Zondagmiddagwandeling

Wat doen ouders met kinderen op zondagmiddag? Nou, die gaan volgens goed Hollands gebruik, wandelen. En natuurlijk doe je dat ook als je in Indonesië bent. Je kiest je moment niet te vroeg want dan is het te warm en het licht te scherp voor foto’s, niet te laat want het is vroeg donker. Dus daar gingen we om half vijf.

Eerst over de brug. Een echte smalle houten fietsbrug, met losliggende plankjes, lekker verend en niet te breed. Wandelend is dit voor degenen onder ons met wat hoogtevrees een echt avontuur. Aan deze kant van de rivier zitten we echt in de stad, een wat dorpse provinciehoofdstad. Meteen aan de overkant begint landbouwgebied. Spannend genoeg voor drie landbouwkundigen om zich de ogen uit te kijken en veel foto’s te maken.

Natuurlijk is er rijst. Hier wordt de rijst geïrrigeerd. Daarmee is de teelt onafhankelijk van de regen en kan nu het hele jaar geplant worden. Jonge rijst is zo mooi heldergroen. En dan die kleine plantjes weerspiegeld in het water plus palmen eromheen: klassieke Indonesische beelden. 

Tussen de huizen kwetteren de vogels, een scherp en hard geluid. Het komt vooral uit enkele hoge gebouwen die tussen de huizen staan. Onze theorie was dat deze gebouwen de rijstopslag zijn en dat dit mechanische vogelgeluid andere vogels moest afschrikken. Een mooi sprookje, de realiteit is minstens zo bijzonder. Deze ‘hoogbouw’ is speciaal neergezet om gierzwaluwen aan te trekken om te nestelen. Niet vanuit de vogelbescherming, maar uit pure commercie. Zwaluwnesten ofwel sarang burung, brengen op de Chinese markt €1.000 tot €5.000 per kilo op. Voor vogelnestjessoep. Deze teelt is overigens nog niet zo gemakkelijk, zwaluwen zijn gevoelig voor geur en verandering. Dus is er bij voorkeur maar een persoon die de ruimte binnen gaat en liefst ook steeds in dezelfde kleding. Wat verder verbaasde was de straatverlichting op zonne-energie. De eerste keer dat we in dit zonnige land zonnepanelen zien. Die verlichting was prettig ook, want Google gaf een leuke route, maar ons wandeltempo was onder gemiddeld, dus het was aardig donker op het laatste stuk. Gelukkig klopte de aanduiding van de brug over de rivier. Hier kruisten we met een grote stevige dam en waren we zomaar vlak in de buurt van Lonely Planet’s favoriete restaurant.  

Meer

Nee, niet meer bier, maar Meer Tempeh. Heel bekend in heel Indonesië. In grootte het achtste meer van het land, maar wel met de grootste visproductie, 50.000.000 kg per jaar volgens mister Ulu. Het ligt op de grens van de twee tectonische platen van Australie en van Azie. Alle rivieren van de omgeving komen eropuit, dus langzaamaan slibt het dicht. Zo, dat waren de aardrijkskundige feitjes, nu over tot de lol van de dag, varen. 

In een smal bootje, iets meer dan een boomstam breed, met een motortje met een lange aandrijfstang gingen we het meer op. Poncho’s aan tegen de opspattende golven en gaan.

Over de rivier de stad uit. Het was duidelijk nog niet het eind van de natte tijd. Aan de strepen op de huizen te zien was het nog veel hoger geweest, maar ook nu stonden de straten nog onder. En de onderste verdieping van de moskee ook. 

Langs grote velden waterhyacynth, bij elkaar gehouden met palen, omdat de visjes er graag onder zitten. Over dijkjes, nu onder water, maar in de droge tijd de grens van de rijstvelden. Wat vogels. Langs vissers die met een ingenieuse constructie hun netten uitwierpen vanaf hun smalle bootjes. 

