Regen

Carry heeft de route wat aangepast. Het resultaat is dat we de dag beginnen op een smal, ongemaaid, onverhard pad boven op een hoge dijk. Het gaat, maar het is spannend. Mijn commentaar vergeet ik op het moment dat ik beneden me in het weiland een vos zie lopen. Elk nadeel heb ze voordeel, zei een bekend Nederlands filosoof al eens. 

Echt mooi en warm is het weer vandaag niet. Onze app kondigt aan dat het om 12 uur gaat regenen. De weergoden hebben vast dezelfde app, want klokslag 12 begint het te gieten. In de regen fietsen we in een keer door naar Ferrara. Jammer, want de route verdient meer aandacht dan dit. We komen doorweekt aan in ons hotel. Gelukkig heeft de badkamer zo’n buisverwarming, daar past onze volledige garderobe op. 

Wij blijven een extra dag in Ferrara. Het is geen rustdag, maar een regendag. Het is een mooie stad, een combinatie van middeleeuwen en renaissance. Alsof binnen de stadsmuren de tijd is stilgezet. 

Grappig ook, in de Volkskrant stond recent een stuk over Ferrara, naar aanleiding van het fietsboek van Bert Wagendorp. We herkennen de sfeer van de stad uit dit interview. Het maakt nieuwsgierig naar zijn boek. Het is de opvolger van zijn bestseller Ventoux, maar qua fietsen is deze streek beduidend gemakkelijker. 

Verder

Het plan is helder, we gaan naar Rome. De vraag is nog welke route we nemen. Voorlopig is het idee dat we tot Ravenna Reitsma volgen. Met deze gidsjes zijn we ook naar Venetië gefietst. Dan gaan we westwaarts en steken we de Apennijnen over naar Florence. Vandaar volgen we Benjaminse naar Rome. Voorbehoud is het weer. Als het tegen valt, dan blijven we misschien toch aan deze kant van de Apennijnen. We gaan het zien. Vandaag schijnt de zon en ligt de richting vast, zuidwaarts!

Wij houden het vlak vandaag. De Povlakte doet haar naam eer aan. Het is zo fijn om hier weer te fietsen. De zomervakantie voelt dichtbij als we de bordjes met fietsroute Brenta zien en sommige stukken herkennen. Na een kilometer of vijf zijn we in Malvolenta. Ik vraag me af waar deze naam me bekend van voorkomt. Na de volgende bocht is dat geen vraag meer, hier stonden we deze zomer op de camping. Nu zijn we er weer en van hier gaan we verder. Of nee, we gaan toch nog eerst een stukje terug. Nog even langs het kanaal. En bij het grote paleis van Stra buigen we af naar het zuiden. 

Om ons heen bloeien de klaprozen. Als we stoppen voor een foto, biedt een voorbijkomende hardloper aan de foto te maken. Zijn Engels is beperkt, we spreken geen Italiaans. Met handen en voeten wisselen we wat uit. Hij heeft de marathon van Venetië gelopen, inclusief wat natte kilometers over een overstroomd San Marcoplein. Ook hij heeft het over een nat weekend dat er aan komt. We gaan het zien. 

Al meteen vandaag weten we het weer, de Italiaanse fietspaden. Een verhaal op zich. Het zijn meestal paden voor èn fietsers èn voetgangers en ze liggen daar waar plaats is voor een fietspad. Dus niet noodzakelijkerwijs op die wegen waar je een fietspad zou verwachten. Dan ligt er een hoge trottoirband, of er staat een vangrail, en daarachter ligt het fietspad. Als je het begin gemist hebt kom je er sowieso moeilijk op. Midden op het fietspad staat een bord dat dit het fietspad is. Bij elke zijweg volgt een extra bord, einde fietspad, en meteen erna een tweede bord: begin fietspad. En als de weg te smal wordt, of het budget op is, of de gemeentegrens bereikt wordt, of een andere onbegrijpelijke reden, dan houdt het fietspad weer op. We moeten bekennen dat we de fietspaden de helft van de tijd niet herkennen en er zeker niet altijd gebruik van maken.

Wel gaaf zijn de Italiaanse fietsroutes. Deze zijn goed aangegeven en lopen over lekker rustige weggetjes, met maar af en toe een auto. Ze lijken bij voorkeur langs het water te liggen, en lopen mooi rechtdoor. Voor ons Hollanders zijn ze wellicht wat saai. Dus onze route voert ons heel eigenwijs bij vlagen van de fietsroute af, door kleine dorpjes met verveloze huizen en pannendaken, voor ons Hollanders mooi, maar voor de gemiddelde Italiaan op zijn racefiets niet spannend.

