Rubicon

25 juli Santarcangelo di Romagna – Lugo

Het is gelukt. De fietsenmaker heeft de krank opnieuw uitgeboord en de trapper zit min of meer op zijn plek. Niet helemaal recht. En de fietsenmaker zegt, alsof hij een huisarts is, dat het beter was geweest om eerder te komen. We duimen dat deze reparatie goed genoeg is om mee thuis te komen. 

Na de koffie stappen we alsnog op. Het is wat bewolkt en daarmee heerlijk fietsweer. Ik rij verkeerd en kruis bijna een klein riviertje. Even verderop steken we dit riviertje wel over. De Rubicon. We moeten onze klassiekers even opfrissen, maar dan weten we het weer. Met Caesar hebben we een beroemde voorganger in het kruisen van de Rubicon. Hij ging de andere kant uit, naar Rome, en ontketende een burgeroorlog. Onze ambitie gaat niet verder dan naar het noorden fietsen. En we weten nog niet eens waarheen vandaag.

Bij een muurschildering van Pantani slaan we linksaf naar Cesenatico, zijn geboortedorp. We passeren zelfs het Pantanimuseum, maar stoppen niet. Bij de historische zeilschepen op het Porto Canale Leonardesco een stukje verderop kijken we wel.

Vanaf hier fietsen we langs de Riviera Adriatico. We doen pogingen de zee te zien, maar het strand is volgebouwd met horeca en parasols. We belanden in een lange laan met immense parasoldennen en afwisselend hotels en winkels met strandspullen.

Het is niet erg om weer landinwaarts te gaan. Zeker niet als we visnetten zien hangen boven de rivier. Vanaf hier rijden we een natuurpark in. Het is heerlijk rustig en een verademing na vanochtend. 

Het park uit rijden we Classe in. We stoppen bij de basiliek om de mozaïeken te bekijken. We proberen nog even of onze fietsen in het voorportaal mogen staan, maar ook als dat niet mag, gaan we wel naar binnen. De mozaïeken zijn 15 eeuwen oud, met zo veel detail en zo helder van kleur. Het is waanzinnig mooi, en we bedenken welke mozaïeken we nog eens willen zien. Dat wordt de basiliek van Ravenne en we zetten de route uit. Maar de rij voor de kaartjes is zo lang dat de moed ons in de schoenen zakt. We houden het voor gezien en rijden lekker door.

Het laatste deel zetten we de blik op oneindig en trappen we flink door. We krijgen nog een fijn stuk fietspad en een mooi dorpsplein en dan landen we in Lugo.

Pech

24 juli Badia Tedalda – Santarcangelo di Romagna
Toen we gisteren naar beneden reden was het al duidelijk, we moeten de dag beginnen met stijgen. Na 3 pittige kilometers zijn we terug op de route en kunnen we verder dalen. Het is mooi rijden door het bos. Bijna doen we een vestje aan, maar zo fris is het niet. 

We dalen gedachteloos. Tegemoetkomende wielrenners ploeteren omhoog. We passeren wat dorpjes. We hebben nog geen idee waar we stoppen vanavond. Als we ons uitsloven wordt het misschien Ravenna, we zien wel.

We rijden Toscane uit en Emilio Romagna in. Eerlijk gezegd hadden we geen idee dat dit een uithoek van Toscane is. Voor het gevoel zitten we veel verder naar het oosten. We zijn gedaald tot 400 meter en hier beginnen de graanvelden weer. 

We rijden een mooi onverhard pad langs een rivier. Er is nog net wat water in de brede bedding. Op de borden zien we de afslag Repubblica di San Marino. We kijken elkaar aan en gaan naar rechts. Even een klein lusje naar dit miniatuurstaatje met minder inwoners dan Zwolle. 

