Transfer

Op de valreep komen we Henk tegen, een collegafietser, die ook een rondje Bali getrapt heeft. We hebben Henk eerder getroffen in Lovina. Jammer genoeg is er weinig tijd om bij te praten. De chauffeur van ons busje staat te popelen om ons naar het vliegveld te rijden. Snel delen we voldoende verhalen om nog enthousiaster te worden over fietsen in Laos en Cambodja. Ideeën genoeg.

Meteen als we aankomen op het vliegveld met alle fietstassen en twee fietsdozen, worden we besprongen door twee kruiers. Zij zullen ons wel even helpen. Echt praktisch zijn ze niet. Ze hebben geen enkele ervaring met fietsen. Wij weten inmiddels dat de enige manier om een fietsdoos door de bagagescanner te krijgen, diagonaal is. Dat lukt alleen als je een fietstas onder de fietsdoos zet. Anders stagneert de lopende band met fietsdoos alsnog ergens in het zwarte gat van de controle.

De volgende stap is het inchecken. Daar zit Andi. Hij neemt de tijd om ons te helpen en alles te checken en dat doet hij grondig. De fietsdozen krijgen zes extra stickers met ‘fragile, handle with care’. Alles wordt in een keer doorgelabeld naar Myanmar. Wij worden ook voor de overstap ingecheckt. Tenminste als we een visum hebben voor Myanmar. Dat hebben we, digitaal, op de telefoon van Marjan. Dat is niet handig. Op zijn verzoek mailen we het hem. Hij laat het even printen: ‘dat is ook handig voor u’. Hij jaagt ons de stuipen op het lijf door te zeggen dat het visum niet klopt, dat we te lang in Myanmar blijven. Dit blijkt gelukkig Andi’s telfout te zijn, vanwege de tijd die overstappen kost. Dan is alles geregeld en staan we wat na te praten over Nederland. Het wordt natuurlijk helemaal mooi als we bedenken dat we nog ergens een sleutelhanger hebben met delftsblauwe klompjes als dank voor zijn zorg. 

De volgende halte is de douane. We overhandigen onze paspoorten. Er wordt bedenkelijk gekeken. Er volgt overleg met  collega’s. Nog meer overleg.  Ons Bahassa is toereikend voor het woord expired. Gelukkig realiseren de heren van de douane zich net op tijd dat september 30 dagen heeft en krijgen we de gewenste uitreisstempels. Hoog tijd voor koffie!!

De vlucht verloopt voorspoedig. Het landingsgestel gaat met veel geratel een luide klap uit. Allemaal nieuwigheid.  Carry vindt dat geluid geruststellend, ik hou meer van de geruisloze variant. Klokslag middernacht. De voornaamste vraag lijkt nu of Carry zijn verdronken telefoon gaat vervangen of dat we toch meteen gebruik maken van ons bed voor zes uur. Het wordt het laatste. We zijn blij met onze reservering als het meisje voor ons doorgestuurd wordt omdat alles vol is. Helaas blijken wij wel een reserveringsnummer te hebben, maar geen kloppende reservering. We krijgen een boel excuses, overleg, glimlachjes en tenslotte toch een kamer met een nieuwe rekening, voor zes uur slapen. Dan verwacht je een soort cabine, met veel plastic, iets waar je inschuift en zes uur later weer uitgeschoven wordt. Niets van dat alles, we krijgen een gewone hotelkamer, met witte knisperende lakens. Alleen het gordijn dat een raam suggereert hangt voor een blinde muur. Klokslag zeven staan we weer buiten. De dame achter de balie heeft haar dienst nog niet afgesloten, ze glimlacht nog steeds. Wij laten de Applestore links liggen, te veel gedoe zo in de vroege ochtend, en gaan op weg naar een ontbijt. Dan begint het grote wachten op de aansluiting. Dat doe je op passende wijze.

