Sisal

De veerpont naar Sumbawa is een belevenis. Dit keer hebben we geen fastboat, maar de lokale ferry. We zijn de enige toeristen. Als we aansluiten bij de rij voetgangers, zijn de verkopers van etenswaar als eersten paraat. Natuurlijk proberen ze allemaal ons nog een ontbijt te verkopen. Als dat niet lukt gaan ze samen in de schaduw zitten en becommentariëren onze fietsen. Vooral de riem trekt, zoals altijd, veel aandacht.29407248_Unknown

Zodra we de boot afrijden is het eerste dat we tegenkomen een geit. Gemoedelijk steekt het beest over, veel verkeer is er niet. Langs de waterlijn liggen houten boten, in verschillende staten van verval. Het is hier dor en heet. De temperatuur loopt op tot boven 40 graden. Gelukkig hebben we een behoorlijk wind in de rug.

29407328_UnknownWe rijden langs een plantage met agaves. De vezels van de bladeren worden gebruikt als sisal. Het hangt te drogen in rekken langs de weg. Sisal past wel bij het landschap hier, ruig en stug. Natuurlijk mogen we foto’s maken.29407360_Unknown

Eindpunt van vandaag is Alas, een uit de kluiten gegroeid dorp. We proberen geld op te nemen. Het barst weliswaar van de ATM’s, maar eentje vinden die onze bankpassen accepteert valt niet mee. Vooral ING scoort slecht. De straten zijn rommelig, stoffig en vies. Het geeft een naargeestige indruk. Iemand probeert ons een hotel aan te praten. Het hotel heeft dezelfde sfeer als het dorp. Gelukkig hebben we gisteren al gezocht naar een slaapplaats. Als we aankomen bij Amory Homestay worden we verrast. Ze zijn net een maand open. Als we meekijken bij de inschrijving zien we dat we de tweede gasten zijn, de eersten waren hier op 13 september. Alles ziet er strak geverfd en splinternieuw uit, aan de ventilator hangt nog een kaartje. De mensen zijn vriendelijk en gastvrij. Er wordt zelfs gevraagd of we de auto willen lenen om de omgeving te verkennen. Dat doen we wel te voet. Het is tenslotte maar een kleine wandeling naar zee.29407408_UnknownNa een prima nasi goreng worden we verrast. Steeds meer lokalo’s komen binnen. Het is karaoke-time. Feest, maar aan ons niet besteed.

Rendang

In een klein dorpje aan de rand van Lombok logeerden we in Bidara cottages, een hotel met drie kleine huisjes, en in totaal zes kamers. Met een lijntje naar Nederland stond op de folder. Een echt familiebedrijf, met een zus voor de receptie, een zus in de keuken, mieder voor de was en een broer als klusjesman en voor de foto’s. Voor vertrek maakte hij nog even een groepsportret. 

Ook hier aten we witte rijst, nasi goreng of mie goreng, bij ontbijt, lunch en avondeten. Dat is altijd goed. En soms is het eten ineens verrassend lekker. Zo aten we hier een heel lekkere rendang. Een snelle variant met kip of vis. Natuurlijk vroegen we om het recept en het werd vertaald met google translate en voor ons opgeschreven. Toen we vertelden dat in Nederland veel toko’s zijn waar je Indonesische ingredienten kan vinden werden de ingredienten in Bahassa toegevoegd. Het mooiste is de toevoeging onderaan op het blaadje, ‘you’ll never know till you have tried’.

Gili

Tussen Bali en Lombok liggen drie grote gili’s, ofwel atollen, waar hotels op staan en die flink wat toeristen trekken. Die hebben we links laten liggen. Hier bij noordwest Lombok liggen ook een paar gili’s en onze gids beweert dat het koraal hier minstens zo mooi is. Dat willen we graag zien. Dus de fietstas gaat ondersteboven en we diepen onze eigen meegebrachte duikbrillen op, op sterkte. Ook als fietser zijn we van alle gemakken voorzien. 

