeven we de weg te delen. Dan draaien we met een heus klaverblad de grote weg weer op. Ook hier is het rustig. We zien vooral taxi’s, veel old timers, met dikke wolken diesel. Dat er niet veel particuliere auto’s zijn verbaast ons niet na de verhalen die we gehoord hebben. Voor gewone mensen zijn er wachtlijsten om 20 liter te mogen tanken. Voor alle ambassadepersoneel is er één tankstation aangewezen. Een wachttijd van 6 uur om te tanken wordt gezien als een meevaller, het kan zo maar 14 uur duren voor je aan de beurt bent.

We fietsen vlak langs het water. Meermalen passeren we iets wat lijkt op een raffinaderij, met hoge schoorstenen en lange pluimen rook. Langs de weg zien we afsluiters in een poel viezigheid. Ze zijn te herkennen aan de geur van rotte eieren. Soms horen we zelfs hoe ze lekken. Gelukkig staat op de muur van de bedrijven vermeld dat ze bijdragen aan een vrij Cuba.

We zijn toe aan lunch. Op de kaart zien we dat vlakbij een compleet vakantiedorp ligt. We slaan af van de grote weg. De muziek knalt ons tegemoet. Er staan wat stalletjes langs de weg met halve olievaten waarop kip gegrild wordt. Met bananenchips erbij is dit de lunch. Aan het tafeltje naast ons zit een groepje jongeren rum te drinken bij hun kip. Een van hen rookt een klassieke, dikke sigaar. Voordat die aangestoken wordt moet iedereen er eerst even aan snuffelen.

De grote weg gaat met een tunnel Havana in. Voor fietsers is die niet toegankelijk. Onze route voert met een lus door wat buitenwijken. De kwaliteit van het wegdek is beroerd. Via scheuren, gaten en een patchwork van reparaties rijden we de stad in. Over de boulevard langs de zee fietsen we naar onze casa. Golven spatten hoog op en slalommend voorkomen we een nat pak. We verbazen ons over de huizen langs de boulevard, wat een schoonheid en wat een verval.

Wind

24 februari Santa Marta – Jibacoa

We rommelen met de route omdat onze navigatie-apps eruit liggen. Het keurige Cubakaartje in onze Garmins is als sneeuw voor de zon verdwenen en ook de app op de telefoon is niet toegankelijk. Mijn Strava doet het nog, die van Carry is geblokkeerd. We hadden wel gelezen dat GPS niet vanzelf gaat op Cuba, maar dit is toch onverwacht. We hebben wel alles in map-out staan. Wellicht niet ideaal, maar we kennen iemand die op basis van map-out naar Rome gefietst is, dus ons zal het hier ook wel lukken. Voor vandaag is de route niet het grootste probleem, want we volgen grotendeels de hoofdweg.

Vanuit onze straat draaien we de hoofdweg op en het is meteen duidelijk, het waait stevig. We hebben de wind vol op kop. Er is geen ontkomen aan. En eerlijk gezegd is de route niet spannend, we rijden langs de grote weg, met in het veld alleen wat ruige begroeiing en we hebben de zee niet in beeld. We zijn nog op zoek naar een fietsritme en ik vraag me af of het de hele vakantie niet spannender dan dit gaat worden. Dan rijden we een lusje buitenom, over een klein weggetje. Dat voelt al een stuk beter.

We stoppen in Matanzas. Borden langs de weg roemen de revolutionaire aard van de bewoners van deze stad en het belang van revolutionaire dromen. In het restaurant waar we lunchen hebben ze alleen rum en bier. Frisdrank moet speciaal gehaald worden. Als we om coca cola vragen melden ze dat er alleen nationale cola beschikbaar is.

Vanaf Matanzas gaan we stijgen. Dat is wel het voordeel als je geen route hebt, je hebt geen idee hoe lang de helling doorloopt. In dit geval vrij lang. Ondertussen is de lucht dicht getrokken en begint het te miezeren. Voor het klimmen is dat fijn. Het is jammer van het uitzicht als we boven komen. In de zon waren de weidse uitzichten over de heuvels vast fantastisch geweest. Nu zien we vooral mistige flarden. We zien steeds meer landbouw. We passeren de eerste suikerriet en velden vol bananen.

We vinden het spannend dat we geen idee hebben waar we vanavond slapen. Internet kan ons hier amper bij helpen. In de reisgids hadden we een hotel gevonden maar toen ik belde bleek de prijs €252 per persoon per nacht. Dat gaat we niet doen. Wat wel? We vinden bij aankomst nóg een hotel in Jibacoa. Dat is vol, melden ze bij de balie. Ze weten wel een casa particular, herkenbaar aan een heel bescheiden bordje. Gelukkig is hier nog plaats. En niet alleen dat, er is ook een terras waar we twee Canadese fietsers tegen komen.

Wisselen

23 februari Santa Marta

We hebben geld nodig, dus er moet gewisseld worden. Dit doen we niet bij de bank, want daar krijg je de officiële wisselkoers. Er wordt een mannetje gebeld die de koers van de zwarte markt geeft. Met ruim een factor twee verschil is dat interessant. Als het brommertje voorrijdt wordt de eigenaar van de casa ongemakkelijk. Wisselen is illegaal, hij kan er zijn vergunningen mee kwijt raken. Dus lopen we naar de hoek van de straat. Er wordt schichtig gekeken als er een voorbijganger aankomt. We vinden een plek achter een schuurtje om de zaken af te handelen. Met een plastic zak vol biljetten keren we terug in de casa.

De eigenaar van de casa is tijdelijk terug op Cuba. Hij woont bij zijn zoon in Portugal. Zijn beeld is dat de meeste jongeren het eiland willen verlaten omdat ze weinig perspectief hebben. Waar in de jaren ‘80 de voorzieningen goed waren en het systeem functioneerde, is dat nu helemaal niet zo. Er is een soort van parallelle economie gebaseerd op euro’s en dollars, die er voor zorgt dat de prijzen omhoog vliegen en die voor gewone mensen amper betaalbaar is.

Langs de straten staan karretjes waar fruit verkocht wordt en groenten waar de grond nog aan zit. Bij huizen staan tafeltjes met flessen sterke drank die met een kartonnetje worden aangeprezen. Dit soort handel is nieuw voor Cuba. Langzaam wordt het toegestaan, mits je de juiste papieren hebt.

We fietsen vandaag naar Varadero. Dit is het aangrenzend schiereiland, een strip met hotels, restaurants en zelfs een golfbaan. Hier is alles ingericht voor toeristen. De koetsjes zijn gepoetst. De huizen zijn geverfd. Het voelt als een Amerikaanse film uit de jaren 50. Er zijn kraampjes met toeristische prullaria, een hop-on hop-off bus en toeristische letters voor de foto. Het lijkt overal vrij rustig, alleen bij de telefoonwinkel straat een rij tot buiten toe. We fietsen op het gemak rond. Langs het busstation met een opwekkende tekst fietsen we de straat naar de casa weer in.