Gado-Gado

Onze twee laatste dagen op Bali. Dit betekent tijd voor klein onderhoud, een massage en de kapper. Gelukkig hebben we geen groot onderhoud nodig, onze fietsen houden zich prima. Zelfs het verloren schroefje van Marjan’s schoen is vervangen. Niet bij een fietsenmaker, die lijken vooral kinderfietsen te verkopen, maar met hulp van de rommeldoos van een Balinese mountainbiker (bij deze nogmaals suksma voor deze fietser!). We hebben niet gewinkeld in een van de ‘chille winkeltjes’ (citaat collegagast). Simpelweg omdat we geen zin hebben in extra gewicht. Wel hebben we gebruik gemaakt van de gelegenheid nog een paar keer erg lekker te eten, goede rendang en heerlijke gado-gado, met lokale wijn ‘two islands’. De druiven komen uit Australië. De verwerking en het bottelen gebeurt op Bali. Zo worden de invoerbelastingen op alkohol omzeild.

Ook hebben we wat gedronken met Steef, die hier stage loopt. Helemaal ingeburgerd kwam hij met zijn eigen brommer aan. Leuk om hem hier te zien en te horen hoe hij het heeft. Als stageaire bij een groot hotel krijgt hij weer een heel ander beeld van Bali dan wij. 

Inmiddels hebben we de fietsen ingepakt, de kaarten van Myanmar zitten in de GPS en zitten wij nog even bij het zwembad. Straks vliegen we naar Singapore en morgenochtend verder naar Mandalay. 

Ik lig op een zonnebedje te luisteren naar de allerlaatste van Greg Allman, mooie ontroerende plaat trouwens. Mijn gedachten dwalen af naar Tupelo. Ja, daar waar Elvis is geboren. Afgelopen voorjaar hebben we daar gelogeerd via AirbnB, bij een vriendelijke zeer gastvrije Amerikaan. Ook hij was liefhebber van de Allman Brothers. Het is altijd leuk om muziekvoorkeuren te delen. Via Facebook hebben we soms nog contact en zie ik ook af en toe een post van hem voorbijkomen. Zoals afgelopen week over knielende sporters uit protest tegen politie-geweld en Trump’s reactie. Mijn Amerikaan vind dat een belediging van de vlag en een ieder die voor Amerika is gevallen. Ook dat is het mooie van reizen, het ontmoeten van aardige mensen met hun eigen ideeën en cultuur en daar onbevangen mee in gesprek te raken. Al krullen soms je tenen.

Tabanan

Om 7 uur miezert het nog wat. We hebben geen haast dus we draaien ons nog even om. Als we weer wakker worden is het droog. Voor ons huisje ontbijten we, een goede mie goreng, met uitzicht over de rijstvelden.29677760_Unknown

Dan stappen we op voor het laatste stukje fietsen op Bali. Een rustige maandagochtend. Nog even genieten van deze prachtige plek. Het eerste stuk gaat over een kleine, rustige weg, door wat dorpen achteraf. Een beeld dat nog steeds bekoort. De bermen zijn groen, naast de huizen zien we de huistempels. Vaak met fantastische tableaus, kleurig geverfd met veel goud. Ze bepalen het straatbeeld. Als je door de poorten kijkt neemt de tempel een flink deel van het erf in beslag. Een vleug wierook hangt in de lucht. Tussendoor zijn kleine winkeltjes, meestal met een bankje of wat krukjes ervoor. Slingers met zakjes oploskoffie, kroepoek, chips hangen aan het plafond. Altijd prima voor een koffiestop. Bij een grote tempel hangen versierselen, duidelijk nieuw na een ceremonie in het weekend. We komen langs een vogelwinkel. De mooiste vogels hangen in kooitjes buiten. Ze fluiten. Met hun mooie kleuren, zijn ze te mooi om zo gevangen te zijn. Het herinnert ons eraan dat we onderweg eigenlijk amper bijzondere vogels gezien hebben, alleen mussen en zwaluwen. Af en toe worden we ingehaald door een brommer. Jongens laten een grote vlieger op. De weg gaat verder door de rijstvelden. De wind wordt wat harder, hij brengt de geur van zee mee. We draaien een grotere weg op. In de verte ligt de zee. Naarmate we er dichterbij komen wordt het drukker op de weg. Het straatbeeld verandert.

