Malabarkust

18 februari Varkala – Kayamkulam

Nog voor zevenen wordt op de deur geklopt, het ontbijt is klaar. We zijn verrast, dit is vroeger dan gedacht. Wat slaperig zitten we aan ons bordje pap. De eigenaar wil onze fietsen op Instagram, dus we vertrekken pas als er foto’s gemaakt zijn.

Zo langs de kust is het vlak. In deze regio zijn we niet de enige fietsers. We zien wat schoolgaande jongens maar verder zijn het vooral oude mannen met een dhoti die fietsen. Ze frommelen zich over de stang zonder de dhoti te verliezen. Vandaag zien we voor de eerste keer ook een groepje toeristen fietsen. Het ziet er wankel uit, en dat heeft niet alleen met de kwaliteit van de fietsen te maken. 

Een kopje thee onderweg geeft altijd mooie plaatjes. Het ritueel van het overschenken blijft mooi om te zien.

Op een achterafweggetje rijdt er ineens een pickup met een olifant voor me. Ze rijden in fietstempo, dus ik blijf er gefascineerd achter hangen. Bij een tempel stoppen ze. De olifant stapt gedwee uit en loopt onder de poort door het terrein op. De jongen naast me vertelt dat er vanavond een festival is en nodigt me uit. 

We rijden wat stukjes snelweg vandaag. Dat klinkt dramatischer dan het is. Op veel plaatsen wordt aan de weg gewerkt, dus het is net zo traag en chaotisch als overal. Het verschil is dat er hier borden staan die manen veilig te rijden.

Bij India denkt iedereen vooral aan koeien, die zien we amper. We komen vooral honden tegen. De meeste slapen. Soms staan ze midden op de weg en rijdt iedereen er omheen. Ze lijken bij niemand te horen en sommige zijn zo vies en te armetierig dat het pijn doet aan je ogen. Heel af en toe loopt er een blaffend achter ons aan, maar de meeste keuren ons geen blik waardig. Gelukkig maar.

Het laatste stuk rijden we weer langs de kust. Met de wind schuin op kop valt me dat niet mee. Op veel plaatsen liggen zandzakken en kustbescherming. Wij denken als eerste aan de stijgende zeespiegel. Later horen we dat de tsunami van 2006 hier stevig heeft huisgehouden.

Eindpunt van vandaag is Heinrich Wolfi Heritage Inn. De naam is groter dan de kamer waar we terecht komen. Het is allemaal vrij basic. Met een verhit hoofd kost schakelen even moeite, maar de ontvangst is warm en de lunch staat klaar.

 

Thiruvananthapuram

17 februari Poovar – Varkala

Het hotel was druk en vol dit weekend. Nu op maandagochtend is iedereen weer aan het werk en ontbijten we rustig met zijn tweetjes.

Eenmaal onderweg kom ik wat traag op gang. Het is rustig op de weg. Tuktuks met bakken eten in de achterklep rijden voorbij. Iedereen installeert zich bij zijn kraampje. Statistieken zeggen dat de werkloosheid in Kerala onder 10% ligt. Wij vragen ons af hoe deze cijfers er uit zien als alle baantjes van loterijbriefjesverkopers buiten beschouwing gelaten worden. 

Het is klamheet. Het zweet stroomt er bij de kleinste inspanning aan alle kanten uit. Naarmate de dag vordert en de temperatuur stijgt bereiken we een omslagpunt, dan droogt het zweet meteen op je vel op.

We stoppen bij een grote roze moskee voor een kopje thee. De jongens naast me verkoopt trommeltjes. Hij daagt me uit te trommelen. Met mijn klamme handen krijg ik er geen geluid uit. En nee, op de fiets wil ik ook echt geen trommeltje meenemen. Ondertussen is Carry met iemand anders in gesprek geraakt. Die staat erop onze thee te betalen.

Eigenlijk kun je hier niet deelnemen aan het verkeer als je geen claxon hebt. In Nederland associëren we claxons met boosheid en ongeduld, hier is het de aankondiging dat je er aan komt of dat je van richting verandert. Niet voor niets hebben alle tuktuks en vrachtauto’s ‘sound horn’ achterop staan. Ondanks alle herrie is het verkeer toleranter dan in Nederland, als iemand de weg blokkeert omdat hij even wil keren, wacht iedereen zonder toeteren.