Dan begeeft Carry’s trapper het. Deze liep al langer niet 100%, maar hangt nu helemaal scheef. Dit geeft een visioen van een nieuwe krank en waar kunnen we die vinden? Hier krijgen we spontaan buikpijn van. We gaan eerst maar eens op zoek naar een fietsenmaker. Een politieagent wijst ons de weg. De fietsenmaker is resoluut, reparatie is niet mogelijk. Oei. Dan blijkt, met handen en voeten Italiaans, dat het niet kan omdat de werkplaats dicht is voor de rest van de dag. Als we morgen terug komen kan het wel. Dus hier stoppen we vandaag. Gelukkig is Santarcangelo di Romagna een mooi stadje om de toerist uit te hangen. 

Viamaggio

23 juli Trestina – Badia Tedalda

Gisteravond kregen we een lift van de eigenaar naar het enige restaurant in het dorp. Dat bespaarde ons een flinke wandeling. Vanochtend laten we ons de berg afrollen voor de rit van vandaag. Het is 22 graden en het voelt bijna fris. 

We rijden verder door de Valtiberana. Het is bijna vlak, met nog steeds veel tabak en zonnebloemen. De bermen staan vol bloeiend onkruid. In de verte zien we de Apennijnen steeds dichterbij komen.

We drinken koffie bij de bakker in Sansepulcro. Hier scoren niet alleen oude mannetjes een koffie maar komt iedereen voor koffie en een taartje. Dat taartje is voor ons ‘pure noodzaak’, want de volgende 20 kilometer gaan we klimmen.

Het bord langs de weg meldt dat de pas open is. Een ander bord verplicht om sneeuwkettingen in de auto te hebben. Zo ver zuidelijk hadden we dat niet verwacht. Vandaag is er niets van dat alles nodig, het is gewoon warm. Garmin meldt dat we op de Via Alpe rijden. Een bijzondere naam voor een weg door de Apennijnen. 

We klimmen gestaag. Het is nergens echt steil, maar het gaat lang door. In de diepte zien we een turquoise stuwmeer. We ruiken de zoete geur van de velden met klaver. Iedere keer lijken we bijna op het hoogste punt te zijn, maar steeds is er een volgende bult. Net als ik denk dat we het einde in zicht hebben meldt Carry dat we nog 100 meter omhoog moeten. 

Uiteindelijk zijn we na zo’n 700 meter klimmen bij de pas, Viamaggio, op 985 meter. Voor ons is dit het hoogste punt van de Apennijnen. Er staat geen mooi bord, maar wel een café waar we kunnen lunchen. Wij drinken cola bij het eten, de wegwerkers naast ons witte wijn. 

Vanaf hier rijden we naar beneden. En we dalen zelfs een stukje extra, want de agriturismo van vandaag ligt in een dal. 

Valtiberana

22 juli Bevagna – Trestina

Vannacht hebben we in een klooster geslapen. Motto van dit klooster is bid, lees en werk. Dat lezen staat dan voor de intellectuele ontwikkeling, naast de spirituele en fysieke ontwikkeling. Het is wel een mooie toevoeging. Zeker voor een 12 e eeuws nonnenklooster. 

We starten op een mooi wit weggetje. In de verte ligt Assissi. Voor ons is het Anono. In deze warmte hebben we geen zin in de drukte. Maar het schuurt wel als we er langs rijden. 

De route glooit door heuvels met zonnebloemen, graan en bosschages. Het is mooi fietsen. Om de naam hadden we koffie gewild in het dorp Casa del Diavolo, maar zo lang kunnen we niet wachten. 

Dan rijden we het dal van de Tiber in. Het is hier niet veel meer dan een sloot. We rijden over de flanken van de heuvels. De weg golft. We hebben flinke wind op kop. Onze Nederlandse reflex is balen van de wind, maar hier in Italië gelden andere regels, die wind is heerlijk fris.

Het dal ligt vol tabaksplantages. We twijfelen nog even of het echt tabak is, maar de geur is onmiskenbaar. Het schijnt hier al sinds de 17e eeuw geteeld te worden. 

Het venijn van vandaag zit in de staart. Onze Agriturismo staat op een berg en de weg ernaar toe is extreem steil. Er zit niets anders op dan de fietsen omhoog te duwen. 