Bij vertrek vanaf het strand doen we onze eerste ontdekking, er is niemand, helemaal niemand, behalve wij. Verbazingwekkend. Onze eerste stop is Gili Kapal. Het verbaast me dat het een naam heeft, want het is een echt klein onbewoond eiland met helemaal niets. In Nederland zou je zeggen een zandplaat, maar of het hier zo heet valt te betwijfelen, het ligt vol stukjes koraal. Het heeft een fantastisch uitzicht op Gunung Rinjani. Net als we ons een beetje Robinson Crusoë beginnen te voelen, komt er een tweede bootje aan, met 10 rugzaktoeristen op het dak en een muziekje aan. De passagiers glijden via een oranje plastic glijbaan van het dak af, het water in. Hoe klein het eiland ook is, het is groot genoeg voor ons samen, vooral omdat zij naast hun boot blijven hangen en verkennen van het eiland niet nodig vinden. 

De volgende stop ligt tussen twee atollen in. ‘Spring hier maar overboord’. Onderwater is weer helemaal gaaf met inderdaad fantastisch koraal. Vanochtend dachten we nog dat een duikschool hier het gat in de markt was, nu we hier net onder water hangen zien we dat dat niet nodig is. Het is zelfs snorkelend zaak om niet te diep te gaan en boven het koraal te blijven. En wat voor een koraal, zo veel kleuren, zo veel vormen, zo mooi. En vol leven: Zeeëgels met lange stekels, blauwe zeesterren, scholen visjes in allerlei maten, het is druk onder water. Natuurlijk zwemt ook Nemo hier, in grote getalen zelfs. We zijn blij dat ze niet allemaal zo’n doordringend disneystemmetje hebben. 

Op weg naar de Gili Bidara varen we langs Gili Rebejan. Eigenlijk is niet duidelijk welk voorzetsel hier voor te gebruiken, we varen door, we varen over, we varen op, het klopt allemaal. Gili Rebejan staat vol mangrove, struiken die in zout water kunnen groeien. Wij varen er tussendoor. Nu is het getij zo dat we voorzichtig kunnen varen, later op de dag zal de gili droogvallen. 

Gili Bidara is fantastisch om te snorkelen. Het enthousiasme van de gids is terecht. We vragen ons af of we ooit zo’n mooi koraal gezien hebben. We worden over boord gezet met de opmerking ‘voorzichtig’. En terecht want zo gauw we onze neus onder water steken raakt die bijna het koraal. Hier zijn de kleuren weer heel anders, sprekender, feller. Het koraal is groen en geel en bruin en blauw. Het zijn echte flinke onderwaterstruiken. Er liggen wat roosters die helemaal begroeid zijn. Vissen zwemmen er over en eronder. Kleurrijk en mooi. Heel divers, met mooie namen als clownsvis, doktersvis, papagaaivis en trompetvis. We weten er veel te weinig te benoemen. Dat hindert niet, met een shirt aan tegen het verbranden, dobberen we en we genieten van wat we zien. 

Lombok

Gisteren bevestigde nog eens wat we eigenlijk al wisten, dat je echt op tijd op weg moet zijn. Tegen het middaguur wordt het echt veel te warm om te fietsen. Dus om kwart over zes rollen we het bed uit en maken de eerste foto’s van de zon die net boven de sawa’s uit komt. Een ontbijtje met een kop zoute miesoep en daar gaan we. Naar beneden onder een strak blauwe lucht, met achter ons de vulkaantoppen en voor ons in de verte de zee. Wat ons gisteren meer dan een uur kostte om naar boven te rijden, vraagt nu een klein kwartiertje. Maar het blijft niet zo gemakkelijk. Al gauw komt de eerste pittige helling en een stukje verderop moeten we er toch even af. Dan wordt de weg gelijkmatiger en het landschap ruiger. Droog. Een man staat langs de weg met bossen droog riet. Dakbedekking, al hebben de meeste huizen die we zien een golfplaten dak, rieten daken zie je nog steeds. Verderop is de zee. Het uitzicht is gaaf. We stoppen even voor een foto en zien apen de weg oversteken. Het landschap varieert. Stukken met irrigatie waar we pepers zien, en uien. Tabak. Een groepje vrouwen langs de weg staat te wachten met zakken tabaksbladeren. We stoppen voor een foto. Hilariteit. Dan zie ik dat ze cashewvruchten hebben. Ik wil ze Carry laten zien, de vrouwen lopen mee. We krijgen een rode vrucht te proeven. We begrijpen dat zij ze lekker vinden, maar het is duidelijk niet onze smaak, zoet met een wrange ondertoon. En voor de volledigheid, de cashewnoot groeit onder de vrucht, niet erin. 