We rijden door Thiruvananthapuram, ook bekend als Trivandrum, de hoofdstad van Kerala.  Het zijn rustige straatjes die makkelijk fietsen, maar eerlijk gezegd is fietsen langs de zee leuker. We stoppen om te lunchen. Het is een prima plek, maar in deze hitte krijg ik amper een hap door mijn keel. 

We passeren het Anjengofort, een Engels fort uit 1685. Het is een van de eerste Engelse nederzettingen in India. Er staat een heel verhaal bij over de Engelse OostIndische compagnie. Dat geloven we wel. We rijden verder. Onder de brug zie ik een mooie weg langs het kanaal, met een lusje rijden we er heen. Het fietst lekker tot we bij een wegafsluiting komen. We rommelen er langs.

Dan is daar de door Google voorgestelde afslag naar het hotel. Het wordt sleurwerk met de fiets. Iemand duwt me een klein stukje. Vanuit hun huis bieden mensen water aan, maar dat is het niet, het is teringwarm en de weg is te steil en te beroerd om te fietsen. Het hotel is het gedoe waard, met een gastvrije eigenaar, een buitendouche, een zitje in de schaduw en het strand op wandelafstand. 


Kust

15 februari Kanyakumari – Poovar

Vanaf nu rijden we naar het noorden. We rijden vooral langs de kust, dus we hebben ook de meeste hoogtemeters gehad. We rijden een brug over en passeren een vismarkt. Verderop liggen visjes te drogen langs de weg. Er ligen netten overheen, anders zouden de raven waarschijnlijk alles weg roven.

We rijden langs het strand. Het zou een mooi uitgestorven stukje zijn als de bermen niet zo vol afval lagen. Zeker hier in Tamil Nadur is dat echt een probleem.

Het is een mooie afwisselende route. We rijden door kleine dorpjes waar iedereen aan de rand van de straat leeft afgewisseld met wat grotere wegen.

Het verkeer blijft verrassen. De kleinste tuktuks hebben de zwaarste claxons, brommers toeteren als bussen en auto’s sluipen geruisloos in je nek. Inmiddels heb ik me erbij neergelegd dat sommige bochten te krap zijn en dat ik moet afstappen om bussen langs te laten.  Zwaaiende handjes vanuit zo’n raamloze bus maken het dan wel weer goed.

Elk gehucht heeft een grote witte kerk, liefst met een groot Jezusbeeld. En of dat niet genoeg is wordt er op veel plekken nieuw gebouwd. Het christelijk geloof hier dateert al van lang voor de kolonisatie. Het is een aparte groep binnen de katholieke kerk, de Thomaschristenen. We denken dat Thomas de martelaar is die vol pijlen bij elke kerk staat. Maar Carry ziet ook kansen voor de heilige Sebastiaan. 

En iedere keer zien we de zee weer. Soms liggen er vissersbootjes, zo wankel en smal dat je je afvraagt hoe iemand daarmee de zee op durft. 

Voor de deur van woningen zien we versgetekende mandala’s, een hindu-meditatievorm. We hebben ze al vaker gezien, maar niet eerder zo helder en zo mooi gekleurd als hier.

Nadat we kilometers lang gefietst hebben begeleid door een hindu-chant komen we bij de bron van het geluid, een hindutempel. Een man vraagt of we al geluncht hebben, want er is een festival en we mogen mee eten. We zijn nieuwsgierig, maar we hebben al geluncht en meer nog zijn we gaar van de warmte. Dus we rijden door naar ons hotel aan het strand. Hier blijven we een extra dagje plakken.

Kanyakumari

14 februari naar Kanyakumari

Om 7 uur zitten we aan het ontbijt. Het is nog heerlijk fris buiten, maar voor hier is het duidelijk nog te vroeg. Als we wegrijden zien we hoe iedereen aan de dag begint. In de berm worden kleine hoopjes afval verbrand. Kinderen staan langs de weg te wachten op de schoolbus. Ze zijn keurig in uniform en veel meisjes hebben grote witte strikken in het haar. Met deze hitte blijft het verbazingwekkend dat de dag niet eerder op gang komt. 