Eindpunt van de trip: Drijvende woningen. Huizen op bamboe, waar de vissers van het meer wonen. Uit het schommelende bootje op bezoek bij een van de vissers. Mevrouw was de vangst van de dag aan het schoonmaken om deze te kunnen drogen. Voor ons werd thee gezet en werden bananen gebakken op een houtvuurtje. En daar zaten we, drie witten en mister Ulu, lekker dobberend op het voorterras. 

Anak

Een beetje brak stapten we op de fiets. Helaas niet omdat we zo’n ruige avond gehad hadden, maar meer als gevolg van de kwaliteit van de matras en de karaoke beneden. 

Ook de weg was brak. Veel gaten, stukken waar de verharding kapot was en veel stof. Daar wordt overigens tegen gesproeid, zoals ze bij ons strooien als het vriest. Als we even niet op de weg hoefden te letten werd om ons heen duidelijk dat we echt midden in de tropen zitten. Cacaobomen, bananen en natuurlijk rijst, altijd weer rijst. Zo mooi. 

Ploeteren tussen de kuilen door. Onregelmatig tempo. We hebben een tijdje stuivertje gewisseld met een groentenboer. Een auto met in de achterbak een rek vol plastic zakjes met zeer verschillende groenten. Hij stopte regelmatig bij klanten, als een soort SRV (Service Rijdt Voor), dan haalden wij hem in. Vervolgens kwam hij ons weer voorbij. En iedere keer weer vriendelijk groeten.

Inmiddels werd de weg wat beter, minder hellingen ook. Grote brug over de rivier, als je dan opzij kijkt zie je een woud van palmen en bananen, echt zoals je verwacht dat de tropen eruit zien. Verder langs een monument met twee vingers in een v-teken. Ons Nederlandse boekje beweert dat dat de aanmoediging is van de overheid om het bij een gezin van twee kinderen te houden….

Opvallend vandaag ook dat er veel honden langs de weg waren. Veel slapende honden, en je weet, die moet je niet wakker maken. Maar ook lopende honden, in de buurt van je fiets zijn ze makkelijk met een kssst te verjagen. En van veel van die honden is het sowieso een wonder dat ze lopen, wat een scharminkels. 

De motivatie om vandaag lekker door te trappen zat ondertussen in de auto naar Sengkang…. Wat fijn om elkaar hier te zien!

Wisma

Vannacht sliepen we in een wisma, een hotel volgens Indonesische standaard. Met airco en wifi en de fiets in de hal, maar toch net anders dan we gewend zijn…

Het meest opvallend is de badkamer. Geen wastafel of douche, maar een toilet en een mandi. Een grote plastic bak met water en een kom om mee te badderen. En mee door te spoelen… en te gebruiken als toiletpapier. Gelukkig wel een kraan en een douchekop om je af te spoelen met koud water. 

Op de bedden alleen onderlakens en dekens, geen bovenlakens. We rollen ons lakenzakje uit en zijn voorzien. En vanuit bed uitzicht op het pijltje richting Mekka. 

Net geinstalleerd werd er op de deur geklopt. Of we wilden komen. Een man in een te groot trainingspak met camouflagekleuren. En een air alsof hij de president was. Oef, ik voelde mijn allergie voor dit soort gasten omhoog schieten. Eén blik naar buiten op de daar geparkeerde motor vol officieel uitziende logo’s maakte duidelijk dat dit waarschijnlijk niet de vader van de eigenaresse was, maar een echte official. En hij speelde echt het spelletje van de official, namen wilde hij weten en paspoorten wilde hij zien. Maar hij wilde toch vooral op de foto. Hij ging naast Carry zitten, legde amicaal zijn hand op Carry’s been en riep de dame van het hotel om een foto te maken. Voor een tweede foto wilde hij tussen ons in komen zitten, maar Carry zag blijkbaar die hand op mijn been niet zitten en weigerde. Na nog een foto van de paspoorten vertrok hij weer.

In de wisma spraken ze natuurlijk Bahassa en dat is niet ons sterkste punt. Dat gaf dus wat handen- en voetenwerk om duidelijk te maken dat we niet om 7 uur wilden ontbijten, maar om half 7. Blijkbaar was dat toch niet helemaal goed gegaan. Om 6 uur vanochtend werd er op de deur geklopt, het ontbijt was klaar. Nasi goreng en een kopje hete thee. Om vijf over zeven zaten we al op de fiets en zagen we de kinderen naar school gaan. 