We fietsen verder. Het landschap is mooi. Er volgt een stevige helling. Met een rode kop ploeteren we naar boven. Het gaat langzaam. Een jongetje roept ‘good morning’, we hebben nog net adem om hem te antwoorden ‘good morning’. Hij reageert met ‘give me money’. Zou hij nu echt denken dat we van de fiets stappen en hem het grote geld te geven? Wat verder op staan drie kleine jochies met hun fiets. Ze zien ons aankomen. Als we langs komen, fietsen ze alle drie achter ons aan, we horen ze tetteren. Ze houden ons makkelijk bij. 

Naar beneden gaat het relaxt. We fietsen en genieten. In de verste verte is er geen toerist te zien. We komen door kleine dorpjes. Mensen groeten ons. Dan ineens gaat de wind aan. Tegenwind. Het zegt iets over de temperatuur, dat we het eigenlijk niet erg vinden. Vooral de volgende lange helling omhoog, is de wind prettig. Het is inmiddels 39 graden. Wat verderop landen we in een huisje op twee minuten van het strand. Als we gaan zwemmen, zijn wij de bezienswaardigheid op een mooi zwart zandstrand vol kindertjes en verder geen witten. 

Senaru

Als we in Bangsal aan land gaan is onze eerste indruk van Lombok dat het droger is dan Bali. En rustiger. Er rijden minder brommers en de taxi gaat vaak in de vorm van koetsjes met paarden. Er zijn weer moskeëen, het goede nieuws is wel dat het volume minder hard staat dan op Sulawesi. Verder is Bangsal niet zo spannend. Wat er aan toeristen is, gebruikt deze plek als uitvalsbasis om naar Gunung Rinjani te gaan. Met 3726 meter is dit de tweede vulkaan van Indonesië, én een van de drie heilige vulkanen voor hindoes. 

Het eerste stuk van de route is vlak en loopt langs de zee. Gaaf om tussen de bomen steeds weer de zee te zien. Als we verder fietsen blijft de droogte opvallen. Rivierbeddingen zonder water. En of het nog niet warm genoeg is, stookt iedereen alles wat hij kwijt wil op. Voor we aan het laatste steile stuk omhoog beginnen, stoppen we nog even bij een kraampje voor een kippensoepje. Dit keer is het een kommetje met bouillon, stukken plak rijst, mie en flinke stukken kip. Daar kan de gemiddelde bedrijfskantine niet tegen op en dat voor slechts 15.000 rph, ongeveer 1 euro, per kopje. Op de vraag naar een toilet wordt naar de overkant gewezen. Als we de straat oversteken, sturen ze ons naar de achterburen. Wij denken dat dat dan wel een moskee zal zijn, maar het is een ziekenhuis. Natuurlijk kunnen we daar even plassen. Onze fietsen trekken veel bekijks en een van de witgejaste mannen wil wel een proefrondje rijden.

Het laatste stukje fietsen gaat omhoog, Gunung Rinjani op. Aan onze linkerhand zien we geirrigeerde tuinbouw, met vooral veel rode pepers, maar ook meloenen en uien. In de verte zien we de top. Zo hoog gaan we niet, maar het is wel een stevige helling. Dat wordt toch stukken lopen. Daarmee is meteen weer duidelijk waarom die Australische eigenaar van het hotel van vannacht onze fietsen consequent pushbikes noemde. Voordeel is wel dat we onze wandeling ook gehad hebben, hoeven we morgen niet de berg op te lopen en kunnen we lekker weer naar beneden fietsen.

Boot

Keurig om half 9 melden we ons voor de fastboat. De jongen bij het stalletje is wat verbaasd en zegt dat de boot er nog niet is. We wachten en kijken wat rond. Hup, daar loopt een bus leeg met toeristen die allemaal een sticker Gili Trawangan op hebben. Gili Trawangan is een van drie kleine eilanden die voor de kust van Lombok liggen. Romantische palmenstranden en rustig. Hoewel we dat laatste betwijfelen als we die hoeveelheid toeristen zien.

Onze boot wordt aangemeerd. Er liggen al twee andere boten waar toeristen op geladen worden. Toerisme is booming op Bali, vooral als je een rugzak hebt. De jongen van het stalletje wenkt ons om mee te komen om onze fietsen aan boord te brengen. Hij loodst ons langs de rij. Mensen wijken uit. Behalve degenen die vooraan staan. Die stonden er als eersten en willen nu ook als eersten aan boord. Wij wachten af en halen de bagage vast van de fiets. We zien wel hoe dit gaat. Alle koffers gaan keurig aan boord en daar gaan ook onze fietsen. We vertrouwen er maar op dat het goed gaat.