Het is heerlijk fietsen. Het is lekker fris en de wind staat schuin achter. We komen in de buurt van wat bulten, zijn dit de eerste voorboden van de Apennijnen? Eerlijk gezegd hebben we geen idee. Het maakt ook niet uit, we hoeven er vandaag niet over heen. Ons hotel, vlak naast het kasteel, ligt aan de voet van zo’n bult. Er is geen fietsenstalling hier, of een schuurtje, de fiets gaat mee het hotel in, hup, in de kamer van de directeur.

Terug

Terug naar Venetië begint in Zwolle op het station. Een conducteur waarschuwt ons dat vanmiddag de huldiging van Ajax is. Hij vraagt zich af of er voor ons wel plaats is in de trein. De supporters zien het anders. Het treinhalletje is vol, gastvrij en gezellig. De trein blijkt mee te kunnen deinen als een coupé vol begint te springen en te joelen.

Op Schiphol volgen we onze gebruikelijke taakverdeling. Ik duik de krochten van het gebouw in op zoek naar twee fietsdozen. Carry haalt de fietsen uit elkaar. Om ons heen verwonderen mensen zich wat we doen. De fietsen gaan in de doos en onze fietstassen gaan in een grote tas. We checken in. De fietsen gaan naar bijzondere bagage. Dan begint het wachten op onze vlucht. Nog thuis kregen we al bericht dat over vertraging en het wordt alleen maar erger. Het stelt ons geduld op de proef, maar het betekent vooral dat we vanavond geen tijd hebben om in centrum Venetië te gaan eten. 

De fietsen komen goed aan. We zetten ze in elkaar, pompen de banden op en fietsen het vliegveld af. Dat is zo’n mooi moment, dan begint de vakantie echt. En we herkennen het. Hier zijn we in augustus gestopt en hier pakken we de draad weer op. We hebben geen zin in een hotel vlakbij het vliegveld, dus dat zijn de eerste 16 kilometer.

Terug

Terug naar Venetië begint in Zwolle op het station. Een conducteur op het perron waarschuwt ons dat vanmiddag de huldiging van Ajax is. Hij vraagt zich af of we gezien de verwachte drukte onze fietsen wel mee kunnen nemen in de trein. Dat valt gelukkig mee, plaats genoeg in het halletje. Voor ons, voor onze fietsen, voor een klein roestig vouwfietsje van het merk Barracuda en voor een stuk of 10 Ajaxsupporters met vlaggen en bier. We zitten ook aan de route naar het toilet en van bier moet je plassen. Elke passerende supporter wordt met gegejoel begroet ‘Joden!’ (en komt terug mopperend over de ns-wc’s). We leren dat bij veel springen ook een trein kan schommelen.

Ons vliegtuig is vertraagd. De vlucht is niet spannend. We doen een dutje en kijken naar buiten. De zon schijnt, het uitzicht is mooi. En we hebben er zin in!

In Venetië is het wachten op de dozen met de fietsen. We zetten de trappers op zijn plaats, pompen de banden op en daar gaan we. Het voelt bekend, hier zijn we in augustus ook geweest. We pakken de draad op, waar we toen hebben afgesloten. In een klein uurtje fietsen we naar ons hotel. Lekker om even op de fiets te acclamatiseren. De avond is fris en helder. Hier bloeit de gele lis al, en velden vol klaprozen. Het valt op dat er zo veel mensen op straat zijn, flanerend in hun winterjas. Alsof het daarvoor in de zomer te warm is, of dat ze dan echt allemaal op vakantie zijn.

Ons hotel staat vlakbij de uitvalsroute naar Venetië. Het is inmiddels te laat om de lagune nog over te steken naar het centrum, we gaan gewoon bij de buren eten. Eigenlijk verwachten we er niet veel van, zo spannend is deze straat niet. Maar we zijn in Italië, en als we het restaurant binnen gaan blijkt het trendy, gezellig vol en erg lekker.

Vliegtuig

Daar gaan de fietsen, op weg naar het vliegtuig, en wij ook. Na 1800 kilometer zijn we op weg naar huis, van het Canal Grande naar het Almeloos Kanaal. Nog steeds met een kop vol verwondering, wat maakt dit fietsen zo fijn?