Umbrië

21 juli Amelia – Bevagna

Vanochtend kunnen we pas vanaf 8 uur ontbijten. Voor die tijd hebben we onze fietsen al even vertroeteld, met wat extra lucht in de banden. Het ontbijt is echt Italiaans met wat kleine stukken brood, een beetje beleg en vijf soorten taart. 

Het eerste stuk rijden we glooiend door de graanvelden. Het is fantastisch fietsen en de uitzichten passen bij wat je van Italië verwacht, gouden graan met af en toe wat groen ertussen.

Tot onze verbazing passeren we velden vol  zonnebloemen. Het voelt alsof we per ongeluk een afslag naar Frankrijk genomen hebben. Alle bloemkoppen zijn naar de zon gericht. De bloemen op de velden rechts van ons lijken ons met de nek aan te kijken. 

Voor koffie maken we een lusje in Acquasparta. Het dorp stelt niet veel voor, maar er is één mooi straatje met een piazza en een terrasje. En ze hebben goede koffie.

Vandaag hebben we één echte bult op het programma. Met 285 hoogtemeters moeten we echt even aan de bak. In de schaduw van een boom staan we nog even moed te verzamelen. Een Nederlandse auto stopt en de bestuurder vraagt of we hulp nodig hebben. Hij woont in de omgeving en is ook fietser. We praten lang genoeg om lekker af te koelen en vol goede moed te stijgen. Dat onze kant van de weg in de schaduw ligt helpt zeker mee. 

Voordeel van een lange klim is de lange afdaling. Wat een feest, het uitzicht is mooi en in de wind koelen we heerlijk af. 

Eindpunt van vandaag is Bevagna. Het is een mooi middeleeuws stadje, dat terug gaat tot de Romeinse tijd. We rijden onder de poort door de smalle straatjes in en het allerfijnst is dat het niet op een heuvel ligt.

Tropenrooster

20 juli Civita Castellana – Amelia
Om half 9 zitten we op de fiets. We beginnen met een lange geleidelijke klim. We rijden door olijfboomgaarden en langs hazelnootplantages. Het landschap is nog groen. We passeren de eerste wijngaarden. In de schaduw van de eikenstruiken langs de weg is het prima fietsen. Net als we het gevoel krijgen dat er vandaag niet zo veel variatie in de route is zien we boven ons een mooi oud dorpje.

Natuurlijk klimmen we via wat steile steegjes naar boven. Net als we onze fiets bij de kerk neerzetten stopt een auto. Een dame stapt uit terwijl de motor blijft draaien. Ze loopt de kerk in, slaat een kruis en stapt weer in de auto. Een soort van drive-in gebed.

Na Vignanello mogen we kilometerslang dalen. De uitzichten over de heuvels zijn fantastisch. Onderaan de helling vullen we op een dorpsplein onze bidons bij. We rijden door zonder koffie. Dat is altijd een risico, want wie weet of je in het volgende dorp alsnog wat kunt eten. En dat gaat bijna mis. Het volgende stadje, Orte, ligt mooi boven op een berg, maar wij rijden onderlangs. Bijna missen we de enige bar die open is.

Bij de tweede klim van vandaag staan amper bomen langs de weg. Het asfalt is zwart, nieuw en heet. Toch gaat het klimmen soepeler dan gisteren. In het landschap herkennen we inmiddels het patroon, ook op deze bult ligt een oud stadje. Amelia heeft nog een heuse stadsmuur. We kijken even door de poort.

Voor de lunch komen we aan bij ons hotel. Genoeg gefietst, vanmiddag gaan we lekker aan het zwembad liggen. 

Rome

19 juli Rome – Civita Castellana

Het is kruipdoor voor we op een goed fietspad komen. Zo vroeg op de zaterdag zijn er al veel Romeinen onderweg. We laten ons even afleiden door een koepel, maar het is nog niet de Sint Pieter. 

We fietsen over de kade langs de Tiber. Om terug op de weg te komen is er alleen een hoge trap. We zeulen fietsen en bagage omhoog en vinden ons zelf midden voor Engelenburcht. Van hier af fietsen we in een rechte lijn naar de Sint Pieter. Op de een of andere manier is de weg leeg en wij genieten van de ruimte en het waanzinnige uitzicht. 