We hebben vandaag een flinke afstand te doen. De hoogtemeters zitten gelukkig vooral in het eerste deel. En dan vooral in zo’n mooi klein weggetje met van scherpe hellingen. Naast ons zien we nog een stevige bult, een uitloper van de West-Ghats. Hier zit ook een natuurreservaat met tijgers. Wij zien alleen wat aapjes.

Het fietsen gaat soepeler dan gisteren. En vanaf een kilometer of dertig is het vooral vlak. We rijden langs een groot stuwmeer. De uitzichten worden steeds beter. Vanaf hier zien we rijst, palmen en bananen. We kruisen een irrigatiekanaal met een mooi rijtje huisjes. We zien weer heel veel tempels, van allerlei geloofsuitingen, waarbij de felgekleurde hindutempels toch het meeste indruk maken.

Als we stoppen om wat te drinken is het ook weer één groot feest. Bij de eerste krijgen we een onduidelijke homp deeg. Ik moet even een drempel over maar dan blijkt het zoet en met noten gevuld. Bij een volgend tentje komt iemand aan tafel zitten voor een praatje en hij biedt ons spontaan gebakjes aan. 

We stoppen voor de lunch bij wat een lokale take away is. Aan de lopende band worden bananenbladen met rijst gevuld en met kleine bijgerechten. Het geheel wordt in een krant gewikkeld en met de brommer weggebracht. Wij eten ter plekke. Natuurlijk ook van een bananenblad. Het ziet er prima uit, maar blijkt ongelooflijk scherp. We krijgen een soort karnemelk om het te blussen. Wat hem betreft eten we niet genoeg, we krijgen ook nog een vissekop. Als we er niet meteen aan beginnen moedigt hij ons aan het toch echt te proberen. Hij belooft ons de volgende keer dat we komen voor ons iets minder scherp te koken. 

Het laatste stuk rijden we langs een irrigatiekanaal. Het is lekker vlak en vanaf het water komt wat verkoeling. Regelmatig zien we traptreden het water in, om te kunnen wassen. We zijn niet brutaal genoeg om hier foto’s van te maken. 

Eindpunt van vandaag is Kanyakumari, het meest zuidelijkste puntje van India. Hier komen de Arabische zee, de golf van Mannar en de Indische oceaan samen. De twee kleine eilandjes voor de kust zijn een belangrijke bedevaartsplek voor Hindus. We fietsen er langs. Het is duidelijk een belangrijke plek, het is hartstikke druk. 

In Kunyakumari kun je zowel de zonsondergang als de zonsopgang zien. Een goed uitzichtspunt in de avond is Kovalam. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er heen wil, maar dit is India. Het strand is vol mensen die allemaal foto’s maken van de zonsondergang en van zichzelf. En als de zon eenmaal weg is, wil iedereen met ons op de foto. 

Afzien

13 februari Punalur – Kokkottela

Gisteren hebben we een stuk met de auto gedaan. Het gaf een ander beeld van het verkeer. Bij elke inhaalactie ging de claxon aan met het idee dat iedereen aan de kant gaat en dat gebeurde ook. De spookrijder op het stukje snelweg werd afgedaan met ‘this is India’. Over 210 kilometer deden we 5 uur. We waren blij dat we er waren.

Vandaag stappen we lekker weer op de fiets. Opvallend is dat het vochtiger warm is dan de afgelopen dagen. We rijden de stad uit. Het is nog niet druk. Als ik twijfel bij een afslag roepen meerdere mannen dat ik rechtdoor moet. Dat is niet onze route, maar wel waar Carry heen reed.

Het eerste stuk zijn veel kleine steile klimmetjes in een uitgestrekt gebied met veel huizen. We rijden door een dorp waar we kilometerslang begeleid worden door een montone hindu-chant , die op elke straathoek versterkt wordt. We passeren wat rubberplantages. Er worden bomen afgevoerd. De vrachtwagen ziet er fantastisch uit.