Eigenlijk kunnen we dat nog steeds niet benoemen. Het is iets met het tempo, zo snel gaat het allemaal niet, je voelt de langzame veranderingen in het landschap. Het zelf doen is fijn, het op eigen kracht de afstand overbruggen. Mensen ontmoeten. En het tentje mee is lekker, ’s ochtends alles weer in een vloeiend ritme oppakken en verder gaan. Natuurlijk is het ook de kick, we kunnen dit écht, we fietsen naar Venetië. En het samen delen is mooi, we genieten hier allebei van. Plus natuurlijk mijn uitzicht, dat blijft een pluspunt. Ondertussen snerpt onderweg in het vliegtuig achter ons onophoudelijk een vierjarige die bijna wint met kaarten. Wij hebben het over wat van die vakantiedingetjes die nog even in het blog ‘moeten’:

    Ons duizend-dingen-doekje waarmee we, ook zonder tussentijds wassen, duizend dingen doen. Andere fietsers gebruiken hier ook overtollige kledingstukken voor, want wees nou eerlijk met al die fietsbroeken heb je aan twee onderbroeken echt wel genoeg.
    Een ober die maar één manier weet om Truthahn uit te leggen in een soort van vogeltjesdans rond de tafel.
    Het onbetwist aandrijvend geluid van een groot glas alcoholfreies Weissen.
    Onze Duopenotti-benen met een strakke scheiding tussen bruin en wit.
    Het genot van een electrische tandenborstel, zelfs als je die mee de Alpen over moet fietsen.
    En al die andere genoeglijkheden die onze vakantie maakten tot deze fantastische fietsreis naar Venetië!

    En nu maar hopen dat onze fietsen de vliegreis goed doorstaan…

Drukte

Met de bus gaan we naar Venetië, de fiets blijft in de opslag van het hotel staan. Uit het raam zien we waar we gisteren over de vangrail geklommen zijn. Ook nu hebben we gemist waar het fietspad vandaan komt. En eerlijk gezegd, zo vanuit de bus is het moeilijk voor te stellen dat het gisteren zo vanzelfsprekend was om hier te fietsen. In de stad nemen we de vaporetto, lijn 2 over het Canal Grande, dwars door de stad. Het is mooi, de kleuren, het water, de huizen, het verval. We stappen uit bij de San Marco. We zijn niet de enigen. De rij om de basiliek in te komen schatten we op tenminste 150 meter. We bedenken dat we hier al eens eerder zijn binnen geweest en beperken ons tot genieten van de buitenkant én van de mensen op het plein. Er loopt een Nederlandse puber met een gezicht op onweer. Zijn vader loopt te mopperen dat hij blij moet kijken en zet hem op de foto. Ik bied aan een foto van hen samen te maken. Pa trekt hetzelfde gezicht als zijn zoon en weet niet hoe snel hij weg moet lopen. Speciaal op aanbeveling van een van onze lezers zoeken we aan het plein het strijkje op bij Florian. We slenteren wat door de stad. Voor koffie strijken we neer bij Al Pesador, een rustig terras in de schaduw, vlakbij de Rialtobrug. Ooit hebben we hier zó lekker gegeten dat we het herkennen, nu houden we het bij koffie.

We ontvluchten warmte en drukte in het Punta della Dogona. Het is zo’n mooi gebouw, op het puntje van het Canal Grande. De tentoonstelling is verrassend.

De lunch voldoet aan alles wat je van Venetië verwacht. Het is een fantastische locatie, met mooi uitzicht en waanzinnige prijzen. Carry wil een Riesling bestellen, maar de 18 euro is de prijs per glas, niet per fles.

We wandelen op ons gemak dwars door de stad terug naar de bushalte. Als we nog even ergens gaan zitten zien we uit en ooghoek twee fietsers langs lopen. Tot onze verbazing zijn het onze Duitse buren van de camping aan de Kalterer See.

Zo’n dagje Venetië was wel even omschakelen na vier weken fietsen. De gewone wereld komt er weer aan. Morgen vliegen we naar huis.