Daar is de eerste surfshop, yoga-retreat, brommerverhuur. Al gauw zien we niets anders meer dan coffeeshops, smoothiebarretjes, kledingwinkels en een niet aflatende stroom brommers. We zijn terug in het hoog-toeristisch Bali. Het voelt als een cultuurshock. Op een terrasje lezen we de krant. De Volkskrant heeft een hele pagina over Gunung Agung en de bijna zekere kans op uitbarsten. De vraag lijkt alleen nog wanneer. We doen een egoïstisch schietgebedje dat het niet deze week is. 29677792_Unknown

Duwen

Het is niet zo ver vandaag, iets meer dan 20 kilometer, maar de waarschuwing voor de eerste 7 kilometer was duidelijk: ‘overweeg of je vervoer regelt’. Dat gingen we niet doen, want ‘je kunt altijd nog gaan lopen’. En dat hebben we dan ook gedaan. Ook gefietst, geploeterd en geworsteld, maar zeker ook gelopen. De eerste anderhalve kilometer waren zo steil dat we nog even met het idee gespeeld hebben terug te gaan en een auto te regelen. Dat hebben we niet gedaan. We hebben het gered. Nog nooit zo’n lange zeven kilometer gehad, 615 hoogtemeters en regelmatig hellingen van boven 20%. Boven komen we bij twee meren. Daar doen we wat alle toeristen en dagjesmensen doen, we maken een selfie en laten ons op de foto zetten. Tevreden dat we op eigen kracht boven gekomen zijn.

Zo’n traject helling op, gup ik wat voor me uit. Het hoofd vol gedachten. ‘Waarom bedenk ik nu pas dat we de bagage per auto hadden kunnen sturen?’ ‘Ja, leuk, zo’n brommer die me aanmoedigt, hij heeft makkelijk praten’. ‘Pas 300 meter verder, hoe lang nog in dit tempo?’ ‘Shit, Carry stapt af, dan moet het wel heel steil zijn’. ‘Zijn die spatten op het asfalt nou echt het zweet van Carry, net voor me?’ ‘Mijn t-shirt is doorweekt, mijn broek en bh ook. Er staat zelfs zweet in mijn brilmontuur’. ‘Verdorie, ga ik nou alweer lopen?’.’Even stoppen, mijn armen doen zeer van mijn fiets duwen’. ‘O, wat een mooi uitzicht’. ‘Wat stom, ik train mijn armen nooit, daar moet ik toch eens mee beginnen. ‘Kan ik hier weer fietsen? Het lijkt wat vlakker, dan probeer ik weer op te stappen’. ‘Wat leuk ik krijg een opgestoken duim van die brommer’. ‘Echt, moet ik nog twee kilometer?’

Het laatste stukje omhoog is pittig. Ik wil niet afstappen, het is minder heftig dan eerder, ik wil het kunnen. Ik trek alles te voorschijn wat ik heb. Ik voel de grimas op mijn gezicht. Er rijdt een brommer voorbij, de passagier blijft me nieuwsgierig nakijken, hij draait zo dat hij er bijna afvalt. Ik kan niet harder, ik sleur elke trap eruit, het zweet gutst eruit, ik voel me bekeken, haast kwetsbaar in mijn geploeter.

Het uitzicht, wat kunnen we daar nog over zeggen, het is als altijd fantastisch. Al zat er wat zweet op de bril, dus we zagen het niet overal helder. Niet overal rijst. Ons is verteld dat de combinatie koffie met kruidnagel meer opbrengt. Mooi in twee niveaus, koffie laag en kruidnagel voor de schaduw er boven. Ook zijn terrassen ingeplant met bloemen, blauwe hortensia’s vooral, soms oranje Afrikaantjes, voor de verkoop, als deel van offergaven bij de tempel.