Wij worden met alle passagiers met een trapje aan boord gestuurd. Dat ziet er binnen heel anders uit dan verwacht. Keurige rijen stoelen, airco en videoschermen waarop ’the saint’ klaar staat om te beginnen. We zoeken een plaatsje aan het raam. Langzaam vult de boot zich. Het zullen in totaal zo’n 200 passagiers zijn. Het overgrote deel zijn rugzaktoeristen, veel jonger dan wij. Er zit nog een ander stel van onze leeftijd. Het voelt een beetje alsof we de begeleiders van een studenten studiereis zijn. 

De boot vaart af. 15 minuten te laat, dat valt mee. Op moment van afvaren gaat de video lopen, met Engelse ondertiteling. Tja, er zitten alleen toeristen aan boord. Nog voor we de haven uit zijn komt de mededeling dat wie wil naar buiten kan om op het bovendek te gaan zitten. Het zijn vooral meiden die opstaan om zich boven op het dek in de volle zon te laten roosteren. Een mannetje loopt rond en biedt bier en radler te koop aan. Het is 9.36 uur, maar hij verwacht blijkbaar toch wat te kunnen slijten. Buiten zien we Gunung Agung, de belangrijkste vulkaan van Bali. Wij maken ons op voor een tijdreis, iedereen zegt dat Lombok het Bali van 30 jaar geleden is. 

Padangbai

Een loom dagje aan het zwembad van het hotel sluiten we af op een naburig terras. Biertje erbij. We kijken uit over de haven. Af en toe toetert een van de aankomende boten. Daar komt de grote, trage veerboot vanaf Lombok. Op de zijkant staat in grote letters ‘we love Indonesia’. Hij dieselt de haven in. Er  klinkt een dingdong en een electronische aankondiging. Een geluid dat we ook ’s nachts in bed horen. De bedrijvigheid gaat blijkbaar 24 uur per dag door. Er zijn ook kleinere, snellere veerboten. Die trekken de meeste toeristen. We hebben dit vanmiddag op ons gemak zitten bekijken. Er gingen veel makke witte schapen op een boot. En niet alleen schapen, ook een ongelooflijke hoeveelheid bagage die allemaal in het vooronder verdween. Blijft de vraag of hier niet gewoon een zwart gat zat. Ondertussen zaten wij bij een kraampje en aten een visje, vers geroosterd in bananenblad. Als je goed kijkt vanaf het terras waar we nu zitten, is er op de hoek van de straat ook een andere realiteit. Een oranje bordje geeft aan welke kant uit te evacueren bij een tsunami. Een onwaarschijnlijk idee dat dit hier ook kan gebeuren.

Voorbij het oranje bordje, wat verder helling op, staat een hindoetempel. Elke middag rond 12 uur zien we een groep mensen bij het hotel langslopen. Ze zijn in het wit en duidelijk op weg naar een ceremonie in deze tempel. De mannen met sarong en een mooi petje. De vrouwen ook in sarong met een extra gele band om. Er worden van palmbladen gevouwen offerandes mee gedragen. En er is altijd wel iemand met een telefoon die alles filmt. Grenzend aan onze kamer staat ook een mooi versierde offertroon. Daar werd zojuist een ceremonie  uitgevoerd, met veel mooi gevouwen offergaven, wierook, belletjes en gezongen spreuken. Wij zaten voor onze kamer en genoten stilletjes mee. 

Feiten

IMG_1942Naast wat we allemaal zien, horen, ruiken en meemaken, trappen we ook regelmatig de nodige kilometers weg. Afstanden, hoogtemeters en temeratuur zijn de feiten die we voor Sulawesi op een rijtje hebben gezet.feitenNaast de afstand bepalen het aantal hoogtemeters de zwaarte van een rit. De rit naar Rantepao was wat dat betreft bijzonder: de meeste hoogtemeters tot nu toe, maar ook zo mooi door de jungle. Polopo RentepaoOok de temperatuur is bepalend hoe een rit gaat. Tegen het middaguur wordt het zo heet dat fietsen niet langer leuk is. De maximum temperatuur spreekt wat dat betreft boekdelen. Daarom vertrekken we ‘s morgens vroeg rond een uur of half 8 en proberen we rond 12 uur aan te komen.