Venezia

We pakken voor de laatste keer de tent in, vandaag gaan we naar Venetië. Carry heeft een route uitgezet en we zien hoe ver we komen. We beginnen rustig langs het kanaal. Er staat een bordje ‘Venezia 15’. We volgen fietspaden, een grotere weg, een stukje dwars door de stad, weer wat fietspad, een winkelcentrum. Carry fietst voorop en ik peddel er achteraan. Ineens zitten we op een vierbaansweg, met aan de andere kant van de vangrail het fietspad. Geen idee hoe we dat klaar gespeeld hebben. Er is maar één oplossing, stoppen en de fiets over de vangrail tillen. Boven de autoweg zien we al met grote letters ‘Welcome – Wilkommen- Bienvenue VENEZIA’, en meteen na de bocht rijden we op de dam, recht op de stad af. Wat een fantastisch gevoel om hier te fietsen!

De vraag is natuurlijk wat we met de fiets in Venetië gaan doen. Van alle steden in Europa waar we naar toe kunnen fietsen hebben we net die ene uitgezocht waar je echt niet kan fietsen -en waar het zelfs officieel verboden is.

We hebben dus een aangepast plan, want we kunnen de fiets nog niet helemaal loslaten. We pakken eerst de ferry naar het Lido. Een mooi stukje varen, met een fantastisch uitzicht op het Canal Grande en op het San Marcoplein. Zo vanuit de verte zien we een deinende massa mensen, oeff, wat een drukte.

Bij het Lido stappen we over op een vaporetto naar Punta Sabbioni. Daar gaan we gewoon weer fietsen. Het fietspad is gaaf en loopt langs het water. Het ruikt hier heerlijk naar pijnbomen en zee. Als Carry een vijgeboom ziet, hebben we zelfs verse vijgen.

We ontdekken een hele wereld achter Venetië. Jesolo blijkt een langgerekte badplaats aan de Adriatische Zee te zijn, een soort van Torremolinos. Kilometers lang fietsen we langs hotels en souvenirwinkels. Heel Italië gaat hier op vakantie.

Het volgende stuk fietsen we door een natuurgebied op de grens van rivier en zee. Het is alleen jammer dat we het begin van het fietspad gemist hebben. Prompt zitten we een paar kilometer op een 90-kilometerweg. Dat maakt ontspannen genieten van het uitzicht moeilijk, maar het schiet wel lekker op. Als we van deze weg af gaan is alles meteen weer onverhard en idyllisch groen.

Dan zien we het vliegveld dichterbij komen. Dit zijn de laatste fietskilometers. De weemoed slaat toe. Hoe lang een maand ook is, het fietsen is nu echt afgelopen. Morgen draaien we niet langer om de stad heen, morgen gaan we Venetië in!

Bijna

Vandaag is het de laatste fietsdag uit het boekje. Én is het Maria Hemelvaart, dat betekent dat bijna alles dicht is. Behalve de kerken, die zijn in vol bedrijf. Als we even in een kerk willen kijken staan we prompt in een mis.

De route vandaag gaat niet over een echte fietsroute, maar langs kleine binnenwegen. Het grappige hiervan is dat steeds wel de afstand tot het volgende dorp wordt aangegeven maar dat Venetië niet op de borden staat. Hoe het op dit soort wegen zit met de fietspaden is een soort van bingo, soms win je, meestal niet. Ofwel in veel gevallen is op de weg veel fijner fietsen dan het fietspad. Soms is dat omdat het fietspad vol hobbels zit of hartstikke smal is. Vaak ook omdat het leven van de fietser extra beschermd moet worden, met hekjes, bordjes, drempels en andere waarschuwingen, liefst midden op de weg, die ervoor zorgen dat je steeds weer op de rem moet. Daar hebben we niet echt het geduld voor.

Ook een route die niet zo spannend is kan ineens verrassen. We rijden door Citadella. Voor ons klinkt die naam als kasteel maar het blijkt de naam van een stadje te zijn, een stadje waarvan de 12 meter hoge stadsmuur nog helemaal compleet is. Daar fiets je niet langs, daar fiets je naar binnen en rij je even een rondje. De tweede verrassing is een gave serie beelden van ene Rabarama verspreid in de stad.

De laatste camping van deze vakantie is een camping zoals een camping moet zijn. Zo’n camping waar je langer willen blijven als je er de tijd voor had. Het is er heerlijk rustig, een boerencamping met mooi groen gras en een klein zwembad. En hij ligt op een steenworp afstand van Venetië, het doel van onze fietsroute. De route uit het boekje loopt niet helemaal naar Venetië, maar stopt hier. De uitleg is dat het laatste stuk niet interessant zou zijn om te fietsen en dat je makkelijk een bus kunt pakken. Misschien klopt dat als je naar Rome gaat, maar wij zijn het er niet mee eens. Wij gaan naar Venetië. Morgen gaan we zien hoe Venetië bevalt op de fiets.