Het is mooi rond de meren. Ons hoogste punt vandaag is 1395 meter. We dalen naar het volgende meer. Er zitten apen langs de weg. Een grote aap reageert zo bozig dat we met een boog om hem heen rijden en zelfs even later als er een bord staat ‘pas op apen’ niet afstappen voor een foto. Inmiddels loopt het tegen twaalven. Als steeds in de bergen trekt de bewolking dicht. Het wordt mistig. Nog voor we bij het hotel zijn hebben we de regenjas aan. Het wordt een mistige regenachtige middag. En fris met 20 graden.

Munduk

We stappen op de fiets vanochtend terwijl we weten

  • Dat het gewoon weer heet wordt,
  • Dat het flink omhoog gaat,
  • Dat de routeomschrijving zegt dat het tweede deel van de route zwaar is,
  • Dat een medefietser voor vandaag en het eerste deel van morgen een pickup geregeld had….

En dan gaan we natuurlijk toch! Lekker fietsen vandaag. Wel even een luchtiger shirt aangetrokken onderweg. Bij een koffiestop hebben we het meer over de warmte dan over de helling. Elk vleugje wind is meegenomen. Het wordt haast afgezaagd om weer te vertellen hoe fantastisch het uitzicht is, hoe mooi de rijstvelden er bij liggen, en hoe waanzinnig groen alles is. Maar het is echt zo. En we blijven er steeds weer van genieten. De palmbomen tussen de rijst, de rijtjes kousenband, een zwerm tamme eenden. Er komt een pickup met grote rose varkens langs. Het fietsen wordt zwaarder. Het laatste stuk valt niet mee. Een stop om op adem te komen geeft uitzicht op een crematieritueel. Een paar meiden komen aanlopen, willen hun Engels oefenen en geven graag uitleg.

De homestay waar we uitkomen ligt aan de rand van het dal. Dat betekent een fantastisch uitzicht. Niet vanuit onze kamer want daar staat precies een nieuwe warung voor. Geen probleem, dan gaan we daar lunchen om van het uitzicht te genieten. Waar we het onderweg heet hadden, betrekt het nu langzaam. Dat hoort er blijkbaar bij op deze hoogte. Er barst een flinke bui los. Aan het eind van de middag is het uitzicht  er alleen maar mooier door.

Vis

We zijn in Lovina. Dé plaats waar je moet wezen als je dolfijnen wil zien. Het hotel vertelt dat de dolfijnen bezoekuur hebben in de ochtend van 6 tot 8 en van 8 tot 10 uur. Wij gaan voor de vroege variant. En we zijn niet de enigen. Er dobberen wel dertig bootjes. Onze stuurman gaat de andere kant uit, daar is het rustiger. We varen al een hele tijd, we hebben één vinnetje boven water gezien als hij vraagt of we op tijd terug willen zijn. Da’s niet nodig. Voor ons niet en voor beide Russen bij ons in de boot gelukkig ook niet. We varen dus door, terwijl de vraag rijst of de dolfijnen niet toevallig een dagje vrij hebben. Dan laten ze zich zien, wat gaaf. Zo sprankelend, speels, nu aan de ene kant van de boot, dan weer een stukje verderop aan de andere kant. Het is een hele groep en steeds weer zien we hen, grijs, glad, glanzend. Elke paar minuten weer ergens anders. En wij op de boot, grijnzend, zo mooi is het.

We halen een man met op een brommer in. Hij heeft een stalen constructie achterop met allemaal plastic zakjes met water. Tot onze verbazing zit in elk zakje één goudvis, misschien zijn het er wel honderd.