Booming

Trappend over kleine wegen blijven we ons verwonderen. Kleine kinderen zetten grote ogen op als we voorbij fietsen. Ze wekken de indruk alsof we van Mars komen. Basisschoolleerlingen verdringen zich om ons heen als we stoppen. De meest brutalen proberen hun Engels uit, daar ligt nog wel wat ruimte voor verbetering. Wat opvalt is hoeveel kinderen er zijn. Indonesie is booming. Gelukkig zie je dat veel kinderen naar school gaan. Scholen staan echt in ieder gehucht.IMG_0985

Opvallend is ook de bouwwoede om houten (paal-)woningen te vervangen door stenen huizen. Economisch gaat het klaarblijkelijk met veel mensen goed.FullSizeRender 8Overal langs de weg staan verkiezingsborden. Veel wegen zijn ook versierd met de Indonesische vlag. Is het echt zo of slechts schijn: Veel verkiezingsborden en vlaggen gaan hand in hand met nieuw asfalt?IMG_0988

Nemo

Als Lonely Planet zegt dat je ergens fantastisch kunt duiken, dan ga je ervoor. Dus we begonnen met rondvragen.  

Ons hotel verwees voor duiken naar de buren. Daar leek een verbouwing aan de gang. Gelukkig dook uit het niets iemand op, die vertelde een duik te kunnen regelen. Wel eerst even pakken passen in zijn winkel, vijf kilometer verderop, voorbij de haven. Hij zou wel iemand sturen om ons op te halen, want je snapt het: twee fietsers, laat op de dag en een beroerde weg…

Natuurlijk was het al donker toen de brommertaxi voorreed. Of taxi… een brommer met een laadbak erachter met twee banken. Wij erin, stuiter stuiter, naar het dorp. Geld opgenomen om het duiken te betalen. Terug in de bak en verder. Langs de haven, over een vuilnisbelt, het donker in. En toen begon het te kriebelen: ‘Klopt dit wel of zijn we nu heel naïef?’

Het klopte allemaal. En vanochtend klopte het nog meer, toen we twee keer met deze meneer hebben gedoken. 

Rondom het koraal zwemt vis, heel veel vis. Zwermen kleine visjes, die met ons mee dobberden in de stroming. Pijlstaartroggen half onder het zand, loerend op een prooi. Tonijntjes. Ballonvissen. Het assortiment van de gemiddelde dierenwinkel. En nog zoveel meer, waar wij de naam niet van kennen.

Het was genieten. En jullie moeten de groeten hebben van Nemo, hij heeft het naar zijn zin hier. Dory ook trouwens. 

Cadeautje

De route vandaag van Jeneponto naar Bulukumba was een cadeautje, zeker het eerste deel van de route was ronduit rustig en romantisch mooi. Het enige dat wij hoefden te doen was rustig doortrappen en genieten van alles wat zich om ons heen afspeelde.

De kabauen hadden net hun modderbad gehad toen we voorbijkwamen. Niet dat de lucht die ze meebrachten daar beter van geworden was.

Daarna door mooie rustige dorpjes met Buginese paalwoningen, huizen op palen met veel zorg gebouwd en bewoond. De aanmoedigingen voor ons waren niet van de lucht. Het publiek bij de halve marathon van Zwolle verbleekt erbij.

Golvende rijstvelden die zo overgaan naar zee, net voor ze worden geoogst, zo ver het oog reikt. Op andere plaatsen was de rijst al geoogst en werden percelen opnieuw ingeplant.

In de loop van de ochtend werd het weer behoorlijk warm en drukker met verkeer. Morgen toch nog maar iets vroeger starten dan vandaag. Zo komen we langzaam in een tropisch ritme van zonsopgang tot zonsondergang.