Brenta

Vandaag fietsen we langs de Brenta. Wat ons betreft was Brinta ook een goede naam geweest. Want een fietspad als dit, daar lusten wij wel pap van. Het draait en kronkelt en rijdt heerlijk, met vals plat naar beneden. Het is weelderig groen, alles bloeit. Het barst van de balsemienen, we ruiken ze als we langs fietsen. Ook staat het vol boterbloemen, cichorei, guldenroede. Hier zien we ook weer maïs, dik en groen, geen last gehad van droogte. En de bergen zijn weer echt aanwezig. We beginnen in de ochtend als de Brenta nog een smal stroompje is en we zien hem in de loop van de dag steeds groter worden.

Voor onze koffie maken we een kleine bocht van het pad af. Het dorpje is klassiek wat je verwacht van Italië, een kerk in het midden en een rijtje gekleurde huizen eromheen. In de kroeg zitten twee oudere mannen al aan de witte wijn. Dat belooft wat, want de kroeg is open van 8 uur in de ochtend tot 2 uur ’s nachts. De koffie is heerlijk, en ook dat past bij Italië.

Het blijft mooi fietsen. Het dal wordt steeds smaller. De bergen komen steeds dichterbij elkaar. Op sommige stukken fietsen we onder netten die ons beschermen tegen vallende stenen.

Een ander traject is afgesloten, er is een aardverschuiving geweest. De omleiding voert ons omhoog, ook weer door zo’n dorp waarvan je je afvraagt of het nog in hetzelfde Europa als het onze ligt. Kleine oude huizen, de blinden dicht, maar wel met een verveloze charme en natuurlijk een blinkende auto voor de deur.

Het middagdutje na de lunch schiet erbij in. Achter ons is de lucht zo dreigend dat we besluiten door te fietsen. Het dal lijkt zich te sluiten, maar naast de Brenta fietsen we er door een kloof uit. Daar is het landschap ineens licht, daar ligt de Povlakte. Hier horen we ineens cicades en zien we de eerste olijfbomen. We buigen af, nog net langs de voet van de Alpen, op weg naar de voorlaatste camping.

Trento

Vanaf de Kalterer See volgen we opnieuw de Etsch. We zijn niet de enigen. Zo in het weekend zwermen ook de Italianen uit over de fietspaden. Het is duidelijk dat wielrennen een serieuse zaak is. Iedereen zit picobello op de fiets, òf volledig in de kleuren van een team tot de sokken aan toe òf in zwart en wit volgens de laatste mode van Castelli. Langzaamaan verlaten we Zuid Tirol en nu heet de rivier in het Italiaans Ádige. De rivier is recht, het fietspad ook. We dalen langzaamaan. De bergen worden wat ronder, wat lager en het dal wordt breder. Er staan nog appels maar de bebouwing neemt toe. We fietsen soepel door, maar het voelt alsof we zo de vakantie uit fietsen.

Maar dan komt Trento. De eerste echt Italiaanse stad. We nemen de afslag het centrum in en rijden recht op de Duomo af. Wat een feest, zo mooi. Ook de Piazza Duomo ernaast is fantastisch, omringd door huizen die nog deels met fresco’s beschilderd zijn en met in het midden de Neptunusfontein. Hier wil mijn fiets wel even staan.

In Trento buigt onze route af van de route naar Rome. We beginnen prompt met een fikse klim, 14%. De 6 kilometer erna blijft de route heftig, met percentages tussen 6 en 14%. Het is warm vanmiddag en de meningen zijn verdeeld of deze klim nu wel of niet heftiger is dan de hellingen die we in de Alpen gehad hebben.

Het laatste stuk fietsen we langs het Lago di Caldenazzo. Het is zondagmiddagdruk op alle strandjes en op het riante fietspad. Het is duidelijk hoogseizoen. Een van de vele campings aan het meer heeft nog een camperplek voor ons, groot en ruim tussen alle caravans en campers. We leren weer iets nieuws over kamperen in Italië, je neemt altijd je ochtendjas mee en die kun je op elk willekeurig moment van de dag aan.