Toen we gisteren de geplande route nog eens bekeken bleken, waren we niet tevreden. Het zag ernaar uit dat we de komende twee dagen over Asian Highway 2 in de richting van Java zouden moeten fietsen. Dat leek ons geen goed plan, dus hebben we de route aangepast. Waar we eerder langs de kust zouden fietsen, gaan we nu dwars het eiland over. Inderdaad met de nodige hoogtemeters. Einddoel van vandaag een hotel op driekwart van de helling. Voor de zekerheid hebben we nog even gekeken, de laatste recensie dateert van een maand geleden, dus het zal nog wel bestaan.
Het is een mooie route. En als altijd gebeurt er van alles om je over te verbazen: Er rijdt ons een brommer tegemoet met een grote zak, die hij ternauwernood in bedwang kan houden. Het ziet eruit als een noodstop, als hij naast de brugleuning stopt. Maar het is gepland, hij kiept de hele handel over de leuning, gewoon in het water. Dat is ook een manier om met je afval om te gaan. Een stuk verder staat een groot bord langs de weg met ‘maaf’, sorry, gevolgd door een heel verhaal. Wat er stond ontdekken we pas als de brug waar we overheen wilden afgesloten is door werkzaamheden. Dat wordt omfietsen. 
Carry fietst sneller dan ik. Bij onoverzichtelijke afslagen wacht hij altijd even om te zien of ik volg. Bij een T-splitsing zie ik hem niet, dus ik ga met de lijn van het verkeer mee naar links. Dan daalt de weg, ‘maar we zouden toch klimmen? Verdorie, ik zie Carry niet, die zal wel harder dan ik naar beneden zoeven. Ik hoop dat hij dadelijk even wacht. Nee, niemand te zien. Zie ik daar de zee? Dan zit ik echt fout’. Ik vraag iemand langs de kant van de weg of hij een andere fietser voorbij heeft zien komen. Het lijkt dat mijn vraag begrepen wordt. Geruststellend wordt naar beneden gewuifd. Nog maar stukkie rijden dan. Nog steeds geen Carry. Zal ik dan maar terug gaan? Maar wat als dit wel de goede weg is? Ik ga ‘m bellen. Geen antwoord. Oja, hij had gedoe met zijn telefoonkaart. Toch maar omdraaien dan?’ Dan gaat mijn telefoon. Carry. Hij was inderdaad rechtsaf gegaan. Ik keer om en fiets vier kilometer terug, omhoog, terwijl de vrachtwagens langs me heen toeteren.
Het is bewolkt, niet zo zeer warm, eerder benauwd. Het zweet druipt aan alle kanten van ons af. De rest van de route voert verder omhoog, Batukaru op. Gelukkig niet heel steil, maar wel lang. Nog 18 kilometer te gaan. Over een rustige weg. Om ons heen veel rijst, er wordt geplant, er wordt gewied. Het is zó mooi groen. Af en toe liggen de terrassen in een cirkel als een soort amfitheater rond wat bomen in het midden. Het lijkt een tegeltjeswijsheid: hoe hoger de helling, hoe mooier de terrassen.






Het is relaxt en mooi fietsen. Kleine weggetjes. Het eerste stuk ligt het land om ons heen braak, met af en toe wat koeien die de oogstresten eten. Verderop is het geïrrigeerd en groen, met palmbomen, bananen, mais en her en der wat rijst. Dan ineens twee witte torentjes van de moskee, een plaatje dat zó past in de Efteling, in andere dorpen zien we mooie groene koepels. De weg glooit een beetje, het is niet zo warm. We fietsen lekker door. Af en toe priegelen we over een lokale markt, tussen de mensen, de brommers, de groenten en het fruit door. Er staan paardenkoetsjes te wachten, de belletjes rinkelen vrolijk. Mensen groeten ons en roepen ons na ‘good morning’, natuurlijk roepen we een reactie terug.
In het volgende dorp is de klei blijkbaar erg goed. We komen langs steenbakkerijen en dakpanbakkerijen (bestaat dit woord?). We stoppen om te kijken en wat te kletsen. We zien twee mannen eerst de klei met water mengen. Ze scheppen het in een kruiwagen. Natuurlijk wordt Carry gevraagd om ook even te scheppen, lekker met zijn fietsschoenen in de modder. Vervolgens vormen de vrouwen stenen van de natte klei. Deze worden eerst in de zon gedroogd en vervolgens in een oven gebakken. Dat is een stapel kunstig gestapelde stenen waar vuur en as zó bij kunnen dat alle stenen gebakken worden. Als we weer vertrekken roept de man ons na ‘happy cycling!’. Nou, dat gaat vandaag zeker lukken.














We rijden langs een plantage met agaves. De vezels van de bladeren worden gebruikt als sisal. Het hangt te drogen in rekken langs de weg. Sisal past wel bij het landschap hier, ruig en stug. Natuurlijk mogen we foto’s maken.
Na een prima nasi goreng worden we verrast. Steeds meer lokalo’s komen binnen. Het is karaoke-time. Feest, maar aan ons niet besteed.