We stoppen om wat te drinken. Het begint al flink warm te worden. We rijden een stukje over de grote weg, dat schiet lekker op. Dan pakken we een mooi zijweggetje. Blijkbaar komen hier niet veel toeristen want uit een passerende auto wordt gemeld dat ik verkeerd rijd.

En dan is het midden op de dag en zitten er een paar venijnige klimmetjes en gaat het absoluut niet. Zelfs lopend met de fiets kom ik amper boven. Gelukkig heeft Carry meer energie. Met zijn hulp kom ik deze paar kilometer door tot het volgende dorp. Er is één restaurantje. We vinden hier bijna de hond in de pot. Gelukkig  is er een laatste restje rijst, wat Kerala parotta’s en een viscurry. Hiermee zijn de batterijen weer opgeladen voor het laatste stuk.

We hebben nog een wegafsluiting maar fietsen dan een mooi achterafweggetje. Er staat een vrouwengroep. Ze giechelen als we passeren. Ik hoor wat zeggen over een foto. Natuurlijk stoppen we daar even voor.

Eindpunt van vandaag is een homestay. Er is een mooie tuin en we hebben een veranda waar we buiten kunnen zitten. We hebben gisteren zitten puzzelen hoe hier te komen, want een adres was niet te vinden. We weten niet hoe het dorp heet, maar het maakt niet uit, we zitten lekker buiten vanavond.

Madurai

11 februari Madurai

Madurai is de stad van de tempels. Hoogtepunt is de Sri Meenakshi tempel, een 17e eeuws complex. We gaan er met de tuktuk heen. Het is grappig hoe anders we het verkeer beleven als we niet zelf rijden. Nu voelt het als een onmogelijke missie, tegelijk kriebelt het om het wel gewoon te doen. 

Rond het Sri Meenaskshi complex ligt een grote muur. Er zijn vier gopurams, hoge torens waar je naar binnen kunt. Jammer alleen dat ze alle vier in de steigers staan. De steigers zijn van dunne houten stammen, bij elkaar gehouden met kokostouw. De constructie is gaaf, maar verhindert volledig het zicht op de 9 verdiepingen beelden van Hindu goden en duivels. 

Het is rustig vandaag. Om de een of andere reden is het centrale deel van het complex, met de 8 andere gopurams met gouden daken, gesloten. We kunnen alleen in de buitenste ring. Binnenkomen is een avontuur op zich. Bij één loket moeten we onze schoenen inleveren, bij een ander onze telefoons. Nee, de telefoons mogen niet in een tasje, het tasje moet worden ingeleverd bij loket 3. En overal staan mensen te schreeuwen en te duwen. Gelukkig torenen we boven iedereen uit, anders zou ik het spaans benauwd krijgen. 

Het hele complex is 6 hectare, dus het is een mooi rondje wandelen en er valt genoeg te zien. Er is een museum van 1000 pilaren, met veel godenbeelden en een mooi uitgelichte gang met beelden. De Indiërs die er zijn hebben offerandes van bloemen en brengen verf aan op hun voorhoofd. 

Buiten het complex worden we meegenomen naar een curiosawinkel. Hier kunnen we vanaf het dak de gouden daken zien. Als we weer naar beneden lopen krijgen we ook alle handel te zien. We houden ons in, dit keer geen Indiaas tapijt, geen schilderijtjes, we beperken ons tot  een koelkastmagneet.

We wandelen nog wat rond de tempel. De winkeltjes staan vol felgekleurde afbeeldingen van Hindugoden. Een groepje bedevaartgangers vraagt of we mee op de foto gaan. We zien wat andere tempels en we slenteren door kleine straatjes. In twee steegjes wordt alleen knoflook verkocht, meerdere soorten in grote zakken geuren ons tegemoet.

En natuurlijk drinken we nog een kopje thee op een straathoek.

Rommelig

10 februari Thedi – Madurai

We rijden Theni uit. Het maandagochtendverkeer is één grote chaos. Iedereen wil ergens heen. Kinderen worden met de brommer naar school gebracht en zitten in keurig uniform met zijn drieën achterop. De hoofdweg wordt vervangen door een flyover. In de voorbereiding is het wegdek al gesloopt, dus het verkeer stuitert in stofwolken door elkaar. Gelukkig is de stroom de stad uit wat rustiger dan de stad in. En we neuriën ‘If you can cycle here, you can cycle anywhere’.