Het is voor tienen en het plein is nog zo leeg dat we een rondje om de obelisk kunnen fietsen. De dienstdoende agent is hier niet van gecharmeerd, maar dan zijn we net afgestapt om tussen de mensen door het plein af te wandelen. Nu gaat de reis echt beginnen.

We rijden de stad uit, er zijn wat trajecten die we herkennen van eerdere reizen. Dan buigen we af en rijden we de heuvels in. Inmiddels loopt het tegen twaalven en is het heet. We stoppen bij een supermarkt om drinken te halen. Dat is goed maar niet genoeg. Het is ploeteren op de hellingen. Zelfs als Carry een van mijn tassen overneemt blijft het moeizaam gaan. Een pastalunch in een restaurant met airco maakt het leven een stuk gemakkelijker.

We stoppen voor een cola. Een van de mannen naast ons is druk met zijn telefoon. Als hij eindelijk verbinding heeft is het getetter luid en duidelijk. Even later wordt de man opgehaald door een auto met een heel boze vrouw. 

Uiteindelijk rijden we bijna 90 kilometer en tegen de 1000 hoogtemeters. Met gemiddeld 34 graden is dat voor de eerste dag wat heftig. 

Andiamo

19 juli Zwolle – Rome

Uitgezwaaid door de buurvrouw rijden we de straat uit. Eerste halte is het station. Onverwacht staat de trein vol fietsen. De conducteur werkt gelukkig mee, als we de tassen eraf halen mogen we mee. Voor de racefietser na ons is hij onverbiddelijk, de trein is vol.

Op Schiphol valt de drukte mee. Binnen drie kwartier zijn de fietsen ingepakt, hebben we de bagage ingecheckt en zijn we de beveiliging gepasseerd. 

De vliegtijd is een uur en drie kwartier. Tussen de wolken door zien we diep onder ons flarden van het landschap. Wat een heerlijk vooruitzicht om hier straks doorheen te fietsen. 

Op het vliegveld is het lang wachten op de fietsen. Er komen vooral veel wandelwagens naar buiten. Alles wordt gebracht door een joch dat beweegt alsof hij er weinig zin in heeft. Het duurt zo lang dat we ons afvragen of hij onze fietsdozen voor het gemak vergeten is.

Het is uiteindelijk na achten als we over een fietspad het vliegveld afrijden. Langzaamaan gaat de zon onder. De eerste kilometers langs de Tiber rijden we over een prima fietspad. Net als we denken dat dit een goede route naar Rome is, wordt het onverhard.

Inmiddels schemert het en hebben de krekels plaats gemaakt voor vleermuizen. Het paadje wordt steeds smaller, het riet zwiept langs onze gezichten. We negeren een inrijverbod en een waarschuwing voor de hond en rijden het duister in. We ruiken schapen en worden begeleid door blaffende honden. Dan is de weg afgesloten door een groot hek. Met slot als decoratie. Het laatste stukje naar het hotel rijden we in het pikkedonker.

Rond

21 februari Alapphuza – Kochi

Hoe groter het hotel, hoe strakker de regels. Voor het ontbijt is het helder, er wordt niets gegeten voor 8 uur. Dus de fietsen staan startklaar als we aan onze pap en idlis beginnen. 

Dit is de regio van de kokos. We zien vezels liggen te drogen en op veel plaatsen worden matten geweven en geknoopt. In de berm wenst een order Poolse deurmatten ons goedemorgen. 

Een Nederlandse fietser rijdt ons achterop. Hij hoort bij een groep die ook onderweg is naar Kochi. Hij fietst door naar zijn koffiestop terwijl wij op het gemak kijken bij een visverkoper. 

Hier fietsen voelt ondertussend vanzelfsprekend, de schoolkinderen die lachen en zwaaien, de fietsers met hun handel achterop, het kleffe weer, de rode communistische vlaggen. En tegelijkertijd blijven we onze ogen uitkijken, er gebeurt zó veel om ons heen. En waar we ook komen, we trekken de aandacht. Op een plezierige manier. Zelfs in onze fietskleren. Mensen zijn nieuwsgierig en gastvrij. Er is altijd tijd voor een praatje of een foto.