 

Haai

We zitten nog aan het ontbijt, als we een jongen de weg zien oversteken. Hij komt van de duikschool waar we straks mee gaan duiken. Hij gaat aan boord van een van de boten die er liggen, een stevige boot met twee gigantische suzukimototen. Zorgvuldig en met aandacht legt hij op beide motoren een offertje. Dat belooft een goede vaart, verwachten we. Hopelijk werkt het ook tegen zeeziekte.

Onze eerste duik is vlakbij, White Sand Beach. Met een koprol achterover draaien we het water in. Meteen krijgen we het overweldigende beeld van de wereld onder water. Nog voor we helemaal geklaard hebben, hangen we midden in een school geelblauwe visjes. Verderop zien we zes blauwachtige vissen boven elkaar hangen. Met hun grote bolle ogen kijken ze ons aan. Wat is het mooi. En het wordt nog mooier. Het koraal op de bodem heeft alle kleuren, bruin rose beige, en eindeloos mooie vormen. Er zwermt een grote school heel kleine visjes omheen. En zo gaat het maar door. Veel geel met blauwe vissen in alle soorten, maten en vormen, en wij zwemmen er midden tussen. Dan tikt de divemaster op zijn fles om aandacht te vragen. Hij wijst, daar gaat een zeeschildpad, langzaam en statig. 

De tweede duik doen we bij Blue Lagoon beach, een stukje verderop. Dit is het gebied waar een haaienfamilie woont. Het getij is goed en er liggen meer boten met duikers. Ook hier hebben we onder water helder zicht, wel 20 meter ver kun je kijken. Het mooiste zie je toch vlak om je heen. Scholen kleine visjes, een lionfish met grote giftige stekels en een cuttlefish die familie is van de inktvis.We kijken, we genieten, we zwemmen met de stroom mee. Dan pakt de divemaster ons bij de hand, hangend bij een rots kijken we naar een haai die op de grond ligt. Wat een kolossaal beest! Loom komt hij in beweging, hij jaagt achter een visje aan, zwemt een rondje en gaat weer liggen. Wij kijken alleen maar, vol bewondering, wat een beest. 

En voor wie het exact weten wil, het was een white tipped reef shark. Niet het soort dat een hapje Freek Vonk nam.

Verder

Vandaag zijn we traag begonnen. Het was echt nodig om na gisteren wat extra tijd te nemen. Maar in een zwembad met uitzicht op sawa en jungle is dat geen straf. Ook de binnentuin was mooi, met wat huistempels. Die huistempels hebben overigens wel een gebruiksaanwijzing, gezien de mededeling dat je sommige delen van de tuin niet mag betreden als je menstrueert uit eerbied voor de god Astana Swaha. En uit eerbied voor de godin Gangga zijn dan ook wat stukken bij het zwembad verboden terrein. 

Het vereiste wat moed om weer op de fiets te stappen. We zijn pas na de lunch vertrokken, voor een kort traject, op weg naar de kust voor de oversteek naar Lombok. Toch gingen we de eerste 11 kilometer nog bijna 400 meter omhoog. Af en toe piepte een van de vulkanen door de wolken. Daarna begon het grote naar beneden rijden… in 6 kilometer bijna 600 meter. Naar beneden remmen is een betere omschrijving, want er zaten stukken tussen met een hellingpercentage van boven 25%. Uiteindelijk ga je dan heel traag naar beneden, met haast kramp in de vingers van het knijpen in de remmen. Natuurlijk zijn we onderweg nog een paar keer gestopt, om te genieten van het uitzicht: een grote groene bomenzee met de zee in de verte. Als toetje had Google voor ons een aangepast traject, een klein stukje onverhard met kiezels, precies lang genoeg om te ontdekken dat het herstel van gisteren nog niet compleet was. 

Nu zitten we aan zee in Padangbai. De reisgids noemt dat er een boulevard ligt. Dat is een wat optimistische omschrijving voor het rommelige rijtje restaurants en hotels dat hier aan de rand van het strand staat. Maar het heeft een heerlijk relaxte uitstraling, er dobberen bootjes in alle soorten en maten in het water en je kunt er prima eten. We zitten hier op ons gemak.