We zien de eerste rijstvelden. Na een kilometer of 10 gaan we van de grote weg af. Het landschap is droog en ruig. Vanuit de verte horen we muziek. Die komt uit een dorpje. Het is ongelooflijk, er staan twee gigantisch boxen op een straathoek muziek uit te knallen. Het doet pijn aan je oren als je er langs fietst. Wat ons betreft is het dorp compleet omleefbaar met deze bizarre herrie, maar niemand trekt zich er wat van aan. We zien het vandaag in meer dorpen.

We rijden door geïrrigeerd landbouwgebied. Naast palmen, bananen en rijst zien we okra bloeien en allerlei gewassen die we niet meteen kunnen benoemen. Overal in de velden wordt gewerkt en onderweg worden we regelmatig gepasseerd door trekkers. 

De dorpjes waar we doorheen fietsen voldoen aan alle clichébeelden van India. Het is rommelig. Op de meest willekeurige plekken staan koeien. Er ligt stinkend vuilnis op straat. Het wegdek is beroerd en op willekeurige plekken liggen verkeersdrempels. Maar er zijn ook fantastisch gekleurde tempels en mensen die vriendelijk groeten en lachen. Het is waanzinnig om hier doorheen te fietsen. 

We stoppen voor een kopje thee. Mensen zijn nieuwsgierig, maar het is moeilijk in gesprek te komen want ze spreken alleen Tamil. En voor wie het wil leren, de taal heeft 247 lettertekens. Wij zien vooral de letters op de verkeersborden, die krullen net wat anders dan het Malayalam in Kerala. Wat altijd goed werkt zijn foto’s, en dan zeker de kerstfoto met onze kinderen.

We rijden op een mooi smal weggetje, van een kwaliteit die op knooppuntenroute niet zou misstaan. Carry staat even op me te wachten en raakt aan de praat met een groep vrouwen. Een van hen spreekt Engels en we worden uitgehoord. Het is erg leuk en ook hier komt de kerstfoto weer te voorschijn. Zij willen ook wel op de foto met ons. 

We stoppen om te lunchen in Mannadimangalm. De naam is groter dan het dorp. Menu van de dag is rijst met viscurry en bietensalade, geserveerd uit een blikken emmertje, op een bananenblad. Prima eten, al voelt het ver van huis. 

Van hieraf is het rechtdoor en vlak naar Madurai. Hier blijven we twee nachten en gaan we morgen tempels bekijken.

West-Ghats

9 februari Munnar -Theni

We hebben gisteren dan wel een eerste fotorondje door de thee gedaan, maar het blijft overweldigend mooi. We kijken, we stoppen, we fietsen, we genieten. De uitzichten zijn grandioos. En nu, aan het begin van de ochtend, hangt de nevel nog over de bergen, dat geeft het landschap nog meer diepte. 

In de eerste 10 kilometer zijn we al 400 meter gestegen. We stoppen voor een kokosnoot en voor het uitzicht. Op de hellingen zien we de weg lopen, we weten dat er nog flink geklommen moet worden. In de verte klinkt hindoe-muziek, het geluid hangt in de vallei. 

We rijden een bocht om en de volgende vallei is ook zo mooi. In de verte ligt een stuwmeer. Het is wat heiig, hiermee doen de West-Ghats hun naam als misty mountains eer aan. Wat mij betreft zijn het ook windy mountains. We hebben een stevige, vlagerige wind op kop.

We zijn niet de enigen vandaag. Het lijkt dat op zondag alle motorrijders en lokale toeristen een rondje rijden over de Gap Road Munnar. Als we het theegebied uitrijden wordt het rustiger op de weg. We zijn inmiddels gedaald tot 1100 meter en rijden nu door kardemomplantages. 

We moeten nog één keer omhoog naar 1400 meter. Daar is de grens met Tamil Nadu. Het is inmiddels 13 uur en tijd om te lunchen. We lopen een klein restaurantje binnen. We eten wat de pot schaft, utthapam, een soort van pannekoek. Het wordt geserveerd op een bananenblad. Een mannetje loopt rond met blinkende bakjes en schept saus op. Natuurlijk eet je met je handen. We drinken er thee bij. Voor €1,18 hebben we een prima lunch.