We horen de muziek van een tempel, we zien de vlaggen. We stoppen om te gaan kijken. Het eerste deel van een festival is in volle gang. Er staat een groep muzikanten en er lopen twee olifanten in vol ornaat. Een groepje dames ziet het allemaal aan.

We stoppen om even wat te eten. De eigenaar vraagt waar we vandaan komen. Hijzelf komt uit Calcutta. Dat moeten we even opzoeken. Het ligt 2300 kilometer verderop. Het geeft weer aan hoe groot India is en hoe klein het stuk waar we fietsen. We bestellen zonder nadenken een milkshake. Van de GGD mag het vast niet, maar voor ons geen Delhi belly.  

Als we Chinese visnetten zien beginnen we Kochi echt te naderen. We rijden langs een van de kanalen de stad binnen. We herkennen de straat. Dan zijn we na zo’n 1000 intensieve kilometers terug bij het hotel waar we gestart zijn. Wat gaaf weer om dit samen te doen!

Backwaters

19 februari Kayamkulam – Aleppuzha

Als we naar beneden komen horen we al gerommel in de keuken. De eigenaresse maakt een uitgebreid ontbijt voor ons met parottas, appams, kikkererwtencurry, kokoschutney, steam cake en bananen. Het is een prima basis om te fietsen, al vinden zij dat we te weinig eten. Straks vertrekt ze naar haar baan als social worker, 15 kilometer op de scooter. En oja, ze zit ook nog in de gemeenteraad. 

We rijden het eerste stuk langs de kust. Het werk van de vissers zit er al op. Nu staan ze hun vangst uit de netten te plukken. 

We draaien van de kust af, de Backwaters in. De Backwaters zijn een waternetwerk van brakwaterlagunes en meren die parallel lopen aan de kust. Alles staat door middel van natuurlijke en kunstmatige kanalen met elkaar in verbinding en wordt gevoed door 38 rivieren. Eigenlijk zijn het een soort WiedenWeerribben.

Het is makkelijk fietsen, mooi vlak, met veel bruggen en slootjes. We rijden met een lus langs de muur van een tempelcomplex, de Haripad Subramanya Swami tempel. We doen onze schoenen uit om even te kijken.

In mijn fietskleren sta ik te aarzelen maar iemand komt speciaal zeggen dat ik naar binnen mag. De muurschilderingen zijn fantastisch. Voor het binnenste deel van de tempel doe ik toch even een omslagdoek om. Aan de mensen om me heen is te voelen hoe belangrijk deze plek is.

We rijden verder door de rijstvelden. Het is groen en vlak, met een blauwe lucht met wat schapewolkjes. Een lekker briesje maakt het aangenaam fietsen. 

Bij het bordje ‘the road ends here’ willen we verder met de boot. Het advies is om een privébootje te regelen. Er is geen boot te zien, maar bij een loket weten ze te melden dat de ferry er aan komt. De man met wie we aan de praat raken, breekt het gesprek af, hij moet aan het werk. Hij blijkt de kapitein van de boot. 

De ferry is echt een waterbus, inclusief giechelende pubers en mensen met boodschappentassen. Het is een beetje alsof je over het Canal Grande in Venetië vaart. Al is deze vaporetto wat ouder en wat logger. We varen van links naar rechts over kanaal, aan beide oevers zijn haltes. We worden afgezet met instructies hoe we moeten overstappen. Het gaat heel soepel. Als we uitstappen in Alappuzha wordt de boot compleet stil gelegd zodat onze fietsen veilig van boord kunnen.

We rijden het laatste stukje naar ons hotel. Qua luxe kan het contrast met afgelopen nacht haast niet groter zijn. Maar vandaag zijn er regels en die staan niet toe dat de fiets het terrein op komt. Pas als Carry zegt dat de fietsen onze bagage zijn, mag het. Nu staan ze gewoon in de kamer.