
We staan te popelen om weer te kunnen fietsen, we hebben het gevoel dat we nog niet echt begonnen zijn. Het eerste stuk doen we haasje-over met zeven Nederlandse fietsers, in wielertenue van vakgarage Kilsdonk. Het blijft grappig dat we elkaar, ondanks hun racefietsen en onze bepakking, steeds weer passeren. Als zij lek rijden verliezen we hen uit het oog.

Het is nog steeds vlak. Dit is echt de graanschuur van Italië, hier wordt het belangrijkste pasta ingrediënt geteeld. Ik mijmer wat over de plaatselijke verhoudingen als we over de Via Fossa dei Socialisti fietsen. Dat geeft het idee van grote boerenbedrijven en beperkte mogelijkheden voor mensen zonder grond. Daar ging ooit, lang geleden, die gave film 1900 over.

Wat verderop rijden we door het natuurgebied van de delta van de Po. En wat we gehoopt hadden komt uit, ze staan er inderdaad: flamingo’s. Wat blijven dit toch verbazingwekkende vogels met die lange nekken. Een stukje verderop vaart het pontje speciaal voor ons.

In Ravenna hadden we een rustdag gepland om mozaïeken te kijken en om onder de startboog van de Giro te fietsen. Nu zijn we door onze regendag in Ferrara een dag later en zien we de start van de Giro. De ploegenpresentatie laten we links liggen, er is geen woord Engels bij. Veel leuker is een straatje verderop waar de renners gewoon komen aanfietsen om zich te melden bij de start. Ze zien er strak uit, gespierd, gesoigneerd (en jong). Ik herken niemand. Gelukkig hebben ze hun startnummer op de fiets en op hun rug, verbazingwekkend gewoon met veiligheidsspelden. We lopen terug naar ons hotel om de start te zien, want we hebben – gelukkig toeval – een kamer aan de route. Als ze voorbij zijn profiteren we van de afgezette straten om op het gemak naar Classe te fietsen. Ook daar staat nog een kerk met fantastische vijfde-eeuwse mozaïeken.

En wat Ravenna betreft: dit is een absolute aanrader. We hebben onze strippenkaart voor mozaïeken helemaal afgestempeld. We wandelen van basiliek naar kapel naar kerk en verder. Ook Italiaanse kinderen op schoolreisje maken het rondje. Het gekwek maakt niet uit, de mozaïeken zijn echt waanzinnig mooi, je blijft maar kijken. Het is een prettige stad, nog niet overlopen door toeristen. En eigenlijk is dat wat ons het meeste verbaast aan dit werelderfgoed.














Ondertussen snerpt onderweg in het vliegtuig achter ons onophoudelijk een vierjarige die bijna wint met kaarten. Wij hebben het over wat van die vakantiedingetjes die nog even in het blog ‘moeten’:
Met de bus gaan we naar Venetië, de fiets blijft in de opslag van het hotel staan. Uit het raam zien we waar we gisteren over de vangrail geklommen zijn. Ook nu hebben we gemist waar het fietspad vandaan komt. En eerlijk gezegd, zo vanuit de bus is het moeilijk voor te stellen dat het gisteren zo vanzelfsprekend was om hier te fietsen. In de stad nemen we de vaporetto, lijn 2 over het Canal Grande, dwars door de stad.
Het is mooi, de kleuren, het water, de huizen, het verval. We stappen uit bij de San Marco. We zijn niet de enigen. De rij om de basiliek in te komen schatten we op tenminste 150 meter. We bedenken dat we hier al eens eerder zijn binnen geweest en beperken ons tot genieten van de buitenkant én van de mensen op het plein. Er loopt een Nederlandse puber met een gezicht op onweer. Zijn vader loopt te mopperen dat hij blij moet kijken en zet hem op de foto. Ik bied aan een foto van hen samen te maken. Pa trekt hetzelfde gezicht als zijn zoon en weet niet hoe snel hij weg moet lopen.
Speciaal op aanbeveling van een van onze lezers zoeken we aan het plein het strijkje op bij Florian. 
We slenteren wat door de stad. Voor koffie strijken we neer bij Al Pesador, een rustig terras in de schaduw, vlakbij de Rialtobrug. Ooit hebben we hier zó lekker gegeten dat we het herkennen, nu houden we het bij koffie. 





Bij het Lido stappen we over op een vaporetto naar Punta Sabbioni. Daar gaan we gewoon weer fietsen. Het fietspad is gaaf en loopt langs het water. Het ruikt hier heerlijk naar pijnbomen en zee. Als Carry een vijgeboom ziet, hebben we zelfs verse vijgen. 






Vandaag fietsen we langs de Brenta. Wat ons betreft was Brinta ook een goede naam geweest. Want een fietspad als dit, daar lusten wij wel pap van. Het draait en kronkelt en rijdt heerlijk, met vals plat naar beneden. Het is weelderig groen, alles bloeit. Het barst van de balsemienen, we ruiken ze als we langs fietsen. Ook staat het vol boterbloemen, cichorei, guldenroede. Hier zien we ook weer maïs, dik en groen, geen last gehad van droogte. En de bergen zijn weer echt aanwezig. We beginnen in de ochtend als de Brenta nog een smal stroompje is en we zien hem in de loop van de dag steeds groter worden. 


Het middagdutje na de lunch schiet erbij in. Achter ons is de lucht zo dreigend dat we besluiten door te fietsen. Het dal lijkt zich te sluiten, maar naast de Brenta fietsen we er door een kloof uit. Daar is het landschap ineens licht, daar ligt de Povlakte. Hier horen we ineens cicades en zien we de eerste olijfbomen. We buigen af, nog net langs de voet van de Alpen, op weg naar de voorlaatste camping.