Wat verderop voor de kust ligt Menjangan, een eiland, met status natuurpark. Dat is vooral vanwege het fantastische koraalrif. Al zal het hert, met gewei, dat tijdens de lunch onze bananenschillen eet, vast ook beschermd zijn. Maar daar kwamen we niet voor. We gaan weer duiken. Op vijf meter van het strand begint een loodrechte wand, tot 40 meter diep en begroeid met koraal in alle kleuren en maten. Natuurlijk zien we er ook visjes, maar die wand is overweldigend en het water zo helder. We hangen ergens halverwege en kijken onze ogen uit, zo veel kleuren, zo uitgestrekt. Of je omhoog kijkt, of omlaag, overal koraal. En als je stil gaat hangen zwemmen de vissen om je heen en zie je de details bij het koraal, het clownvisje, de morene, de doktersvissen.

Sanda

Toen we gisteren de geplande route nog eens bekeken bleken, waren we niet tevreden. Het zag ernaar uit dat we de komende twee dagen over Asian Highway 2 in de richting van Java zouden moeten fietsen. Dat leek ons geen goed plan, dus hebben we de route aangepast. Waar we eerder langs de kust zouden fietsen, gaan we nu dwars het eiland over. Inderdaad met de nodige hoogtemeters. Einddoel van vandaag een hotel op driekwart van de helling. Voor de zekerheid hebben we nog even gekeken, de laatste recensie dateert van een maand geleden, dus het zal nog wel bestaan.

Het is een mooie route. En als altijd gebeurt er van alles om je over te verbazen: Er rijdt ons een brommer tegemoet met een grote zak, die hij ternauwernood in bedwang kan houden. Het ziet eruit als een noodstop, als hij naast de brugleuning stopt. Maar het is gepland, hij kiept de hele handel over de leuning, gewoon in het water. Dat is ook een manier om met je afval om te gaan. Een stuk verder staat een groot bord langs de weg met ‘maaf’, sorry, gevolgd door een heel verhaal. Wat er stond ontdekken we pas als de brug waar we overheen wilden afgesloten is door werkzaamheden. Dat wordt omfietsen. 

Carry fietst sneller dan ik. Bij onoverzichtelijke afslagen wacht hij altijd even om te zien of ik volg. Bij een T-splitsing zie ik hem niet, dus ik ga met de lijn van het verkeer mee naar links. Dan daalt de weg, ‘maar we zouden toch klimmen? Verdorie, ik zie Carry niet, die zal wel harder dan ik naar beneden zoeven. Ik hoop dat hij dadelijk even wacht. Nee, niemand te zien. Zie ik daar de zee? Dan zit ik echt fout’. Ik vraag iemand langs de kant van de weg of hij een andere fietser voorbij heeft zien komen. Het lijkt dat mijn vraag begrepen wordt. Geruststellend wordt naar beneden gewuifd. Nog maar stukkie rijden dan. Nog steeds geen Carry. Zal ik dan maar terug gaan? Maar wat als dit wel de goede weg is? Ik ga ‘m bellen. Geen antwoord. Oja, hij had gedoe met zijn telefoonkaart. Toch maar omdraaien dan?’ Dan gaat mijn telefoon. Carry. Hij was inderdaad rechtsaf gegaan. Ik keer om en fiets vier kilometer terug, omhoog, terwijl de vrachtwagens langs me heen toeteren. 

Het is bewolkt, niet zo zeer warm, eerder benauwd. Het zweet druipt aan alle kanten van ons af. De rest van de route voert verder omhoog, Batukaru op. Gelukkig niet heel steil, maar wel lang. Nog 18 kilometer te gaan. Over een rustige weg. Om ons heen veel rijst, er wordt geplant, er wordt gewied. Het is zó mooi groen. Af en toe liggen de terrassen in een cirkel als een soort amfitheater rond wat bomen in het midden. Het lijkt een tegeltjeswijsheid: hoe hoger de helling, hoe mooier de terrassen.