Kakafonie

Op tijd weg om de warmte voor te zijn, maar na de bui van gisteren is het om 8 uur al behoorlijk warm. We twijfelen nog, 45 kilometer of 95. Tussendoor zijn geen hotels. 

De eerste kilometers de stad uit zijn druk. Vierbaansweg, veel verkeer. En alles maakt herrie. Auto’s die inhalen toeteren, brommers die voorbijgaan tetteren en alles heeft een motor die bromt en stinkt. 

Het landschap verandert langzaamaan. Aan de rand van de stad zijn het grote, nieuwe, luxe winkelcentra en commerciële gebouwen. Nu worden het steeds meer kleine houten huizen, veel groen eromheen en heel veel roodwitte vlaggen, overblijfsel nog van onafhankelijkheidsdag. Met hier en daar een moskee, de toren erbij het enige dat boven de bomen uit komt. Veel mensen op en langs de straat, en allemaal roepen ze ons na: ‘Heej Mister!’ 

Elk huis langs de weg lijkt wel wat in de verkoop te hebben. Bij veel huizen staat een rek met flessen buiten, benzine voor de brommertjes. Ergens iets te eten of drinken vinden is wat minder gemakkelijk. Ik test mijn eerste Bahassa ‘ada warung?’ En warempel, we worden gewezen op een huis aan de overkant van de weg. Daar zitten mensen op bankjes te eten. We sluiten aan en krijgen wat de pot schaft, nasi ayam. Het water dat iedereen drinkt durven we (nog?) niet aan. Het eten is prima. Nog even een selfie met de kok en daar gaan we weer. 

Aan het begin van de middag gaan de scholen uit. De weg is ineens vol met brommertjes met twee of meer kinderen in uniform. De passagiers vallen er bijna af als ze hun nek verrekken om ons na te kijken. En allemaal schreeuwen ze hun enig Engels naar ons: ‘Heej mister’. 

In de ochtend waren we vol vertrouwen in de 95 kilometer, in de middag is het toch wel ver en warm. En druk en veel. 

Door langs de rijstvelden, vaak al geoogst. En zoutpannen, velden waaruit ze het zeewater laten verdampen en het overgebleven zout oogsten. Dan ineens een kilometer lang kraampjes met alleen maar meloenen. 

Voorbij de grote moskee van Jeneponto, bij de eerste verkeerslichten buiten Makassar,  slaan we rechts af. Een heel rustige weg in. Aan het eind ons hotel, aan zee. Het wordt een rustige avond, met Jet Lag en een hoofd vol indrukken en kakafonie van deze dag.

Links

Een eerste rondje door de stad. Even proberen hoe het fietst hier. En denk bij stad aan serieuse stad, 1,7 miljoen inwoners. Dat zijn veeeeel mensen in het verkeer. En ze rijden allemaal links. Da’s effe uitkijken. En net de andere kant uit uitkijken als je gewoonlijk doet….

En wat je ziet? Helemaal links staan de geparkeerde auto’s. Bewaakt door een zelfbenoemde parkeerwacht met een fluitje. En bij in en uitparkeren wordt met dat fluitje het verkeer gewoon even stilgezet. Dan rijden er becaks, fietstaxi’s, een soort van bakfiets met passagiers. Die becaks staan overigens ook vaak langs de weg, met erin een half opgevouwen, slapende bestuurder. En er rijden veel brommertjes. Daar kunnen meer mensen op dan je zou denken. Vooral kleine kinderen passen nog makkelijk vóór de bestuurder, of ergens lekker tussen papa voorop en mama achterop. Dan natuurlijk de auto’s, mooi, nieuw en uit de regio. Met geduldige chauffeurs. Die toeteren als ze je voorbij gaan. En gewoon hun neus er tussen duwen als ze willen invoegen. En zo rond het middaguur wordt dit alles begeleid door stemmige toespraken van elke moskee op elke straathoek.

En hier tussendoor fietsen wij. Twee grote witten. Lachend nagekeken door voetgangers, nagejoeld door straatjongetjes,  aangestaard door automobilisten. Daar gaan we, lekker op de fiets. Morgen de stad uit!