Vanaf hier dalen we. In 20 kilometer gaan we van 1400 meter naar 400 meter. Gedachtenloos zoeven we naar beneden. We sturen wat bij in de vele haarspeldbochten. Dit is de andere kant van de bergen, dit is een soort droog junglegebied. Aapjes kijken ons na.

Naarmate we verder dalen voelen we het warmer worden. Als we bijna beneden zijn ploeteren twee fietsers ons tegemoet. Ik benijd ze niet dat ze nu nog die hele klim gaan doen.

Het laatste stuk is vlak, met flinke tegenwind. We zien veel hindu tempels, kleurrijk en mooi versierd. We passeren een kudde koeien.

Tamil Nadu voelt anders dan Kerala. Onze eerste indruk is dat het hier rommeliger is, alsof je van het aangeharkte Zwitserland in de chaos van Zuid Italië terecht komt. 

Munnar

8 februari Munnar

We willen een blokje wandelen door de thee. De hoteleigenaar heeft wel een tip, de Gap Road Munnar. Dat wordt dan geen wandelen, maar fietsen. Morgen doen we dit traject ook, maar dan met bepakking en ruim 80 kilometer te gaan, dus vandaag doen we vast een fotorondje.

Het is pittiger dan gedacht, met 400 hoogtemeters in 16 kilometer. De uitzichten over de thee maken veel goed. 

Zo’n rustdagje geeft ook de tijd om overal op het gemak te kijken. Een kopje thee hoort erbij. We zijn hier helemaal over op thee met melk en suiker. De thee heeft een heel ritueel. Het begint met een beetje diepzwarte thee en een flinke schep suiker. Dan wordt de melk overgegoten in een kannetje, en weer een kannetje, dan in het kopje. Er komt vanzelf een klein laagje schuim op en belangrijker, geen vellen! Voor 10 cent per kopje drinkt iedereen de hele dag thee. 

In de bazar kopen we dadels voor onderweg. We raken aan de praat met de eigenaar. Hij laat koffie halen. Het ziet er allemaal misschien wat rommelig uit, maar de winkel bestaat al sinds 1906. Binnenkort doet hij de zaak over aan zijn zoon. We krijgen voor onderweg twee zakken amandelen mee.

Thee

7 februari Muthuvankudy – Munnar

Ontbijt is vanaf half 9. Op deze hoogte, 900 meter, wordt het niet zo warm, dus eten we een bordje kikkererwtencurry mee. De eerste twee kilometer zoeven we naar beneden, we kruisen de rivier weer met een dam en dan begint het klimmen.

Het is druk op de weg. We vragen ons af of dit de ochtendspits is of dat iedereen onderweg is naar de theevelden. De weg is smal en ik mopper als ik door een inhaalmanoeuvre tot twee keer toe van mijn fiets moet. Na al die jaren valt bergop opstappen op een fiets met bagage nog steeds niet mee. 

Het is behoorlijk toeristisch. Langs de kant staan mannetjes die jeepsafaris aanprijzen. Ze lachen als ik zeg dat ik een fietssafari doe. We rijden de theevelden in. Het uitzicht is schitterend. Het valt wat tegen dat het zo druk is op de weg, Gedachtenloos rondkijken is er echt niet bij. 

We manoeuvreren langs wat uitzichtpunten waar het vol auto’s staat. Hier zien we een paar Europese gezichten, maar het merendeel zijn lokale toeristen. En zoals je in Nederland met klompen aan op de foto kan, kun je je hier een uitdossen met een hoedje en een mandje theeblaadjes. 

Als we in een rustige bocht op het gemak staan te kijken, stopt er een Indiase fietser. Hij doorkruist India en heeft er al 8000 kilometer op zitten. Hij wil wel een selfie en wij natuurlijk ook. Geroutineerd trekt hij een driepoot uit zijn bagage, hangt zijn camera erin en hop, alles is vloeiend geregeld. 

Eindpunt van vandaag is Munnar op 1460 meter hoogte. Rond het middaguur is de temperatuur nog steeds prima. Goede plek voor een rustdag.