Try

Op weg naar het strand met Lotte en Marijn. Zij zijn op de brommer. Dat ziet er uit als origami, er is maar één manier waarop Marijn zijn voeten en zijn lange benen er op kan krijgen. Lotte zit achterop met de telefoon in de hand, aanwijzingen te geven hoe te rijden. Wij peddelen er achteraan op onze fietsjes. Het strand bij Tangjung A’an is mooi. Het heeft een slagboom en een mannetje dat geld vraagt om te parkeren. De brommer dubbel zo duur als onze twee fietsen. Hij zal een oogje in het zeil houden, zegt hij. Daar vertrouwen we op en op de extra ketting die we om de fietsen leggen. Heerlijk rustig op het strand, we zijn de enigen. Dit betekent dat alle dames hun sarongs aan ons proberen te verkopen. Er komt ook een t-shirtverkoper langs. Hij begint op zijn gemak te praten, dat hij werk en vakantie combineert door te werken op het strand. Zijn zakelijk inzicht is helder ‘Never try, never know’. En ‘if I don’t see you, I can’t see you’. En daar heeft hij zijn eigen t-shirts van geprint. Mooi.

Voor de middag hebben Lotte en Marijn een kookcursus geregeld. In een leuke tent. Op de berg. Niet zo ver weg. Maar wel anderhalve kilometer omhoog trappen, met zelfs 20% ertussen, maar dat wisten we toen nog niet. Zonder bagage wilde ik het persé kunnen, zelfs midden op de dag. Carry zag het minder zitten, wilde niet kletsnat boven komen en stapte af. Het is zo grappig hoe je hoofd werkt in dit soort zaken. Op het moment dat je begint te twijfelen lukt het niet meer om omhoog te komen. 

De cursus was leuk. Echt Indonesisch koken. We wisten niet dat curry ook bij de keuken van Lombok hoort. De grootste ontdekking was dat er veel witte peper in gaat en oestersaus. Onze cursusleidster had de wind er goed onder, alles moest echt fijn gemalen worden met de vijzel, en anders deed ze het zelf nog wel even over ‘we are strong for this in Lombok’. We weten al zeker dat we de recepten thuis gaan proberen, maar dan met een blender. De dame was echt Indonesisch, niet echt klein voor hier, maar Marijn schrok wel even toen hij zichzelf naast haar op de foto zag ‘ik ben echt twee keer zo groot’. Haar Engels was goed, al had ze één hilarische taalfout, ze voegde nergens vegetables aan toe, maar alleen vegetarians. Dat maakte het eten extra lekker. 

Tabak

We hebben er nog lang geen tabak van, ook al hebben we een boel tabak gezien vandaag. Kilometers lang. Het is oogsttijd en overal worden de bladeren gesneden en liggen ze in stapels langs de weg. Op een mooi rustig achterafweggetje zagen we een tabaksdrogerij. We stopten voor een foto en kregen prompt een rondleiding langs de verschillende fasen van het drogen. Allemaal niet zo moeilijk, maar gewoon een leuke ontmoeting met heel vriendelijke mensen. 

We fietsten lekker door, op het gemak, nog niet te warm, niet te steil, toen we ineens  gamelanmuziek hoorden. Natuurlijk stopten we om even te kijken. En daar was, op woensdsgochtend, nog voor half tien een compleet concert aan de gang. En alleen kijken was niet genoeg, er moest ook gedanst worden. Ik kwam er niet onderuit. Het kostte wat zelfoverwinning, maar daar stond ik uiteindelijk in mijn fietsbroek houterig te doen tegenover een elegant bewegende lokale dame. Da’s ook een manier om even de fietsspieren los te maken. 

Sowieso hadden we een afwisselend programma vol verrassingen. Het volgende onderdeel was 5 kilometer onverhard, met hellingen en temperaturen die tot lopen dwongen.  Dat valt niet mee, dan kost het weer even moeite om te genieten van het waanzinninge uitzicht als je boven komt. 

Amuse tussendoor, overal wordt afval verbrand, of oogstresten. Meestal zijn dat kabbelende kleine vlammetjes. Vandaag was even anders. We kwamen nu langs een vuur dat zo groot was dat de vlammen de weg over sloegen. We hebben echt even staan wachten voor we er langs konden. En bij aankomst nog wat gaten in de kleding van de rondvliegende vonken. Goed voor extra ventilatie zullen we maar zeggen. 

En tot slot, bij aankomst in Kuta, het allerleukste van vandaag: 

Alternatief

Fietsen op Sumbawa kan maar op één behoorlijke weg. Als je zoals wij terug wilt naar de ferry met Lombok is het eigenlijk een doodlopende weg. Het betekent twee keer hetzelfde stuk fietsen, of een andere vorm van vervoer kiezen terug naar haven. Omdat Carry zich niet 100% voelt mochten de fietsen vanochtend in de auto. Ook hier geldt, een uur in de auto is een dag fietsen. We waren dus in anderhalf uur terug bij de ferry. Maar met een heel andere beleving dan op de fiets. Zelfs als je alles al een keer gezien hebt, krijg je  in de auto zoveel zoveel indrukken en zo weinig details, voor je het weet ben je alweer verder. Je krijgt prompt de neiging om in slaap te vallen, dat overkomt ons nou nooit op de fiets. Hetzelfde stukje terug gaf ons wel de gelegenheid wat dingen na te vragen. De kaalgeplukte stengels die we gezien hadden bleken tabaksplanten te zijn en de mooi uitziende molentjes staan niet in zoutpannen, zoals we zelf hadden bedacht, maar in garnaalkwekerijen. Daar ging weer een van onze sprookjes. 

We hadden vandaag ook de route wat aangepast. Vanaf de haven op Lombok zou de oorspronkelijke route weer stevig de vulkaan Gunung Rinjani op gaan. Om morgen deels over dezelfde weg weer af te dalen. Dat vonden we geen goed plan, te saai. Bovendien staat er een kleinere weg op de kaart, met wel wat meer hoogtemeters. Al fietsen bleek het een weg van mooi glimmend zwart asfalt, dat ook ver na tweeën nog snoeiheet was. Zo werd het toch nog een pittig stukje fietsen over de flanken van de Rinjani, met 486 hoogtemeters en 40 graden.

Een alternatieve route betekent ook een alternatieve overnachtingsplek.  Hier bood Google uitkomst. We vonden een wisma, met reviews en een locatie. Alleen bleek die ter plaatse niet te bestaan. Geen van de voorbijgangers wist er van en we werden unaniem doorgestuurd, steeds een andere kant op. Nog een eind, hoe ver? Dat werd niet echt duidelijk. Er kwam iemand bij staan die het heel duidelijk uit legde, bij het eerste stoplicht links, daarna bij het tweede stoplicht rechts. Klinkt goed in Europese oren, maar hadden die Europeanen hier eigenlijk al een stoplicht gezien? Was dit niet een vertaalfout? De twijfel bekroop ons toen we na ruim vijf kilometer wel allerlei richtingaanwijsborden gezien hadden maar geen enkel stoplicht. Voorbijgangers stuurden ons rechtdoor, maar kwamen ook met opmerkingen als ‘je kan ook gewoon doorrijden naar Kuta’, wat ons weinig vertrouwen in hun advies gaf. Terug dus naar Google, die wist 7 kilometer verder een hotel. En wat bleek, de aanwijzingen klopten deze keer gewoon, bij het eerste stoplicht links, en het tweede stoplicht rechts. We zijn beland in een prima hotel, maar zelfs Google kan ons niet vertellen hoe deze stad nou eigenlijk heet.

We hebben het inmiddels nagevraagd, we zitten in Lombok-Timur.